Ethiopië 2010

Reisverslag Ethiopië (oktober 2010)

 00 Kaart Ethiopie

Routeoverzicht

Dag 01: di  12-10 Schiphol naar Addis Ababa
Dag 02: wo 13-10 Addis Ababa (bezoek Godanaw = opvang straatmeisjes)
Dag 03: do 14-10 Addis Ababa naar Debre Libanos (bezoek schooltje)
Dag 04: vr 15-10 Debre Libanos naar Bahir Dar
Dag 05: za 16-10 Bahir Dar (Blue Nile Waterfall + boottocht Lake Tana)
Dag 06: zo 17-10 Bahir Dar naar Gorgora
Dag 07: ma 18-10 Gorgora (boottocht naar ruïne + bezoek schooltje)
Dag 08: di  19-10 Gorgora naar Gondar (kasteeltjes Gondar + Fasil Bath)
Dag 09: wo 20-10 Gondar naar Lalibela (bezoek schooltje)
Dag 10: do 21-10 Lalibela (bezoek div. rotskerkjes)
Dag 11: vr 22-10 Lalibela naar Kombolcha (bezoek schooltje)
Dag 12: za 23-10 Kombolcha naar Awash (Buffet De La Gare)
Dag 13: zo 24-10 Awash (Hotsprings + Awash Falls)
Dag 14: ma 25-10 Awash naar Harar (’s avonds ‘Hyena feeding’)
Dag 15: di  26-10 Harar (citytour)
Dag 16: wo 27-10 Harar naar Nazareth (’s avonds Ine en Lou Andreoli)
Dag 17: do 28-10 Nazareth naar Langano (bezoek Shala Abijata Park)
Dag 18: vr 29-10 Langano naar Dinsho (bezoek in Sashamene bij Rasta’s
Dag 19: za 30-10 Dinsho (bezoek Sof Omar Caves)
Dag 20: zo 31-10 Dinsho naar Awassa (Wondo Genet Hot Springs)
Dag 21: ma 01-11 Awassa naar Yabelo
Dag 22: di  02-11 Yabelo naar Turmi (bezoek Dimeka-markt)
Dag 23: wo 03-11 Turmi naar Jinka
Dag 24: do 04-11 Jinka (bezoek Mursi)
Dag 25: vr 05-11 Jinka naar Arba Minch
Dag 26: za 06-11 Arba Minch (boottocht krokodillen en nijlpaarden)
Dag 27: zo 07-11 Arba Minch naar Wolisso (fam. bezoek Doyogena)
Dag 28: ma 08-11 Wolliso naar Addis Ababa (Wonchi Krater)
Dag 29: di 09-11 Addis Ababa (bezoek ‘Ye Danja Bét’ + en ’s nachts terug naar huis)

 

Dag 00 – ma 11/10:

Morgen, dinsdag 12 oktober begint dan eindelijk onze reis naar Ethiopië. Het wordt letterlijk en figuurlijk een reis terug in de tijd. De vliegreis maken we met Türkish Airlines en we hopen, dat hun tijdmachine het doet. Op onze bestemming is nl. het jaar 2003, ongeveer een maand oud. Er zijn daar 13 maanden in een jaar en dat lijkt mij een prettige gedachte als je maandsalaris verdient. Het klokkijken gaat ook iets anders. Om 06:00 uur ‘s morgens komt de zon op en begint de dag en gaat men tellen. Dat betekent dat er om 07.00 uur een uur verstreken is en dat noemt men dus 1 uur. De dag duurt 12 uur tot de zon weer ondergaat en dan begint het tellen weer bij 0. Wanneer wij aankomen is het net de 2e dag van de maand Teqemt (= 13 okt). We vertrekken op de 1e dag van de maand Hedar (= 10 nov.). Beide namen zijn hier vermeld in het Amhaars, de meest gebruikte taal in Ethiopië. De trip die we gaan maken is in overleg met ons uitgestippeld door Ethiopian Impressions Tours. We reizen in een Toyota Landcruiser en Demis is onze chauffeur en gids.

Dag 01 – di 12/10: Schiphol naar Addis Ababa

01-01

We zijn later op dan gepland, maar toch mooi op tijd in Purmerend om bij Elly nog even een bakkie te doen. Dan met de bult koffers op weg naar de trein. We trekken allebei een koffer en een grote reistas op wielen, ieder goed voor ruim 20 kg. Maaike een dikke rugzak met de duvel en z´n ouwe moer erin en ik heb in m´n rugtas alle fotospullen. Verder heb ik nog een kleine tas met voor mij onbekende lading. Gelukkig is er iemand op het perron die ons even helpt met inladen van onze in de trein. We raken daarna in gesprek met mensen die zich verbazen over de hoeveelheid van 104 kg bagage: “Gaan jullie verhuizen of op vakantie?” “Nee hoor, er gewoon eventjes uit…”

We vertrekken met vertraging van meer dan een half uur, maar landen toch aardig op tijd in Istanbul, waar het regent. In de transithal kopen we een idioot dure cappuccino en halen we op zeer dringend verzoek van Maaike nog meer cash money uit een ATM (want stel dat…). In Ethiopië kun je geen geld pinnen. Gelukkig kun je hier voor euro’s kiezen en die komen er ook uit. Intussen sjouwen we ook nog onze taxfree goederen mee en zal het straks in Addis wel helemaal een feest worden om alles te versjouwen. We moeten daar een visum kopen voor 17 euro p.p. en geld wisselen. We worden afgehaald.

En het wordt een feest. Eerst zoeken naar de juiste formuliertjes en die met kleine lettertjes invullen want de formulieren en schrijfruimtes zijn klein. Dan lang wachten in de ri,j voor een kamertje waar ze de visums maken. Door de douanemannen wordt met veel geduld en grote accuraatheid alles ingevuld op de formulieren. Wel gepast betalen, want er is geen wisselgeld. Wij zijn de laatsten die geholpen worden en als we eindelijk bij de bank komen heeft deze nog maar voor ongeveer € 400,- aan Birr’s en dan is het op. Onze koffers en tassen draaien intussen eenzaam in het rond op de bagageband. Als we naar buiten proberen te lopen, worden we in onze kraag gegrepen. Aan de hand van de bagage-stickers op onze koffers en die op het kaartje zitten, wat we op Schiphol kregen, wordt gecontroleerd of je wel je eigen koffers hebt. De volgende escape om langs de scanner te komen mislukt ook. Alles moet alsnog worden gescand. Vervelend detail is dat de ambtenaar de scanner pas na veel geklungel weer aan de gang krijgt. Gerard van Ethiopian Impressions en Demis (onze chauffeur en gids) staan geduldig te wachten. Ze zeggen dat het allemaal erg meevalt. Gerard heeft 2 flessen water en een fles cola voor ons en dat is welkom.

Gerard neemt de hulpgoederen vast mee en D brengt ons bij het hotel. We krijgen een vrij kleine kamer met 2 persoonsbed, maar alles werkt en het bed ‘ligt’ behoorlijk goed. Alleen een blaffende hond noodzaakt ons tot het dragen van oordoppen.

Dag 02 – wo 13/10: Addis (bezoek Godanaw = opvang verkrachte straatmeisjes)

Stel je bent erg moe en over de slaap heen. Daarbij, een vreemd bed en vreemde geluiden. Gevolg: niet best geslapen en na vijf en een half uur weer op. We hebben warm water in de douche en het loopt ook weg, maar de badkamer staat na het douchen blank. Al met al toch een prima score. Het ontbijt is ook prima en kost omgerekend € 0,87 per persoon. Daarvoor heb je toast, jam boter, thee en een omelet.

Maaike heeft een selectie gemaakt van wat er vandaag aan hulpgoederen weggaat. Het staat in plastic tassen klaar. De rest zit in de tassen die bij Gerard op kantoor staan. Klokslag 10.00 uur staat D voor de deur om ons mee te nemen naar de mensen achter Ethiopian Impressions Tours op hun hoofdkwartier. Gerard installeert mobiel internet op ons laptoppie en dat is een toffe service. Via een stick kunnen we straks overal waar verbinding is, het www op.

Met Dianne rijden we naar Godanaw, het ‘opvanghuis’ voor jonge, alleenstaande, moeders met hun baby. We maken kennis met de stichter en beheerder en horen van zijn dagelijkse problemen en zijn beweegredenen om dit te gaan doen. De man doet goed werk en voelt zich buitengewoon verantwoordelijk voor alle mensen die hier opvang krijgen. Het is een sociaal geleide organisatie die het moet doen van giften en sponsors. We pakken de tassen met schoentjes uit. Zijn verbazing en blijdschap zijn groot en het is duidelijk dat hij minder verwacht had. Hij vertelt dat hij normaliter, de gekregen spullen verloot onder de jonge moeders. Vanwege het grote aantal schoentjes, is er nu genoeg voor iedereen. Later op de dag of in de week zal het naar behoefte worden uitgedeeld. Wèl worden alle schoentjes tentoongesteld, zodat we foto’s kunnen maken en alle jonge moeders vast kunnen zien, wat er is binnengekomen. Pennen en (kleur-)potloden gaan later naar de leslokaaltjes, want er is nu les. We maken een wandeling naar 2 externe ‘slaapkampen’, waar de moeders en de baby’s slapen. Ook kijken we op het terrein even bij opvangplaatsen die zijn ingericht voor de wat oudere kinderen van moeders die werk hebben gevonden. Die kinderen krijgen peuteronderwijs in 3 minilokaaltjes onder de golfplaten aan de zijkanten van de stalen containers waarvan het hele project gebouwd is. Dianne is de steun en toeverlaat van de oprichter. Zij helpt hem waar ze kan met raad en daad. Schrijnend is de situatie die ontstaat, als er een vrouw met een kindje op haar rug bij de poort staat. Ze smeekt of ze alsjeblieft naar binnen mag. Helaas is er geen plaats meer. De opvang is vol. Ze wordt echter niet zonder meer weggestuurd en men gaat andere hulp voor haar bedenken.

Na dit bezoek zijn we gelijk van een heleboel bagage verlost. We gaan op zoek naar schriften. Die willen we kopen van het geld dat Maaike gespaard heeft van de verkoop van kleine dingen via Marktplaats en wat ze via div. mensen als gift gekregen heeft. Het valt niet mee om schriften te kopen. De prijs die we volgens D moeten betalen is 5 Birr, maar men vraagt 6. Waar heb je het over zal iedereen zich afvragen maar 1 Birr (4,4 euro cent) is toch geld. Demis en Dianne vinden 6 Birr te duur en uiteindelijk vinden we na een aantal pogingen, een stalletje dat schriften voor 5 verkoopt. We kopen zijn hele voorraad. Wanneer we naar een volgende school gaan, maken we een andere winkelier weer gelukkig. Bij een bank wisselen we nog wat geld (want op het vliegveld was men uitverkocht) en halen we een paar pakken bankbiljetten van 1 Birr voor de fooien. Terug in het hotel blijkt er geen stroom te zijn. We worden naar binnen geloodst en op onze kamer krijgen we een kaars en samen met onze eigen waxinelichtjes is het bijna knus. Na een tijdje krijgen ze het noodstroomaggregaat aan de gang en dat betekent, dat er gekookt kan worden. We eten een smakelijke pepersteak die in de verste verte niet op een pepersteak lijkt.

Dag 03 – do 14/10: Addis Ababa naar Debre Libanos (bezoek schooltje)

03-17 Met zijn allen duiken ze de camera in

Vannacht beter en langer geslapen. Dit keer heeft Maaike de meeste last gehad van de honden die buiten urenlang blaffen. We hebben een koude douche. Het blijkt dat we de boiler hadden moeten resetten na de stroomstoring van gisteravond. Hetzelfde ontbijt en is D weer netjes op tijd.

Op het kantoor van Eth. Impress. wordt alles wat verder mee moet, ingeladen. Gerard gaat mee naar de school in Sululta. We worden daar bestormd door de kinderen die net allemaal buiten zijn. Bij de directie volgt de kennismaking en hier geven we de schriften, 1000 pennen, potloden, kleurpotloden, puntenslijpers etc. Ze zijn er erg blij mee. Er volgt een rondleiding in de oude en de nieuwe school met daarin de peuters. Tot slot de lokalen voor de oudere jeugd. Er is hier behoefte aan alles. Gerard begeleidt dit project en geeft nog wat instructies die ze willen opvolgen in ruil voor wat zaken die hij weer gaat proberen te regelen. We maken een berg foto’s van de kinderen en nemen afscheid van Gerard en dan begint onze trip echt. We zijn inmiddels een kilometer of 20 ten noorden van Addis.

We maken een stop bij een lokaal huisje van een boer waar we binnen mogen kijken. Mensen en dieren wonen in een ruimte/hutje slechts gescheiden door een houten afschot. De beesten staan binnen tegen de zon, terwijl het eigenlijk helemaal niet zo heet is. Met 25 graden houdt het wel op. Het waait wel lekker. We rijden door en de volgende stop is bij een uitzichtpunt, waar we gelijk bestormd worden door kinderen met gevlochten doosjes in allerlei kleuren voor ca.1,5 euro. Leuk, maar wat moet je ermee? We kopen een schaaltje, zodat zij weer een paar ‘Birren’ hebben voor vandaag. We volgen de Bahir Dar Road om uiteindelijk bij het klooster en kerk van Debre Libanos aan te komen. Het is wat te vroeg voor kerkbezoek en we gaan eerst naar het museum.

Er zijn regels die de toegang ontzeggen aan menstruerende vrouwen of, echtparen die kort geleden sex hebben gehad. We pleiten onschuldig te zijn we krijgen een gids mee die ook monnik en aankomend priester is. In verstaanbaar Engels legt hij uit wat ze hebben verzameld. Het is wel grappig en redelijk interessant, maar niet zo heel spectaculair. Daarna beklim ik met D het pad naar de oorspronkelijke kerk tegen en in de rotswand. De kluizenaar die daar woonde heette Thekla Haymanot. Hij mediteerde er zo lang, dat een van zijn benen afstierf. Vervolgens stond hij 7 jaar op 1 been. Deze heilige plek bestaat uit een soort ondiepe grot van ca 10 m diepte, waarin water naar beneden druipt. Nuchtere Hollanders zeggen dan dat het gewoon druipwater is, maar hier beschouwt men het als heilig water met geneeskrachtige gaven. Het wordt in blauwe plastic vaten, bakjes en oranje teiltjes opgevangen en dat zijn er veel. Niet veel kerken hebben zo’n interieur als dit . ‘s Morgens komen gelovigen naar boven om wat water op te halen om gezond en gezegend te blijven. Het is een hele klim erheen. Het is goed dat Maaike de klim niet zag zitten en ze heeft zo intussen haar eigen excursie gedaan naar het lokale toiletgebouw. Ook bijzonder en leerzaam. Echter niet in woorden uit te drukken hoe vies het was. D en ik bezoeken boven de holwoning van de monnik die de kerk tegenwoordig bewaakt en direct naast de grot ligt. Hij zegent D en mikt vervolgens een handvol heilig water in zijn gezicht. D vindt het geweldig en kust de deurposten en slaat kruisen dat het een lieve lust is. Onze reis zal dus ongetwijfeld vanaf nu, buitengewoon voorspoedig verlopen.

Beneden teruggekeerd vinden we Maaike in de auto die daar zit te lezen en bij te komen van haar excursie. We wisselen ervaringen uit en ik prijs in gedachten mijn door de natuur geschonken apparatuur om te kunnen plassen. De kerk is inmiddels beschikbaar voor ons bezoek. Als we binnenkomen staat deze blauw van de wierookdampen wat net tijdens de dienst is gebruikt. Schoenen uit en er volgt een uitleg over de afbeeldingen van de glas-in-loodramen. In het koepelgedeelte zijn een groot aantal kleine, vierkante glas-in-loodramen wat erg mooi is. Je kan ze niet allemaal fotograferen maar een aantal wordt vereeuwigd. We krijgen beschrijvingen van de schilderijen en de plek waar Haile Selassie en waar zijn vrouw zaten. Uiteraard gescheiden, want mannen en vrouwen moet je, zeker in een kerk, niet door elkaar heen zetten. Waarom dat is, heeft nog nooit iemand me kunnen uitleggen. Als we helemaal geüpdate zijn over alle kinderachtig aandoende schilderijen, vinden we D weer in zijn landcruiser. We volgen de weg terug waarlangs we allerlei mensen zien met diverse gekleurde dekens of kleden om. Geel is de kleur van de vrede, zwart van de droefenis en blauw van de ontwikkeling. Combineren van de kleuren is uit den boze. Je kan je blijkbaar niet ontwikkelen en er vrede mee hebben.

Slecht 4 km verder is het hotel . Het ligt fantastisch. Aan de rand van een dal met een geweldig uitzicht. In kleinere hutten zijn de kamers. Het restaurant is een grote ronde hut met een rieten dak. We nemen een biertje en gaan dan op weg naar de Portugese brug. Deze dankt zijn naam aan de opdrachtgevers de Portugezen die begin 17e eeuw nogal invloed hadden op de toenmalige keizer Susneyosen en zijn hof. Later zullen we meer van dergelijke bruggen tegen komen.  Deze is over een dal met riviertje dat in de regentijd een grote rivier is en aansluitend een waterval. Erg leuk om te zien en als wie iets verder lopen zien we bavianen die langs de rotswanden klimmen en geen enkele vorm van hoogtevrees hebben. We hadden een andere soort bavianen ook al vlakbij de kerk gezien. Deze Gelada-bavianen zijn prachtig om te zien met hun dikke haar en hun rode hart op de borst. Ze komen op 2 plekken voor en alleen in Ethiopië. Ze zijn niet gevaarlijk en eten gras. Heel apart voor een apensoort.

Onze hotelkamer is ruim, met een balkonnetje en een fantastisch uitzicht over het dal. Er is wat geklungel met het toilet, maar dat krijgt men aan de gang. We spreken af om tussen 18.00 en 18.30 uur te gaan eten en bestellen maar vast injera. Spaghetti kunnen we altijd nog nemen. Het blijkt dat we de enige gasten zijn. Er is een gitzwarte Ethiopiër aanwezig in de vorm van de baas/eigenaar. Hij heeft 38 jaar in Duitsland gewerkt (restaurant aan de Bodensee) en is 4 jaar geleden hier met niets begonnen. Hij doet zijn uiterste best om te vragen of alles in orde is en biedt ons zelfs een likeurtje van het huis aan. Het is duidelijk dat Gerard gebeld heeft over klachten van de vorige gasten. Zij werden vriendelijk verzocht niet na 17.00 uur te komen, want dan was er geen personeel meer. Dat is nu niet het geval en we mogen zo lang blijven als we willen. Echt gezellig is het niet. De injera, die we voor het eerst eten, bestaat uit een stuk of 7 schaaltjes met verschillende sausjes al dan niet met vlees of bonen en variërend in scherpte. De injera is een soort pannenkoek die qua smaak het midden is tussen een spons en een aanrechtdoekje en heel snel uit elkaar valt. Gelukkig is er een soort brood bij dat wel aardig te eten is. Met koffie, thee en een paar  likeurtjes, houden we het snel voor gezien. Op de kamer hebben we ineens geen water meer en dat is vervelend als je net weer van de injera verlost bent. Uiteindelijk krijgt de restaurantman het water weer aan de gang. Vervolgens verandert de badkamervloer langzaam in een vijver, maar de stortbak blijft leeg. Na wat gerotzooi in de bak krijgen we ook dat weer goed en kan de injera-productie weggespoeld worden. Daarna het zelfde gedonder met de stortbak, maar als je eenmaal weet waar het euvel zit is het snel opgelost.

Dag 04 – vrijdag 15/10: Debre Libanos naar Bahir Dar

Het bed: ruim en keihard; De dekens: voldoende. De nachttemperatuur: laag. Om 06.00 uur blijkt de stortbak van de wc leeggelopen te zijn en er is geen water om hem opnieuw te vullen. Vervelend op z’n zachts gezegd. Er is echter wel warm water omdat dat uit een zonnecollector komt die buiten staat. Maar het warm water zit niet op de stortbak van het toilet aangesloten. Om 6.30 uur staan we op. De situatie is onveranderd. Ik besluit maar onder de warme kraan van de douche te gaan staan tot het water zo heet is dat het zeer doet. De kraan even dicht, het water in de leiding laten afkoelen en dan weer onder de straal. Maaike neemt het risico niet en wast zich bij de wastafel ook met bloedheet water. Wanneer we gaan ontbijten (op de afgesproken tijd tussen 7.00 en 7.15 uur) blijkt iedereen nog te slapen. We kloppen en beuken wat op de metalen deuren. Echter zonder resultaat. Na een kwartier komt er plotseling een figuur, met zijn capuchon op vanwege de kou, vanaf boven aangerend en maakt de deuren en luiken open. We gaan maar even op een bankje buiten van het uitzicht genieten. Als hij komt vragen hoe we ons eitje willen en we zeggen: “Doe maar eens gekookt”, betrekt zijn gezicht en zegt dat dàt wel een poosje kan duren. Als we dan om een omelet vragen is het probleem opgelost en kan dat snel. Als D komt moeten we nog aan de goor uitziende omelet beginnen. Hij vindt het geen probleem dat we nog niet bepakt en gezakt klaar staan (is hier al aan gewend). Als we alles optellen wat we gistermiddag dronken , het diner en het ontbijt gaan afrekenen, zijn we in totaal € 7,50 kwijt. Tja,….! We krijgen een soort emmer mee met water om door het toilet te keilen en de volgende emmer gaat er met heet water achteraan. Het is jammer dat het zo slecht onderhouden en geleid wordt, want het is een fantastisch plekje. Als het zo doorgaat is er over een paar jaar niets meer van over.

In deze fase van de reis verbazen we ons nog dat er overal zoveel mensen lopen. Langs alle wegen en in de dorpen, overal zie je mensen lopen met of zonder dieren. Af en toe grote groepen geüniformeerde schoolkinderen, die soms hele einden moeten lopen voor ze op school zijn. Openbaar vervoer is er bijna niet, fiets hebben ze niet of zelden en ook geen auto. Minibusjesvervoer is er wel, maar niet op alle dagen en niet heel frequent. Dus iedereen die ergens heen wil zal moeten lopen en dat doen ze langs de weg. Bovendien is de weg, zo vertelt D, de ontmoetingsplek voor ‘social talk’ van de bevolking van het achterland. Bij de Nijlkloof moeten we1300 meter afdalen, een moderne brug over de Blauwe Nijl nemen en dan aan de andere kant weer omhoog. De weg en de brug zelf, zijn gebouwd door Japanners. Zij doen ook de reparaties, want af toe bezwijkt de berg en vernielt hij de weg. Tijdens de afdaling hebben we een fotostop en natuurlijk weer een jongetje. Dit keer met schelpjes uit de Nijl. We kopen er eentje om van hem af te zijn. Het volgende jongetje blijkt Engels te spreken en vertelt in welke klas hij op school zit. De vraag waarom hij op dit moment niet op school zit, verstaat hij niet. Later komen we erachter dat scholen vaak in 2 ‘shifts’ werken omdat er gewoon niet genoeg ruimte is voor alle leerlingen tegelijk. Maaike maakt een foto van hem, die we als test uitprinten op het miniprintertje. Hij is er erg blij mee en het is zijn eerste foto die hij van zichzelf heeft. Rond het middaguur eten we in een restaurant. Maaike heeft een spies waarvan ze ernstig het vermoeden heeft dat die in het frituurvet heeft gezeten waarin ook vis is gebakken. En als er 1 ding is waar ze absoluut niet van houdt, dan is dat vis. En ik neem een pepersteak die opnieuw goed smaakt, maar zeker geen steak is. Zowel de steak als de spies bezorgen ons de rest van de middag flinke winderigheid. We rijden verder en komen langs eindeloze velden met teff. Dit is een graansoort waarvan ze injera (een soort zure, sponsachtige pannenkoek) maken. Deze teff ziet er uit als jong, mals gras en moet nog 2 maanden groeien voordat het geoogst kan worden. Het landschap is mooi, heuvelachtig, groen met daarin veel koeien, ezels (voor transport) en geiten. Ook wel paarden maar niet veel. Opvallend is dat alle dieren niet echt groot zijn. Zo met ons tweetjes met chauffeur bevalt het ons tot nu toe uitstekend. Je hebt de tijd aan jezelf, binnen de grenzen van afstand die afgelegd moet worden.

In Bahir Dar krijgen we een mooie kamer in het Summerland hotel. De stroom is pas 2x uitgevallen, maar daar kan het hotel vermoedelijk niets aan doen. Hier waren we op voorbereid en de zaklampen en waxinelichtjes hebben we niet voor niets meegenomen. We eten redelijk goed bij de buurman een paar blokken verder op. Het is geen vakantie waar we veel van zullen aankomen (dit zal voor het eerst zijn). Anderzijds valt het niet mee om van je geld af te komen. Inmiddels zitten we weer zonder stroom en is het gaan onweren.

 Dag 05 – za 16/10: Bahir Dar (Blue Nile Waterfall + boottocht Lake Tana)

Een goed hotel. Vandaag een tocht op Lake Tana. Het meer is vlakbij. D zet ons af bij de bootjes en regelt zijn vriend (of course!) als gids en verder alle toegangen. We varen over een enorm meer en zien geen enkel nijlpaard. De eerste stop is op een schiereiland met daarop een klooster. Het is een eind varen. Voor ons varen 2 bootjes, soortgelijk aan die van ons. Maaike zegt voor de grap dat het misschien wel Nederlanders zijn die met Fox Reizen. Als we op het schiereiland aankomen, stappen zij ook net uit. Inderdaad, het zijn allemaal rasechte Nederlanders. En dan komt het…. Laat er nou net een echtpaar in zitten, waarmee we vorig jaar de reis naar India hebben gemaakt. We staan met open mond te kijken. Dit is gewoon niet te geloven. Ten eerste dat het de eerste Nederlanders zijn die we hier in Ethiopië tegen komen en dan ook nog mensen die we kennen. Wat is de wereld klein! We schudden handen maar onze gids roept dat we snel verder moeten (voordat de Fox groep in het klooster aankomt). Het gaat langs een pad langzaam omhoog en af en toe zijn er kraampjes voor de souvenirs. Het zijn toeristenprijzen en hoewel het nog goedkoop is, is het veel duurder dan normaal. We kopen uiteindelijk een klein papyrusbootje, want we weten zelfs niet, waar we de souvenirs uit vorige reizen moeten laten. Het oorspronkelijke klooster met het ‘heilige der heilige’, is een rond gebouw met 3 ringen. De buitenste ring voor de kijkers, de middelste ring voor de hoger geplaatsten en de binnenste ring is alleen toegankelijk voor priesters en soortgelijken. De binnenste ring is eigenlijk een vierkant, dat aan de buitenzijde helemaal beschilderd is met schilderijen die een paar honderd jaar oud zijn en in wonderlijk goede conditie. Het zijn natuurlijk allemaal Bijbelse voorstellingen. Sommige schilderijen zijn overgeschilderd in de 18e eeuw. Er zijn dus ook 4 deuren die naar het binnenste toegang geven. Die deuren zijn ook helemaal beschilderd. In het binnenste staat een kopie van de ‘Ark des Verbonds’ met daarin de stenen tafelen. Deze ark staat hier op vele plaatsen natuurlijk. De gids weet alle namen van de figuren op de schilderijen en wat voorstellingen zijn, terwijl hij zelf geen enkel geloof aanhangt. Wij geloven alles wat hij verteld. We lopen hetzelfde pad weer terug naar de boot en passeren dezelfde de kraampjes. We varen naar het kleinste eiland waar we op de heenweg langs zijn gevaren. Hier leven zowel mannen en vrouwen als monnik. Ze hebben ook een zelfde soort kerk/klooster als op het schiereiland, alleen veel kleiner. Hier is ooit brand geweest en zijn de schilderijen opnieuw gemaakt. Tot slot maken we een de tocht naar de plek waar het water het meer verlaat en de Blauwe Nijl begint. Hier kun je ‘s morgens om 6.00 uur nijlpaarden vinden. Wij zien er nu dus geen een. Terug op de plek waar de bootreis begon staat D ons op te wachten. Hij is op bezoek geweest bij een vriend die hier in de gevangenis zit. Hij brengt ons naar het hotel waar we vlug wat eten.

Om half 3 haalt hij ons op voor het bezoek aan de waterval van de Blauwe Nijl. Eerst 35 km gravelroad en heel veel lopende mensen langs deze weg. D ‘dumpt’ ons samen met een lokale gids bij het begin van de wandeltocht naar de waterval. Vlug pakken we een plaatselijke markt mee(gaat bijna dicht). Men verkoopt hier zijn de handel vanaf de grond en het ziet het er een beetje Koninginnedagachtig uit, alleen dan zonder speelgoed.

Het is een aardige wandeling naar de waterval. Een afdaling, een berg op en dan weer wat naar beneden. De waterval is fantastisch. Er is veel water, want de hydro-centrale staat uit en we zijn hier net na het regenseizoen. Een oorverdovend geluid. En dan……….. ja hoor, daar komen we de Fox groep weer tegen. We wisselen vlug het adres uit met de bekenden van de India reis. D zet ons weer netjes bij het hotel af en we spreken af vanavond naar een plaatselijke bar te gaan. Hier worden de traditionele ‘schouderdansen’ worden uitgevoerd en het publiek wordt een beetje in de maling genomen.

Als D om 20.00 uur komt hebben we net gegeten. We zitten we in het donker wegens een ernstige stroomstoring. Hierdoor is het hele stadje in het duister gehuld. Dan heeft de ‘dancing’ ook geen zin. We gaan eerst maar wat drinken in het restaurant waar we net vandaan kwamen (hier is licht van een noodaggregaat). Als er net na 21.00 uur weer stroom is gaan we alsnog naar de bar. Deze bestaat uit een ruimte van ca 5 x 5 meter, waar mensen in rijen naast elkaar op van alles en nog wat zitten (kratjes, krukjes, zadels etc. Er is nog een smal pad over wat van voor naar achter door de ‘zaak’ loopt en hierin wordt opgetreden. Een vent met een 1-snarig instrument (soort fiedel/viool) speelt en zingt en er wordt gedanst. Dit dansen bestaat uit een beetje huppen en met je schouders  ‘shaken’, Terwijl er gedanst en gespeeld wordt, komen er gewoon mensen binnen, gaan mensen weg en wordt er drank rondgebracht (vnl. bier).De groep bestaat uit 2 mensen met zo’n fiedel en 3 in wit geklede vrouwen. In korte liedjes nemen ze de gasten in de maling. Omdat wij blanke buitenlanders zijn, zijn wij natuurlijk hèt doelwit. We verstaan er niks van. We worden regelmatig gevraagd om mee te dansen. “Nee”, zeggen heeft geen zin en we laten het allemaal maar gebeuren. We ‘shaken’ onze schouders en huppen mee. Het is een bijzondere en simpele manier van amusement die, zoals het eruit ziet, waarschijnlijk oud is. Na 22.00 uur wordt het rustiger, want dan gaan veel mensen naar modernere bars. De mensen die opgetreden hebben willen graag een foto van zichzelf. We beloven die te zullen uitprinten en morgenochtend even langs te brengen. Na een paar dagen wordt bevestigd wat we al dachten: We hebben het tot nu ontzettend met hem getroffen. Een chauffeur/gids met wie we veilig op stap zijn. Zeker in het verkeer hier, waar iedereen op de weg loopt en niet uitkijkt (volwassenen, kinderen, paarden, koeien, ezels, geiten, honden, katten, kippen……). Vooral hier op zaterdag, waar de meeste mannen dronken zijn en proberen naar hun eigen huis/dorp te komen. D weet veel over de mensen, de cultuur etc. Verder is D van alle markten thuis. En elk onderwerp is bespreekbaar en hij spreekt behoorlijk goed Engels..

Dag 6 – zo 17/10: Bahir Dar naar Gorgora

Vandaag een betrekkelijk korte route om het Lake Tana heen naar Gorgora. We hoeven dus niet vroeg weg en houden we ons gemak. We zijn snel Bahar Dar uit en na een tijdje komen we in een enorme vallei die volledig vlak is. En omdat hier zoveel water is, wordt er rijst verbouwd. Wanneer we stoppen voor een foto, komen er van alle kanten kinderen aan gerend. Ze rennen echt hun benen uit hun lijf en laten vallen waarmee ze bezig zijn. Ze steken de weg over zonder goed uit te kijken en komen zelfs door een sloot. Uiteindelijk zijn er 18 en hun aantal groeit nog steeds. Dan maken we nog foto’s en m.b.v. ons printertje maken we kinderen blij die zichzelf nog nooit op een foto gezien hebben.

Na de vallei gaan we weer de bergen in. De fotostop wordt herhaald op andere momenten, maar met dezelfde gevolgen. Weer foto’s en weer een stel blije kinderen (en ook volwassenen). Je snapt werkelijk niet waar ze vandaan komen. Het laatste stuk weg is gravelroad en het allerlaatste stuk naar de lodge van Tim en Kim is nog veel minder dan ‘road’.

Het ziet er leuk uit met 7 hutjes en een restaurant en het geheel ligt vrijwel aan het meer. We drinken even een kop thee als welkom. Dan is het tijd voor de slaapplek-inspectie. Er staat echter, in tegenstelling tot wat we dachten te hebben afgesproken toen we deze reis boekten, een iglotentje voor ons klaar onder een afdak. In de tent een strak opgemaakte matras en 50 meter verderop een hutje met 2 toiletten (met emmer water om door te spoelen) en een wastafel zonder stromend water zonder verlichting. Wij meenden aangegeven te hebben, dat we niet wilden kamperen tijdens deze reis. We zijn overdonderd. Waar laten we onze koffer? Blijkbaar buiten, want ze passen in ieder geval niet in de tent. We besluiten even te gaan overleggen. Het blijkt dat de 7 hutjes nog lang niet klaar zijn. Er is dus wat fout gegaan en we gaan even telefonisch ruggespraak te houden met Gerard. Intussen belt Tim met D, die al weggegaan was, of er in zijn hotel in Gorgora zelf plaats is. D regelt dat direct en belt terug dat het kan. We laten ons weer ophalen door hem en zeggen gedag aan Tim en Kim. Wij nemen hun niets kwalijk, maar blijkbaar is Gerard er vanuit gegaan dat in de tijd tussen onze boeking (vrij vroeg) en ons bezoek de hutjes allang klaar zouden zijn. ( Later blijkt dat Gerard het bericht over “ niet kamperen” waarschijnlijk niet ontvangen heeft). Het hotel heeft een appartement met 3 slaapkamers en een badkamer. We kunnen kiezen want we mogen het hele zooitje gebruiken. Het is allemaal vreselijk verwaarloosd, maar goed bruikbaar. Er is een hele troep vrouwen bezig om het wat toonbaar te maken. Vrijwel alles werkt behalve het warm water. Daar brengt D verandering in door knetterend en vonkend 2 koperdraadjes tegen elkaar te drukken in de natte cel. Met wat geluk hebben we morgenochtend warm water. We eten in een enorme zaal met alleen ons drietjes als gast . De keuze valt op spaghetti en D neemt injera met vlees. Inclusief 3 bier, een cola, een Mirinda (sinas), 2 thee en 2 flessen water zijn we vijf euro kwijt. Tja, dan kan je nog eens uit eten nietwaar?

Dag 07 – ma 18/10: Gorgora (boottocht naar ruïne + bezoek schooltje)

07-19 Dit groepje is niet bij ons weg te slaan.

Tot mijn verbazing ligt het bed perfect. We hebben beiden lekker geslapen. De lokale muziek en de bijbehorende danspartij, net buiten onze kamer, was gisteravond om half elf afgelopen. Daarna is het stil gebleven. Er is inmiddels ook warm water. Alleen is er niet genoeg druk in de waterleiding om het water met een redelijk straaltje uit de douchekop te laten komen. Je moet de slang heel laag houden wil er warm water uitkomen. Koud water is geen probleem en bij de wastafel ook niet. De wastafel moet je niet vasthouden, want hij staat los op de zuil. We ontbijten samen met D die om een hem onduidelijke reden, minder goed geslapen heeft. Vandaag heeft hij een boottocht geregeld, omdat we anders niks te doen hebben. We krijgen een kapitein en een overheidsbootje met buitenboordmotor.

Eenmaal op het meer blijken er talloze eilandjes te zijn, al dan niet bewoond door een visser of voorzien van een kerk of klooster. Uiteindelijk komen we bij een eiland, met daarbovenop een ruïne van een ‘paleis’. Bij het aanleggen zit er een gids/bewaker klaar en begint een tocht naar boven, over een smal pad vol keien en voorzien van de nodige steekplanten. We moeten af en toe flink rusten, want Maaike heeft erg last van de klimpartij. Bijna boven is een piepkleine gemeenschap met veel kinderen en nog meer bewakers. Van het paleis is vrijwel niets over nadat de Italianen het in puin geholpen hebben. De ruïne ligt echter mooi en strategisch met uitzicht over het meer aan de ene kant en als je op een toren had kunnen staan, had je Gondor kunnen zien. Op het hoogste punt krijgt Maaike ineens een vreselijke benauwdheidaanval en maakt haar hart overuren. Ze heeft het gevoel geen adem meer te kunnen halen en het doet erg pijn op haar borst. Met wat water in- en uitwendig, rust en wat ondersteuning komt ze langzaam weer bij met tranen in haar ogen van schrik. We rusten en lopen dan langzaam terug. Eerst was er het voorstel om de lokale ambulance te gaan regelen. Dit betekent: 4 mensen die van een paar houten palen en doeken een soort brancard maken en haar dan vervolgens helemaal naar beneden tot de boot dragen. Dit wil Maaike absoluut niet. Onder een boom is iedereen aangedaan door het gebeurde. Zelf is ze ook behoorlijk geschrokken. Nadat ze weer wat bijgekomen is, wordt ze goed door de lokale bevolking in de gaten gehouden. Om te bewijzen dat het wat beter met haar gaat, maakt ze zittend van iedereen foto’s. We worden eerst uitgenodigd om hun woning (lees hutje) te bekijken. Tjonge jonge. Het is armoe troef. Hoe durven wij ook nog maar ergens over te klagen. Er wordt een Kalashnikov uit een van de hutten getoverd, want die moet en zal vereeuwigd worden in een krijgshaftige houding. We beloven de fotosessie uit te printen. Die foto’s worden door de kapitein bij het volgend bezoek met zijn bootje aan het eiland, meegebracht. Vervolgens loopt het hele regiment mee tot aan het water. Dan stappen we met veel gezwaai in de boot voor de terugreis. Ze zijn uiterst vriendelijk, aardig en beleefd en zo arm als Job. Op de terugweg wordt door de 25 pk Evinrude wat geprotesteerd, maar we komen toch weer aan bij ons hotelletje.

We komen schoolkinderen tegen die met een hoepel (lees: oud fietswiel) aan het spelen zijn. Ze zijn niet bij ons weg te slaan. We maken een groeps-/familiefoto (printen we later op dag als we weer op onze hotelkamer zijn, want we hebben wel elektriciteit nodig). De lunch is prima. Op het terras in de schaduw eten we gekookte groenten met aardappel, stukjes heel klein gesneden vlees en wit brood. Buiten het zicht van het personeel staat een meisje. Ze blijkt heel graag wat van ons brood te willen hebben. Natuurlijk geven we dat aan haar. Dan rent ze gauw weg, want de bewaker wil absoluut niet hebben dat ze daar staat. Het is vreselijk om te zien hoe blij ze is met wat stukken brood.

Daarna vertrekken we met een gids naar een orthodoxe kerk die speciaal voor ons geopend wordt. Het is een kerk uit de 14e eeuw en gebouwd volgens het ons inmiddels bekende systeem: van buiten rond en van binnen, in het midden, een vierkant met ‘Het Heilige der Heilige’ er in. De buitenzijden van het vierkant zijn weer geheel op katoen beschilderd met heilige afbeeldingen. Afbeeldingen uit zowel het oude als het nieuwe testament, veel onthoofdingen en vooral veel duivel, hel en verdoemenis. Groot is altijd Rafael en St. George, die hier zo’n beetje zijn 399ste draak aan het doden is. Het naar hem genoemde bier smaakt overigens heel best.

We lopen naar het dorp waar D ons oppikt en we de plaatselijke school gaan bezoeken. Ongeveer 750 leerlingen krijgen hier les in 2 ‘shifts’. ‘s Morgens de ene helft en ‘s middags de andere helft. Er worden 2 compleet nieuwe gebouwen gebouwd, alleen is er nog geen geld voor dakplaten en interieur. We bezoeken de oude school die aan de buitenzijde lijkt op dierenverblijven in slechte staat. Het zijn donkere holen (geen elektra) van 4 klassen per gebouwtje. Iedere klas heeft ongeveer 70 kinderen, 3 in een bankje. Als we een klas betreden gaan alle leerlingen netjes op commando staan en ook weer op commando zitten. We zeggen wie we zijn en we krijgen een paar vragen te beantwoorden. Leuk, maar we voelen ons wel wat opgelaten nu we zo in de schijnwerpers worden gezet. Desalniettemin is het bijzonder om te zien, hoe gedisciplineerd het er aan toe gaat. Dit zijn kinderen die heel graag willen leren. Sommigen moeten minstens 1 ½ uur lopen om een dagdeel aan les te kunnen krijgen. In de klas waar Engels gegeven wordt, kunnen we de leraar Engels nauwelijks verstaan en hij ons niet. D vertaalt in het Amhaars. Deze leraar wil niet dat er een foto wordt genomen. Maar daar is D het niet mee eens. Hij gaat dan ook terug de klas in en vertelt in duidelijk Amhaars wat hij van de houding van deze leraar vindt, want we brengen een hele lading balpennen en potloden mee voor iedereen op deze school. Het lucht D zichtbaar op. Verder kijken we bij de nieuwbouw waar veel werk wordt verzet door vrouwen die volgens de directeur harder werken dan mannen. De opzichter loopt met zijn handen in zijn zakken rond.

De school gaat uit en we krijgen een staaltje ouderwetse discipline te zien. Iedereen moet zich rustig opstellen in rijen. Als iedereen staat, doet de directeur zijn woordje. Daarna zingen ze allemaal een (plaatselijk) volkslied lied, terwijl de vlag gestreken wordt. Daarna mogen steeds 2 rijen vertrekken en dat moet rustig en ordelijk. En zo gebeurt het ook. Misschien gaan we het ooit weer beleven in Nederland een beetje opvoeding, discipline en respect. Hier in Ethiopië, een straatarm land, hier komen idiote opmerkingen, gebaren of anderszins vervelende dingen veroorzaakt door de jeugd, echt niet voor.

Terug in het hotel zijn we lange tijd aan het printen, maar uiteindelijk is iedereen blij met zijn foto. De meeste foto’s moeten in de komende dagen nog gedistribueerd worden naar de juiste mensen, maar D kent deze mensen, dus dat gaat ongetwijfeld goed komen. Op de school zagen we een jongen van een jaar of 16 op zijn handen lopen, omdat zijn benen verlamd zijn. Zijn buddy draagt zijn tas. Tijdens het printen van de foto’s besluiten we voor deze knaap een rolstoel te kopen. Voor een, voor ons, relatief klein bedrag kunnen we misschien zijn leven een klein beetje verlichten. Hoewel de wegen, de paden, de toegang tot gebouwen, kortom het hele leven niet is berekend op rolstoelen kan het volgens D toch helpen en heeft het wel degelijk zin. Iedereen zal volgens D deze jongen met rolstoel altijd helpen, als hij zelf een hobbel niet meer kan nemen. We overleggen met D en die denkt dat het een goed plan is. Hij begint gelijk met de manager van het hotel plannen te maken hoe die rolstoel hier bij die jongen kan komen. Vervolgens begint D volop met het bedanken voor de rolstoel, maar daar moet hij niet te lang mee doorgaan. Eerst nog dat ding kopen, dan moet die jongen hem nog krijgen en er wat mee kunnen anders is het nog niks. Maar zoals D zegt: er is meer dan genoeg ellende en je kunt niet iedereen helpen, maar dat is geen reden om helemaal niets te doen. Vermoedelijk kunnen we morgen in Gondar een rolstoel kopen. Zo ja dan brengt een vriend van D, die in Gondar woont, de rolstoel hier naar het schooltje in Gorgora. Lukt het morgen niet, dan bellen we met Gerard. Hij kan dan vast in Addis kijken. Zodra er weer een gids met toeristen hier naar Gorgora rijdt, kan hij die vast meenemen.

Dag 08 – di 19/10 Gorgora naar Gondar (kasteeltjes Gondar + Fasil Bath)

In Ethiopië is het vandaag 9 oktober 2003. In Ethiopië heeft men een andere jaartelling. En omdat men op 11 september Nieuwjaar viert, zijn de dagen, de nummers van de maanden en jaren wat verschoven. Ook de tijden op een dag zijn anders, zoals beschreven bij dag 00 in dit verslag.

We beginnen de dag met opnieuw een bezoek aan de school, waar we gisteren de half verlamde jongen zagen. Omdat we ons alleen kleine projecten ten doel gesteld hebben (in dit geval een rolstoel voor deze knaap) gaan we hem ons plan meedelen. Hij is erg blij zegt hij, maar waarschijnlijk kan hij het pas echt geloven als de rolstoel er is. We willen een foto van hem maken. Het liefst wil hij een foto van zichzelf hebben waarbij hij in zijn eigen klas zit. Zo zal het gaan gebeuren. Ook in deze klas krijgen we een groot onthaal. De leerlingen mogen wat vragen aan ons stellen en omgekeerd. De klassenfoto wordt gemaakt en dan printen we die voor hem uit (op de sigarettenaansteker van de auto). Dat uitprinten en het resultaat is steeds weer een succes. Foto’s en pennen zijn hier welkom. Zijn zus neemt de foto’s voor hem mee als hij op zijn handen de weg op naar boven loopt/kruipt (al 16 jaar). We geven hem een hand en nemen afscheid. We hopen hem, door hem deze rolstoel te geven, een mogelijkheid te bieden zich iets makkelijker en menswaardiger te kunnen bewegen. Ook het bouwvakmeisje is blij met haar foto (gisteren gemaakt) en ze komt van het dak af om Maaike speciaal te bedanken, zo blij is ze met de foto. Na al die bedankjes en blije gezichten voelen we ons opgelaten, want wat hebben we nu eigenlijk gedaan?

We rijden zwijgzaam de 50 km gravelroad terug en nemen dan de afslag naar Gondar. Het is maar een klein stukje. We pikken een lokale gids op, die natuurlijk ook een vriend van D is, en gaan dan naar Gondar Castle. Tot nu toe hebben we vrijwel geen toerist gezien en nu komen we ze regelmatig tegen. Ze zijn niet moeilijk te herkennen tussen deze donkere mensen. Gondar Castle wordt overigens ook door veel Ethiopiërs bezocht. Het is een terrein van ca 7 hectare in de stad, waar in de loop der tijden steeds een kasteel bijgebouwd is. Overgrootvader is begonnen met een redelijk groot kasteel, zoon, kleinzoon, achterkleinzoon en achter-achterkleinzoon bouwden op het zelfde terrein hun eigen bouwwerk. Toen de laatste stierf bouwde zijn vrouw tot slot kasteel nr 6 en zij regeerde er nog 25 jaar. In de tuin waren kooien met leeuwen. De laatste leeuw is gelukkig in de jaren 90 naar een hopelijk beter onderkomen in Addis verhuisd. De gids doet zijn best om onze aandacht vast te houden, maar we vinden het na 2 kastelen eigenlijk wel best. Na de excursie doen we boodschappen. We gaan proberen schriften te kopen voor de school, die we later in deze reis zullen bezoeken (tussen Lalibela en Dessie).

Vervolgens zet D ons af bij ons hotel en dat ziet er prima uit. De keuken is (net zoals in de andere hotels) niet zo heel erg uitgebreid gesorteerd, maar verder prima. We zijn tot nu nog nergens ziek van geworden. Zelfs niet van het bezoek aan een plaatselijke ‘bar’ in Gorgora (gisteren), waar we lokaal bier gedronken hebben. We kregen gelukkig een glas, maar de locals drinken het uit een leeg conservenblik. Het is grijs, ondoorzichtig, lauw en het smaakt afschuwelijk. Men vond het wel mooi dat we binnenkwamen om het te proeven. D gaat intussen nog wat speurwerk doen t.b.v. de rolstoel.

‘s Middags bezoeken we het beroemde kerkje ‘Debre Birhan Selassie’, met de opvallende plafondschilderingen van gezichten, waarvan de gezichtsuitdrukkingen allemaal anders zijn en die alle kanten uitkijken. In tegenstelling tot de meeste ronde orthodoxe kerken, is deze kerk rechthoekig, maar heeft wel weer drie afdelingen. Eén voor het volk, één voor de communie/ceremonieën en eentje met het ‘Heilige der Heilige’, met daarin weer de replica van de ‘Ark des Verbonds’. Het is een mooi, gezellig en vriendelijk ogend kerkje gebouwd ergens rond 1682. Van binnen helemaal beschilderd op lokaal katoen, wat na het beschilderen op de wanden is geplakt en nog steeds in goede conditie is. Alles is geschilderd door 1 monnik. Tot slot bezoeken we het bad-kasteeltje van Fasilides wat net helemaal gerenoveerd is op kosten van Unesco. Dit kasteeltje staat in een soort grote bak die tot 1,5 meter hoogte kan worden gevuld met water uit de rivier. Dat wordt dan gezegend door een priester en dat is dan ineens heilig geworden zodat men er in kan worden gedoopt. Wat een geluk toch dat priesters dat kunstje zo gemakkelijk onder de knie hebben gekregen.

Inmiddels zijn D en de gids op het spoor gekomen van een 2e hands rolstoel, maar na overleg besluiten we het toch niet te doen. Dit, omdat we liever een nieuwe hebben, liefst met een set reservebanden. Hier is 2e hands meestal 10e hands en mogelijk geen lang leven beschoren. Bovendien zitten we met een transportprobleem van Gondar naar Gorgora. Dat transport is niet gratis en we willen zeker weten dat die rolstoel ook echt in Gorgora terecht komt. We besluiten op advies van D toch maar met Gerard van Eth.. Imp. Tours te bellen. We vragen hem eens te kijken of er aan zo’n ding te komen is en dan kan die vanuit Addis mee met Tim en Kim of met een volgende tour van EIT. Gerard is niet verbaasd en belooft onderzoek in te laten stellen. Hij weet in ieder geval 3 adressen waar je een nieuwe kunt kopen. We horen nog hoe het verder gaat.Terug in het hotel drinken we een paar potjes bier en eten we een bijzondere ‘Gordon Bleu’. Net als we aan de thee zitten komt er een hele groep Nederlanders. Ze zijn met rosetta reizen. En, niet onbelangrijk: Maaike heeft net ontdekt dat er toch vlooien en/of bedwantsen zijn en is nu druk in de weer met een spuitbus met giftig spul. We proberen alle twee, om niet samen met de insecten, het loodje te leggen door de spuitbus.

Dag 09 – wo 20/10: Gondar naar Lalibela (bezoek schooltje)

09-12

Om 8.00 uur verlaten we Gondar met een dikke 360 km voor de boeg. We verlaten een prima hotel en we hopen dat we vanavond weer zo lekker slapen. Alleen was de klamboe wat te hoog opgehangen en waren er een paar vlooien, maar spuitbus met gif deed wonderen.

We rijden de eerste 130 km terug zoals we gekomen waren met nog even een blik op Lake Tana. Na een afslag gaan we de bergen in. Het blijft maar stijgen en er zijn fantastische uit- en vergezichten.

Onderweg zit ik me te bedenken dat het eigenlijk nog steeds zo is als 2000 jaar geleden. Er is weinig veranderd. De hutten zijn van stokken en van modder met soms mest inclusief grote delen van het interieur zoals banken, tafels en sommige kastjes. De deur en de ramen zijn van hout net als toen. Het enige wat nieuw is het golfplaten dakje dat veel hutten tegenwoordig hebben. De hutten worden nog steeds volgens de bouwmethoden van 2000 jaar geleden gebouwd. Stokken, stenen, modder/mest, stro. De modder en mest worden met de voeten met water gemengd en soms door een os. Nieuw is dat er soms elektra is. Verder is er een weg die breed genoeg is voor 2 auto’s om elkaar te passeren en die dient als route om langs te lopen en om elkaar te ontmoeten. De bevolking heeft geen auto, geen motor, geen brommer en geen fiets. Dus lopen ze. En dat doen ze langs en op de weg vaak vergezeld van hun dieren (schapen, ezels geiten, paarden en koeien). Dat was vroeger niet anders. Hun kleding is bij sommigen misschien iets veranderd. Soms hebben ze wat gekregen van mensen met geld. Vaak is het totaal versleten, vol met gaten, div. stoffen aan en door elkaar genaaid en smerig. Het landschap is ook net als vroeger, als je de brede wegen, de auto’s en de hoogspanningsmasten wegdenkt. De mannen hebben allemaal een houten stok die ze voor van alles gebruiken, maar die ook voornamelijk een symbolische functie heeft. Geen stok, geen man. Kinderen van een jaar of 4 drijven vaak in hun eentje langs de asfaltweg een kudde koeien en moeten zorgen dat die beesten aan de kant blijven en doorlopen.

Als je hier als kind kan lopen, dan kun je ook wat dragen en wat doen. Kinderen van 3 sjouwen met hun broertje of zusje van een paar maanden op hun rug. Soms geloven we niet wat onze ogen zien. We zien gieren die een dood paard aan het oppeuzelen zijn, een dooie hond midden op de weg en er ligt ook iets wat op een halve ezel lijkt. We maken af en toe een fotostop en dan komt er van alles aangesneld. Tussen de middag eten we weer eens spaghetti en D is aan het vasten, omdat het woensdag is. Op vrijdag doet hij dat ook en mag dan geen dierlijke producten zoals vlees, vis, melk, boter, kaas en eieren eten. Hij neemt dan bonen met zijn geliefde injera.

Bij de afslag richting Lalibela wordt er eerst nog even getankt, want soms is brandstof een probleem in Lalibela. Bij het tankstation worden we aangesproken door een meisje. Zij zag de auto van onze organisatie rijden en kwam toen snel naar ons toe. Ze heeft tot voor kort samen met haar zus en moeder bij Gerard en Dianne achter hun huis gewoond. De moeder wilde graag terug naar het noorden en vanzelfsprekend moesten haar 2 dochters mee. Ze woont nu hier en ze vindt het vreselijk. Toen ze even met D stond te praten begon ze te huilen. Er zit voor haar niets anders op dan te zorgen dat ze genoeg leert, zodat ze later haar eigen geld kan gaan verdienen. Haar zus zit op dit moment op school en zelf heeft ze vanmorgen les gehad. Zodra ze de school heeft afgemaakt wil ze zo snel mogelijk naar Addis. Hier wil ze absoluut niet blijven. Nu moeten ze bij buren aankloppen voor eten. Ze hebben geen vader en geen inkomen. We geven haar buiten het zicht van anderen om, wat geld zodat ze met hun drietjes in ieder geval voorlopig wat te eten hebben.

De weg is nu een grindweg voor de komende 60 km door de bergen. Het weer en de afgronden zijn mooi en Maaike kijkt vaak een andere kant op, want er is natuurlijk geen vangrail. Als we stoppen voor een ‘foto-maken’ (zoals D zegt), stoppen er even later ook 2 motorrijders. Ze komen uit Helsinki en zijn daar opgestapt. Vervolgens via de Noordkaap in Noorwegen, de Kaukasus, langs de Zwarte Zee en nu hier in Ethiopië aangekomen. Ze hopen eind november in Kaapstad te zijn. Maaike zet de als ‘uit de lucht gevallen’ kinderen en volwassenen, op een groepsfoto en die printen we uit. Ze vinden het prachtig.

Tegen zes uur zijn we bij het ‘Jerusalem Guesthouse’ en spreken we af om morgen om half negen klaar te staan voor het bezoek aan de beroemde in de rots uitgehouwen kerken. Er zijn hier veel toeristen en de prijzen zijn daar ook naar. Alles is ongeveer 2x zo duur. Het restaurant van het guesthouse is prima en de kamer met geweldig uitzicht, is ook goed. Alles werkt en het bed voelt goed aan.

Dag 10 – do 21/10: Lalibela (bezoek div. rotskerkjes)

Na vandaag worden we vast toegelaten tot de hemelpoort. De dag is in zijn geheel bestemd voor het bezoeken van de rotskerken van Lalibela die zijn opgenomen op de lijst van werelderfgoed van Unesco. Nadat we onze gids hebben opgepikt worden we door hem deze dag rondgeleid en heeft D een makkie. We betalen 300 Birr extra voor de video. Want film is blijkbaar veel meer waard dan foto’s (die je net zoveel mag maken als je wilt zonder extra kosten). Na het verplichte bezoek aan het museum gaan we op weg naar de eerste kerk op hetzelfde terrein. Het museum is gelukkig klein en zijn we er zo mee klaar. En dan….. dan weet je niet wat je ziet! Een complete kerk van boven naar beneden met de hand uitgehakt in een berg. En dat is nog niet alles. De kerk zelf is van binnen ook weer helemaal uitgehakt net alsof hij gebouwd is in een grote holle ruimte van een berg. Een onvoorstelbare klus. Het dak van de kerk is dus eigenlijk gewoon nog de berg. Unesco heeft er een enorm lelijk afdak overheen laten bouwen, maar waarschijnlijk is het nu beter beschermd tegen de weersinvloeden. We bekijken de kerk van binnen en van buiten en zijn echt verbaasd. Dit zie je nergens ter wereld. Zelfs Petra in Jordanië valt erbij in het niet. Dit is niet de enige kerk. In de loop van de dag bezoeken we er in totaal 9, verbonden door tunnels en smalle gangen. Alles is uitgehakt in graniet en semi graniet. Iedere kerk mogen we van binnen en van buiten bekijken. Sommige zijn van binnen meer beschilderd dan andere. Overal ligt rood tapijt en volgens de verhalen zitten overal vlooien. We zijn voorbereid (!) en hebben vlooienpoeder in onze sokken en onze broekspijpen in onze sokken gestopt. Bovendien hebben we onze benen helemaal met DEET ingesmeerd en aan de buitenkant ook nog met DEET-spray gespoten. Je moet nl overal je schoenen uit doen in de kerk. Iedere kerk heeft zijn eigen priester die òf zit te slapen òf gebedjes zit op te zeggen en daarmee de wereld probeert te redden. De gidsen worden om de haverklap gezegend door deze vertegenwoordigers van de hogere machten en waarschijnlijk gebeurt dat dagelijks met deze mannen. Het hele leven hier is gebaseerd op het orthodoxe geloof en dat gaat zover dat ze hier alles een naam hebben gegeven als was het allemaal in Israel. Zo heet het lokale stroompje ‘De Jordaan’, bergen ‘Golgotha’ en ‘Ararat’ en bijgebouwen bij de kerken heten: ‘Bethlehem’. Het is volgens de gids een en het zelfde, alleen is het wel zo dat Jezus geboren is in Bethlehem in Israël. Alle kerken zijn gebouwd onder bewind van koning Lalibela in ongeveer 23 jaar. Dat betekent dat er echt tienduizenden mensen mee bezig moeten zijn geweest en dat moet een immens lawaai van hakkers zijn geweest. 23 jaar is een feit, de rest van alle getallen staat nergens opgetekend. Hoe je er ook tegenaan kijkt, het is een stukje bouwkunst wat te vergelijken is met de bouw van de piramides. Een onnavolgbaar stuk gedrevenheid in geloof. Men heeft ergens de overtuiging dat het orthodoxe geloof hier zijn oorsprong heeft en dat de stenen tafelen echt bewaard zijn gebleven in het noordelijker gelegen Axum.

Tussen de middag eten we in een vrij nieuw hotel met een onvoorstelbaar mooi uitzicht. Daarna hebben we tijd voor een zonnebad op het dakterras voordat we weer cultuur gaan snuiven in de vorm van 4 kerken. Dit keer verbonden door tunnels en uitgehouwen in een granieten berg. Sommige kerken zijn helemaal vrijstaand, andere half of alleen in de berg uitgehakt. De graven die er waren zijn leeg gehaald en de resten zijn elders begraven. Aan de overzijde van de stad vindt een echte begrafenis plaats. We kunnen er met de telelens een paar mooie opnames maken (voor zover je dit mooi kunt noemen). Na afloop kopen we wat souvenirs en dan terug naar ‘Jerusalem Guesthouse’ voor een biertje, wat rust, avondeten en de nachtrust.

Morgen gaan we nog terug naar zo´n kerk, want dan is er, volgens de gids, een viering van het een of ander en dan wordt er waarschijnlijk gezongen. We zijn benieuwd. Na overleg met D wordt dit gewoon ingelast en men is vereerd dat we de lokale gebruiken willen zien en ervaren.

Van Gerard (EIT) krijgen we bericht dat hij een rolstoel kan regelen alleen is die 2x zo duur als D had voorgeschoteld. De Birr (lokale valuta) is aan het devalueren en men maakt echt alles 2 x zo duur als een maand geleden. We laten ons niet kennen en vragen Gerard e.e.a. te regelen inclusief reservebanden. Hij kan dan in de eerste week van november op transport met een andere gids die dan naar Gorgora gaat met toeristen.

Dag 11 – vr 22/10: Lalibela naar Kombolcha (bezoek schooltje)

11-28

Vandaag gaan we naar Kombolcha een rit van ongeveer 340 km. De feestdag vandaag blijkt ter ere van de heilige Michael en vandaar de mogelijkheid voor het ingelast bezoek aan een van de kerken van gisteren. We gaan een half uurtje eerder op pad dan noodzakelijk. D zet ons af en met de gids gaan we op weg. Het is een drukte van belang met overal in het wit geklede mensen. Mannen, vrouwen, kinderen, maar ook toeristen en die zijn niet in het wit. Als we de kerk in willen passen we er haast niet meer in. Onze schoenen blijven buiten en we verwachten ze nooit weer terug te zien. Binnen zijn de mensen opgepropt, maar als we door de eerste kluwen heen zijn (de mensen worden door de priester met een houten handkruis helemaal voor en achter in gewreven net zoals bij de securitycheck op Schiphol), dan mogen ze het kruis ook nog kussen en dan pas gaan ze gezegend verder de kerk in. Gelukkig zijn deze mensen niet zo lomp als Hollanders en passen er meer mensen op een vierkante meter. Op een gegeven moment beginnen de priesters (?) in het midden met hun gezang, tromslagen en met hun, tja hoe zal ik het noemen, metalen plaatjes die ze in een houdertje heen en weer laten vallen in een uiterst traag tempo. We mogen foto’s maken, zelfs met flits. Als we genoeg foto’s en film hebben, wurmen we ons weer een weg naar buiten en tot onze verbazing herkent de schoenenoppasser ons gelijk en krijgen we onze schoenen weer. Wonderen bestaan dus nog. Dan terug naar D en op weg. De gids zetten we af bij zijn in aanbouw zijnde restaurant.

Dan verder de gravelroad op tot halverwege de asfaltweg, waar het schooltje is, waarvoor we ook nog een lading schriften en pennen hebben. Er wordt bij onze aankomst aan 3 klassen les gegeven. De ochtend’shift’. ‘s Middags ook weer 3 andere klassen. We verstoren de boel aardig, wat niemand erg lijkt te vinden. Er komt nu van lesgeven geen zak meer terecht. We gaan in iedere klas kijken en foto’s maken. Dan wil de hele meute op de foto. Het is binnen veel te donker voor een klassenfoto. Dus komt elke klas samen met hun leraar buiten op de foto. En dan apart van de leraren en de directeur en administrateur ook een. Het spul printen we uit en iedereen is gelukkig. Ook de door Maaike uitgeprinte foto’s die Christophe en Miranda een paar maanden geleden hebben gemaakt, worden dankbaar ontvangen. Want ze zijn ook nog eens op A-4 formaat. De pennen, potloden, kleurpotloden, wereldbolletjes, stiften en de 200 schriften worden dankbaar in ontvangst genomen. Dit schooltje staat echt in de middle of no-where en heeft alleen maar aarde als vloer en die is ook nog eens hobbelig. Bovendien zijn er niet genoeg bankjes. Vaak zitten er in het middenpad een heel stel kinderen gewoon op de grond. Maar goed, daar wordt door Christophe en Miranda echt serieus aan gewerkt. Verder doen die paar leraren die er zijn, vreselijk hun best om de kinderen wat te leren. En die kinderen komen de kennis graag halen door soms uren te lopen, bergie op bergie af. We worden uitgezwaaid.

En dan is het verder natuur en mensen kijken die overal zijn al zie je ze niet altijd. Als je stopt hebben ze jou allang gezien en komen ze aangerend, vooral de kinderen.. Om ca half 2 is er een lunchstop en kunnen we het beste spaghetti of macaroni kiezen volgens D. We raken enthousiast over deze menukeuze. Dit keer kiezen we voor de carbonara versie van deze pastasoort en krijgen we een versie die zelfs in Italië nog niet eerder is geserveerd. De pasta is vermengd met roerei en is verder zoutloos. Nadat zout is toegevoegd en we de helft op hebben (een mens moet wat tenslotte) krijgen we het aanbod dat er wat tomatensaus wordt gebracht. De kleur verandert erdoor, de smaak nauwelijks. Als D getankt heeft en terug is, gaan we verder en komen we regelmatig achter vrachtauto’s te zitten, die héél langzaam de berg op, maar ook héél langzaam de berg afrijden. Omdat het vaak onoverzichtelijk is gaat inhalen lastig. Er zijn vrijwel geen personenauto’s op de weg. Alleen vrachtwagens, bussen en minibusjes. We treffen een ongelukkige chauffeur die de bocht iets te hard heeft genomen, waardoor de container van de aanhanger is gerold en aan de kant van de weg in een greppel ligt. De inhoud van de vaten teer is er aan het uitlopen. De aanhanger ligt op zijn kant, maar wij kunnen er net langs. De vrachtwagenchauffeur heeft wat uit te leggen.

D vindt het beter om niet te stoppen voor een koffiepauze, want er zitten minibusjes met toeristen achter ons en die gaan naar hetzelfde hotel. Als die eerder zijn krijgen zij de betere kamers en dat wil hij voorkomen. We passeren Dessie, een grotere stad en dan zijn we eindelijk om 18.00 in de ‘wereldstad’ Kombolcha. Het hotel is bijzonder. We krijgen de kamer in de dependance en als dit de betere kamers zijn dan is het maar goed dat we geen koffiepauze hadden. Een dubbel (maat twijfelaar) en een enkel bed, wat door Maaike eerst even met de spuitbus met gif wordt behandeld (bedwantsen en/of vlooien). De douche heeft een douchekop waarin het verwarmingselement in de kop zit en de draadjes erboven. Alles NEN 3140 en NEN 1010 gekeurd en aangesloten en met cellotape en een geïsoleerd kroonsteentje. We lopen voor het eten eerst een stukje door de straat en kopen bij een cd-videowinkel een paar cd’s met lokale muziek voor bij de montage van de reisfilm. De muziek staat gewoon op zijn computer als MP3 en hij brandt de muziek terwijl je wacht. De kosten: 10 Birr per cd of wel € 0,44. Niet al te duur, toch?! We doen gelijk maar eens gek en kopen er 4. Op het terras van het hotel kunnen we voor het diner voor de afwisseling eens kiezen uit spaghetti of macaroni. De saus staat niet vermeld. Dat blijkt tomatensaus. We krijgen er wel lekker vers wit brood bij en dat in de saus gedoopt smaakt niet onaardig. Ook hebben ze een lekkere macchiato (tenminste zo noemen ze het) koffie met veel schuimmelk, erg zoet en heet. We denken er ernstig over om, als we thuis zijn, eerst maar eens bij een Italiaan langs te gaan voor een pasta ……………

Dag 12 – za 23/10: Kombolcha naar Awash (Buffet De La Gare)

Waardoor het echt kwam is niet duidelijk, maar we hebben allebei vreselijk slecht geslapen en dat met een rit van 500 km voor de boeg. Half 6 loopt de wekker af. We hebben het probleem of we wel of niet onder de levensgevaarlijke douche gaan, die bij nader inzien, toch weigert om warm water te geven. Ik durf wel en heb ik inderdaad koud water. Maaike gebruikt ’t koud water bij de wastafel. Om 6.00 uur zijn we gereed voor het ontbijt en dat wordt pijlsnel opgediend. Lekkere cappuccino, een dikke omelet, een lading vers brood voor een groot gezin en natuurlijk de boter en marmelade. Het lunchpakket is vergeten en als we de heren in het restaurant eraan proberen te herinneren, snappen ze het niet. D zal het straks wel regelen en dat doet hij. We vertellen D dat we gisteravond 4 illegale kopieën hebben gekocht met Ethiopische muziek voor de totale som van 40 Birr. Hij zegt dat we spekkoper zijn, want in het zuiden vragen ze 100 tot 150 Birr voor een kopie.

Het eerste stuk van de route is asfaltweg en we rijden de bergen uit. Dan krijgen we 130 km gravel die ook te doen is. Het landschap wordt vlakker en verandert langzaam in woestijn en de temperatuur gaat navenant omhoog. We zien de Afar of Danakil-nomaden en die houden er niet van om gefilmd of gefotografeerd te worden. D heeft ons gisteren al afgeraden om te filmen of te fotograferen, want de Afar zijn behoorlijk agressief en schieten er graag op los. We hebben vandaag dus weinig op de foto en film gezet. Dan volgt een stuk buitengewoon slecht asfaltweg. Vervolgens komen we op de weg Djibouti – Addis Ababa. Dit is een goede weg. Buiten is de temperatuur opgelopen tot zeker 35 gr en zitten we te smelten, ondanks het feit dat we alle ramen tegen elkaar open hebben staan. De weg is saai. In de verte is gebergte. Wij blijven daar parallel aan rijden naar het zuiden. Op een gegeven moment is er een klein kansje om leeuwen te zien, maar we zien niets. Die liggen nu natuurlijk ergens lekker onder een grote boom in de schaduw uit te buiken. D, die hier vaak komt, heeft er overigens nooit een gezien. Na de rustpauze in een heel apart truckerrestaurant, waar we de helft van het lunchpakket opeten en D zijn geliefde injera opeet, volgt nog een lang en saai stuk weg.(wisten we van tevoren).

Om 16.00 uur zijn we vlakbij Awash bij de oude stationsrestauratie van madame Kiki. (zie het boek “De Trein Van De Negus” van Patrick Forrestier). Madame leeft nog en is 83. We ontmoeten haar later die middag en avond. D komt om 18.00 uur speciaal voor ons naar het ‘Buffet de la Gare’ om te kunnen vertalen. Dan blijkt dat mevr. 5 talen spreekt: Amhaars, Arabisch, Grieks, Italiaans en Frans. En met Frans redt Ed zich aardig. We kunnen div. vragen stellen, waar ze uitgebreid op antwoordt. We slapen op het oude terrein van de restauratie in een ruime kamer met 2 tweepersoonsbedden. Douche en wc om de hoek en we lijken de enige gasten te zijn. We hadden ook naar het nieuwe gedeelte kunnen gaan, maar dan moesten we elke keer een eind lopen voor eten en drinken etc. Tijdens het avondeten maken we allerlei foto’s van madame met haar personeel. Madame beslist wie er elke keer met ons en/of met haar op de foto mag. We printen er een stel uit. Het wordt erg gewaardeerd. We hebben lekker gegeten en kijken of we ook kunnen slapen in de tropen, want het is hier, ook ‘s nachts tropisch warm. Ook hebben we nu vliegende sprinkhanen en gekko’s die onze kamer interessant vinden en die willen we eigenlijk buiten houden. Gelukkig zijn er klamboes.

Dag 13 – zo 24/10: Awash (Hotsprings + Awash Falls)

Madam Kiki komt bij het ontbijt vertellen dat ze één van de foto’s miste, die gisteravond is gemaakt. Hier wil ze graag een afdruk van hebben. Dat ze deze nog niet gekregen had klopt. Hij was te scheef genomen door de ober en daarom niet afgedrukt. Dat maakt haar niets uit. Ze wil hem gewoon hebben. Ze krijgt hem alsnog. Na het schudden van de nodige handen, gaan we richting Awash National Park. Er gaat een gewapende bewaker mee. We rijden aan de overkant van de weg een park in, waar je wilde dieren zou kunnen zien. De weg is bij tijden erg slecht en er is een max van 25 km/u haalbaar. We moeten 28 km en zijn dus ruim een uur onderweg. Het is een weggetje met aan beide kanten struikgewas. Het kan dus kloppen dat we niet zoveel zien. Dan komen we bij een plek waar 3 hutten staan en waar meer mensen zijn. Hun aanwezigheid is ons totaal onbekend.  Onderweg hebben we zegge en schrijven 1 korie buster, 1 dik-dik en een baviaan gescoord. We moeten een eindje van ca 25 minuten lopen naar een gebied waar heel veel palmen staan. Hier komt warm, kristalhelder water uit de grond. Het is ruim 40 graden. Even verder is een meertje van ongeveer dezelfde temperatuur en glashelder. Je mag erin zwemmen. En onder toeziend oog van een aantal Afar-kinderen neem ik een duik. Het is erg warm en ook vrij diep, zeker een meter of 5. Verder niet zo groot, maar wel bijzonder. D maakt alleen zijn voeten nat, want hij kan niet zwemmen en Maaike gelooft het wel. Hier omkleden, zonder bescherming van struiken, met alleen maar mannen en een lading Afar-kinderen gaat haar toch net wat te ver om het water uit te proberen. Wanneer we terug lopen, komen we bij een grote plas, waar net een kudde koeien doorheen wordt gestuurd. Dit gebeurt door een stelletje Afar-mannen en dus is het uitkijken met foto’s en film maken. De Afar zijn zeer snel met hun geweer. Er zitten ook krokodillen in, maar daar trekken de Afar, die achter de beesten aanlopen, zich weinig van aan. Erger vinden ze het dat we de hele kudde net staan te filmen en daartegen wordt door één van hen flink tegen geprotesteerd. Onze bewaker (met ook een geweer) zegt dat we de krokodillen aan het filmen zijn. Toch stop ik maar met filmen, want we hebben niets aan narigheid met die schietgrage Afar.

Na een dik uur ( dezelfde 28 km) in die bloedhitte terug hobbelen en bonken, zijn we weer bij de ingang en nemen we het park aan de andere kant van de hoofdweg. We maken weer een D-tour om beesten te zien, maar meer dan 1 gazelle/springbok op grote afstand zit er niet in (aan de andere kant 1 kudu en een paar wrattenzwijntjes). D zet ons bij de waterval af en die is best heel aardig om te zien. Het water is bruin door de meegevoerde modder, maar verder is het wel indrukwekkend. We zitten in de lodge bij de waterval en nadat we allemaal flink onze dorst gelest hebben en heel lang op friet hebben gewacht, betrekken we bungalow nr. 6. Tien meter voor deze hut is direct de afgrond boven de rivier, dus moeten we wel enigszins nuchter blijven om te overleven. Er is namelijk geen hekje. Ook hebben we geen stroom. Bij navraag blijkt dat we dat vermoedelijk vanavond wel zullen hebben. Gelukkig hebben we gisteravond de accu van de laptop opgeladen en kan ik de ervaring van vandaag typen. We regelen 2 biertjes en gaan er eens lekker voor zitten. Net als Maaike zal gaan zitten staat ze oog in oog met een bavianenfamilie. Ze kijken elkaar in de ogen en de aanval wordt afgewend. Ze zeggen dat ze nogal eens agressief kunnen zijn en behoorlijk kunnen bijten. We doen acuut de deur op slot, want voor je het weet is de inhoud van je kamer, koffer en eten weg. Even uitkijken dus met onze spullen. Het is vandaag warm en we doen verder niets dan genieten van de rust en het geraas van de rivier onder ons. Ons diner hebben we alvast besteld (advies van het personeel hier) om 19.00 uur en hopelijk hoeven we er dan niet zo heel lang op te wachten als vanmiddag op de frietjes.

We gaan om18.15 uur met onze zaklampen op pad, want we zien verder geen moer. Er blijkt nog geen stroom te zijn en die gaat er volgens het personeel ook niet meer komen. Ze hebben alle tafeltjes en stoeltjes buiten het restaurant gezet en voor ons een tafeltje gereserveerd. We krijgen een kaars op tafel en men gaat in het midden een kampvuur aanleggen. Hoe het mogelijk is, is nog steeds een wonder, maar we krijgen zelfs al om 18.50 uur ons eten voorgeschoteld. Dit hebben ze in de keuken toch maar mooi bij kaarslicht en houtvuur voor ons klaar gemaakt. Inmiddels komen de andere gasten van de boomhutten/lodges. Het wordt een gezellige boel bij kaarslicht. Een Italiaanse familie denkt dat ze hier als enige aanwezig zijn en dat zij en hun kinderen de hele boel bij elkaar kunnen schreeuwen. Er wordt vriendelijk verzocht om de kinderen aan te spreken op hun gedrag en het helpt. We kunnen elkaar weer verstaan.

Tijdens het eten begint een vrouwelijk personeelslid alvast aan de koffieceremonie. (vertellen we later wel wat dit inhoudt).

Dag 14 – ma 24/10: Awash naar Harar (’s avonds ‘Hyena feeding’)

Gisteravond hebben we onze ontbijtwens al opgegeven. Als we op het terras, met uitzicht op de waterval, gaan zitten wordt er een uitstekend ontbijt gebracht. Het wordt extra lekker door de door onszelf meegebrachte mini pakjes hagelslag. Jje blijft tenslotte Nederlander nietwaar? En de gebakken eieren beginnen al een beetje onze oren uit te komen. We beginnen zo langzamerhand aan de 2e helft van onze trip. Time flies having fun. Vandaag dus ongeveer 340 km naar het oosten voor de boeg. Maar eerst gaan we op ‘game-drive’ om wat groot wild te scoren. Wanneer het erop gaat lijken dat we weer niets zien, vinden we ineens 6 spiesbokken. Ze zijn er blijkbaar niet op gekleed om op de foto te gaan en sprinten er vandoor. Even verderop zijn er weer 4 en zelfs nog een paar springbokken. Verder mooie vogels en lijkt de omgeving heel erg op Namibië.

Dan begint de rit. Het is eerst warm en woestijnachtig, maar na zo’n 70 km gaan we de bergen weer in en wordt het weer een stuk aangenamer doordat het afkoelt. Het is een schitterende rit door de bergen en steeds komen we door kleine dorpen. We lunchen in een grotere stad en de lunch is voortreffelijk. Bij een stel kinderen kopen we onderweg bananen. We horen weer vele malen:‘farenji’ wat zoveel betekent als iemand met een andere huidskleur (behalve een Chinees). Dat is gewoon een ‘Chinese’, zoals D het uitlegt. We genieten van het landschap en de bewoners. Steeds is het weer verbazingwekkend je te realiseren wat een enorme ontwikkelingsslag deze mensen hoogstwaarschijnlijk zullen gaan meemaken. Of zij daar net zoveel tijd voor krijgen als de ‘Westerse wereld’ is niet waarschijnlijk, anders zullen ze nooit kunnen inlopen. Of dat ook noodzakelijk is? ‘This is Africa’. De rest van de wereld heeft horloges, maar in Afrika heeft men de tijd.

De rit eindigt dus aan het eind van de dag in Harar, een Moslimstad. En waar het nou aan ligt is niet duidelijk, maar we zijn het laatste uur door dorpen gekomen, waar de omgeving weer een enorme vieze rotbende is. En ook de entree van Harar en de ‘voorsteden’ zijn daar geen uitzondering op. Zo netjes als het in de rest van Ethiopië was, zo’n troep is het hier. Volgens D komt dat omdat de mensen hier de hele godganse dag op qat kauwen. Bij velen is een constante kauwbeweging waar te nemen, waarbij de qatbladeren nog half uit de mond hangen. De qat wordt in plastic zakjes verkocht. Vaak is in 1 uur tijd de zak leeg. De zak wordt gewoon op de grond geflikkerd. Dat dat niet vergaat, is hier niet belangrijk. Alleen de qat is belangrijk. Van de meesten is duidelijk dat het de inhoud van hun hersenpan voor een groot deel heeft uitgeschakeld.

Ons hotel is er eentje uit de vergane glorie tijd. Het lijkt niet geheel onaardig, maar als je op de gang loopt naar je kamer, is het net of je in een voormalig Russisch cellencomplex loopt. Niet dat ik dat ooit gezien heb, maar zo stel ik het me voor. Een grote hoge gang met allemaal grijze deuren. Op de deuren in koeienletters het kamernummer in zwart. De gang is slecht verlicht en heeft een stenen vloer. Verder geen ramen en verder niemand te zien. De kamer is piepklein met 2 eenpersoons houten bedden, ook grotendeels vergane glorie. Het licht doet het en hebben we een stopcontact en een tv. We kunnen door wat ‘meubilair’ te verplaatsen, net een plekje vrijmaken zodat onze beide koffers er kunnen staan. Als we in de douche de kraan proberen is er geen water. Navraag leert dat dat alleen tussen 18.00 en 23.00 en van 06.00 tot 08.00 wordt aangezet. Tja,……… om 18.25 uur hebben we eindelijk water en denken we dat de douche kraan niet goed open gaat/sluit, want er komt een dun straaltje uit de douchekop. De kraan staat echter open het straaltje is het maximaal haalbare. Een soort elektrisch doorstroomboilertje zorgt voor verwarming. De watertemperatuur regel je met de draaiknop op het mini-boilertje en dus niet door koud water bij te mengen, want er is maar 1 kraan. Ik neem het eerste storbad en kan me daarna afdrogen met de kingsize badlaken die je hier bijna overal krijgt. Hij is loodzwaar en bijna zo groot als een 1-persoonsdeken. Maar we zijn ondertussen een beetje gewend aan Ethiopië. D.w.z. wees blij dat je een bed, water en wc hebt. En ga er vanuit dat alles langzaam of juist helemaal niet werkt. Neem bijv. vanuit Nederland vochtige lotiondoekjes mee, want als er geen water is kun je je in ieder geval wat opfrissen.

D zit ook in dit 5 sterrencomplex en we drinken een biertje met hem. Hij gaat een vriend opzoeken en wij eten. Maaike bestelt haar eerste en laatste mixed grill tijdens haar reis in dit land en ik houd het maar weer bij spaghetti om de ontwenningsverschijnselen, van een dag geen spaghetti, maar te bestrijden.

Dag 15 – di 26/10 Harar (citytour)

15-20

We zijn vandaag al 2 weken onderweg. Gelukkig nog 2 te gaan. D zit samen met zijn vriend de lokale gids al op ons te wachten voor de voettocht door de stad. Er wonen hier ongeveer 22.000 mensen en nog eens 45.000 in de directe omgeving. Het is heel lang een autonome stad geweest met in totaal 72 koningen. Koning nr 42 heeft de stadsmuur laten bouwen met de 7 poorten. Mensen die uit de richting van bijvoorbeeld Addis Ababa kwamen, moesten door de Addis poort. Deze poort zelf is niet origineel meer, maar verbouwd door de Egyptenaren die in de 2e helft van de 19e eeuw de stad gedurende 10 jaar hadden veroverd. We krijgen een overzicht van wat we gaan bekijken. We beginnen met de lokale markt die uit 3 delen bestaat. We lopen resp. door de wijk met de ‘Chinese’ illegale import van nieuw spul. Te weten mobiele telefoons (ca 1000 Birr voor een toestel, ca 44 euro), schoenen en namaakparfums en namaakkleding. Dan gaat het van het één op het andere moment over op de 2e hands handel en gebruikt gereedschap. Je kunt hier vrijwel alles vinden voor je auto zoals speciaal 4e hands gereedschap, kogellagers, veren en schokbrekers etc. Een soort ouderwets Waterlooplein. Vervolgens gaat het over in de kruidenmarkt en het ‘zaad-en-bonenspul’, want men is gek op allerlei boontjes. Het is niet zo mooi uitgestald als in Egypte en Istanbul. Hier is het meer bulkgoed. We komen langs diverse slagers van geiten-, lams-, kamelenvlees en vast ook nog wel wat koeien. Je kunt het niet goed zien, want het zijn donkere winkeltjes en ze vinden het niet goed om gefotografeerd te worden. Er wordt toch aardig verkocht bij de slager en als je wilt hakt hij je stukje vlees buiten op een boomstronk met bijl met korte steel even in de gewenste porties. Vlees is hier net als de rest niet duur. We eten in het hotel een pepersteak met friet en gekookte groenten voor 26 Birr excl. 15% tax en 10 % service is dat ongeveer 43 Birr, ongeveer € 2,00. We sliepen bijvoorbeeld bij madam Kiki een paar dagen geleden voor ongeveer 65 Birr per kamer per nacht. Dat is ongeveer € 3,00. Het is wel geen Sheraton maar ja, € 3,00 met z’n tweeën!

We gaan binnen in het voormalige plaatselijke verblijf van Haile Selassie, toen hij nog Ras Tefari heette en hij er zijn huwelijksnacht doorbracht. De latere keizer was ongeveer 100 km van Harar geboren. Het huis annex museum wordt gerenoveerd. We krijgen een korte rondleiding, die we ook helemaal lang genoeg vinden. Verder gaan we kijken in een zgn. ‘Traditonal Harar House’ wat tevens een guesthouse blijkt te zijn met accommodatie voor 5 mensen. Een Brits stel heeft er 2 nachten tot volle tevredenheid geslapen. Een erg leuk idee natuurlijk, want je zit midden in de stad tussen de bevolking en toch schoon en een douche. Misschien een idee voor EIT om dit te regelen en in hun programma op te nemen. Ondanks de wirwar van straatjes schijnt iedereen toch een adres te hebben. Dit is afhankelijk van de stadspoort waar je woongebied bij behoort. We drinken ergens wat op een terras en bij een ‘geadviseerde’ juwelier kopen we 2 paar mooie zilveren oorbellen voor Maaike. Het gaat per gewicht en vervolgens wordt uitgerekend wat de prijs is afhankelijk van de koers van het zilver. Het is een dure dag, want we zijn in een klap 530 Birr lichter (dus ongeveer 12 pepersteak maaltijden in een hotel J !). Om deze deuk in ons budget te verwerken worden we teruggeloodst naar ons hotel, waar we eten en koffie drinken.

Om klokslag 15.00 uur is mr. ‘Guide’ genaamd Teddy weer terug. We lopen een eind om de stadsmuur heen en bij een poort die bijna niet gebruikt wordt, klimmen we de stad weer in. Er wordt nieuwe bestrating aangelegd. Onderweg vluchten diverse vrouwen weg, als ze zien dat er gefotografeerd wordt. Voor een woning zit een vrouw op straat hapjes te frituren op een houtskoolvuurtje. We kopen een gefrituurd hapje. De ene met vlees is behoorlijk gekruid, de ander met aardappel. Het komt zo uit de kokende olie en kan dus weinig kwaad. Het smaakt best, maar drinkwater is wel noodzakelijk. We bezoeken een huis waar een Franse fotograaf 11 jaar heeft gewoond en van Harar, haar bevolking en haar omgeving veel zwart-wit foto’s heeft gemaakt. Eerst krijgen we uitleg over het huis, haar geschiedenis en de functie als museum tegenwoordig. Daarna kunnen we vrij rondkijken op de twee verdiepingen. De plafonds en wanden zijn beschilderd en er zijn talloze foto’s opgehangen. Uit de ramen is er een mooi uitzicht over de stad. De tocht gaat verder langs de grote ‘beroemde’ moskee (waar we niet in mogen), de Harar koffiebranderij en -maalderij, waar we wel in mogen en we koffie kopen. Dan naar de katholieke kerk (heel kleintje) waar we niet in kunnen (want de pastoor is pleitte en heeft de sleutel meegenomen) en dan via een kleine markt naar de tombe van de heerser over Harar die de stadsmuur liet bouwen. De tombe is een soort Egyptische duiventil in grasgroene kleur. Onderweg treffen we allerlei kinderen aan die soms niet en soms heel graag op de foto willen. De Teddygids zet ons uiteindelijk in een diesel tuk-tuk, die ons weer naar het hotel brengt. We pakken een biertje en lezen via een sms van de buren dat het in Nederland herfstig weer is. Vervolgens gaan we op de kamer een onderweg gekochte papaja oppeuzelen. Om 19.00 uur moeten we hebben beslist, wie van ons aan de hyena’s zal worden gevoerd. D en de gids pikken ons straks hier weer op.

Wanneer we op de voerplek aankomen aan de rand van de stad, zijn de hyena’s al aanwezig. Ze zijn zeker niet ondervoed. Het zijn wel wilde dieren, al zien ze er aardig tam uit. Ze zijn met ongeveer 12. Het is een beetje lastig te tellen in het licht van koplampen van een busje. Er is al een groep toeristen aanwezig en in totaal staat er een mannetje of 15 te kijken. De hyenaman begint zijn show met een mand met wat stukjes vlees erin waarmee hij knielt op een stuk karton. Hij schreeuwt er lustig op los om het spektakel wat meer cachet te geven. De hyena’s komen het vlees bij hem halen of hij gooit het in de lucht. Dan hangt hij het over een stokje en ze pakken het ervan af. Er is er eentje die helemaal in de mand duikt. Op een gegeven moment word ik uitgenodigd om bij de hyena-man te gaan zitten en hij hangt het vlees aan het stokje en die beesten eten het eraf. D filmt mijn act en Maaike legt het vast op foto als bewijs. Je kunt het stokje ook in je mond houden zegt de hyenaman. Het maakt de hyena’s niets uit en mij ook niet. Na een minuut of 10 is de show over De hyena’s heffen hun gehuil aan en maken nog wat ruzie onderling. Daarna wordt het rustig en de hele troep gaat de bush weer in. Wij vertrekken naar het naast ons hotel gelegen pizza restaurant, maar omdat er geen elektra is in dit stadsdeel, zijn er ook geen pizza’s. We eten een hamburger die redelijk smaakt. We kletsen even met andere Nederlanders en vertrekken dan naar ons eigen Hilton voor koffie met likeur. Nog steeds geen water op de kamer, omdat er geen elektra is.

Dag 16 – wo 28/10: Harar naar Nazareth (’s avonds Ine en Lou Andreoli)

D wil vroeg weg, want het is eigenlijk wel een aardig eind rijden zo’n dikke 400 km. We gaan naar Nazareth. Het lijkt wel een tocht door het beloofde land……

Gisteren ben ik m’n petje kwijtgeraakt. We gaan eerst even een nieuwe kopen. Voor € 2,70 ben ik weer beschermd tegen de zon en rijden we dezelfde weg zoals we gekomen zijn terug door de bergen richting Awash. Net even buiten Harar is HET stadje voor de qat handel. ‘s Werelds beste qat komt hiervandaan, omdat het hier groeit op roodbruine grond. Het is echt een gekkenhuis. Mensen sjouwen met grote bossen vers gesneden takken. Het lijkt de Aalsmeerder bloemenveiling wel, alleen deze is op straat en alles is groen. Vanuit deze plek rijden snelle vrachtauto’s met in bananenbladeren verpakte qat (om het vers te houden), als gekken naar distributeurs in binnen- en buitenland (Somalië, Jemen, Djibouti). Omdat we nu vanaf Harar komen, zien we nu de andere kant van de weg beter. Het is een lekkere temperatuur buiten, al hoewel het geheel bewolkt is. De markten in de diverse dorpen beginnen eigenlijk pas ’s middags, dus is het niet zo heel druk in de plaatsen die we passeren.

Rond 12.00 uur houden we weer een lunchstop bij hetzelfde restaurant als op de heenweg en krijgen we van de kok eerst een tomatensoep aangeboden. We beginnen al vaste klanten te worden. Na deze stad is het nog ongeveer 100 km naar Awash, waar we bij madam Kiki logeerden. Dan nog 26 km naar de Awash Falls, waar we ook een nacht bleven en dan wordt de route nieuw. We rijden over een soort dijk tussen een groot en een klein meer, die allebei in een vulkaanlandschap liggen. Het is wel begroeid met bosjes maar de grond is zwarte vulkaansteen. Dit strekt zich over een groot gebied uit en de vulkaan zelf is waarschijnlijk bij de laatste eruptie uit elkaar geklapt, want hij is weg. We stoppen voor een ‘foto maken’. Er komt er een groep meisjes langs die hout gaan zoeken om op te koken. Maaike maakt weer een groepsfoto en als we die geprint hebben zijn ze allemaal blij. We komen achter een konvooi terecht van 7 enorme tanks op vrachtwagens en is het mooi om te zien hoe die onder de elektradraden, die over de weg hangen, rijden. Er zijn 2 helpers bij met lange stokken die iedere keer de draden omhoog duwen, zodat de wagens eronderdoor kunnen. In Nazareth zijn de straten smal en is D benieuwd hoe ze dat gaan redden. We beleven het niet, want we kunnen er op een gegeven moment langs.

Nazareth zelf is een grote stad en we slapen in het Safari Lodge hotel. Het laatste stukje weg erheen voorspelt niet veel goed, maar het hotel is fantastisch. Een enorme kamer met warm èn koud stromend water zoveel als je wilt, een bankstel, talloze stopcontacten om onze elektronica op te laden en …. een zwembad. We duiken er even in. Beetje fris is het wel. Dan zien we Ine (schrijfster van div. boeken over Ethiopië) en Lou Andreoli. Zie ook haar site: http://auteurineandreoli.web-log.nl Ze hadden al aangekondigd (via mailcorrespondentie met Maaike in Nederland) dat ze hier vandaag ook zouden zijn. We maken kennis met hen, want Maaike kent hen alleen via ´mail´ en haar reisboeken en we kletsen gezellig de hele avond met hen onder het genot van bier en diner. Zij hebben in het begin van de zeventiger jaren hier gewoond en zijn nu voor de derde keer nadien hier op vakantie. Ze kennen het land vrij goed en zijn dit keer 7 weken onderweg. Zij komen uit het zuiden en wij gaan daar heen. Morgen gaan we pas om 10.00 uur op pad dus lekker rustig aan.

Dag 17 – do 28/10: Nazareth naar Langano (bezoek Shala Abijata Park)

17-18

Vanmorgen hebben we voor het eerst een ontbijtbuffet. We kopen in de stad een nieuwe spuitbus insectenkiller, babyolie voor onze gevoelige huid, nieuwe shampoo en wat te drinken voor onderweg. Eerst een paar kilometer richting Addis en dan links af naar het zuiden. Al gauw houden de bergen op en rijden we langs een stuwmeer. De omgeving wordt vlak en overal zijn ze teff aan het snijden en in schoven aan het opstapelen. Op sommige plaatsen wordt gedorst d.m.v. een stuk of 5 koeien die ze erover heen laten lopen. We eten tussen de middag in goed restaurant dat je eigenlijk als buitenlanders zoals wij, niet zo gemakkelijk kunt vinden. We rijden door naar een nationaal park. Hier gaan we op zoek naar struisvogels en gazellen. We vinden ze gemakkelijk. Dan naar een toeristisch uitzichtpunt over 2 meren. Ze zijn allebei zout. Er is weinig te beleven, alleen wat koeien beneden en boven wat jongens die auto- en Oromahuis-modellen verkopen gemaakt van lime stone. We kopen er eentje voor te veel geld. Dan nog even struisvogels spotten, een hoornvogel en een ‘go-away’-vogel.

We zitten in de vallei van het Riftgebergte. We rijden een stuk terug en er is gereserveerd voor een bungalowtje van het overheidshotel waarin we nu zitten. We zijn de enige gasten. Alles is vrij nieuw, maar nu al bijna total loss. Er staat veel wind op het meer en we besluiten er even langs te lopen. Er staan flinke golven. Het restaurant is net zo’n vervallen zooitje als de rest. Vanwege de wind drinken we binnen even een biertje en besluiten maar gelijk wat te eten. Dan valt de stroom uit en zijn er geen kaarsen. We nuttigen onze zoveelste spaghetti bij het licht van een mobiele telefoon. Na een ‘ troost’-likeurtje lopen we in het donker terug. We hebben brandhout gekocht voor een kampvuur en het is gebracht. Als ik het wil aansteken komt er vanuit het niets een jongen die het voor ons wil doen. Intussen spuit Maaike de hele hut met insectenkiller vol. We gaan voor onze ‘mini-bungelow’ in het pikdonker naar ons kampvuur te kijken en naar de golven van het meer (op 25 meter) te luisteren. Buiten is het nog net te harden. Dan is er ineens weer stroom en water. Als de ergste stank is opgetrokken gaan we slapen onder een wat te kleine klamboe. Het is warm..

Dag 18 – vr 29/10: Langano naar Dinsho (bezoek in Sashamene bij Rastafari)

Ik heb redelijk geslapen maar Maaike minder. Er is geen stroom en geen water meer. Dus geen douche en omdat er ook geen emmer met water bij de wc staat, is de situatie niet rooskleurig. Dan komen de vochtige doekjes die Maaike heeft meegenomen, goed van pas. In het restaurant is er ook geen koffie omdat ze koffie in een machine maken en zolang er geen stroom is, is er geen koffie en eigenlijk ook geen thee. Als we vragen waarom er geen thee is (thee is het simpelst te maken tenslotte) komt er na wat discussie toch thee. Als D komt krijgt hij te horen wat we ervan vinden en dat is niet veel. Hij brengt onze klachten over aan de betrokkenen, die het allemaal heel spijtig vinden, maar er met hun verstand toch ook niet bij kunnen. D meldt het bij EIT.

Dan rijden we naar Shashemene, de Rasta city in Ethiopië. We bezoeken het culthuis en krijgen van een of andere snotaap in slecht Engels een rondleiding. Hij is zo stoned als wat. De Rasta’s hier vinden Haile Selassie hun koning en er hangen talloze foto´s van hem. Er wordt zelfs gezegd dat hij Jezus Christus in eigen persoon is. Nou zijn wij niet gelovig, maar dat gaat ook ons echt te ver. Als we dan na afloop van z’n gebazel wat foto´s mogen maken, mag dit pas als we een verplichte donatie hebben gedaan. Nou is de grens echt bereikt. We doen geen donatie en willen zelfs niet eens meer een foto maken. D gaat zich er ook mee bemoeien en de jongen komt met excuses aan. Helaas voor hem……… te laat. Hij smoort maar in z´n tempel en de hele zooi erbij. D is ook razend, want ze willen ineens 600 Birr van hem hebben voor de rondleiding die maar 40 Birr kost. Hij geeft ze uiteindelijk 100 en we zijn blij dat we heelhuids kunnen vertrekken. Maaike is zelfs zo pissig als ze hoort dat D 100 Birr heeft moeten betalen, om het terug te gaan halen. D wil echter verder geen narigheid. Als we in de stad bij een kraampje water, cola en koekjes kopen worden we weer bijna genaaid, want die man rekent zoveel dat wij het zelfs veel vinden. We roepen D erbij. De man vraagt inderdaad meer dan de dubbele prijs. Ook hij mag zijn handel houden. Verderop slagen we voor bijna normale prijzen. Zowel D als wij hebben het voor vandaag helemaal gehad. D geeft ook dit door aan kantoor zodat ze in het vervolg beter heel Shashemene kunnen schrappen, zowel het hotel als de Rastafari hier. Als we de Bradt gids erop naslaan (hadden we natuurlijk eerder moeten doen) blijkt dat veel toeristen een slechte herinnering overhouden aan deze stad. Bovendien er zijn er veel die hier beroofd zijn van ál hun spullen. Dit in tegenstelling tot wat we tot nu toe hebben ervaren in Ethiopië. Ze zullen echt niks van je stelen. Het kamermeisje laat zelfs haar tip op het nachtkastje liggen, omdat ze niet zeker weet dat het voor haar is. Ze brengt het dan naar de receptie of haar baas om te melden dat de gasten wat zijn vergeten! Je moet een fooi persoonlijk afgeven.

Dan slaan we linksaf richting het oosten en komen na een enorme vlakte, begroeid met granen, in de bergen. Het gaat heel hoog tot wel 4372 meter en het wordt aardig koud. We stoppen om klipdassies te spotten. Dan gaat het weer naar beneden tot we voorbij een stadje afslaan naar het Bale National Park, waar we gaan overnachten. Volgens D een superverblijf. Als we aankomen is er geen water, geen stroom en geen sleutel van de kamer. Er wordt voorgesteld dat we eerst een ‘hike’ doen, maar wij willen ons daar eerst op kleden, want wij lopen in zomerkleding en hier is het toch behoorlijk koud. Na een heel gedoe komt er eindelijk iemand met een sleutel van een groepsslaapkamer, waar we ons kunnen omkleden. Dan lopen we met een gids een eind de berg op en tussen de bomen vinden we wrattenzwijnen en her en der een yala (een soort edelhert). Video mag niet, foto´s maken wel. Maaike maakt er een paar. Veel zien we verder echter niet. Als we bij de `uitspanning` terug zijn is er nog steeds geen water en geen stroom. Ook nog geen sleutel van onze kamer. Het blijkt zo te zijn dat er maar 1 wc op de gang is voor iedereen. Voor de ‘sauna’ alias douche moet je naar een ander gebouw, waar 2 douches zonder gordijn zijn, maar dat geeft niet want er is toch geen water en geen stroom voor de elektrische boiler. Aan de andere kant van dat douchegebouwtje is de keuken. D heeft iemand zo gek gekregen dat hij boodschappen gedaan heeft en voor ons kookt. Tis weer de Italiaanse specialiteit. Intussen is het gaan regenen. Het is dus echt zo´n dag die niet direct herhaald moet worden. We maken ons aardig zorgen over onze kamer die we straks gaan krijgen. Overal waar we naar binnen kijken zien we stapelbedden en ruikt het uiterst muf. Als uiteindelijk de sleutelbewaarder komt, krijgen we een ruime kamer met dubbel bed en een houtkachel. Het is iets beter dan verwacht, totdat het licht weer uitvalt. We eten bij kaarslicht de smakeloze spaghetti. Ook extra zout maakt het er niet beter op. En omdat we haardhout hebben gekocht, kan D in de grote algemene ruimte de openhaard aansteken. Het is aardig koud. Na het eten maakt hij in onze kamer ook de houtkachel aan.

Het vertrek staat gepland op 7.00 uur morgen. We gaan onderweg ergens ontbijten. We moeten een eind rijden over een slechte weg om een grot te bezoeken. Hopelijk is het de moeite waard. Dan ´s avonds hier weer terug voor de 2e nacht. Dat is nu nog niet echt een heel tof vooruitzicht, maar dat is ook ingegeven door onbekendheid met wat de nacht en de dag van morgen gaat brengen.

Dag 19 – za 30/10: Dinsho (bezoek Sof Omar Caves)

19-07

Eigenlijk weten we niet zo goed waarnaar we om 7 uur op weg gaan. We gaan ongewassen (alweer de vochtige doekjes gebruikt) omdat de wc te vies is, om er langer dan noodzakelijk te verblijven, de wastafel niet doorloopt en de douche zonder gordijn of deur ook niet echt uitnodigend is. Bovendien hebben we hier geen handdoeken gekregen. Maaike heeft wel aardig geslapen Ik heb het lang koud gehad en heb ik me afgevraagd wat we nu juist hìer moeten. Enfin, de nacht is om en we gaan op weg zonder ontbijt koffie of thee.

De ramen van de auto beslaan zo koud is het. D had ons al gewaarschuwd dat de weg erg slecht zou zijn en dat is hij af en toe ook echt. Maar er zijn ook hele stukken, dat het goed gaat. In Robe (na 35 km) gaan we ontbijten in een tent die er niet echt geweldig uitziet, maar de omelet, de broodjes en de koffie zijn voortreffelijk. Het ‘etablissement’ is gelegen op een rotonde en omdat het zaterdag is, is er markt in de stad. Het is een drukte van belang. Vrachtwagens, paardenkarren, voetgangers, ezels… van alles komt in zeer grote aantallen voorbij. Iemand vertelt aan D dat de weg, die hij wil nemen en die mogelijk afgesloten zou zijn, inderdaad weer berijdbaar is. Wanneer we verder rijden is het een weg ‘onder constructie’ van Chinezen. Soms is er een stuk asfalt of is er een verhard stuk weg klaar om geasfalteerd te worden. Of je moet daar langs rijden op een slecht bereidbaar stuk noodweg en soms is er echt een stuk goed berijdbare gravelroad. Het is meestal twee-baans, maar vaak net breed genoeg voor 1 auto. De bus en het vrachtverkeer gaan ook over deze weg en de mensen en dieren moeten het met alles erom heen doen en, als er niets aankomt, met de weg.

We rijden langzaam van een hoogte van 3100 meter naar ca 1000 meter en de temperatuur gaat langzaam omhoog. De huisjes hebben rieten daken en dwars door het riet komt uit alle huisjes de rook van het open vuur wat ze binnen stoken voor hun ontbijt. We rijden eerst door landbouwgebied. Het is hier mogelijk om 2 keer per jaar te oogsten omdat er een periode van 6 maanden is, waarin het regentijd is. De boeren zijn dan ook in verhouding steenrijk, maar gedragen zich als arme luizen volgens D. Dan gaat het ineens weer door de bergen en na een eindeloos lijkende rit die wel heel mooi is, dalen we af in een vallei. Onderin is een rivier en een ineens opgedoken gids gaat ons rondleiden. De gids had niemand verwacht en zou zelf net naar de markt gaan. Maar als er geld te verdienen is, dan gaat dan natuurlijk voor. Als we uitstappen zijn er kleine apen, die alleen nieuwsgierig zijn maar niet vervelend. We lopen eerst naar de rivier die zich hier een weg gebaand heeft, dwars door een berg. Dan door een grot waar het water de meest fantastische gevormde rotsformaties heeft achter gelaten. Het gesteente is lime-steen en laat zich dus door water gemakkelijk vervormen. De legende luidt dat er ongeveer 1000 jaar geleden een heel grote man was genaamd Omar en die leider was van het volk dat ter plaatse leefde. Hij sprak zijn volk toe vanaf een grote grillig gevormde rots in de rivier en mensen die iets behoorlijk verkeerd hadden gedaan, werden in de grot opgehangen. De ‘bewijzen’ zijn nog ter plaatse aanwezig zoals we later zelf zullen zien. Verder krijgen we bij het licht van onze eigen zaklampen een rondleiding door de grot en deze is heel groot en mooi. Hoogstwaarschijnlijk is in de loop der eeuwen de formatie ontstaan toen de rivier veel water afvoerde.

Als we terug rijden gaan we in een dorp lunchen. D neemt zijn vertrouwde injera. Voor ons is er spaghetti, maar we slaan deze keer beleefd even over. We hebben meer dan genoeg van de spaghetti en houden het even bij meegebrachte koeken en bananen. Daarna zien we het in de verte regenen en als we doorrijden zien we de gevolgen hiervan. Het stof is weg en de modder wordt steeds heviger. In het stadje Robe waar we vanmorgen ontbijt hadden worstelt iedereen zich nu door een ongelooflijke bende van blubber en kleiachtige roodbruine bagger. Er zijn geen stoepen. Alles is gewoon een baggerzooi. We kopen een lekkere macchiato bij dezelfde tent als vanmorgen en rijden dan terug. We gaan met D in het stadje eten, wat vlak bij het park van Bale Mountains ‘resort’ ligt en waar onze riante villa ligt. Als we stoppen en D het restaurant heeft aangewezen kijken we elkaar eens aan. Ach, we zien wel. Op het overdekte terras wat nauwelijks verlicht is stinkt het minder dan binnen. We nemen plaats naast een motorfiets. We kunnen kiezen uit spaghetti met tomatensaus of spaghetti met tomatensaus. We gaan voor het laatste. Binnen knalt de muziek en de kerstverlichting doet het ook. D krijgt een injera die zelfs hij niet te vreten vindt. De spaghetti daarentegen is pittig gekruid en smaakt niet eens onaardig. Omdat het na 19.00 uur, is kunnen we geen koffie of thee meer krijgen en houden we het maar voor gezien. Op de kamer laden we al onze elektronica even op, want er is stroom!

Morgen weer om 7.00 uur weg, dus 6.00 uur opstaan. Langer blijven is volstrekt onnodig, als je geen hiker bent en trektochten van hut naar hut wil maken door de bossen. Bovendien ligt de gemeenschappelijke wc naast onze kamer, dus zijn we toch om 5.30 uur wel wakker. Voor ons geen troosteloze Dinsho hut meer in de Bale Mountains.

Dag 20 – zo 31/10: Dinsho naar Awassa (Wondo Genet Hot Springs)

We zijn extra vroeg. We zijn niet teleurgesteld dat we uit dit ongezellige verblijf vertrekken. Voor 7 uur zijn we al weg en ook dit keer zonder ontbijt (vlgs afspraak met D). Als we het park uitrijden komen we op de valreep een enorme mannetjes yala tegen. Verderop wat wrattenzwijnen en springbokken. Omdat het zo vroeg is, is het zonlicht mooi op de velden, de bossen en de bergen. Fantastisch om te zien. Het is wel stervenskoud. Ook hier weer dezelfde weg terug naar Shashemene. Na de bergen komt weer het heuvellandschap met de eindeloze graanvelden. Er wordt druk geoogst en de rijke boeren hebben hier zelfs combines. Wat een tegenstelling met de rest van het land. Dat is ook wel nodig gezien de hoeveelheid. In het onooglijke dorp is het al weer flink druk wanneer we daar om half negen zijn. De sandwiches en de koffie zijn uitstekend. Daarna rijden we helemaal terug naar Sashemene. Daar vandaan gaat een weggetje naar een heetwaterbron annex zwembad.

Omdat het zondag is, is het flink druk. Het laatste stuk weg er heen is erg slecht en zeker voor kleine personenauto’s. Mensen komen zelfs uit Addis (275 km!) om hier een dagje te zwemmen. Boven op de berg is een heetwaterbron van 85 graden. Het water voeren ze af naar beneden en dan koelt het af. Het wordt gebruikt voor douches en om een zwembad mee te vullen (dus lekker warm). Het is flink druk. Bij de ingang koopt D voor ons en voor zichzelf tickets en daarbij krijg je een stukje zeep. Er zijn weinig kleedhokjes, dus is het handig dat je je zwemkleding al aanhebt voordat je er binnengaat. De mannendouche is een grote ommuurd plein, waar vanaf behoorlijke hoogte, uit 4 pijpen het warme water naar beneden klettert. Het is er beredruk. Iedereen staat zich te wassen en sommige trekken gewoon hun zwembroek uit (dit is vreemd, want ze staan eerst daarvoor te kloten om hem onder een handdoek aan te trekken). De muur is van opengewerkte steen en kan je er zo door heen kijken. De gaten worden gebruikt om kleine spullen tijdelijk in te leggen. Het is een heel gesop en ieder wacht netjes tot hij gelegenheid krijgt even onder de straal te staan die behoorlijk warm is. Dan het zwembad in. Het diepe gedeelte is niet zo druk, omdat niet iedereen kan zwemmen. We zien de meest uiteenlopende vormen van zwemkunst. Het water is ca 27 graden dus niet verkeerd. Daarnaast is een kleiner bad voor de mensen die helemaal niet kunnen zwemmen en waar ze in kunnen staan. Het lijkt op een kookpot maar dan rechthoekig. Daarachter nog een kinderbadje. Iedereen heeft veel plezier en het gaat het er heel gedisciplineerd aan toe. Iedereen wordt gerespecteerd (zoals overal in het land). Verder is er ook een snelstomend riviertje met koud water. Hier kun je met veel moeite ingaan en onder een klein watervalletje gaan staan. Er zijn lockers te huur en een barretje om wat te drinken. Alles heel rustig en plezierig. Er wordt wat af gefotografeerd en gefilmd door iedereen. Kan Nederland weer iets van leren. Als we het voor gezien houden rijdt D ons even naar het iets hoger gelegen hotel/restaurant en daar eten we wat, terwijl D weer even een vriend opzoekt. In een boom met blauwe bloesem zitten mooie colobus apen de bloemen op te eten. Ze hebben een lange staart met witte pluim.

We rijden terug naar Sashemene en vandaar naar Awasa onze eindbestemming voor vandaag. Een grote vriendelijke gezellige stad volgens D. We krijgen een prachtig hotel en daar zijn we niet ongelukkig mee. Zelfs een stoomcabine in de douche, groot bed etc. We wassen veel van onze kleren en onszelf. Op het terras eten we een redelijk goede pizza en om 20.00 uur komt D ons halen voor het nachtleven. We gaan naar 2 gelegenheden. In beide zijn we één van de eersten, maar daar komt gauw verandering in. In de eerste bar komt de ons reeds bekende soort man met de eensnarige fiedel en de vrouw die danst. De man neemt in zijn ter plekke verzonnen liedjes de aanwezigen een voor een op de korrel en de vrouw nodigt je uit om met haar te dansen, uiteraard tegen betaling van 10 Birr. In de 2e en laatste bar dansen we de hele avond lokale dansen op de muziek van diverse zangers die Ethiopische liederen zingen. Mannen dansen met mannen, vrouwen met vrouwen en mannen met vrouwen. Dat wij de lokale dansen intensief meedoen wordt zeer gewaardeerd. Het is er op een gegeven moment smoordruk en kan je alleen nog op de plek waar je staat bewegen. Heel gezellig en ook hier respect voor een ieder en echt helemaal niets is vreemd, alleen maar leuk. Aan het eind van de avond zeg je wat je gedronken hebt en dat reken je af. Gewoon niet meer en niet minder. Om kwart voor 1 staan we nog even het zweet van ons af te spoelen onder de douche en gaan we morgen een uur later weg dan de wat de bedoeling was.

Dag 21 – ma 1/11: Awassa naar Yabelo

21-10

Niet helemaal uitgerust stappen we om half 10 bij D in de auto. Hij zelf ziet er ook naar uit, dat hij wel wat langer had willen slapen. De rit verloopt rustig. Eigenlijk is er ‘s morgens de eerste uren nooit zo veel conversatie. We stoppen in een dorpje, waar de broer van D een restaurantje heeft. Terwijl we in de auto wachten, verzamelt zich een hele schare kijkers. Ze staan ons gewoon aan te staren of van afstand of van heel dichtbij. Omdat we met het raam open zitten en we onze arm op het raam hebben liggen, voel je dat ze even aan je voelen als je niet kijkt. Ze komen alleen maar kijken en staan als gebiologeerd. Een enkeling probeert zijn talenkennis uit en roept “I love you” of “What is your name?”. Als je dan antwoord vallen ze stil. Een enkeling heeft beter opgelet op school en kent nog een paar zinnen en kan ook wat verstaan. We rijden door een gebied, waar de bloemen en de struiken tot aan de weg groeien. Er is veel koffie- en bananenverbouw. Het is erg groen en het regent er meer dan anders. Als we de splitsing van de weg naar Somalië hebben gehad, wordt het beduidend stiller op de weg die we rijden richting Kenia. De weg zelf is goed, maar als we de bergen ingaan, zitten er stukken in die door het vrachtverkeer aardig naar de kl…. zijn geholpen. Voordat we de bergen verlaten hebben we een lunchstop en dan dalen we af naar een gebied waar het warmer, droger en wat kaler is. De grond is rood, de huisjes/hutten rond en er zijn veel minder dieren op de weg. Een groep dromedarissen wordt tegen hun zin in, in een open vrachtwagen geladen bestemd voor export richting Jemen en Saudie Arabie.

Om 16.00 uur zijn we in Yabello. De naam is bijna groter dan het dorp dat uit 2 hotels en een aantal piepkleine winkeltjes in vrijstaande hutjes. Later komen we erachter dat het dorp zelf een stuk verderop ligt. Het ene hotel staat vrijwel leeg en het andere is groot en blijkt iedereen daar te zitten. We spotten een aantal nationaliteiten van blanke afkomst. Het hotel heeft recent een grote hoeveelheid kamers bij laten bouwen en dat ziet er prima uit. Uiteraard staat de badkamer blank als we de stop uit de wastafel trekken nadat Maaike wat kleding heeft gewassen. De afvoer blijkt nog niet te zijn aangesloten. Maar verder werkt het meeste op 2 stopcontacten en de tv na. Er is warm water en ook de wc werkt zoals hij het hoort te doen. Volgens D is het pas een maand oud. We maken even een rondje door het dorp van 10 kraampjes, die allemaal hetzelfde verkopen en kopen 2 nieuwe bussen insectenkiller. We krijgen last van een niet weg te krijgen mannetje die om geld loopt te zeuren. Maar nadat hij zijn armen onverwacht over onze schouders heeft geslagen, wordt Maaike kwaad en krijgt hij een enorme duw en blijft hij nog net overeind. Opgelost, hij verdwijnt spoorslags. De rest van de kinderen en volwassen blijft ons escorteren tot we weer binnen de hekken van het hotel zijn. Daarna wat te drinken genomen en ‘gedineerd’. De patat was in ieder geval goed. Wat gewoon heel gek is, is dat ze hier echt alles zonder zout koken, bakken en braden. We moeten altijd zelf om zout en peper vragen om smaak aan het eten te krijgen. We hebben echt meelij met al diegenen die wegens hun gezondheid ‘zoutloos’ moeten eten. Wat een wereld van verschil maakt zout dan. Vroeg naar bed, want de wekker loopt om 5.30 uur af.

Dag 22 – di 2/11: Yabelo naar Turmi (bezoek Dimeka-markt)

Lekker geslapen en gedoucht rijden we voor half 7 al weg. Het ontbijt volgt later. We komen tot de ontdekking dat Yabelo zelf 5 km verderop ligt en een echt plaatsje is. We komen daarna door een laag berglandschap en de weg verandert van asfalt in off-road. Meestal goed berijdbaar, maar omdat we toch een beetje haast hebben heeft D flink de gang erin. Maaike heeft sinds gisteren last van haar darmen en vindt al die Afrikaanse massage op de achterbank niet echt een lekker gevoel. We ontbijten in Konso in een onooglijk ding waar een vrachtwagen naast het terras staat warm te draaien en dikke wolken rook uitblaast. Ze trekken zich van die rook geen barst aan en blijven er stoïcijns onder. We gaan een stukje verderop zitten, want op onze nuchtere maag kunnen we weinig hebben. Gelukkig is er iemand die de chauffeur verzoekt zijn rookmachine weg te halen. Het ontbijt en de thee zijn verder prima. We gaan verder naar Dimeka, maar zullen later ook hier weer, dezelfde weg terugrijden tot Konso. Vanaf hier gaan we dan naar Arba Minch. D adviseert de eventuele foto’s, die we onderweg willen maken maar op de terugweg te doen om tijd te sparen. Tijdens het off-road rijden en met deze snelheid heeft foto’s maken geen zin.

Uiteindelijk zijn we rond 12.15 u in Dimeka en gaan we de markt op van de Hamar en de Bannastam. We zijn gewapend met een kleine camera (voor dichtbij) en een grote met telelens, een filmcamera en beiden een zak vol met 1 Birr papiertjes om de te nemen foto’s mee te betalen. Binnen de kortste keren hebben we kinderen van een jaar of 3 aan ons hand en een schare nieuwsgierigen achter ons aan die ons zullen adviseren. D heeft weer een vriendje de onze gids is en met hem lopen we tussen een bonte verzameling gitzwarte stamhoofden en a.s. echtgenoten die nog hun ‘bull-jump’ moeten gaan doen. De Hamarvrouwen die soms echt knap zijn, moet je hier echter met een vergrootglas zoeken. En als je ze vindt willen ze eigenlijk niet op de foto. Dus wordt het stiekem filmen op de gok en van afstand. Foto’s op dezelfde manier. Sommige vragen echt veel geld (tja 10 Birr!), maar dat is te gek. Maaike laat zich niet gek maken en bijt stevig van zich af als er een vrouw beweert dat ze ongewenst is gefotografeerd. Zo ook met een of ander opperhoofd/krijger. Hij druipt uiteindelijk af. Als Maaike ze nu echt had gefotografeerd dan was het wat anders geweest, maar om 10 – 20 Birr lopen te bevelen terwijl er geen enkele foto is gemaakt, is van de zotte. Het is duidelijk dat hier inmiddels teveel toeristen komen. We lopen een rondje en gaan dan wat drinken. Na een poosje doen we een tweede poging en nadat Maaike op de grond is gaan zitten tussen een stel Hamarvrouwen, die kalebassen verkopen, wordt de sfeer uitstekend en willen de mannen en vrouwen maar wat graag op de foto. Tevens een mooie gelegenheid om van afstand te filmen. Later mogen we (tegen betaling uiteraard) meer mensen fotograferen voor de ‘gewone’ prijs van 1 of 2 Birr en komt het allemaal goed. De markt is niet echt een handelsplaats. Grote handel wordt niet aangeboden. Het is voornamelijk ook een sociaal gebeuren heb ik het idee. De markt loopt om half 4 wat terug. Het begin is op dinsdags om 11.00 uur met een signaal, zodat er geen oneerlijke handel wordt gedaan. Ineens zien we een grote groep mensen ergens heen rennen. Er blijkt een dief gesignaleerd te zijn en daar rennen ze allemaal achteraan. Dat hier wordt gestolen is namelijk niet normaal en daarom is er veel commotie. Even later zien we zelfs 3 agenten in beweging komen en ook in de richting van het gebeuren te gaan. We weten niet hoe het is afgelopen voor de dief.

We vertrekken en 30 km verderop even buiten Turmi is onze lodge. Helemaal prima voor elkaar hier. We hebben een eigen huisje met warm- en koudstromend water, douche, wc, stroom en het is schoon. Er is zelf massage beschikbaar en Maaike laat haar schouders even onder handen nemen. Het diner (buffet) en ontbijt zijn inclusief dus kan het niet meer stuk. De Afrikaanse nachtgeluiden zijn al volop aanwezig op het moment dat ik dit schrijf en zullen er morgenochtend om 5.45 u wel een hele lading vogels en colobus-apen aan het werk gaan om ons wakker te maken.

Dag 23 – wo 3/11: Turmi naar Jinka

23-05

Net na 5.00 uur schrikken we ons het bekende apelazarus. Een troep apen (welk weten we niet, want we zijn niet gaan kijken) krijst iedereen wakker. Van uitslapen komt dus niets meer terecht. We hebben alle tijd, maar als we om 7.40 uur gaan ontbijten, is alles al bijna op door de gasten die eerder weggingen. Er wordt wel voor ons bijgehaald. Om 8.00 uur gaat de ontbijtdame toch echt opruimen. D is op tijd, maar niet echt spraakzaam. Iemand heeft op zijn telefoon 3 keer een verkeerde pincode ingetoetst en nou heeft hij geen puk-code. Bellen lukt met onze gekregen telefoon van EIT ook niet, want de gsm-mast doet het niet. Zelf heb ik gisteravond de gsm van Gerard per ongeluk mee gewassen toen ik mijn broek ging wassen. Ik kon spontaan in het Amhaars een aantal woorden produceren. Maar na een hele nacht drogen en vanochtend even in de zon gelegen te hebben, is hij gelukkig alweer aardig gedroogd. En als we in de buurt van de volgende gsm-mast komen doet hij ‘t weer en kan D zijn pukcode opvragen. Hij dolgelukkig, want hij kan absoluut niet zonder zijn telefoon. Bovendien kan hij zijn vrouw niet bellen, want zij is hoogzwanger en is over 2 weken uitgerekend. Op zich dus een spannende tijd vinden wij. Hijzelf denkt daar toch wat anders over. We zijn inmiddels te weten gekomen dat een bevalling een vrouwenaangelegenheid is. Maar als uitzondering op de regel zal D wel bij de bevalling zijn. Althans als die baby nog even blijft zitten. Vermoedelijk wel, want het is de eerste. De bevalling zal in een kliniek in Addis gebeuren. We hebben natuurlijk wel gevraagd waarom D dan toch met ons als gids en chauffeur op stap is. Het antwoord is simpel: Werk gaat voor, want dat betekent geld!

We rijden dezelfde weg terug als gisteren alleen in slow motion. We hoeven maar een kort stukje naar Jinka. Als ik op de kaart kijk stelt het niets voor, maar al met al doen we er incl. tussenstop 4,5 uur over. Tijdens de tussenstop blijkt ons restaurant geen koffie te verkopen. Maaike zit aan de cola en ga ik aan de overkant van de weg koffie drinken bij een lokale bar. Dan zit je op heel kleine houten bankjes aan een heel klein tafeltje onder een afdakje. Ik tref het want er is een lokaal mannetje dat Engels spreekt. We hebben het over voetbal, waar ik geen barst verstand van heb maar dat maakt niets uit. De finale van het wereldkampioenschap heb ik toevallig wel gezien en dat is voldoende om de tijd door te komen en het kleine kopje leeg te drinken. Het is sterk, niet heet en gelukkig zoet. Het kost 1 Birr. (4,4 eurocent). Ik geef de koffie mevrouw maar gelijk 2 Birr (9ct), want dat vond ik het zeker waard.

Om 14.00 uur zijn we in Jinka bij ons pension en krijgen we een splinternieuwe kamer en………. ‘Very clean’ verzekert de mevrouw ons. Alleen is de vloer van de badkamer zeiknat. Bij nadere inspectie blijkt dat te komen doordat de ‘installateur’ vergeten is de stortbak van het duoblok vast te zetten op de pot. Het water stroomt eruit, maar wel ‘very clean’. Als we er iets over zeggen komt ze verbaasd kijken, want de waterval was haar nog niet zo opgevallen blijkbaar. In eerste instantie heeft ze geen oplossing en als het aan haar ligt is het niet anders. Wij denken zelf dat het beter is dat we een andere kamer nemen. Tja, dat is ook een oplossing. Dat gebeurt. We zitten nu in de kamer ernaast. De verantwoordelijke vertegenwoordiger van de aannemer inclusief assistent worden bij de lekkage gehaald, maar opgelost wordt het vandaag zeker niet. Erger wordt het allemaal nog als 3 ‘backpack’ meisjes (die na ons kwamen) ook niet tevreden zijn over het hun aangeboden ‘nieuwe’ verblijf en besluiten om maar weer helemaal te vertrekken. Het loopt uit op een enkele uren durende, heftige discussie tussen allerlei mensen, die hier blijkbaar werken en er wat mee te maken hebben. Intussen hebben wij een andere kamer, waar het meeste het doet inclusief de nieuwe elektrische douchekopwaterverwarmer. Alleen is de waterdruk zo laag dat zelfs in de laagste stand van het apparaat het water heet genoeg is om je een 2e graads verbranding op te leveren. Ik haal een paar pilsjes bij de ‘receptie’ en we zitten lekker in de zon, checken de mail en genieten van een rustige middag. Vanavond staat er een pepersteak op het menu. Als die niet leverbaar is wordt het een geroosterde kip of haan.

Als we in het restaurant willen gaan eten blijkt er van alles niets te zijn behalve een overheerlijke portie spaghetti. Gatverd….. Een paar mensen van Amref een neven-organisatie van Dokters zonder Grenzen die hier toevallig ook logeren, heeft met ons te doen. Ze stellen voor dat we met hun meegaan naar een goed restaurant. Dat doen we alleen blijkt het bij aankomst zo druk dat we minimaal 3 uur op eten moeten wachten. Dan is het handig als je Amhaars spreekt. De dokter smoezen een tijdje met de eigenaar en binnen de kortste keren eten we een rijst maaltijd. We kletsen gezellig en omdat we niet mogen betalen besluiten we morgen met z’n allen hier weer te gaan eten, maar dan op onze kosten.

Morgen gaan we tóch naar de Mursi. Dat hadden we eigenlijk niet afgesproken, omdat ze niet al te vriendelijk zijn. Volgens D hebben de Mursi de laatste tijd na div. commentaren van touroperators en nog wat belangrijke mensen, verbeteringen in hun gedrag aangebracht. Ze zouden door hebben gekregen dat een vriendelijker benadering meer geld oplevert dan vijandigheid en dronkenschap. We geven D het voordeel van de twijfel. Daarna, als we zin hebben het Jinka-museum en daarna de ‘stad’ in.

Dag 24 – do 4/11: Jinka (bezoek Mursi)

‘Mursi’-dag. Acht uur gaan we gewapend met een berg nieuwe 1 Birr biljetten op route. We rijden Jinka uit en de bergen in. Dan begint een heel lange afdaling over een grindweg wat voorheen een modderweg was zeker als het regende. D vertelt dat hij hier regelmatig in de problemen is geweest en nam vaak lunchpakketten mee voor het geval hij in de modder vast kwam te zitten of wegens de blubber de steile berghelling niet meer omhoog kon. Die weg is nu van een zooitje klein gehakte keien voorzien en 100% beter. Wij weten niet hoe het eerst was, maar kunnen ons er alles bij voorstellen: Vierwielen stil en toch met een rotgang de berg afglijden in de bagger. Het Mago National Park is voor onze Nederlandse begrippen een enorm park. Ik denk als ik zo op de kaart kijk dat het 1/3 tot de helft van Nederland is. We lezen nog ergens dat het rond de 2000 vierkante km is. Ergens onderaan de bergen op de vlakte moeten ze zitten: de Mursi. De wildste verhalen doen de ronde over deze stam (dronken, vervelend, alleen maar veel geld willen, etc etc…) maar D zegt dat het echt een stuk verbeterd. Als je je gewoon aan de regels houdt doen ze helemaal niet moeilijk. En wat zijn die regels dan? Gewoon betalen voor iedere foto die je neemt. Als je geen foto’s van ze wil maken, ga er dan niet heen want dan vraag je om problemen. Ook niet proberen om stiekem foto’s te maken, want ook dat stuit op problemen. Ze tellen elke klik van je camera. Ze zijn gek op geld en omdat er veel toeristen heen gaan komt er een vracht geld binnen. Ten eerste door de foto’s (2 Birr per klik) maar ook door de 200 Birr per toerist. Alles zonder kwitantie. Die 200 Birr betaal je (de gids in dit geval) aan de hoofdman, die in gewone kleren en petje op rondloopt en het geld gelijk in zijn vestzak stopt.

Als we er na een lange rit eindelijk zijn worden we verwelkomd door de stam en staan ze netjes opgesteld. Alles wat we niet direct nodig hebben blijft in de afgesloten auto. Dat opgesteld staan duurt echter maar even en daarna duwen ze je allemaal tegelijk een lip- of oorschotel onder je ogen of in je hand. Of ze houden je vast en voelen aan de haren op je armen. Kijken of je huid wit wordt als ze het bloed eruit weg drukken. Nemen de afmetingen op van je boven- en onderarm. Voelen hoe je huid aanvoelt. Knijpen en trekken aan je shirt. Verder willen ze graag op de foto, want dat zijn hun inkomsten (al zijn ze stinkend rijk) en groepfoto’s is prima, maar iedereen die op de foto staat moet 2 Birr hebben. Dus 9 man op 1 foto = 18 Birr. Nou zijn het niet de kosten, maar de papiertjes gaan hard van de stapel. D regelt de betaling, een lokale gewapende scout (overheidsman) regelt de conversatie, want ze spreken een eigen taal. Het is een heel gedoe, maar eigenlijk is het best leuk tussen al die vreemd uitgedoste zwarte mannen en halfnaakte vrouwen te staan. Ze verkopen eigenlijk niets, behalve wat koperen en ijzeren armbanden, maar verder alleen hun bodyverminkingen die zij als verfraaiing zien. Ze hangen en zetten de gekste dingen aan en op hun kop. En jij als toerist maar foto’s maken. Het gekke is dat ze wel fotogeniek zijn. Filmen doen we stiekem vanaf buikhoogte. Later moeten we maar zien wat erop staat.

We gaan terug met 3 lipschotels in verschillende afmetingen. Dumpen de scout weer en verder zien we net als op de heenweg, alleen wat dik-diks en een paar grondeekhoorns. Er zouden olifanten en een paar leeuwen moeten zijn en nog wat groot wild, maar die zijn of op vakantie, goed verstopt of gewoon opgegeten door de stam (is verboden, maar aan een verbod houden ze zich niet). Het enige wat we regelmatig in de auto hebben zijn de tsee-tsee vliegen. Ze moeten of dood of direct de auto uit. Op de terug weg zijn ze gelukkig niet meer aanwezig. D zet ons in Jinka weer uit bij het restaurant van gisteravond. We eten hetzelfde als gisteravond, alleen is er vrijwel geen vlees meer. Alles is blijkbaar op door de hordes toeristen die hier gedumpt worden. We nemen we een avocado juice, die wel heel erg bijzonder en lekker is. Nooit eerder gehad, maar zeker de moeite waard.

We hebben besloten dat we ook nog naar de Ari-stam willen. Dat is simpel want vrijwel iedereen in de omgeving behoort daar toe. D heeft weer een vriendje die mee gaat en een kilometer of 7 buiten Jinka gaan we op bezoek bij een smid en daarboven worden stenen potten gemaakt en gebakken. We klimmen er heen, maken foto’s en film tot er steeds meer kinderen verschijnen die toevallig net uit school komen. Omdat we nog een berg pennen hebben (eventueel voor een schooltje), wordt besloten deze maar te gaan uitdelen. De vriend van D ziet in no-time kans om al de kinderen in rijen opgesteld te krijgen en ze wachten geduldig tot D de pennen uit de auto heeft gehaald. Dan deelt Maaike ze uit en moet iedereen erop toe zien dat ze ermee verdwijnen en niet weer opnieuw aansluiten. Het is een heel gedoe maar wel leuk om te zien. Zeker 95 kinderen ontvangen een pen (we hebben er van de 100 maar 5 over) En de blijdschap straalt van alle gezichten af. Het blijft verbazingwekkend om te zien hoe blij ze met hun schrijfgerij zij. Van de 3 pottenbakdames kopen we een soort houtskooloventje van steen en 2 koffiepotjes die erop passen. Hoe het mee terug moet in de bagage weten we nog niet, maar dat zien we later wel. D neemt het uitdelen van de ballonnen voor zijn rekening en het is een heel gejoel. Voor het eventueel bezoek aan het dorp is geen tijd meer.

We rijden terug naar Jinka en bezoeken het museum dat voor het gemak boven op een berg ligt waarheen een super slecht weggetje gaat. De landrover brengt ons boven waar we wat rondkijken in de verzameling van de diverse stammen uit de omgeving. We lopen terug naar waar de vriend van D onze pottery inmiddels heeft ingepakt. We drinken thee terwijl we op D wachten, die zijn auto in de rivier is gaan wassen. Dan terug naar ons logement. De mannen van Amref waarmee we zouden gaan eten zijn nog niet terug. Vanmorgen vroeg zijn zij om 6.00 uur al vertrokken, want zij zijn een documentaire aan het maken in een dorp. Zie http://www.amref.nl/index.asp?PageID=56  We douchen alle vuiligheid van ons af en pakken een paar biertjes en slaan het diner maar over.

Dag 25 – vr 5/11: Jinka naar Arba Minch

25-07

Als we ons voor het ontbijt melden zitten er een stuk of 7 Italianen op hun ontbijt te wachten. Ze krijgen 1 voor 1 hun omeletje of brood of jam en als laatste de boter. Ook de koffie wil niet lukken. Wij krijgen helemaal niets en moeten meer dan een half uur wachten. Als de Italianen vertrekken krijgen we van hun wat brood, een restje jam en wat gereedschap wat ongebruikt is gebleven. Uiteindelijk krijgen ook wij een omeletje en wat ouwe koffie. Als we onze omelet bijna op hebben, leggen de dames van de bediening, bestek naast ons bord. En dat terwijl we al zitten te eten. Ook krijgen we brood terwijl we al een mandje met brood van de Italianen hebben gekregen. Zo ook met ……. Het is gewoon niet te geloven. Ze kijken, maar zien helemaal 3 x niets. Zelfs om de rekening moeten we zeuren. De 2 meiden die er werken kan het allemaal niet zoveel schelen, want er is een te kort aan alles: borden, bestek, kopjes, keukencapaciteit en voorraad. De kamer die wij hadden was verder wel goed, maar voor ontbijt of andere restaurantaangelegenheden kan je beter de stad in lopen. D vraagt ook even hoe het zit, maar zegt uiteindelijk dat het voorheen nog veel minder was in Jinka en dat dit een van de betere is. Maar omdat de eigenaresse er verder ook geen zak meer aan doet blijft de toilet van kamer 11 onbruikbaar doordat de badkamer daar zeiknat is. De Duitse mevr. die ze er afgelopen nacht in hebben ‘gestopt’, is aan de diarree (en dat is buiten duidelijk te horen). Ze is duidelijk niet blij. Er komt iemand om de boel droog te dweilen. En ze krijgt een emmer met water om haar producten door te spoelen……

Goede raad voor degenen die naar Ethiopië gaan: Ga gelijk bij aankomst je hele kamer checken op de aanwezigheid van water (warm en koud), of het wegloopt zonder dat de vloer blank staat, of je handdoeken hebt en of het licht en het toilet het doet. Probeer het bed ook even. Soms zit het onder het matras, de lakens of dekens vol bedwantsen en/of zijn er vlooien.

We rijden in rustig tempo terug naar Konso. Hier hebben we lunchstop. We kunnen kiezen uit sandwich met ei of spaghetti. Yes! Onderweg hierheen hebben we van kinderen 2 maskertjes gekocht en bij de eerste koffiestop een stoeltje annex hoofd-/neksteuntje. Vanaf nu begint weer een nieuwe route. Na de lunch rijden we door een gebied waar enorme bananenplantages zijn. Vrachtauto’s worden ingeladen en die rijden vannacht nog door naar Addis. We zien een paar mooie bijenkorven in de bomen hangen. We kunnen D gelukkig uitleggen dat bijen er niet alleen maar zijn om honing voor mensen te verzamelen. Soms is de denkwijze van D wel wat erg simpel. Zo is hij er heilig van overtuigd dat homoseksualiteit niet voorkomt in Ethiopië op een enkeling na in Addis die modern wil doen.

Tegen 16.00 uur zijn we in Arba Minch (40 bronnen) en logeren we in Paradise Lodge. We zijn de eersten en krijgen we hut 101. Heel erg idyllisch en een fantastisch uitzicht precies tussen de twee meren in. Alleen… het toilet…dat vult niet. Als we het melden draait men een kraantje open en het toilet doet het. Het kraantje stond natuurlijk niet voor niets dicht. Als we terug komen van een biertje pakken op het terras, staan er ineens 3 mensen in ‘onze’ lodge. We zijn even van slag, want wij hebben toch lodge nr 101? Het blijken mensen van de inspectie te zijn. Ze dachten dat deze lodge nog niet verhuurd was. Met de masterkey staan zij nu dus in onze huisje, waar onze spullen gewoon al in stonden. Ze vinden het heel vervelend dat deze fout is gemaakt en melden dat de inspectie de volgende dag wel verder wordt gehouden. Hoe blind kan je als inspecteur zijn. We herhalen wel dat gemeld hebben dat we problemen hebben met de wc, aangezien de badkamer nu blank staat etc. Het wordt genoteerd. Als de lekkage te gek wordt, meld ik dat bij een man in een pak (dit blijkt later de manager of zoiets te zijn). De inspectie blijkt ook nog in de buurt te zijn en we treffen het dat er nog iemand met een stopdas bij loopt. Er volgt onmiddellijk actie. De loodgieter/installateur moet ergens vandaan komen. En ook schoonmaakmevrouw moet ook komen opdraven. Het probleem wordt verholpen (het mag een klein wonder heten). Er worden allemaal nieuwe leidingen en koppelingen aangesloten. Maaike regelt een schoudermassage en verheugen we ons op een enorme biefstuk met pepersaus, friet met mayonaise. Het zal wel een stukje gebakken leer worden en zal het stukje op de tong smeltend, mals vlees in roomrijke pepersaus wel in Nederland op ons liggen te wachten.

De massage laat lang op zich wachten. Na 2 uur (is toch een redelijke wachttijd vindt Maaike), gaat ze de massage afzeggen, want de smakelijke biefstuk waar we zo’n zin in hebben, gaat voor de massage. Ze gaat haar geld terug halen. Bij de receptie slaat de paniek nu helemaal toe. Is de massage niet doorgegaan? Er zou iemand langskomen om Maaike naar de massage te brengen, maar waar diegene is gebleven is nog steeds een raadsel. We krijgen ons geld terug en gaan naar het restaurant. Als we eenmaal besteld hebben, komt ineens de man met de stropdas naar ons toe. Hij begint in alle talen zijn verontschuldigingen aan te bieden voor het niet doorgaan van de massage en alle problemen in de badkamer. We begrijpen dat er iemand blijkbaar ongelooflijk op zijn donder gekregen heeft omdat er bij ons vandaag van alles misgaat.

Het diner verloopt vlekkeloos en smaakt uitstekend. De biefstuk smelt niet maar is verder prima te eten. En daarna lekkere koffie met likeur. De man met de stropdas loopt rond en we zien ineens dat de man van de inspectie ook her en der zijn licht opsteekt. Tussendoor hebben we overigens op onze kamer extra kussens, extra handdoeken, wc-papier etc gekregen. De klachten zijn in ieder geval door het hotel zo snel mogelijk opgelost.

Dag 26 – za 6/11:Arba Minch (boottocht krokodillen en nijlpaarden)

D haalt ons vanaf ons riante verblijf om 10.00 uur op. Hij zou vast even toegangkaartjes gehaald hebben voordat hij ons zou ophalen, maar dat blijkt hij nog te moeten gaan doen. We gaan noodgedwongen mee. Daarna pikken we een soort kapitein op met een jerrycan met benzine. In de stad huurt D een boot. Deze boot ligt echter in het meer op een km of 7 terug langs de weg vanwaar we gisteren kwamen. Daar moet je de ‘bush’ in richting Lake Chamo. Er liggen een paar bootjes. De bootjesman loopt door het water en haalt een stalen bootje voor ons op. De kapitein neemt zijn benzine mee en wij drinkwater en camera’s, want we gaan krokodillen en nijlpaarden scoren. We varen een tijdje en komen bij een plek waar witte pelikanen zitten. In de verte zien we ook krokodillen liggen. Het water is te ondiep geworden voor de motor en er wordt er door de kapitein gepunterd. Als hij een paar kroko’s heeft aangewezen, wil hij echter weer vertrekken en start de motor. Hij is echter vergeten dat wij Hollanders dat helemaal niet met hem eens zijn. Wij willen de kroko’s van dichtbij zien, want zelfs met de telelens zien ze er vanaf deze afstand niet echt indrukwekkend uit. Eigenlijk zou de beste man eerst op cursus ‘punteren in Giethoorn’ moeten, want hij klungelt er aardig op los. Hij moet zich maar redden, want wij willen nu gewoon kroko’s en nijlpaarden zien. Daarvoor zijn we per slot van rekening hier. Deze laatste diersoort hebben wij nog nooit buiten een dierentuin gezien. De kapitein moet dus een heel stuk punteren, maar dan krijgen we ook wat we willen. Daarna gaan we op zoek naar nijlpaarden en die blijken maar een klein stukje verderop te wonen. We treffen er eentje op het land en die zoekt zijn veiligheid snel in het water. Het is net zoiets als walvissen spotten. Je ziet ze ondergaan, maar weet je nooit waar en wanneer ze hun kop weer boven water steken. We dobberen wat heen en weer langs de plekken waar ze zich laten zien, fotograferen een stel boven het water uitkomende schoonheden (de ogen dus) en varen dan terug. We dumpen de kapitein met zijn restje benzine weer in Arba Minch en gaan dan lunchen in de tuin van een hotel waar voorheen de gasten van EIT zaten. ‘s Morgens werden ze echter vroeg wakker gemaakt door een ‘kerkterrorist’ en een ‘moskeeterrorist’ die beiden rond 4 uur ‘s morgens om het hardst gingen zingen voor de microfoon van hun ‘buiten-luidsprekerinstallatie. In de tuin loopt een dik-dik rond die tam is. Het is leuk om zo’n van nature schuw beestje, eens van dichtbij te bekijken. Ze hebben een vrij spits snuitje en prachtige ogen. Deze dik-dik laat zich aaien.

Na de lunch rijden we de bergen in naar de top op ca 3100 meter hoogte. Er is een Dorze dorp/lodge. Het blijkt vreselijk toeristisch. Maar het is op zich wel leuk, want er wordt net gedanst door een hele groep peuters op het ritme van een stel trommels. We krijgen uitleg over zo’n hut, hoe ze spinnen en weven van katoen. Hoe ze van de bast van ‘valse’ bananenbomen een soort pulp maken, die ze vervolgens 3 maanden onder de grond laten fermenteren. Als ze het dan opgraven ruikt het naar Franse stinkkaas en maken ze er een soort pannenkoek van die ze in 10 minuten gaar bakken. Die eten ze of met honing of met een spulletje, waarvan wij Europeanen gelijk in brand staan. Ook de combinatie is mogelijk. Ze drinken daar een eigen gedestilleerd soort gin bij die de menselijke ontvlambaarheid tot 100% garandeert.

Als we geblust zijn gaan we terug en als we ons door een menigte verkopers hebben geworsteld, brengt D ons naar zijn volgende vriend die een splinternieuwe Dorze Lodge heeft. We krijgen een 2-persoons hut/huisje op de top van een berg met geweldig uitzicht. De vriend/eigenaar blijkt goed Engels te spreken en is ook in Nederland geweest. Het is allemaal wat primitief, maar op zich netjes en worden we zeer gastvrij onthaald. Er wordt een uitgebreide, in eerste instantie vegetarische, maaltijd bereid door een kokkin en als we ons bord vol hebben komt er toch nog ergens wat gebakken stukjes vlees vandaan. Het smaakt prima. Daarna kletsen we met D en de eigenaar totdat de accu van de zonnecollector meldt dat hij bijna leeg is. Bij het kampvuur gaat het gesprek verder en D heeft naar ons idee iets te veel lokale gin op, want hij wordt af en toe wel erg openhartig. Er komt van alles ter sprake en we proberen D eens het achterste van zijn tong te laten zien, maar hij durft niet helemaal. Zijn vriend en lodge-eigenaar is in Utrecht en in Parijs geweest en heeft dus al iets meer van de wereld gezien buiten Ethiopië. Dat houdt de discussie in ieder geval voor ons wat levendiger. Om half elf is het hout zowat op en wij ook.

Dag 27 – zo 7/11: Arba Minch naar Wolisso (fam. bezoek Doyogena)

27-01 Boven gaan we zo ontbijten

Er is vandaag enerzijds veel gebeurd en anderzijds heel weinig. De hut is prima, schoon en genoeg dekens want het is echt koud ‘s nachts. Voor het toilet en douche moet je 20 meter verderop lopen, maar op zich goed bruikbaar. Alleen om 04.00 uur begon de kerkterreur met een man die ergens gaat zingen op een heel eentonige toon en via een versterker de omgeving inblaast. Ook bovenop de berg van 3100 meter, waar wij proberen te slapen. Dat lukt dus echt niet zonder oordoppen. Vandaag is het zondag en daar kun je dus blijkbaar niet vroeg genoeg mee beginnen. We zouden om 7.00 u ontbijten vanmorgen en om 7.30 u weg, want er lag een lang stuk slechte weg op ons te wachten. Voor we weggaan, gaan er nog 250 pennen naar het lokale schooltje. En een stuk of 50 potloden en rond de 100 kleurpotloden. De school is vandaag gesloten, maar de eigenaar gaat ze persoonlijk brengen. Ook zegt hij dat hij foto’s zal maken en wel van de hele school met de 250 kinderen vóór de school.

We zullen vandaag op bezoek gaan bij de vader van het door een Nederlands gezin geadopteerd jongetje (T). Zijn pleegouders hadden ons in Nederland al van alles toegestuurd over het kind en hun gezin in Nederland. De moeder van T. is bij zijn geboorte gestorven en de vader is opnieuw getrouwd en heeft nog een zoon. Deze is in Ethiopië. Voor deze bij de vader wonende zoon had Maaike samen met de pleegouders in Nederland een heel pakket samengesteld. Verder is bekend dat er ook nog een oma van T. is. Daarnaast hebben we een lijst met vragen en mededelingen vanuit Nederland.

Doordat het ontbijt veel te laat is en we toegezegd hadden dat we ook nog foto’s zouden maken en deze ook nog zouden printen, gaan we pas tegen kwart voor 9 weg. D neemt een bergweg die volgens hem een stuk afsnijdt, maar af en toe bijna onberijdbaar is. Het schiet voor geen meter op. Of dit nu zoveel beter is betwijfelen we. Als we uiteindelijk op een stuk asfaltweg komen en afgedaald zijn van de grootste hoogte, is de weg niet veel beter. Dat blijft zo tot Sodo.

Om 12.00 uur zijn we daar en we worden afgezet voor de lunch. We krijgen een heel behoorlijk stuk sudderlap, wat verkocht werd onder de naam kalfsvlees. We kopen extra voor de vader en de rest van het gezin nog sinaasappels en bananen (naast de rest v.d. spullen die we al voor het gezin hebben), want een man die boer is en zijn kind ondervoed ter adoptie aanbiedt, kan vast wel wat extra’s gebruiken. Vanaf Sodo is het nog ca 80-85 km naar Doyogena. Als we aan D vragen of hij weet waar het is, antwoord hij dat we in D. iemand moeten oppikken die de vader (A) kent. Die weet precies waar A woont. We stoppen bij een T-splitsing en het enige wat D verder blijkt te weten is de naam, een straat of buurt en hij heeft een foto van A. Dezelfde gegevens als we zelf hebben (op de foto van A na). We stoppen en er melden zich gelijk een heel stel figuren. Een ervan denkt het te weten en we rijden een buurt in over een weg, waar je lopend nog je nek zal breken. We rijden een hele tijd en D zit zich al te ergeren aan het feit dat het zo veel tijd gaat kosten. Maar we hebben er maling aan. Zijn terloops geopperde suggestie om het bezoek maar helemaal te laten vervallen, nemen we niet eens in overweging. Het staat gewoon op het programma en is belangrijk. De meerijdende wijsneus weet echter niks en na een stop komen we er achter dat we helemaal verkeerd zijn. Althans dat blijkt, want we kunnen al dat Amhaars natuurlijk niet volgen. En in de consternatie wordt ons niet veel in het Engels meegedeeld. Terug over de kl…weg en de wijsneus wordt gedumpt. Een stukje verder rijden en daar blijkt er weer iemand te zijn, die ongeveer weet waarheen we moeten. Ook hij rijdt mee. We gaan aan de andere kant van de weg een nog veel slechtere ‘weg’ in. Als we onderaan zijn beland, wordt er ineens geroepen: “Daar heb je A!” De man, bij ons in de auto, blijkt als een soort broer van A. te zijn. A was op weg naar de markt, maar stapt ook bij ons in de auto. We rijden nog een klein stukje, maar D heeft geen zin om helemaal naar het huis van A te rijden. Hij stopt de auto aan de kant van de weg. En hier moet alles ‘even’ worden afgegeven. Dus vindt de overhandiging van de foto’s, tekeningen en de rest van de spullen plaats aan de kant van de weg onder getuigenis van een stuk of 60 nieuwsgierigen, die er niets van snappen, maar ook niets willen missen. We kunnen nog maar net de auto uit komen. Maaike had het hele gebeuren helemaal voorbereid door aan A. eerst het foto mapje te geven en de foto’s van het jongetje vanaf klein naar groter/ouder aan A. te presenteren. D gooit echter roet in het eten door te zeggen, dat we daar allemaal geen tijd voor hebben en zegt dat het fotoalbumpje dicht moet en dat A dat thuis maar moet bekijken. Maaike begint lichtelijk te ontploffen en besluit gewoon haar missie te volbrengen voor zover dit op deze plek nog mogelijk is. Het is een idiote situatie. Doordat D zegt dat album dicht moet en zegt dat A. dit thuis maar moet bekijken, krijgt A niet de juiste fotovolgorde aangeboden. De pleegouders hebben namelijk nog een paar recente foto’s uitvergroot en gesealed. A. denkt hij dat het jongetje op de foto een ander kind is en snapt hij er niets van. Maaike zegt D zijn mond te houden, want hij bemoeit zich met zaken waar hij niets vanaf weet. Vervolgens probeert ze alsnog e.e.a. uit te leggen in de drukte en uiteindelijk herkent A zijn zoon op de foto’s en wordt voor hem duidelijk hoe het zit. Maaike overhandigt hem de rest inclusief uitleg en ik probeer alles zo goed mogelijk te filmen om T in Nederland toch nog iets van een indruk te geven van zijn vader. De laatste vragen die de pleegouders van T deze week nog hebben doorgemaild, worden door mij in het Engels vertaald en vervolgens door D in het Amhaars. Maaike schrijft vervolgens op een kladblaadje de antwoorden op. Dit alles aan de kant van de weg, terwijl een opdringerige menigte probeert vooral niets te missen van wat er gebeurt. Omdat we volgens D nog 130 km zeer slechte weg moeten rijden en het al 14.45 uur is, is er geen tijd om naar het huis van A te gaan. We mogen zelfs geen foto meer voor A uitprinten. We mogen niet zien hoe A. woont, ook niet de nieuwe echtgenote ontmoeten, ook niet een blik op de oma te werpen en op de woonomgeving van A. We zijn woest!

Erg jammer dat het allemaal zo slecht is ingepland en dat we nog zo’n klerestuk moeten rijden. We hadden net zo goed hier een nacht kunnen blijven en morgen verder. Bovendien heeft de persoon die, voordat wij naar Ethiopië kwamen, uitgezocht heeft waar de vader woonde, onvoldoende informatie overgedragen aan D, zodat wij voor de 2e keer naar op zoek moesten, wat weer extra tijd kostte (+/- 3 kwartier). Bovendien had D moeten zeggen, dat we vanmorgen veel eerder hadden moeten vertrekken. Hij beweert dat hij alle hoeken van Ethiopië kent. Hij wist hoeveel tijd we moesten rijden om hier te moeten komen voor het bezoek. We hebben tenslotte al veel meer km’s gereden op andere dagen dan vandaag. Als we weg rijden en afscheid hebben genomen kan Maaike zich niet meer inhouden en ontploft. D stopt en we hebben het er even over. Er zijn duidelijk fouten gemaakt: E.e.a. verloopt echter volledig tegen onze wens en programma in, waarbij duidelijk was afgesproken dat we een bezoek aan A en zijn familie zouden brengen. Nu blijkt dat A helemaal niet wist dat wij kwamen en het feit dat we hem op de weg troffen, op weg naar de markt, berust op louter toeval. Kortom, Maaike is behoorlijk boos, omdat we nu noch aan de pleegouders, noch aan T kunnen vertellen over de situatie rondom zijn vader, zijn oma en de rest van de familie in Ethiopië. Hoe en wat moeten we straks vertellen? De hele familie in Nederland wacht vandaag met spanning achter de computer, wat wij te weten zijn gekomen en of we alle foto’s hebben kunnen maken. De sfeer in de auto in om te snijden en dat blijft zo tot we in het donker aankomen bij ons hotel.

  • De volgende dag blijkt in een gesprek met Gerard dat e.e.a. iets genuanceerder is dan wij vanuit ons europees denken verwacht hadden. Dit is bij dag 29 beschreven. Neemt niet weg dat deze ontmoeting helaas niet is geworden wat we ons ervan voorgesteld hadden.

Het hotel is een mooi en hebben we een mooie kamer. Er is stroom en water en ook de wc doet het. Dat is in ieder geval fijn na zo’n heftige dag. Er is er weer maar 1 handdoek. Nadat ons geduld aardig op de proef gesteld is, komt de 2e handdoek. We douchen en proberen het restaurant. We eten een bijna voortreffelijke biefstuk en met wat likeur en koffie sluiten we af. Het is hier niet goedkoop en moeten we omgerekend in totaal bijna € 22,00 dokken J. Er is een warmwaterbron en dat water gebruikt men voor het zwembad en de douche. Wij hebben weer eens het laatste appartement en het verst weg ligt van alles. Het duurt dan ook minimaal 10 minuten voordat je douchewater lekker is.

Morgen gaan we om 10.00 uur op weg naar een kratermeer.‘s Middags terug naar Addis. Helaas is deze dag teleurstellend verlopen. We hadden zo graag meer info mee terug willen nemen voor een jongetje wat bij pleegouders in een voor hem vreemd land opgroeit. Gelukkig hebben we van het hele minimale bezoek filmbeelden gemaakt, zodat we nog iets hebben. Omdat het hier malariagebied is en jonge kinderen geen tabletten tegen malaria mogen hebben, zal T nog enkele jaren moeten wachten voordat hij zelf zijn vader kan gaan bezoeken. Tot overmaat van ramp werkt de internetstick niet en ook kunnen we niet via het hotel mail versturen naar de pleegouders in Ned.

Dag 28 – ma 8/11: Wolliso naar Addis Ababa (Wonchi Krater)

29-11Hoewel er vannacht weer een kerkterrorist met zijn nachtelijk gezang ons uit de slaap probeert te krijgen, slapen we toch redelijk (Maaike minder door de gebeurtenissen van gisteren). Het ontbijt lukt uiteindelijk ook en we hebben alle tijd. Als ik wat overrijpe bananen in de tuin mik voor de vogels hebben we gelijk een troep apen. Ze hadden mij dus wel gezien, ik hen eerst niet. Gauw de deur dicht, want ze zijn zo binnen.

D komt ons oppikken voor de laatste rit en de stemming is duidelijk gespannen. We rijden naar een kratermeer op ongeveer 22 km afstand. Het gaat aardig omhoog en het wordt dus weer koud. De vulkaan die al heel lang niet meer werkt, heeft eigenlijk 3 randen waarover je moet gaan om bij het meer te komen. De eerste rand merk je eigenlijk niet, de tweede wel. Je kunt op een paard(je) afdalen, maar wij voelen daar helemaal niets voor. D rijdt de auto langs een heel steil weggetje naar beneden en daar onder is het meer. In de krater die een doorsnede heeft van enkele kilometers wonen ongeveer 1500 mensen zonder Electra en ze leven van de landbouw. Midden in het meer is een eilandje en daarop tussen de bomen een kerk. Maaike gelooft het allemaal wel en blijft in de auto. Ik loop met D een stukje en film wat. Dan rijden we terug en D vraagt of we willen lunchen, maar we hebben nog geen trek en we willen het liefst z.s.m. richting Addis. Dat is nog ongeveer 150 km. De voorsteden van Addis en Addis zelf beginnen eigenlijk heel plotseling. Eerst wat chaos en naar mate je meer in de stad komt wordt het allemaal wat meer stedelijk.

Na de gebruikelijke drukte staan we voor het Green Valley hotel. Al onze rotzooi moet uitgeladen en naar 4 hoog. Geweldig is het dan als je een hotel hebt zonder lift. Alleen in Awassa had het hotel een lift. We checken in en vernemen dan van D dat dit gelijk het afscheid is van hem. Het is een wat koel en vluchtig afscheid en eigenlijk wel jammer nadat we zoveel dagen met elkaar hebben opgetrokken. Hij vindt het vervelend dat het gisteren liep zo als het liep en heeft er al met Gerard over gesproken. Deze komt vanavond even praten en brengt onze reistassen mee (waar al onze hulpgoederen in zaten) die op zijn kantoor zijn gebleven tijdens onze trip.

De hotelreceptie zit in een hoekje weggestopt halverwege de trap en de balie is ongeveer 1,3 meter breed. Je kunt er met je bagage niet komen. Heel bijzonder voor een hotel met zeker 6 verdiepingen. De receptie was zeker vergeten op de bouwtekening, toen het gebouwd werd. Idem wat de lift betreft. We staan toch enigszins buiten adem, als we (gelukkig met hulp) met alle bagage op 4 hoog aan komen. De kamer is groot, er is water en stroom en weer maar 1 handdoek. We hebben een signaal voor internetverbinding dus gaat eerst ons verslag over ons bezoek van gisteren het www op richting pleegouders van T.

Dan gaan we ordenen wat wel en niet mee teruggaat naar Ned. En we gaan nadenken hoe we de souvenirs veilig tegen breken kunnen inpakken. Gerard komt straks om 20.00 uur langs om over gisteren te praten……..

Als we zitten na te tafelen komt Gerard en bespreken we de reis en het voorval van gisteren. De man die een paar weken geleden vanuit Addis de biologische vader van T had opgespoord voordat wij kwamen, had met die vader A een paar afspraken gemaakt. Er was hem verteld dat hij van zaterdag tot maandag thuis moest blijven, omdat er bezoek uit Nederland voor hem kwam. Omdat A een roteind (10 km) van de doorgaande weg woont, was hem gezegd dat hij een aantal vrienden en/of bekenden moest vragen zich langs de doorgaande weg in de buurt van een kruising op te houden en een auto met EIT stickers in de gaten te houden. Voor Ethiopische begrippen een heel normale manier, omdat er altijd veel mensen op straat zijn en ze alles wat anders is dan normaal scherp in de gaten hebben. Er is veel te doen op te weg naast het normale gemotoriseerde verkeer. Dat gemotoriseerd verkeer bestaat voornamelijk uit mini busjes, vrachtwagens, tuk-tuks en een enkele kleine privé auto. Als er dan een Toyota Landcruiser rijdt, valt dat op en ziet iedereen al van verre dat daar blanken (‘farenji’) inzitten en dat er wat te halen kan zijn. De vader heeft zich niet aan de afspraak gehouden, is het gewoon vergeten of wist niet goed welke dag het was (gezien de Ethiopische kalender die anders is dan de Europese ). Kortom oorzaak 1.

De 2e oorzaak is, dat er zich dus een of andere lullo meldt, die denkt dat hij wat kan verdienen door te doen alsof hij het weet en vermoedelijk hoopt dat er zich gedurende de verdere zoektocht zich wel mensen melden die het echt weten en hij dan de uiteindelijke eer heeft en geld opstrijkt. Want het is natuurlijk weer niet voor niets. De Birr’s moeten tevoorschijn worden gehaald. Bovendien is het voor hem kicken in een echte auto te zitten naast een blanke vrouw. Dat heeft ook zeker 3 kwartier gekost.

De 3e oorzaak is dat er door EIT en D te weinig tijd is ingecalculeerd voor het bezoek. Zij hadden niet goed door dat dit bezoek heel belangrijk was. Dat we niet alleen even iets wilden afgeven, maar wel degelijk even bij de man thuis wilden praten en kijken. Wij op onze beurt, hebben voor onszelf een verkeerde inschatting en verwachting gemaakt over de bereikbaarheid van A en de afspraken die er met hem waren gemaakt en het feit hoe hard die afspraken zijn (Nederlands trekje). Wij dachten dat als je weet waar iemand woont, je dat gewoon even kan doorgeven aan iemand anders en dan rijdt die daar gewoon heen. Fout!

De 4e oorzaak is dat we gewoon te laat zijn vertrokken die dag. Heel simpel inschattingsfoutje van D, wat vergaande consequenties heeft. Dat we die dag zoveel km moesten rijden en niet dichterbij de woonplaats van de vader in een hotel konden had weer organisatorische redenen voor EIT. Die hotels zijn weer niet telefonisch bereikbaar of te smerig of gewoon onbekend. Er is hier geen goed bruikbare hotelgids waar je even wat in kan zitten bladeren. Tja, wij hadden daar ook niet aangedacht, maar we zijn ook geen reisleiders.

Tot slot is het volgens Gerard van EIT zo dat in dit land de emoties en de manier waarop men er mee omgaat niet te vergelijken zijn met de onze. In de korte tijd dat wij hier zijn, kunnen wij ons daar geen mening over vormen. We zien hummels van 3 in hun blootje langs de kant van de weg in de middle of nowhere met hun boertje of zusje van een paar maanden op de rug. We zien kinderen van 4 langs een drukke verkeersweg, die de verantwoording hebben voor een kudde koeien en geiten. Zodra ze kunnen lopen moeten ze met water sjouwen, achter geiten en koeien aan, noem maar op en ouders houden ze echt niet in de gaten. Ook hier zijn kinderen een oudedagvoorziening, die ervoor zorgen dat de ouders te eten hebben etc. als die zelf niet meer kunnen werken. En als er dan af en toe met een kind een ongeluk gebeurd moet je zorgen dat er voldoende kinderen over zijn. Hard, maar die tijd dat dat in Nederland ook was, is ook nog niet zo lang geleden. Al met al hebben we het voorval even met Gerard in het Nederlands kunnen doorpraten en dat persoonlijke en directe en vooral snelle contact is een heel erg prettige ervaring bij deze reisorganisatie.

Dag 29 – di 9/11 Addis Ababa (bezoek ‘Ye Danjabet’ + ’s nachts terug naar huis)

We hebben alle tijd vandaag. Mulat (andere gids) komt ons om 11.00 uur ophalen voor een bezoek aan het opvanghuis/project van Dianne. Dit voormalig pension heeft ze net opgestart. Zie voor uitgebreide informatie: http://www.yedanjabet.com/  (tip)

Als we daar aankomen, wacht ze ons al op. We krijgen een uitgebreide rondleiding en we maken kennis met een bewoonster en haar zoontje. Er is verder een iets oudere verzorgster die in principe de opvang doet. Zij zorgt momenteel voor een klein meisje van een paar maanden oud. Dianne is erg enthousiast over dit opvanghuis en het is ook een mooie plek met alle mogelijkheden in zich. Ze gaat nog frisse kleurtjes geven aan alle kamers en dan is het echt een gezellige plek voor mensen om tot zichzelf te komen en weer een weg in de wereld daarbuiten te vinden. Gerard komt ook nog even gezellig langs en wordt er een ietwat ingekorte koffieceremonie gehouden d.w.z. het koffie branden en fijnstampen van de gebrande bonen slaan we gemakshalve over. Het is heel gezellig en zitten we echt uren te kletsen. Gerard moet na een poosje weer aan het werk, maar wij houden ’t nog tijden uit en raken niet uitgekletst. We slaan een aangeboden bezoek aan de Entoto Mountains en bijbehorende kerk vriendelijk af, want kerken hebben we genoeg gehad en gehoord. We gaan met Mulat nog even naar een kleinere uitvoering van de grootste markt van Afrika die hier in Addis is en kopen we nog wat spullen, die we absoluut niet nodig hebben, maar waar we beslist niet zonder kunnen. Sommige mensen noemen dat souvenirs. Dianne heeft onze laatste reistas ook weer gevuld met spullen die ze graag naar Nederland wil hebben. Dit is voor Ethiopia Works: http://www.ethiopiaworks.nl

Ethiopia Works is een organisatie die zich wil inzetten voor een structurele verbetering van de situatie van kansarme mensen in Ethiopië. Dit door het stimuleren van de micro-economie ter plaatse met de inkoop van Ethiopische producten en de verkoop ervan in het buitenland, te beginnen in Nederland. De producten worden voornamelijk gemaakt door niet- of laaggeschoolden, gehandicapten en moeders met kinderen. Kortom, mensen met weinig tot geen kans op een betaalde baan in een land dat behoort tot de landen met het hoogste werkloosheidspercentage ter wereld. Op deze manier willen wij mensen een mogelijkheid bieden om voor zichzelf én hun gezin in het dagelijks onderhoud te kunnen voorzien maar tevens, en minstens zo belangrijk, een toekomstbeeld op te bouwen. Alle mensen achter Ethiopia Works werken op vrijwillige basis. De opbrengst van de producten komt dan ook voor 100% ten goede aan (de opzet van) structurele projecten in Ethiopië.

We mogen met Türkish Airlines ook weer 80 kg met z’n tweeën mee terugnemen buiten de handbagage. Als we in het hotel zijn valt gelukkig de stroom uit, want 36 uur non-stop spanning zou teveel van onze geloofwaardigheid hebben gekost. We moeten nog wat foto’s printen dus hopen we, dat er zo wel weer stroom is. We hebben nu geen autoaccu waaruit we kunnen putten. Eerst maar zien of we wat te eten kunnen krijgen in het donker. Dat eten lukt wonderbaarlijk genoeg ook nog. En net als we het eten op hebben en nog een bak koffie nemen, is er ineens weer stroom en verlichting. We rekenen snel af voordat de stroom weer uitvalt, want we moeten toch echt de foto’s van vanmiddag voor de dames en Mulat uitprinten. Dan nog even douchen. Om 22.30 uur komt Mulat ons ophalen voor vertrek naar het vliegveld.

Een heel bijzondere reis die we niet gauw zullen vergeten. Een reis door een straatarm land met goudeerlijke, vriendelijke mensen langs plaatsen, die waarschijnlijk sinds het begin van de mensheid niet meer veranderd zijn. Een land waarin je op het moment dat je als ‘faranji’ met je auto stopt, je wordt omgeven/ingesloten door nieuwsgierigen, die je aangapen en net zolang wachten tot je wegrijdt. Als je uitstapt, zijn ze helemaal geobsedeerd en willen ze je aanraken, voelen je een hand geven als ze het durven en wat tegen je zeggen. En ze gaan zeker niet weg zolang je daar staat, maar verdringen zich juist om vooraan te staan. En zo komen er vervolgens steeds meer mensen bij die allemaal blijven kijken. Ze hebben immers niks anders dus kan je het ze eigenlijk ook niet kwalijk nemen. Het was een reis georganiseerd door mensen die hun uiterste best hebben gedaan om alles een heel persoonlijke tint te geven. En die zich binnen hun mogelijkheden het lot van Ethiopiërs hebben aangetrokken en daaraan een klein beetje verbetering proberen aan te brengen. Zij worden ondersteund door gidsen die zich volledig inzetten om voor hun gasten veiligheid en optimale beleving te bewerkstelligen.

Ethiopian Impressions Tours bedankt!

p.s.

Er komen wat vragen over de gezondheid van Maaike binnen.

We denken te weten wat er aan de hand was en is. Vanaf de 2e dag zit Maaike behoorlijk onder de uitslag: grote, jeukende bulten op haar rug, middel, benen en een paar op het bovenlijf). Ed eigenlijk bijna niets. Eerst dachten we aan een bijwerking van de anti-malariapillen, omdat we daar op dag 1 mee zijn begonnen. Helaas bleek dat we in het 1e hotel al bedwantsen waren. (Grrr). Achteraf hebben we op internet foto’s en filmpje van deze door bedwantsen veroorzaakte jeukende bulten gezien en weten we het nu zeker. Daarvoor dus anti-allergietabletten gebruikt. Deze combinatie werkte blijkbaar averechts (was tot nu toe geen probleem). Op de bijsluiter staat vermeld dat je daar o.a. ernstige hartkloppingen, ernstige benauwdheidaanvallen, kortademigheid en nog een hele lading ellende van kunt krijgen. De ernstige bijwerkingen zijn echter uiterst zeldzaam. Ze is direct gestopt met de anti-allergietabletten. Bovendien werden de bulten alleen maar groter en het jeuken ook erger. De oude bulten verdwenen en er kwamen weer nieuwe jeukende gevallen voor terug. Totaal in 3 hotels deze bedwantsen aangetroffen. Volgens het laatste nieuws blijken de bedwantsen voor div. soorten insecticide resistent te zijn geworden. Helaas heb ik tijdens de reis ook kennis kunnen maken met de bedwantsen. Gelukkig in veel mindere mate dan Maaike en bij mij vrijwel geen jeuk. Tja, het is niet anders. Het blijft gissen, maar om hiervoor naar een ziekenhuis in Ethiopië te gaan om het te laten onderzoeken en misschien een ander middel te krijgen wat misschien ook weer een andere reactie veroorzaakt……… nee in Ethiopië zijn we maar niet gaan experimenteren.

Nu 2 maanden later zijn alle klachten al een tijd verdwenen.