Namibië 2007

Namibië 2007

Reisverslag Namibië 2007

image001

Dag 01: Vlucht naar Kaapstad

Dag 02: Kaapstad

Dag 03: Kaapstad – Clan William – Camping Rondeberg

Dag 04: Camping Rondeberg – Springbok

Dag 05: Springbok – Grens – Keetmanshoop

Dag 06: Kokerbomenbos – Giants Playground – Hardap

Dag 07: Hardap – Stampriet – Gobabis – Harnas Wildlife Foundation and Guestfarm (Cheetahfarm)

Dag 08: Harnas Wildlife Foundation and Guestfarm (Cheetahfarm

Dag 09: Harnas Wildlife Foundation and Guestfarm (Cheetahfarm) – Otjiwarongo

Dag 10: Otjiwarongo – Tsumeb – Etosha – Namutoni

Dag 11: Etosha – Namutoni – Halali

Dag 12: Etosha – Halali – Okaukuejo

Dag 13: Etosha – Okaukuejo

Dag 14: Etosha – Okaukuejo – Kamanjab

Dag 15: Kamanjab – Opuwo – Himba

Dag 16: Opuwo – Zemba – Sesfontein

Dag 17: Palmwag – Organ Pipes – Burned Mountain – Khorixas

Dag 18: Khorixas – Uis – Swakopmund

Dag 19: Swakopmund

Dag 20: Swakupmund – Walvisbaai – Solitaire

Dag 21: Solitaire – Sesriem – Sesriem Canyon – Dead Vlei

Dag 22: Sesriem – Dune 45 – Aus

Dag 23: Aus – Rosh Pina – Norotshama River Resort

Dag 24: Norotshama River Resort

Dag 25: Norotshama River Resort

Dag 26: Norotshama River Resort – Grens – Kamieskroon

Dag 27: Kamieskroon – Rondrit

Dag 28: Kamieskroon – Camping Rondeberg

Dag 29: Camping Rondeberg – Kaapstad – Nachtvlucht naar Schiphol

Dag 30: Naar huis

Koninginnedag 30-april 2007

We vertrekken, uitgezwaaid door de buren om 19.15 uur richting Valkenburg/Katwijk. We blijven daar vannacht slapen. Dat is wat handiger, want de volgende ochtend vroeg vanuit Friesland met de trein vertrekken gaat ook niet, want dan zouden we niet op tijd op Schiphol zijn. En 4 weken lang de auto op Schiphol stallen is ook een erg dure optie. Even na middernacht liggen we er allemaal in bed, met de wekker op 06.30 uur.

 Dag 1 – dinsdag 1 mei – Vlucht naar Kaapstad

image003

We zijn op tijd op. Om 6.25 uur komen Aad (broer van Gijs) en de buurmanom ons met bagage naar het treinstation in Leiden te brengen. We halen de trein van 7.15 uur met gemak. Korte tijd later zijn we op Schiphol. Gisteren hebben we al via internet kunnen inchecken en stoelen geregeld. Al met al niet zo erg veel voordeel, maar je hoeft met 4 personen in ieder geval niet meer na te denken waar je wilt zitten. Douane passeren lukt ook en dan eerst op zoek naar koffie.

Ed filmt her en der al wat en komt erachter dat je de securitycheck ook niet mag filmen. De beelden moeten gewist. Vervolgens geeft de cameratas wat problemen, maar hij hoeft niet open! Dan kunnen we aan boord. We gaan met 20 minuten vertraging na al die maanden voorbereiding, eindelijk naar Namibië. De afstand naar kaapstad is 9698 km en daar gaan we 11 u en 10 min over doen. We vliegen met een Boeiing 777. Bij de KLM is het ‘Chinese maand’. We hebben dus Chinese kip met Chinese wijn op het menu. We landen vrijwel op tijd in Kaapstad en we zien Marianne (tante van Els) al zitten in de hal. Filmen in de aankomsthal mag hier ook niet. Er zijn meerdere douaniers, waar we op instructie van een mannetje, vanuit een wachtrij, heen gestuurd worden. Het gaat vrij snel en de koffer is er ook al. Prima vlucht met KLM.

Marianne heet ons welkom. Gijs en Els hebben haar al een tijdje niet gezien en ik heb haar al zo’n 20 jaar niet gezien. Een pinautomaat vlakbij de uitgang geeft keurig zijn flappen. Een officiële kruier loopt met ons naar het hotel, wat vlakbij het vliegveld ligt (http://www.citylodge.co.za/rl12.htm#). We hadden hier van tevoren al gereserveerd. Terplekke moeten we eerst betalen. Krijgen dan een kamer die al bezet is. Dan krijgen we een kamer met een 2-persoonsbed, terwijl we via internet gereserveerd hadden voor 2 1-persoonsbedden. Uit ervaring, als wereldreizigers weten dat dit over het algemeen betere en ruimere bedden zijn. En zeker na zo’n lange vlucht wil je een goed bed. Uiteindelijk krijgen we bij de 3e kamer datgene wat we hebben gereserveerd. Marianne is nog met ons mee gegaan, zodat we nog wat kunnen drinken en bijkletsen in de hal. (We kunnen niet bij haar overnachten, want ze is aan het verhuizen en heeft geen bedden voor ons).

Dag 2 – woensdag 2 mei – Kaapstad

image007image005  image009image011

Om 8.00 uur ontbijt. Waar blijven Gijs & Els toch? We moeten maar eens bij de receptie gaan vragen, om naar hun kamer te bellen. Ai, ze hebben de wekker een uur te laat gezet. De camperverhuur en Marianne zijn er alle twee om 9.30 uur. We rijden naar het verhuurbedrijf. Dan hebben we een probleem. De Trax’s zijn er om één of andere onduidelijke reden niet. We balen hier natuurlijk stevig van, want die Trax hebben we gereserveerd en dat hebben we onze redenen voor. Onder andere dat het gedeeltelijk tent (uitschuifbaar) is, zodat je alle geluiden van buiten hoort. Wel zijn er Bushcampers (Toyota Landcruiser). Omdat het een ‘fout’ is van het verhuurbedrijf “krijgen” we ze voor de zelfde prijs als de Trax’s (bushcampers zijn een stuk duurder). Het lijkt te klein om te slapen en geen gangpad tijdens de nacht. Ik zie het niet zitten, want ik heb geen zin om ’s nachts de auto uit te moeten om te plassen en buiten aan- en uit te moeten kleden. Zeker niet als het buiten koud is of vriest. Na wat overleg blijkt dat je de Bushcamper bovenin kunt ombouwen tot een 2 pers. bed. Maar Ed  wil hier niet in deze “doodskist” slapen. We komen overeen dat ik dan maar boven ga slapen en Ed op een 1-pers. bed beneden. Hebben we toch een gangpad ’s nachts waar je je gewoon kunt aan- en uitkleden etc. Dan maar ’s nachts de ramen open zetten, om de ‘bushgeluiden’ binnen te laten.

Dan blijkt er ook nog een probleem met onze bestemming Namibië. Papieren zijn niet in orde. Het blijkt dat Marianne vergeten heeft, onze bestemming door te geven of iets dergelijks. De bloeddruk stijgt! Er worden extra formulieren ingevuld, die we bij de grens moeten laten zien (alleen als er specifiek om wordt gevraagd). We vragen nog een extra deken (stel dat het echt zo koud wordt, als sommigen ons hebben gemeld) en een extra kussen. Ook krijgen we een bandenspanningsmeter mee, want er zit een elektrische luchtcompressor onder de motorkap om de banden weer op te pompen. Handig! En dan onze bagage inladen en dan ‘Vat ons die pad’.

Eerst tanken. Ongeveer 150 liter voor 975 Rand. Bijkomend voordeel: we hebben nu geen benzine, maar een dieselwagen. De eerste km’s links rijden in een drukke stad als Kaapstad is eerst erg spannend en onwennig. Links rijden met het stuur rechts en een enorme motorkap met daarop een dikke stalen koeienvanger. Pedalen zitten gelukkig op zelfde plaats als in Nederland, maar de ruitenwisser en richtingaanwijzer zitten precies omgekeerd. De keren dat we ruitenwisser aan hebben gezet…….. lachen! Marianne rijdt gemakshalve voorop. Eerst naar de supermarkt (Pick and Pay) voor koffie met gebak en boodschappen doen. We moeten echt van alles hebben: van zout tot afwasmiddel en van vlees tot wasknijper. En vooral een emmer met een deksel, waarop we in geval van nood ‘s nachts onze nachtelijke sanitaire waters kunnen lozen en niet de auto uit hoeven. Het blijkt achteraf erg handig (beetje water en een scheutje sop van het een of ander van te voren er in doen en je ruikt niets). Ook een gewone emmer om wat kleding te wassen blijkt een goeie aankoop.

De Toyota blijkt achteraf een ijzersterke auto, niet snel maar onverwoestbaar. Valt wel wat snel terug in snelheid als het omhoog gaat, maar gewoon terugschakelend is hij niet te stoppen. Ook het comfort is op een hoog niveau, want we hebben heel wat kilometers over wasbord-gravelwegen gereden.

En dan naar het huis van Marianne in Fishhoek. Het blijkt nog een flink eind rijden. Het boodschappen doen kostte ook al ruim 2 uur dus de dag schiet al aardig op. Na de koffie gaan we in de auto van M weer door Kaapstad. ’s Avonds uit eten. Vervolgens naar het huis van M terug. Hier koffie en we krijgen nog goede raad voor onderweg. Het plan was om gewoon in de bushcampers voor de deur te slapen. Maar……. de weg loopt hier stijl af. Tja wat nu? Dan maar de kussens uit de auto halen, zodat die als matras kunnen dienen. Slaapzakken er bovenop en tussen de verhuisspullen brengen we hier de nacht door.

Morgen staan we weer om 7.00 uur op., want M wil graag om 8.00 uur weg naar haar nieuwe huis in Aberdeen. Zij kan dan nog een stuk voorop rijden en ons ‘even’ door de binnenstad manoeuvreren.

Dag 3 – donderdag 3 mei – Kaapstad – Clan William – Camping Rondeberg

image012

Inderdaad, 7.00 uur op. Marianne is al op en aan ’t inpakken en heeft duidelijk haast. We ontbijten snel, een bak koffie, gooi en de spullen in de auto, ruimen de rotzooi op en leggen de spullen van M weer zoveel mogelijk terug op hun plaats en dan op pad. We snappen nu een beetje hoe het verkeer in elkaar steekt en hoe we de stad uit kunnen komen. Eenmaal buiten Kaapstad is het rustig op de weg. We volgen de N7 naar boven.

Het wordt tijd voor koffie. We zien niet echt iets en gaan dan het plaatsje Malmsbury in. We vinden een heel klein zaakje waar je ‘take-away’ koffie kunt halen. Hoofdzaak hier is echter dat hier vers vruchtensap vanuit grote ketels wordt getapt. Els en ik raken met de verkoopster aan de praat. Ze kan er niet over uit dat we een praatje maken. Hier blijken wel meer mensen te stoppen en een voorraad vruchtensap in te slaan, maar praten………Maar even een praatje……. nee hoor. Met koopt wat, verdwijnt en een vriendelijk woord schijnt er zelden tot nooit vanaf te kunnen. Ze geniet zichtbaar van ons bezoek..We slaan natuurlijk hier ook een paar liter met vers sap in. Hadden we maar meer gekocht, want de diverse smaken tropisch sap zijn er snel doorheen gegaan.

We gaan weer verder en stoppen onderweg bij een picknickplaats aan de kant van de weg. Hier zien we de 1e wevernestjes in de bomen. Het zijn echter geen grote ‘bouwwerken’, maar slechts 1 of 2-‘persoons’-nestjes. We verbazen ons over het feit dat er bijna geen auto’s voorbij komen. En wat nog gekker is: diegene die langskomen, zwaaien of toeteren even. Wat een verschil met Kaapstad. Heerlijk die rust.

Wij rijden tot ongeveer 20 km boven Clan William. Hier ligt een camping met lodges aan de Olifantsrivier: Camping Rondeberg. Per campingplek hebben we een eigen badkamer met douche, wastafel en wc. Dit alles voor 170 Rand voor 2 auto’s en 4 personen. We hebben een mooie plek met uitzicht op een vijver en op de Olifantsrivier. We lijken de enige campinggasten te zijn. Dan begint hier het inrichten van de auto. De inhoud van koffers, reistassen en boodschappen moet een ‘handig’ plekje krijgen.

Wat de kookgeluiden betreft maken we het onszelf gemakkelijk. We hebben geen zin om gelijk al te gaan ‘braaien’. Twee auto’s betekent 2 x 2 gaspitten. Op 4 gaspitten is het avondeten snel gemaakt. Gijs is vanuit Nederland al grieperig en koortsig. Gelukkig hebben we ladingen paracetamol. We hebben o.a. ook een fles Ashwood rosé. De combinatie met paracetamol en alcohol is officieel niet goed, maar Gijs knapt hier zienderogen van op.

Dan is het bedtijd. Het is even uitzoeken hoe ik precies boven in de ‘doodskist’ moet manoeuvreren, zodat ik niet elke keer in contact met het plafond kom. En Ed probeert op de bank beneden een houding te vinden. Na wat heen en weer gestommel etc. liggen we dan eindelijk. Ik val vrij snel in slaap, maar Ed is 200 keer wakker. Zijn matrassen liggen niet goed. Er zijn er namelijk 2 van ongelijke grootte (zit- en rugkussen) en die moet je niet bovenop elkaar leggen om lekker zacht te liggen als je wel wilt slapen.

Dag 4 – vrijdag 4 mei – Camping Rondeberg – Springbok

image015

Ed is als 1e vroeg op, omdat hij zo slecht heeft geslapen. Maar een lekker warme douche maakt veel goed. Ook Gijs heeft prima geslapen. Els is eveneens 200 keer wakker geweest. Iedereen neemt een douche. Dan een uitgebreid ontbijt met een vers gekookt eitje. De beddenboel weer opruimen etc. en zo wordt het laat. Om 10.10 u vertrekken we. Eigenlijk zouden we een uur eerder vertrekken.

We rijden de N7 naar het noorden verder richting Springbok. Om 11.30 uur vinden we in een dorpje een “bakkerij annex mini supermarkt” waar we nog wat aanvullende boodschappen halen, waar we gisteren niet aan hadden gedacht in de supermarkt. Dan stoeltjes uit de auto. Het is tijd voor een bakkie koffie.

Dan rijden we verder en genieten van het uitzicht. Wat een uitgestrektheid. Tussen de middag stoppen we weer ergens langs de weg bij een picknickplek en Gijs bakt lekkere pannenkoeken. Els heeft appels geschild en er komen dus ook appelpannenkoeken. Erg lekker.

We rijden door naar Springbok waar we bij de VVV naar een bank informeren en een supermarkt. We pinnen geld, halen bij de supermarkt nog wat drinkwater en brood. Er is een camping, rijden erheen en er is plaats genoeg. Voor 90 Rand per stel staan we. Ook hier is alleen een naam en nationaliteit is voldoende. Het is wel even wennen dat de zon hier eerder en ook sneller onder gaat dan in Nederland. Vanmiddag hebben we al pannenkoeken gehad en nu in het donker is het handiger om niet te hoeven braaien of koken bij het licht van zaklampen, zonder dat we ook gratis vliegen, muggen en motten in het eten verwerken. Vanavond dus brood.

Morgen willen we echt uiterlijk half 8 gaan rijden. Want je moet gewoon alles wat je wilt doen, bij daglicht doen. Bovendien is het veiliger om voor donker op een camping te staan. In het donker zijn er gewoon veel meer dieren die de weg oversteken. En straatlantaarns kennen ze hier weinig.

Score vandaag wat dieren betreft: wat ezels, schapen, 3 eenden, 2 ganzen, wat roofvogels, gewone vogels zoals mussen, 2 lepelaars,een soort aalscholver, en een overstekend stokstaartje en een doodgereden beest met een soort hondenkop. Op de camping ’s avonds nog een kat.

Dag 5 – zaterdag 5 mei – Springbok – Keetmanshoop

image016

We zijn 6.30 uur op. Na het ochtendritueel rijden we naar Springbok om te tanken. De eerste tankbeurt na Kaapstad en ca 86 ltr. diesel. We gaan op weg naar Vioolsdrif, de grens (aan de Namibische kant heet het Noordoewer). We stoppen daar onder een afdakje en een ambtenaar schrijft de gegevens over van een sticker, die op onze voorruit zit. We krijgen een bonnetje waarop staat 1, 2, 4, duidend op de kantoortjes, waar je achtereenvolgens heen moet. Bij 1 controleren ze je paspoort en krijg je stempels. Bij kantoortje 2 krijg je alleen een stempel op je bonnetje in vakje 2 en bij kantoortje 4 gebeurt hetzelfde in vakje 4. Dan terug naar de auto en ben je vrij om door te rijden als dat kan. Dit kan alleen als geen auto voor je staat, waarvan de bestuurder nog ergens bij een kantoortje rondhangt. Dan de Oranjerivier over en na een paar honderd meter is daar de douane van Namibië. Hier ook weer parkeren en een katoortje in. Daar moet je een formuliertje invullen met je persoonsgegevens en je paspoort wordt weer nagekeken. Vervolgens naar een aangrenzend kantoortje. Hier ligt een formuliertje waarop weer de stickergegevens ingevuld zijn door de douanebeambte. We moeten een tijdje wachten tot een vrachtwagenchauffeur betaald heeft en in een mum van tijd staat er een hele rij te wachten. Na de chauffeur zijn wij aan de beurt en mogen/moeten wij 160 Rand betalen als een soort wegenbelasting.

Het is in Namibië een uur vroeger. We zetten de klokken gelijk. Als het allemaal klaar is zijn we een klein uurtje verder en kunnen we op weg naar Keetmanshoop. Het landschap veranderd acuut. Leegte met bergen in de meest uiteenlopende vormen. Niet hoog, maar wel indrukwekkend. Af en toe een kokerboom, af en toe een weversnest in een boom en af en toe een eindeloos rechte weg. We hebben aardig wind tegen, maar het schiet lekker op. We stoppen onderweg en drinken koffie. Weer een stuk rijden en we maken soep en eten onze kliek macaroni op.

Dan rijden we weer verder en zijn ca 16.00 uur in Keetmanshoop. Vlak hiervoor tanken we bij Wimpy, vullen het drinkwater bij en drinken binnen een lekkere bak koffie. In Keetmanshoop vinden we nog net een super die open is. Els en ik slaan wat voedsel in en de heren passen op de auto. Er lopen wat vreemde figuren rond en als je het zo een half uurtje gade slaat worden de figuren en hun doen en laten er alleen maar vreemder op. Het lijkt erop dat sommigen toch aardig high of dronken zijn.

Dan vragen we de weg naar de camping en het ‘Kokerbomenbos’, want het is al laat. En zoeken naar een camping is gewoon een stuk prettiger als het nog licht is. Vlak voor donker vinden we de camping. We vinden een idyllisch plekje, maar het kost wel 230 Rand per auto. Het blijkt echter wel inclusief  toegang van het ‘Kokerbomenbos’ en het keienpark: ‘Giants Playground’ wat even verderop is. We eten het vers gekochte brood en drinken nog een glas wijn. Het is doodstil buiten. Geweldig wat een rust.

Dag 6 – zondag 6 mei – Kokerbomenbos – Giants Playground – Hardap

image018

De douche op deze camping is uitstekend. Om 6.00 uur gaat Ed als 1e en vervolgens de rest. Bij het ontbijt worden we verrast door vogeltjes, mussen en nog een ander viervoetig beest wat op een Tree Squirrel (boomeekhoorn) lijkt. Alleen de staart is veel langer. Als iemand weet wat het is, dan hoor of lees ik het wel. Daarna maken we vanaf de camping een wandeling door het aangrenzende ‘Kokerbomenbos’. Niet echt groot en spectaculair, maar wel bijzonder.

Kokerbomen vind je in het noorden van de Northern Cape in Zuid-Afrika en in het zuiden van Namibië. De boom is een Aloëachtige, die in de vorm van een boom groeit met een vertakking, die wel wat op een soort knotwilg lijkt. Ze kunnen soms met 8 – 9 meter hoog worden. De wijdvertakte takken groeien naar boven. Wat wel bijzonder is, is dat ze in dit ‘Kokerbomenbos’ redelijk dicht bij elkaar staan. Normaal groeien ze solitair. In de Namibische herfst, dus in juni en juli staan ze in bloei. Het zijn mooie gele bloemen. De naam kokerboom (Quivertree) is afgeleid van het feit dat de Bosjesmannen (San) de holle takken van de plant gebruiken om er pijlkokers van te maken. De meeste kokerbomen groeien op rotsbodem. De stenen bieden het wortelstelsel een goede houvast en met de warmte die ze overdag opslaan, beschermen ze de bomen in koude winternachten. De boom bestaat uit grote cellen en is daardoor extreem licht. Het binnenste van de boom is poreus en doet dienst als wateropslagplaats. De bomen kunnen wel 200 – 300 jaar oud worden.

Dan laden we alles weer in de auto’s en gaan we op . Na 5 km vinden we de ‘Giants Playground’. Het verhaal dat de meeste reisgidsen schrijven klopt. Het lijkt inderdaad alsof reuzen hier met een stel stenen van een blokkendoos aan het spelen zijn geweest en met de vele stenen allemaal bergjes hebben opgestapeld. Het is echter een gril van de natuur veroorzaakt door erosie. We lopen een uurtje een rondje en maken een stel foto’s.

Dan gaan we op weg over de gravelweg en komen er na een tijdje achter dat we toch op de verkeerde weg zitten. We hebben eigenlijk ook geen zin om terug te rijden en rijden dus maar door over de C 17 en andere binnendoorweggetjes. Dan maar omrijden via Koes en Gochas. De gravel rijdt prima, maar achter de auto geeft dit erg veel stof. Als de wind goed staat, wordt die gelukkig door de straffe wind direct opzij geblazen. De bergen verdwijnen en we rijden eigenlijk op de grens van de Kalahariwoestijn. Het duurt uren voor we eindelijk ‘wild’ zien: een klein hertje! Ik had ook al een soort struisvogel in de verte gezien, maar de rest had hem gemist. Langs de weg staan voortdurend aan weerszijde hekken van kippengaas wat ook aan de onderkant aan de grond is dicht gelegd met stenen. Dan komen we ook nog een wrattenzwijntje, wat paarden en wat ezels op de weg tegen en af en toe een tegenligger wat extra veel stof oplevert. De auto doet ’t goed en via de ventilatieopeningen en niet goed afsluitende kieren, komt het stof ook binnen. Onderweg zien we geen camping en daarom gaan we door naar Mariental en dan door naar Hardap. Tussendoor eten we weer langs de kant van de weg. G & E raken ook nog in een slip in het lossere zand doordat er plotseling een dier oversteekt. Ze belanden met de auto aan de andere kant in de berm. Het loopt gelukkig allemaal goed af. De schrik zit er wel even in. Verder zien we nog springbokken die staan te grazen. De score blijft dan nog beperkt tot wat koeien, schapen, geiten en wat marterachtigen zoals ook vanmorgen op de camping.

Het is al laat als we in Mariental zijn. Daar gaan we de geasfalteerde B 31 op naar het noorden . We gaan naar de Hardap Dam. We worden door de politie staande gehouden bij een checkpoint. Ed heeft zijn gordel niet om. De agent spreekt hem hier meteen op aan. Oei foute boel! Ik probeer een afleidingsmanoeuvre door stomweg de weg naar een camping te vragen. Het werkt feilloos. Er is een camping & een restaurant bij Hardap en als je wilt kan je ook nog een soort trialroute rijden en wat dieren tegen komen. Verder staan er lodges, maar alles is uitgestorven. Het schijnt een heel groot resort te zijn, maar wij hoeven alleen maar een campingplaats voor deze nacht. Morgenochtend gaan we weer weg. Veel zien we niet van dit grote resort, want het is inmiddels donker geworden.

We staan met 3 andere mensen op deze camping. Het is een vreemde bedoening. Je moet eerst bij de poort van het park een heel formulier invullen met allerlei persoonlijke dingen. Dan mogen we door en na nog een eind rijden vinden we de camping. Het is 3 x niks voor veel geld; wel schoon sanitair. Even douchen en hebben geen zin om te gaan koken. Tafeltjes, stoeltjes en 1 auto laten we staan en gaan met de andere auto naar het restaurant. (het is anders een heel eind lopen). We zijn de enige gasten maar het eten is erg lekker. Voor 4 personen 450 Rand incl. fooi . Buiten heeft er iemand ongevraagd op onze auto gepast en wil hij er maar liefst ook nog 30 N$ voor hebben. Dat dacht ik dus mooi niet! We geven hem 5 en dat is al meer dan 2x het normale tarief. Niet dat we hem die 3 euro niet gunnen, maar dan zouden we het verpesten voor alle andere toeristen. We drinken nog wat en dan naar bed om 21:30 uur!.

Dag 7 – maandag 7 mei – Hardap – Stampriet – Gobabis – Harnas Wildlife Foundation and Guestfarm (Cheetah’s)

image021

Ed is al voor zes uur op. De douche bij de mannen is niet warm. Sh…!! De douche bij de vrouwen is wel goed. Om 6 uur Namibische tijd komt de zon op. We ontbijten lekker en voor achten rijden we al naar de office. Betalen duurt een hele tijd vanwege alle formulieren die moeten worden ingevuld. We krijgen korting wegens het warm water probleem, maar moeten zowel camping als toegang van ’t park/dam betalen. Ook bij de uitrijdpoort weer een formulier. Geen tankstation in tegenstelling tot de wegenkaart en de gidsen. We hebben nog genoeg brandstof, maar div. mensen adviseren om te tanken waar je kan, omdat niet alle tankstations tijdig bevoorraad zijn.

We besluiten richting Stampriet te rijden. Een klein stukje terug richting Mariendal is de afslag. Stampriet heeft een tankstation annex ‘Winkel van Sinkel’ en terwijl de heren tanken halen Els en ik de boodschappen.

Dan verder naar Gobabis. Een prachtige rit door een afwisselend heuvelachtig, dan weer vlak land. We zien struisvogels, staan stil bij één van de vele enorme wevervogelnesten in bomen, zien talloze grondeekhoorns oversteken en passeren duizenden termietenheuvels van de rode zandgrond. We komen erg weinig andere auto’s tegen.

Onderweg gewoon naast de weg stoppen. Tafel en stoeltjes eruit en dan eten en drinken we gewoon naast de weg. Aangezien er vrijwel geen verkeer is hebben we geen last van stofwolken. We genieten volop van de rust en ongelooflijke uitgestrektheid. Vandaag eten we (i.v.m. droog oud brood) tussen de middag wentelteefjes met suiker, kaneel, en/of stroop. Tegen half 4 in Gobabis.

We moeten vóór het donker is en dus vóór de sluiting van de gate in/bij Harnas (Harnas Wildlife Foundation and Guestfarm) zijn. We hebben specifiek voor deze Cheetah Guestfarm gekozen, omdat hier behalve cheetah’s ook luipaarden, leeuwen en een hele hoop andere niet katachtige zijn. Het mooie aan deze plek is behalve de natuur, het feit dat het campinggeld volledig naar de opvang en rehabilitatie gaat van de opgevangen dieren. Hierdoor komt het geld gewoon heel goed terecht en het is er bovendien verschrikkelijk mooi qua natuur. Het hele project draait eigenlijk alleen maar op vrijwilligers en de mensen die het project runnen. Op Harnas kan je zowel kamperen als in een mooie lodge slapen, ligt aan wat je wilt en wat je budget toelaat. Helaas is er eigenlijk geen tijd voor een internet bezoek en gaan we alleen op weg naar een pinautomaat en een tankstation. Na wat gevraag vinden we beiden. Net als we stoppen komen hier direct jongetjes tussen de 10 en 14 om geld bedelen. Vervelend. Dit hebben we nog niet eerder meegemaakt. We geven ze in ieder geval geen geld. Wel voedzame koeken, die we voor in de auto hebben liggen, zodat ze in ieder geval hun eetlust wat kunnen stillen. Ze eten ze op alsof ze dagen niet hebben gegeten. Dan blijkt later dat ze je auto in de gaten houden. We gaan tanken en hier duiken dezelfde jongetjes weer op.

Dan vlug verder voor de laatste 94 km. Nadat we een groot deel van de dag weer gravelwegen hadden, is er nu af en toe geasfalteerd wegdek. We gaan naar Harnas Wildlife Foundation and Guestfarm http://www.harnas.org en dat staat goed aangegeven. We vinden de smalle toegangspoort bemand door een jongen van een jaar of 16. We gaan door een hek en moeten goed op letten volgens hem voor dieren, want het schemert al. We moeten dan doorrijden tot een volgend hek en daarna wijst het zich vanzelf. We rijden een hele tijd en denken dat we dat volgende hek hebben gemist. We rijden weer een heel stuk terug, naar een soort driesprong, maar komen tot de conclusie dat we toch goed zitten en rijden door. We vinden het hek en dat moeten we zelf openen. Op het hek staat: You’re very lucky to arrive safely. Enjoy your stay on Harnas met daarbij een kop van een leeuw getekend.

Dan komen we eindelijk in het donker op een open veld en gaan op de lichten van de lodge/camping af. Gelukkig, we zijn er eindelijk. Wij zijn al gesignaleerd. Via een bruggetje komt een vrouw, ze heet Victoria. Ze brengt ons naar de campingplek, want in het donker zien we niet veel. Er staan nog 2 auto’s en dus 4 mensen. Het is vlak bij een veld met bavianen en we zien een zebra in de verte lopen. Wij denken dat hij ergens achter een afrastering loopt, totdat hij ineens even bij ons voor de deur staat. We vinden het dan nog een leuke ‘ontmoeting’. Later blijkt deze zebra ‘Zebe’ een ontzettend vervelend, geestelijk, gestoord beest op 4 poten te zijn, die we liever kwijt dan rijk zijn.

We gaan in het grote gebouw een biertje drinken en maken kennis met 2 Hollandse meisjes, die hier vrijwilligers werk doen een maand lang. Zij hebben hier de afgelopen tijd geen Nederlanders gezien. Kosten om hier te mogen werken zijn trouwens: € 1000,– pp/maand!!! We wisselen wat ervaringen uit. Zij hebben alleen de weg van Windhoek naar Harnas gezien en verder niets van Namibië. Ze zijn wel wat jaloers op ons. We krijgen een vogelboek en komen erachter dat we onderweg een ‘kori busterd’ hebben gezien.

Dan terug naar de auto en maken we kampvuur en de BBQ aan. We hebben kip gekocht om te ‘braaien’, maar het wil niet erg goed gaar worden. We doen ze later maar in de koekenpan. We drinken wat, horen ondertussen allemaal gebrul van leeuwen en apen. We weten niet waar het precies vandaan komt, maar het klinkt mij akelig dichtbij. Waar zijn die beesten? Zitten we hier veilig? Er is verder nergens licht. Tip: Zorg dat je hier bent als het nog licht is en je kunt zien waar alles een beetje ligt en leeft. De rest lacht, maar ik ben een angsthaas en heb even geen zin in stoerdoenerij en ga alvast naar binnen in de bushcamper. Bovendien is het vreselijk koud. Niet veel later gaan de anderen ook naar binnen en tegen 22.00 uur ligt iedereen ‘veilig’ in bed. En dan …….. als we net allemaal in bed liggen zitten, komt de zebra rottigheid uithalen. Hij maakt de zak met houtskool stuk, gooit de pannen op de grond maakt, maakt het braaigedeelte met het kampvuur met daaromheen stenen helemaal stuk met hierin nog gloeiende kooltjes en gooit alle stoeltjes om. Stoeltjes zitten onder de houtskool. Wat een klerebende! Waarom wordt hij niet door een leeuwen of cheetah opgevreten?

Dag 8 – dinsdag 8 mei – Harnas Wildlife Foundation and Guestfarm

image023

’s Nachts is het stervenskoud. Thermosondergoed en sokken moeten aan. Het lijkt wel te vriezen zo ontzettend koud is het. De leeuwen hebben zich regelmatig laten horen met hun gebrul. Wat ben ik blij met onze emmer met deksel als wc! Bij daglicht ziet de wereld er weer heel anders uit. Wat heeft die k…..zebra een beestenbende achter gelaten!

Gelukkig de douche doet ’t goed en is goed warm. Het ontbijt laten we ons weer goed smaken. Iets voor negenen gaan we naar het hoofdgebouw. Er is vanmorgen even paniek geweest. De vrijwilligers slapen vlakbij de apen. Niemand snapt natuurlijk hoe het kan, maar de stroom van de omheining stond niet aan. Eén van de vrijwilligers werd gewekt door één van de bavianen, die op zijn bed kwam zitten. De apen hadden vrij spel. Geen stroom, dus gewoon uitbreken. En hoe zit het dan met die leeuwen die ik heb gehoord? Waar zijn die? Stond daar de stroom er dan nog wel op?

Voor 9.00 uur hebben we een onze 1e voedertocht geregeld langs de dieren die ‘buiten’ leven. Er staat een auto met een afdak en aanhanger klaar. Onze gids/chauffeur heet ‘Etosha’ en hij heeft een Australische en een Britse vrijwilliger meegenomen. Dan zien we pas hoe het er hier uit ziet. De dieren leven in grote omheinde gebieden. De leeuwen, cheetah’s, luipaarden, e.d. zitten achter omheiningen, die onder stroom staan. We gaan eerst de bavianen eten geven, dan naar de diverse gebieden met leeuwen, wilde honden, cheetah’s, meer apen, luipaarden, caracals etc. Ieder dier heeft zo zijn eigen verhaal, waarom hij/zij hier is terecht gekomen. Eén leeuw schijnt een soort ‘aids voor dieren’ te hebben. Hij ziet er echt niet ziek uit. Zeker niet als je ziet hoe hij op zijn ontbijt afkomt! Best heftig allemaal. De meeste dieren die hier zijn mankeren wel wat. Zij die nog beter kunnen worden, worden zodanig behandeld, dat ze straks weer terug kunnen worden gezet in de vrije natuur.

Halverwege de ochtend gaan we vlak bij de leeuwen pauze houden. Onze gids Etosha heeft niet alleen vlees voor de dieren mee genomen, maar ook koffie, thee en muffins voor ons. Het is allemaal erg spectaculair en ongedwongen en we maken veel foto’s en filmen heel wat af. Als laatste gaan we IN een gebied waar 13 cheetah’s leven. Ik zelf had het eerst niet door en dacht dat het vlees ook hier over de omheining zou worden gegooid, maar we gingen naar binnen. Bloeddruk en hartslag stijgen aanzienlijk. De vrijwilligers moeten de cheetah’s met grote stokken/takken bij de auto weg zien te houden, want ze zijn duidelijk erg hongerig. Dan rijden we verder het gebied in. De cheetah’s zijn overal rond de auto. Wat zijn die dieren ongelooflijk snel! Je weet het wel, maar als je die dieren razendsnel langs je heen ziet vliegen is het een heel ander verhaal. Wij zitten wel in een open auto met alleen maar een dak! Ik vind dat die cheetah’s veel te dichtbij zijn, maar de anderen zijn of doen alsof het allemaal wel wat meevalt. Het is een gigantisch spektakel als ze op hun prooi wachten. Met zijn allen duiken ze op elk stuk vlees wat naar ze wordt toe gegooid. Ik ben blij als ze allemaal met hun buit razendsnel vertrekken. Gek genoeg heb ik toch nog wel foto’s genomen. Lang leve de telelens! Dan ziet het er net even iets minder eng uit als je door de lens kijkt.

image025Rond het middaguur zijn we terug. We besluiten dat het toch wel handig is om bij daglicht ‘het diner’ te gaan klaar maken i.v.m. vliegen, muggen, motjes e.d. die ’s avonds op het licht afkomen. Het is een allegaartje van gekookte aardappels, blik doperwten, blikje smac, uien, blikje knakworst. En dan vanavond gewoon makkelijk een broodje eten.

Om half drie hebben G & E afgesproken om te gaan paard rijden (zijn een beetje gek van paarden). Wij zwaaien ze uit en gaan lekker ‘rustig’ in de zon zitten tot we bezoek krijgen van een wrattenzwijn. Hij gaat naar Ed en laat zich aaien. Hij voelt heel vreemd stug en hard aan. Op zijn kop kriebelen vindt hij wel wat.

Om half 4 is het paardrijden klaar en om 16.00 uur begint de ‘middagtoertocht’. We krijgen eerst rooibos-thee met een muffin van Etosha. Dan komt er ineens een hele lading mangoesten aangerend. Ze worden vlak voor ons neus door vrijwilligers met vlees gevoerd. Dit was nog niet echt de bedoeling, want dat zou allemaal later tijdens de rondleiding eigenlijk gebeuren. Nou dan maar koude thee. Hierna de stokstaartjes en de Bat-eared Fox (Lepelhond) met hele grote oren en dan een oude tamme cheetah met de naam ‘Goeters’ van 23 jaar, met wie we allemaal op de foto gaan. Ik zelf vind het allemaal maar niets. Iedereen probeert mij over te halen, maar dat hoeft voor mij allemaal niet. Stel dat die cheetah plotseling ‘even’ vergeet dat hij tam hoort te zijn? Want mijn hart gaat vreselijk te keer en dieren voelen toch automatisch aan dat je doodsbang bent? Maar als dan ook nog iemand zegt dat ik misschien maar 1 x in mijn leven deze kans krijg, ga ik uiteindelijk toch overstag. Er gebeurt inderdaad niets. Hij spint net als een poes, maar dan vele malen harder. Later lees ik op het prikbord van Namibië, dat Goeters een filmster is. Hij heeft in diverse films gespeeld o.a. met Angelina Jolie.

Dan naar 2 jonge leeuwen van 1 jaar. Ze zijn als 2 welpjes samen naar Harnas gebracht. Hier op Harnas loopt ook een hond (Labrador). Deze hond heeft de 2 welpjes groot gebracht. De hond en de 2 leeuwen zijn tot nu toe nog steeds gedrieën samen op 1 omheind terrein. We kunnen de ene leeuw op zijn kop aaien, maar hij is vreselijk speels en Etosha blijft voor de veiligheid steeds tussen ons en de leeuw. Want al is hij dan ‘pas’ 1 jaar, hij is beresterk! Hij probeert zijn poot om jouw been heen te krijgen en je dan plat op de grond te krijgen! We zijn allemaal een hele ervaring rijker. Voor mij hoeft het niet meer. Ik heb gezien hoe ze nu in het wild zijn en hoe ze op hun prooi afkomen……….. Want ik blijf erbij dat het uiteindelijk toch wilde dieren blijven.

Dan is de toer eigenlijk klaar. We hebben aan onze gids ‘Etosha’ een hele goede en enthousiaste gids. Hij is zelf Himba. Zijn familie woont nog in Opuwo en omstreken. Hij heeft een neef in Opuwo. Wij krijgen zijn telefoonnummer en hij zal zijn neef vast inlichten. Wij kunnen deze neef ‘Gerson’ dan bellen, zodat hij ons naar de Himba en Zemba kan brengen. Want wij willen liever niet naar die “Van negen-tot-vijf-uur-Himba-stammen”.

Dan gaan we brood eten, warm aankleden en kampvuur aansteken en wat drinken. Om 20.15 uur we naar bed. Ik kijk nog alle foto’s van de dag na en Ed leest zijn boek nog tot half elf.

Dag 9 – woensdag 9 mei – HarnasWildlife Foundation and Guestfarm – Otjiwarongo

image026

We staan om 6 uur op en douchen. Het was weer een stervenskoude nacht. Thermosondergoed aan plus een dunne trui, fleece-vest plus sokken in de slaapzak en die helemaal dicht. Ook de raampjes van de auto bijna allemaal dicht en nog koud. Ed heeft onze badlakens ook nog over me heen.

Dat psychisch gestoorde beest op 4 poten heeft vannacht de verlichting  vernield, die op onze plaats voor een beetje licht zorgde in de donkere avond/nacht.

Tijdens het ontbijt komt het wrattenzwijn ons goedemorgen wensen en wil duidelijk geknuffeld worden. Met zijn vieze snuit krijgen we een knuffel waar we niet echt op zitten te wachten. Kleren zijn gelijk smerig. Hij is lastig en moet even met een stevig takje worden verjaagd. Arm beest, weer een trauma rijker.

Als we gaan betalen schrikken we ons een bult: ruim ND 2600,–

ND 148,– p.p. pn om te kamperen

ND 200,– p.p. voor de ochtend toer

ND 100,– voor de paardrijtoer

ND 120,– voor de middag/avondtoer

ND   50,– drankje aan de bar

Enfin het is voor Namibische begrippen niet goedkoop geweest, maar wel heel erg de moeite waard. We gaan de farm uit langs dezelfde weg als we kwamen. Dan rijden we een heel stuk terug. Naar later blijkt wel 100 km. Vervolgens via gravelwegen een paar uur door naar boven. Het landschap is wat saai. Onderweg koffie, lunch met wentelteefjes en dan zijn we ca 15.45 uur in Otjiwarongo. Daar worden we net door tegenliggers op tijd gewaarschuwd voor een snelheidscontrole. Dan de auto weer aftanken. Vervolgens doen we boodschappen bij de Spar die een buitengewoon groot assortiment heeft en ook nog kantenklaar warm eten verkoopt. Onbegrijpelijk grote winkel met zo’n keuze. De camping Acacia is vlak in het centrum en snel gevonden. Geen bijzondere plekken. We staan naast allemaal iglo tentjes, die van wegwerkers blijken te zijn. We eten brood met lekker dingen, koffie en om 20.45 uur is het bedtijd. Om 6.00 uur weer op morgen. Op naar Etosha park.

Dag 10 – donderdag 10 mei – Otjiwarongo – Tsumeb – Etosha – Namutoni

image028

Douchen en ontbijten. De 200 rand om te kamperen met 2 auto’s en 4 personen hebben we gisteren al betaald. We hoeven vandaag alleen asfalt te rijden. Er zijn slechts 2 herendouches en die zijn bezet. Het wordt wassen bij de kraan. Wel warm water. Bij de 4 damesdouches dit keer weer geen warm water, alleen ijs- en ijskoud. Balen! We zijn vlot vandaag.

Van Martijn komt een sms’je bericht dat onze buurman Jan bij zijn boot is gevallen en zijn rugwervel heeft gebroken. Onze buurman zorgt voor ons ‘vee’ in de vijver, huis, post e.d. We bellen Jan en vragen het hoe, wat, waarom etc. Hij blijkt gelijk de 1e dag na ons vertrek al te zijn gevallen, maar vond het niet nodig ons te bellen, aangezien Jannie, zijn vrouw, nu zijn oppaswerkzaamheden regelt. Hij hoeft niet geopereerd te worden, maar moet de komende maanden plat in bed blijven liggen. Dit is helemaal niets voor hem, want hij is dan al rond de 70 jaar, maar hij is nog druk als een bezige bij en mankeert nooit wat. Een hele klap voor hem om nu hele dagen in bed door te moeten brengen. We willen proberen om iemand anders in te schakelen voor de oppaswerkzaamheden, maar daar willen ze niets van weten.

Om 8 uur zijn we onderweg naar Tsumeb en vandaar via wat bergen die niet hoog zijn, maar wel mooi begroeid met geelkleurend boomblad (het is tenslotte herfst). Het is trouwens opvallend groen en begroeid hier. Onderweg in Tsumeb stoppen we bij een restaurant voor koffie maar dat hebben ze niet. Wel bier en fris. Het wordt het laatste. Koffietijd hoeven wij niet aan de alcohol. Buiten wordt volop gehandeld in zakken vol mandarijnen.

Dan rijden we door, want we willen niet te laat in het park zijn, want we hebben niet gereserveerd. Dat lukt en rond 11.30 u rijden we de oostelijke poort bij Namutoni binnen. Je moet weer een formulier invullen met je adres en paspoort nr plus kenteken. Bovendien moeten we hier al opgeven hoeveel dagen we in het park gaan blijven. Betalen moeten we een stukje verder doen op de camping van Namutoni zelf. Het wordt ND 650 voor 4 personen d.w.z. 300 voor het kamperen voor 4 mensen en 350 voor het Etosha park voor 4 personen. Het oude Duitse fort wordt volledig verbouwd en ook het zwembad is er niet meer. Wel het restaurant en het winkeltje. We willen op de camping staan en vragen of er plaats is. Er ontstaat een soort spraakverwarring met de man, maar we kunnen gaan kijken of er een plaats is waar we tevreden mee zijn.  We vinden een plekje voor onze beide auto’s vlak naast elkaar. We melden dit bij de receptieman en vragen hem of we nog kunnen staan op de andere 2 campings. Hij belt voor ons. Halali heeft geen telefoonverbinding meer. Na een tijdje wordt hij teruggebeld en krijgen we een boekingsnummer en de mededeling dat we morgen in Halali kunnen staan en de dag daarop op Okaukuejo. Of we daar ook 2 nachten kunnen blijven is nog maar de vraag want de 2e dag zijn ze “booked out”. Nou we zien het wel.

De warme maaltijd wordt gemaakt.

De rest van de middag gaan we naar het winkeltje, ijsje eten en bij de waterhole kijken. We zien 3 giraffen en later een jakhals en wat gnoes. Verder een mooie zonsondergang. We maken een heel stel foto’s. Dan terug naar de auto en we eten brood (sandwiches) en gaan nog even bij het waterhole kijken. Er gebeurt echter niets meer en gaan we terug. Het is buiten gewoon warm en dat is een hele tegenstelling tot de afgelopen 3 nachten. Om 20.45 uur lig ik er alweer in. G & E gaan ook vroeg en Ed sluit als laatste weer de rij. Voor hem zijn de nachten anders te lang. Hij is al uitgeslapen en kan met weinig slaap toe. Morgen weer om 6 uur op.

Dag 11 – vrijdag 11 mei – Etosha – Namutoni – Halali

image031

De camping was afgelopen nacht behoorlijk vol, maar er waren nog genoeg plaatsen. Het is wel en geen goede morgen, want we hebben helaas we een lekke band. Gelukkig hebben we hem hier op de camping en niet buiten de camping tussen de leeuwen, cheetah’s etc. De band rechtsvoor is zo plat als een dubbeltje. Gijs en Ed gaan zich hier mee bezig houden. De krik geeft problemen. Toen de camperverhuurder het voordeed was het ‘eitje kluts’, maar die krik gaat eerst niet omhoog. Ze ontdekken hoe het moet, maar als de krik weer naar beneden moet, zitten ze echt in de prijzen. Dat wil helemaal niet meer. De krik van Gijs erbij, maar dat wil ook niet echt. Diverse mensen komen naar het probleem kijken, maar de oplossing lijkt erg ver weg. Na veel termen die hier beter niet opgeschreven kunnen worden, ontdekken ze het probleem. Doordat de krik aan de buitenkant op de auto zit, zit hij vol met stof en daardoor beweegt datgene wat essentieel is voor de werking van de krik, ook niet meer. Uiteindelijk lukt het om de auto weer cm voor cm op de grond te krijgen. Bij het plaatselijke tankstation kunnen ze de band plakken. Het duurt even, want het is vrijwel allemaal handwerk met zo’n zware band en velg. Het kost tijd en 50 Dollar. We tanken gelijk weer, want het tankstation in Halali schijnt zonder brandstof te zitten. We hoeven slechts 50 liter te tanken. Dan kunnen we kwart voor tien eindelijk het park in. We mikken nog een beetje rest olie over de krik en bij gebrek aan smeerolie heb ik in het winkeltje een klein flesje slaolie gekocht, wat we in geval van nood kunnen gebruiken. Want je wil hetzelfde probleem niet krijgen als je straks buiten de camping tussen de leeuwen staat.

We rijden ca 40 km /u en van waterhole naar waterhole. We zien diverse beesten: zebra’s, spies-/gemsbokken, impala’s, giraffen, kori bustards, een havikachtige soort, kleine vogels, 1 olifant, springbokjes, etc en nog wat kleine spul, maar geen leeuwen, cheetah’s, luipaarden of neushoorns.

Onderweg, op een zogenaamde omheinde ‘picknickplek’ met een uiterst vieze toilet, maken we snel even koffie, maar het toegangshek is stuk en zo veilig zitten we hier helemaal niet. We rijden door naar Halali waar het erg veel helpt dat we nu een boekingsnummer hebben. We zijn zo ingecheckt en de camping is vrij leeg. De verbouwing, die op alle 3 de campings/resorts aan de gang is, is al ver gevorderd. Hier zijn de toiletgebouwen zo goed als af.

We eten snel een broodje, want het is al ca 15.00 uur en wij willen met de auto naar het uitkijkpunt wat ca 25 km verderop ligt. G & E houden het voor gezien. Wij nog lang niet. We gaan naar de rand van de zoutpan, waar helemaal niets groeit. We kijken hier alleen maar naar een grote leegte. De grond heeft hier een iets groenige kleur. Misschien wat alg??? Dan begint het te spetteren en het duurt niet lang meer op de terugweg of het gaat gieten.

Terug op de camping blijkt dat G & E gezwommen hebben. Ed gaat ook en ik heb geen zin in ijskoud water en ga gewoon even onder de warme douche.

’s Avonds gaan we uit eten. Het hele buffet  nemen kost 110 dollar/ persoon. Dat doen we. Erg lekker. Na het eten naar de waterhole. Dit is hier een afgang. Het is hier erg druk. Blijkbaar heeft iedereen besloten de tijd te doden met een wijn of bier. Het is allemaal veel te luidruchtig. Vreselijk! We zien behalve een uil, helemaal niets. We gaan terug, opruimen en naar bed. Een das of stinkdier is bezig alle vuilnisbakken om te gooien en maakt daarbij flink lawaai.

Dag 12 – zaterdag 12 mei – Etosha – Halali – Okaukuejo

image033

Vroeg op maar heel veel mensen staan toch wel rond 6.00 uur op. Het wordt dan net licht. Dat is 7.00 uur Zuid-Afrikaanse en Nederlandse tijd. Het heeft vannacht flink geregend. Bij de eerste druppels heeft Ed de stoeltjes in de auto gezet, de was binnengehaald. Die was vrijwel droog. Een paar aardige buien. Na het douchen begint het weer te regenen en ontbijten we in de afwasruimte van het sanitair gebouw. Prima. De zandgrond wordt samen met de regen een soort plakklei waardoor je binnen zeer korte tijd grote klompen modder onder je schoenen hebt hangen.

We rijden richting ‘Rhino-drive’ en zien niets. We rijden over de ‘Rhino-drive”, 22 km met 35 km/u en zien niets!!!. Uiteindelijk komen we bij een waterhole en daar zijn 2 leeuwen in het gras met elkaar aan het spelen. Verder gemsbokken, impala’s. Verderop komen we enorme kuddes zebra’s en impala’s tegen.

We rijden richting ‘Olifantsbad’ en ineens zijn er bij een waterhole een hele lading olifanten. We kijken een hele tijd. Dan door naar olifantsbad waar in eerste instantie geen dieren waren maar kort na onze aankomst verschijnen er steeds olifanten die gaan drinken en rondhangen. Ze lopen vlak langs de auto van G & E. Dan bezoeken we nog wat waterholes en een uitzichtpunt. We komen ook heel veel blubber tegen want een groot deel van de ochtend heeft het af en toe flink geregend en geonweerd.

Tegen 5.00 uur zijn we in Okaukuejo. Op de vraag of we 2 nachten kunnen blijven is het antwoord: “No problem”. Hoezo overbooked????? De camping is vergane glorie. Er zijn niet veel mooie plaatsen maar we vinden er 1. Na het eten komt de buurman zeggen dat er 2 zwarte neushoorns bij de hole zijn en we gaan direct kijken. Het blijken er zelfs 4. Onze dag kan niet meer stuk. Gescoord zijn nu leeuwen, olifanten, neushoorns en giraffen. Alleen nog nijlpaarden en meer leeuwen. Nijlpaarden zal niet lukken want die zijn hier helemaal niet.

Daarna koffie, glas wijn, beetje ouwehoeren  en naar bed. Vanmiddag was het aardig weer. Niet veel zon, maar in ieder geval wel droog.

Dag 13 – zondag 13 mei – Etosha – Okaukuejo

image035

Omstreeks half 5 in de morgen begint het plotseling weer te regenen. Ed heeft maar een paar seconden om de stoeltjes binnen te halen. Een enorme bui. ’s Morgens is er enigszins warm water in de heren douche, maar later niet meer. Bij de waterhole is geen enkele activiteit meer. ’s Nachts hebben we nog wel jakhalzen horen huilen, maar verder was het rustig.

Na het ontbijt zetten we de tafel en stoeltjes op de plek van onze vertrokken buren. Hij is beter is dan de onze. Wij gaan vandaag weer op stap en hoeven dan niet vroeg terug om van een goede plaats verzekerd te zijn.

We gaan op weg richting de meest westelijke punt van het park waar je als solotoerist mag komen. We rijden langzaam om zoveel mogelijk te zien en dan met name leeuwen want die hebben we al wel gespot maar nog niet veel. We zien echter honderden zebra’s en springbokjes. Geen leeuwen en die komen ook de hele dag niet. We komen bij ‘Leeuwbron’ met een groot wevervogelnest op een paal en in sprookjesbos met hele vreemde bomen. We drinken koffie op een beveiligde plek met een tamme grondeekhoorn en muizen.

En deze laatste dag hebben wij bij de laatste waterhole (Charl Maraisdam) een hele bijzondere ontmoeting: Het is triest en luguber tegelijk: een dode vrouwtjesolifant bij een waterpoel. Hier komt even later een gigantische stier (olifant). Waar komt hij zo snel vandaan ???? Wij staan op een dam en hij op 15 meter afstand. We staan in de startblokken om weg te rijden, want met zo’n enorme stier wil je absoluut geen direct contact. Hij bekijkt ons lang. We worden blijkbaar goed bevonden en laat ons met rust. Loopt naar de poel en neemt een bad en met veel bombarie tovert hij de hele poel om in een modderbad. Gaat hierna naar een soort moeras en gaat ook hier op zijn dooie gemak op zijn knieën door de modder heen en weer liggen schuiven. Hij krijgt er geen genoeg van. Toen nog een zandbad. Bestudeert ons hierna nog een tijd en gaat dan naar de dode olifant (wat een vreselijke stank trouwens). Loopt hier een rondje omheen. Besnuffelt haar aan alle kanten en laat ons dan met de dode olifant, 9 giraffes, een kudde springbokjes en gnoes alleen. Al met al hebben we hier meer dan 2 uur ademloos staan kijken. Durfden bijna niet te praten en of te bewegen. (hebben wel foto’s gemaakt en gefilmd hoor). Het was een overweldigende voorstelling, die bijna niet in woorden is uit te drukken.

We hebben al die tijd niets gehoord dan alleen dierengeluiden, geen auto of ander mens gezien, geen gebouw te zien over een vlakte zover het oog rijken kan, de horizon. Geen hoogspanningsmast, geen vliegtuigstrepen in de lucht. Niets, niets, niets. Geweldig! Dan rijden we terug via een paar andere waterholes, maar daar is niets te zien omdat er door de regen voldoende plassen met water overal staan, van waaruit de dieren kunnen drinken. We zijn op tijd terug, kijken even bij het waterhole. Niets te zien. Dan koffie, eten, afwassen, koffie en dan weer even waterhole. Dit keer 3 neushoorns met dezelfde show van gisteravond alleen minder geluid. Een prachtige dag.

Dag 14 – maandag 14 mei – Etosha – Okaukuejo – Kamanjab

image037

Ed is wederom vroeg wakker. Het begint net te schemeren. Hij probeert een foto van de zonsopgang, maar deze is dit keer helemaal niet spectaculair. Dan volgt het gebruikelijke ochtendritueel.  We plannen Opuwo voor vandaag, maar het is wel 400 km en het meeste is gravelweg. We zien wel hoever we komen. Drinkwatertank en brandstof worden weer bijgetankt, lucht in de banden checken, even in het winkeltje een paar boodschappen doen, G & E moeten nog postzegels in het postkantoortje naast de winkel kopen en Ed klimt op de toren en maakt een overzichtsfoto. En dan eindelijk internet. Het kan hier in internetcafé bij de receptie. Het gaat per 30 minuten en daarvoor koop je een toegangscode. Ik wil eindelijk mail checken en iedereen op de hoogte stellen van de stand van zaken. G & E gaan dan ook maar even als ze horen dat er meerdere computers staan. Achteraf blijkt de verbindingssnelheid niet tegen te vallen. Opuwo gaan we vandaag dus niet halen want het is al bijna 9.15 uur. We gaan uiteindelijk tegen 9.45 uur richting uitgang Etosha dat nog 17 km rijden is. Daar wordt het formulier nagekeken, wat we zelf hebben ingevuld bij de ingang.

Dan nemen we na ca 15 km een weg rechts richting Kamanjab (D 2695) om zo naar Opuwo te rijden. Het is een gravelroad die erg goed is. Een hele mooie tocht die over en door een geweldig stuk heuvelachtig natuur gaat. Vrijwel geen verkeer. Twee auto’s en nog een Bushcamper. We zien nog giraffes en passeren talloze wildroosters en hekken die we zelf open en dicht moeten doen. G & E rijden een slang dood, die plotseling oversteekt. Het is gelukkig de enige die we deze vakantie zullen zien. Gijs heeft ook nog ergens een klein slangetje gezien. Onderweg, bovenaan een heuvel drinken we koffie en eten we een broodje. Dan komen we zo’n 35 km onder Kamanjab weer op een asfaltweg. Niet helemaal de bedoeling, maar het is niet anders. We hadden verwacht, verderop op het asfalt te komen, maar blijkbaar is er een afslag verkeerd gekozen. We moeten van Kamanjab nog bijna 300 km naar Opuwo en omdat het al 13.15 uur is gaan we dat zeker niet halen. De totale afstand vanaf het Etosha Park is dus meer dan we hadden berekend.

We stoppen in Kamanjab bij een supermarkt. Meteen komen 2 lui met houtsnijwerk (van die noten waarin ze een olifant uitsnijden en je naam. Ze maken er een touwtje aan en kan je het als sleutelhanger gebruiken) aan ons vragen hoe we heten en waarvandaan we zijn. We hebben geen interesse. Eentje zegt dat hij honger heeft maar als Gijs zegt dat hij brood kan krijgen hoeft het niet meer. Later zien we hem in de super lopen en boodschappen doen. De super verkoopt trouwens van alles tot Douwe Egberts koffie aan toe.

Dan naar de camping; er zijn er twee. We nemen diegene die 500 m. van de supermarkt afligt:’Oppie Koppie’. Bij het hotel /restaurant (naast de supermarkt) schrijven we ons in en zijn de enige gasten op de camping die overigens brandschoon is. Tijdens het inschrijven voor de camping blijf ik in de auto zitten. Ik krijg bezoek van een man, die zegt dat hij honger heeft. Ik stuur hem naar de auto van Gijs en Els, want hier ligt onze broodvoorraad. De man krijgt een heel brood en is er vreselijk blij mee. Vist uit een vuilnisbak nog een plastic tas en doet hier het in. Komt mij hierna apart bedanken en vertrekt naar niemandsland. Dat was even slikken. Wij kopen wel weer nieuw brood. We gaan in de zon zitten, Els gaat uitgebreid de was doen en we drinken een biertje. Gek worden we hier van de vliegen.

Vanavond macaroni op het menu. Beter dan de voorgestelde wentelteefjes die we nu 2x tussen de middag hadden (op dat moment wel lekker trouwens) en het is voor Ed wel genoeg wentelteefjes geweest voor de komende 10 jaar..

Op de camping bellen we met de neef van Etosha (die gids die we in Harnas hadden) in Opuwo om te vragen of het mogelijk is dat we elkaar ergens ontmoeten i.v.m. Himba’s en Zemba bezoek. Volgens de planning zullen we daar dan rond 12.00 uur in Opuwo op de camping staan. Hij zegt dat het “no problem” is. Wij liggen aardig op reisschema.

Dag 15 – dinsdag 15 mei – Kamanjab – Opuwo – Himba

image038

We zijn weer 6.00 uur op. Gebruikelijk ritueel in een goed verzorgd sanitair gebouwtje en om 7.45 uur zijn we op weg naar Opuwo. De weg ( C 35) is nog gravel, maar er wordt overal hard aan gewerkt om te asfalteren. De nieuwe asfalt ligt naast de gravelweg. Er werken opvallend veel vrouwen aan de weg (in het algemeen). Zowel voor de veiligheid, het zwaaien met rode vlaggen, als ook zwaardere werk met houweel. Na een goeie 150 km mogen we op het nieuwe asfalt en dat rijdt prima.

Onderweg langs de weg weer een sanitaire stop tussen de bosjes en een vers bakkie koffie zetten. Er loopt een jongen van een jaar of 15 langs. We groeten hem en vragen in gebarentaal of hij koffie wil (hij spreekt geen Engels of Zuid-Afrikaans). Nou dat gaat er wel in. Net als een hele lading suiker en koek. Als hij het op heeft gaat hij weer. We bieden aan dat hij wel een stuk mee mag rijden, maar dat doet hij niet. Hij groet ons en loopt verder. Wat hij wel doet blijft een raadsel. Misschien koeien hoeden, want die lopen daar wel in de buurt. Onderweg hebben we nog 2 x een checkpoint met politie en moeten we 1 x ons rijbewijs (niet het Internationale rijbewijs) laten zien.

Opuwo: Angola is nog ca 130 km naar het noorden. We komen even voor 12.00 uur bij het tankstation van Opuwo. Daar is het flink druk en zijn er meerdere supermarkten en overal mensen. Ook Himba- en Hererovrouwen en schoolkinderen. Alles loopt hier door elkaar heen.

We hebben besloten naar Kunene Village Restcamp te gaan. Kunene (betekent:groot /wijd) te gaan. http://www.nacobta.com.na/modules.php?op=modload&name=News&file=article&sid=19 Bordjes naar deze camping vinden we snel, maar de weg er naar toe belooft niet veel goeds over hoe de camping eruit zal zien. De camping valt echter mee. Het sanitair is behoorlijk oud en zeker aan vervanging toe, maar het werkt. Ook hier zijn we de enige campinggasten. De mensen die hier op de camping werken zijn erg aardig.

Om 12.15 uur bellen we Gerson (de neef van Etosha) die door Gerson weer “Sprite” genoemd wordt) en om 12.50 uur is hij er al. We spreken af om met zijn auto naar de Himba’s te gaan. We moeten eerst nog wel boodschappen voor ze meenemen. Gerson zorgt ervoor dat de juiste dingen in de winkelwagen belanden: maïsmeel, koffie, thee, tabak, snoep voor kinderen, suiker en brood.

Na ongeveer een half uur rijden zijn we er. Gerson vertaald alles. Hij vraagt aan een vrouw bij de ingang (stamhoofd is vandaag niet aanwezig) van de met stokken/takken afgezette omheining/kraal, toestemming. We schudden elkaar de hand en ze zegt: “Moro moro” (goedendag/hoe gaat het) Wij moeten hierop: “Noa noa” (Het gaat goed o.i.d.) zeggen. Zij neemt alle boodschappen in ontvangst.

We zien alleen maar vrouwen en kinderen, want de mannen zijn overdag met het vee op stap. De vrouw zorgt voor verdeling van meel, suiker e.d. onder de andere vrouwen. Vanuit allerlei hoeken komen vrouwen en kinderen in het tot kortgeleden, zo rustige kamp. Voor de kinderen heb ik ballonnen en van die kartonnen feestmaskertjes meegenomen. Wat een succes, die maskertjes! We mogen foto’s maken en ook filmen. We worden dan uitgenodigd in een van de hutten om te zien hoe dit eruit ziet en ze laten o.a. zien hoe ze zichzelf en hun kleren van een parfumlucht voorzien. Hoe ongelooflijk ook: Himba-dames mogen zichzelf nooit wassen. Ook hun kleding (van dierenhuiden) wassen ze niet. Daarom wordt ook alle kleding van ‘parfumlucht’ voorzien. Ook zien we hoe ze zich insmeren met de kleurstof (mengsel van oker en geitenvet of vaseline) en hoe zij die “rooie smurrie” maken en gebruiken. Mannen smeren zich niet in. Het is dus duidelijk te zien als één van de mannen met een Himba-vrouw heeft gevreeën. Bij Els wordt wat op het gezicht gesmeerd, maar die heeft van nature zo’n ontzettend blanke huid…… Ogen, neus en oren nog wit. Ze lijkt wel een indiaan of zoiets. Zo wil ik er niet uitzien. Maar ik kom er niet onderuit. Ik laat me niet kennen. Ik ben van nature een stuk bruiner en doe gewoon mijn hele gezicht. Ogen, oren, hals en nek…… De Himba-dames vinden het geweldig. De rest kun je raden: mijn armen, benen, kortom mijn hele lijf waar geen kleding zat werd Himba-rood! Wat een ontzettende lol hebben we hier gehad zeg. Dit smeersel dient als middel tegen de zon en tegen muggen/vliegen. O ja, die ‘rode smurrie’ ruikt enigszins weeïg en verder onbestemds, maar naar de mening van ons vieren, is het dus niet zo’n afgrijselijk lucht, zoals velen het ervaren. En ikzelf heb er helemaal geen last van, maar dat zal wel komen omdat ik zelf van top tot teen ben ingesmeerd. Het geeft in het begin wel ontzettend af totdat vet in je huis is getrokken. Ik mag van Ed absoluut nergens meer aan komen. Rugzak en fototoestel worden door Ed angstvallig buiten mijn bereik gehouden. Het dekt wel goed en het geeft een mooie kleur. Verder stellen we elkaar veel vragen. Eén van de belangrijkste is: “Hoeveel kinderen heb je?”. Voor de Himba’s is het aantal kinderen erg belangrijk. Heb je geen tot weinig kinderen dan stel je niet zoveel voor. Ze blijven kinderen krijgen totdat moeder natuur de kinderstroom een halt toe roept. En kun je geen kinderen krijgen, dan vraag je aan één van de andere vrouwen of je een kind van haar mag hebben. Als die andere vrouw dat niet erg vindt, dan gaat het kind van de ene naar de andere. Zo is de cultuur van de Himba’s. We zitten een behoorlijke lange tijd in de hut bij de vrouw met de twee kinderen en het is beregezellig.

Dan komt op een gegeven moment een vrouw vragen of we nog eens keertje van plan zijn om naar buiten te komen. Wat blijkt: daar zijn intussen de andere vrouwen in een kring gaan zitten en hebben hun eigen gemaakte sieraden uitgestald. We worden we belaagd door alle vrouwen die ons hun sieraden om onze pols binden. We zijn duidelijk niet de eersten die langskomen, want hier worden toeristenprijzen gevraagd. Daar kan dus wel wat vanaf (zoals iedereen het ons van tevoren aanraadde) en het spel van loven en bieden gaat ons gemakkelijk af. We komen samen met de dames tot overeenstemming. Onze portemonnee is op een gegeven moment definitief leeg.

Tip 1: Neem kleingeld mee. Van groot geld hebben ze niet terug en kunnen ze ook niet wisselen! Heb je bijv. 100 dollar, dan zul je voor die 100 dollar aan spullen moeten kopen.

Tip 2: Neem als je kinderen hebt, foto’s van ze mee. Dat vinden ze geweldig om te zien.

Ze hebben vrijwel geen kleren en wat ze hebben maken ze zelf, net als de huizen. Ze zitten op de grond of op een steen. Ze eten maïspap en zien er ondanks de droogte van de laatste tijd, beslist niet hongerig uit. We hebben gelezen dat de Himba’s één van de rijkste stammen zijn, aangezien ze veel vee hebben. We hangen nog wat om en ik heb de tijd van mijn leven. Zou ik in een vorig leven Himba zijn geweest?

Als we eindelijk uitgehandeld zijn wordt er gevraagd of ze voor 100 dollar voor ons mogen dansen. Voor ons hoeft die poppenkast niet. Maar er is droogte en de kas van de Himba’s moet worden gespekt, want hier komen wat minder toeristen dan in andere dorpen. Ach. voor het goede doel dan maar. Het is een mooi dansje waarbij men de bewegingen van een koe nadoet (erg elegant), omdat die beesten heel belangrijk voor ze zijn. Ik doe uiteindelijk ook mee. De Himba-dames vinden het geweldig ik zo enthousiast ben en ze worden steeds meer geïnspireerd. En er lijkt geen einde aan te komen. Ik krijg het aanbod om te blijven. Er zou “gewoon” nog een extra hut bij worden gemaakt. Eerst dachten we nog dat het een geintje was, maar het bleek bittere ernst. Er wordt gehuild als ik zeg dat gewoon met Ed weer terug ga. Dat was wel even slikken.

In de tussentijd ben ik ook al mijn shirt kwijt. Niet echt kwijt, maar 1 van de kinderen vindt het een geweldig shirt en vraagt telkens of zij het hebben mag. Ach vooruit dan maar. Ik heb gelukkig nog ergens een ander shirt in mijn rugtas. Hup shirt uit en een ander shirt aan. Kind vreselijk blij! Het is helemaal fantastisch.

Verder heb ik de boeken meegenomen van Ada Rosman “Olifanten in de nacht” en van Ine Andreoli “Juweel van Afrika”. (voor adressen en ISBN nrs zie de tiplijst) Hierin staan veel tips en foto’s. Ik laat één van de vrouwen een aantal foto’s zien. Dan gaan de boeken ineens van hand tot hand en worden elke keer roder van de oker. Wij zijn dus bij andere dorpen/stammen dan Ada en Ine, maar die vrouwen herkennen de foto’s wel. Ook Gerson zegt dat het familie is, want hij kan dat zien aan de manier van de daken die op de hutjes liggen. De ene was weer een tante van de andere etc etc. Geweldig wat een succes! Heerlijk als je alleen met zijn viertjes bij zo’n stam bent. Je bent en blijft natuurlijk toerist. Maar het was toch anders. Als we dan eindelijk vertrekken, laten we onze flesjes met drinkwater achter waar de kinderen vanaf het begin al om hebben gezeurd. In de auto van Gerson hebben we nog een jerrycan met 10 liter water… Ook die blijft achter.

Inmiddels is er ook een man gekomen. Geen idee waar hij vandaan is gekomen, maar hij wil graag een lift. Gerson vraagt ons of hij mee mag naar Opuwo. Ja natuurlijk, waarom niet? De man heeft ernstige buikpijn en wil naar het ziekenhuis. We zeggen tegen Gerson dat hij eerst maar langs het ziekenhuis moet en daarna hoeft hij ons pas terug te brengen naar de camping. De hele weg door Opuwo hebben we veel bekijks. Mensen staan met open mond te kijken naar deze Europese Himbavrouwen bij Gerson in de auto.

Op de camping nodigen we Gerson uit om nog wat te drinken. Nou graag. Een biertje en een zak pinda’s erbij ….. we hebben de tijd van ons leven. Ondertussen kan Gerson ook gelijk de foto’s van zijn neef Etosha bekijken. Dan horen we dat neef Etosha hier ‘Sprite’ wordt genoemd. De eigenaar van de camping (ergens ook fam. van Gerson) komt er ook bij. Nog een biertje en dan kunnen we ook nog de videobeelden van Harnas terug zien. Gerson geniet zichtbaar dat hij zijn neef als gids aan het werk ziet. Dan bekijken we ook de film van de het geweldige spektakel met de olifant in Etosha. Volgens Gerson en de campingeigenaar zijn het unieke beelden.

Daarna gaan Else en ik douchen en we hebben echter al het warm water en heel veel sop nodig om ons schoon te krijgen. Dan worden er nog kleren gewassen. Voor ons doen gaan we laat eten. Morgen rond 8 uur komt Gerson ons ophalen voor een bezoek aan de Zemba’s. Dat doen we morgenochtend en daarna gaan we ’s middags door naar Sesfontein.

Dag 16 – woensdag 16 mei – Opuwo – Zemba – Sesfontein

image040

De vrouw die de administratie en toiletten schoonhoudt, komt ’s morgens afrekenen en een praatje maken. We bieden koffie aan en dat slaat ze niet af. Graag met veel suiker en melk. Zij heeft een zoontje van 6 mnd en haar man is omgekomen bij een auto-ongeluk. Zij woont in het huis op de camping. In dat huis woont ook haar baas, nog iemand en een jongen die ook op de camping werkt. Gerson is ruim op tijd. Hij gaat eerst nog douchen bij de eigenaar (heeft blijkbaar zelf geen douche). Om 8 uur zijn we allemaal vertrekgereed en “ons kan vat die pad”. Deze keer rijden we niet met Gerson mee, maar gaan we met eigen vervoer, zodat we op de terugweg gelijk door kunnen rijden naar Sesfontein.

We gaan niet naar het noorden, want die Zemba-stam is er momenteel niet (het zijn Nomaden en die trekken dus rond), maar we gaan voorbij de Himba’s naar een grotere groep.

Dan volgt hetzelfde ritueel als gisteren. Eerst naar de winkel en we doen gelijk boodschappen voor ons zelf. Er is vers wit brood dat voor ons neus uit de oven wordt gehaald. Mmmmmmm. Voor de Zemba’s dit keer meer aan boodschappen, want de groep schijnt groter te zijn.

De begroeting en toestemming gaan hier wat minder formeel en ook het kamp zelf is opener. Bij de Himba’s was het echt omringd door een palissade en hier niet. Handje geven, “Moro moro” zeggen en “Noa Noa”. Overal waar we lopen liggen geitenkeutels en binnen de kortste keren zitten we onder de vliegen. Harrejakkes. Die vliegen zitten echt overal!

Het is geen probleem om zelf de ballonnen etc aan de kinderen geven. Alhoewel…….. zelfs de volwassen vrouwen willen ballonnen!!! Het zijn net kleine kinderen. Het is duidelijk dat deze mensen weinig toeristen zien. Alles gaat gemoedelijker en de verkoop van hun spulletjes gaat een stuk rustiger dan bij de Himba. Dit ondanks het feit dat ze geld en voedsel nodig hebben, want door de grote droogte zijn de voorraadhutten helemaal leeg! Deze voorraadhutten staan ook op palen en een stuk van de grond af i.v.m. dieren en ongedierte. De Zemba’s zijn mooier dan de Himba en zij versieren zich rijkelijk met allemaal kraaltjes, die allemaal wat te betekenen hebben. Als je bijvoorbeeld net een baby hebt gehad, dan doen ze kettinkjes met witte kraaltjes om hun middel. Als ze weer zwanger willen worden: rode kraaltjes. Zemba-vrouwen smeren zich niet in met oker. De kinderen ietsje slimmer, want die verstoppen snel de gekregen spullen tussen hun (weinige) kleren, in de hoop dat ze meer kunnen bemachtigen. We maken volop foto’s en film.

Dan mogen we in een hut kijken die in tegenstelling tot de Himba’s een vloer heeft die een halve meter boven de grond is. De hut is hierdoor koeler. Ook is hij groter. Er worden ook hier uitgebreid vragen gesteld en beantwoord, het is wederzijds. Ook hier de belangrijkste vraag: “Hoeveel kinderen heb je?” Het is ook hier ontzettend gezellig. Er komen steeds meer vrouwen binnen en de hele meute wil constant op de foto. Aangezien ik een digitaal toestel heb, kunnen ze zichzelf op het beeldschermpje zien. Hoe meer foto’s hoe beter. Wat een mazzel voor mij, ik hoef niet te vragen of ik a.u.b. een foto mag maken, want ze verdringen elkaar voor de lens!

Net als bij de Himba mogen de Zemba-mannen meerdere vrouwen hebben. Bij de Himba trouwt een man met 1 vrouw. Daarnaast heeft hij binnen de stam nog meerdere vriendinnen. De getrouwde vrouw heeft hier het meest te vertellen.

Bij de Zemba heeft de man vrouwen in meerdere dorpen. Dan is hij hier, dan is hij daar.

Dan willen ze graag dansen voor 100 dollar net als de Himba gisteren. Dan hebben ze weer geld want de nood om voedsel is groot met de lege voorraadhutten. Voor ons hoeft al deze tamtam niet, maar voor het goede doel doen we het dan toch maar. Hier gebruiken ze er een trommel bij en er doen ook en paar jonge mannen mee.

Intussen is er een oude man, die bijna niets meer ziet en aldoor zeurt om snuiftabak en zalf voor zijn ogen. Beide hebben we niet. Na het dansen moeten we eigenlijk nog wat van de sieraden kopen maar dat stelt weinig voor. Uit beleefdheid kopen we wat. Voor de goede relatie maar.

Inmiddels is het tegen 12 uur en is ons gevraagd of we bij een Zemba-baby willen kijken, die een wond aan z’n arm heeft en in een andere groep woont aan de andere kant van de weg. Het blijkt een klein kamp en de baby blijkt een jongetje van ca 8 jaar te zijn die zwakzinnig is, niet kan lopen en een ontsteking heeft aan en in zijn oorschelp. We weten hier ook niet goed raad mee, want hij ligt in zijn blootje in/tussen het stof, zand en geitenkeutels. We vinden dat het eerst schoongemaakt moet worden, waarop een van de vrouwen met een vieze lap en wat goor water aan de gang gaat. Het kind begint onmiddellijk te krijsen en zich te verzetten. Hij kan ook niet spreken.

Ik haal een fles drinkwater uit de auto en maak de wond hiermee schoon. Ik heb alleen betadinezalf en doe dat erop en dek het geheel af met 2 gaasjes. Hier hoort eigenlijk een dokter bij te komen en moet meer aan gedaan te worden dan alleen 1 x schoonmaken en een beetje ontsmetten. Maar meer heb ik ook niet. Via Gerson horen we dat het jongetje gratis kan worden behandeld in het ziekenhuis. Ook schijnen ze een verwijskaart te hebben voor een inrichting in Windhoek omdat hij zwakzinnig is, maar zijn ouders doen er niets mee/aan.

Na het Zemba-bezoek rijden we met Gerson naar het Himba-kamp van gisteren, waar we nog een lading paracetamol brengen (hadden we gisteren beloofd) en nog een deken die hij van anderen heeft gekregen. Hier had een zwangere vrouw om gevraagd, zodat zij haar baby hierop ter wereld kan brengen. Terwijl Gerson de spullen wegbrengt, zetten wij ‘foto’s van de ‘dag van Harnas’ op zijn laptop, omdat zijn neef Etosha (‘Sprite’) daar werkt. We geven Gerson zijn geld. We zijn dan een middag en ochtend met hem als gids en tolk op pad geweest met 4 personen en we hebben er een goed gevoel over.

We rijden terug naar Opuwo en vlak ervoor nemen we de afslag naar Sesfontein (D 3704). Gerson zwaait ons hier uit op het kruispunt. De weg is niet al te best. Heel veel ups en downs wegens de vele droge rivierbeddingen die we doorgaan. Gelukkig voor ons staat hier geen water in, want anders hadden we toch een paar keer problemen gehad. We lunchen met het verse witte brood en dan weer verder. De weg is erg stoffig. Soms heel goed te rijden met 80 km/u, maar soms halen we nog geen 40 km/u. Soms heel smal, dan weer breed, en soms heel stijl waarbij we helemaal terug moeten naar de 1e versnelling. We pikken een man op die staat te liften. Op deze weg komt niet veel aan auto’s voorbij. En openbaar vervoer? Wat is dat? Ik ga achterin en hij kan voorin naast Ed plaatsnemen. Hij is veeboer, woont met zijn moeder en stiefvader in “the middle of nowhere”. Hij vertelt dat hij al heel lang staat te wachten en is erg blij dat hij met ons mee mag rijden naar Sesfontein. Hij spreekt goed engels, een beetje Afrikaans en is een Herero. Hij vertelt een aantal dingen over zichzelf, het land en de natuur. Ook laat hij ons een bron zien, die naar zijn mening makkelijk een heel stuk van de omgeving kan bevloeien als men niet zo lui zou zijn. Aanstaande zaterdag zal hij proberen terug te liften. In de buurt van Sesfontein groeit geen gras meer, maar ondanks dat zijn de koeien moddervet. We worden uitgebreid bedankt als we in Sesfontein zijn beland. Het centrum is erg klein en het hele dorp ben je, als onoplettend passant, voorbij voordat je het merkt.

We rijden naar ‘Fort Sesfontein’ en ja er is plaats op de camping. Gelukkig. Op 1 ander stel na zijn we de enige kampeergasten. We parkeren, drinken een biertje en willen nog even zwemmen zoals de receptionist aanbood. Als we er koud in liggen (Els staat er pas met de voeten in) komt een getatoeëerde Duitser in het Engels vertellen dat we niet mogen zwemmen. Waarom niet? De receptionist zei dat we wel konden zwemmen. Grr#*#*….. We moeten er direct uit, omdat men de tafels gaat dekken voor het diner. Omdat die tafels net te dicht bij het water staan kunnen we NU absoluut niet zwemmen. Nou ja zeg. We willen alleen maar even ZWEMMEN, niet duiken of de hele boel onderspatten of zoiets. We vermoeden dat geen enkele gast aan de tafels bij het zwembad heeft gezeten en/of gegeten, maar dat zal wel aan onze waarneming gelegen hebben. We zijn toch eventjes lekker opgefrist. Vervelend is het lawaai van de diesel van de lichtgenerator die goed hoorbaar is en vermoedelijk de hele nacht zal doordraaien.

We gaan zelf koken en ook al hadden we het plan gehad om bij het restaurant bij het zwembad te gaan eten, dan zouden we nog niet gaan om die vreselijke Duitser, die ons met bombarie heeft bevolen om uit het zwembad te gaan. Na het eten drinken we koffie. Dan nog een beker heerlijk  warme chocolademelk en gaan dan naar bed. Morgenochtend weer 6 uur op.

Dag 17 – donderdag 17 mei – Palmwag – Organ Pipes – Burned Mountain – Khorixas

image043

We moeten eerst even overleggen, waarheen we vandaag gaan. Het wordt in eerste instantie Palmwag. Daarna misschien Khorixas. Het is weer een stoffige weg met heel veel heuveltjes en dalen. Soms steil soms minder, maar wel heel erg veel. Er is op een gegeven moment een echte rivier waar we doorheen moeten. Er staat wel 5 cm water! Alweer een heel ander spectaculair landschap. We zien weer springbokjes, een giraf en een 3-tal antiloopelanden, een lading olifantendrollen, koeien, geiten, schapen, paarden, ezels, hertjes en grondeekhoorns.

Bij Palmwag tanken, maken een praatje met de pompbediende. Of we een Zwitsermes bij ons hebben, want hij wil er ontzettend graag eentje hebben. We moeten eerst maar weer eens sparen voor een volgende reis. Hij zegt dat hij al 39 jaar is en er dan misschien wel niet meer is. Mensen worden volgens hem hier niet oud. Bij het tanken wordt met de hand een heel formulier ingevuld met carbon en het kenteken van de auto wordt genoteerd.

We  zijn net een mooie camping voorbij gereden, maar het is veel te vroeg om nu al te stoppen. Palmwag zelf stelt niet veel voor. Ook is hier een hek op de weg: Veterinaire controle. Het is verboden dieren, vlees of vleesproducten zonder vergunning in te voeren. Oei wij hebben wel vlees en biltong in de koelkast. Er wordt echter niet naar gevraagd of gekeken. Wel wordt hier opnieuw het kenteken genoteerd en wordt het hek ‘gesluit’.

De natuur is geweldig en vaak overweldigend. Het land is één groot natuurreservaat, waar je doorheen rijdt. Het gaat langzaamaan toch flink omhoog en we besluiten bovenaan de pas te lunchen langs de weg. Er staat een behoorlijk windje en we moeten bekers en beleg en brood vasthouden, anders waait het weg.

Om half 3 willen wij graag richting Twijfelfontein om naar de stenen ‘Organ Pipes’ te gaan kijken. G & E vinden dit minder interessant en gaan liever door naar Khorixas. Wij gaan alleen en vinden de pijpen zonder probleem. Het is minder groot en iets minder spectaculair dan verwacht, maar desalniettemin heel apart.

Een heel klein stukje verder is de ‘Burned Mountain’. en dat is een stuk berg, die helemaal zwart is. Men zegt dat je eigenlijk ’s morgensvroeg of tegen zonsondergang moet gaan, dan is de berg spectaculair in het zonlicht. Hierna rijden we weer naar de oorspronkelijke weg en dan naar de 1e camping die we tegenkomen vlak voor Khorixas (als je van Palmwag komt). G & E zijn er al, hebben net op tijd boodschappen gedaan want de winkels gingen om 4 uur dicht. Misschien vanwege Hemelvaartsdag??? Ook hebben ze al gezwommen. We hebben geen zin in kookgeluiden en gaan in het restaurant eten en nemen iets à la carte. Een erg lekkere fillet steak. Bij gebrek aan ijs nemen we Irish Coffee die ook goed smaakt.

Dan nog even foto’s nakijken van vandaag en dan naar bed om aan de 8 uur slaap te komen. Om 6 uur weer op morgen. Het wordt een gewoonte. Vroeg naar bed en vroeg op. Dan heb je de hele dag en ’s avonds is er toch vrijwel niets te zien en te doen in het donker.

Dag 18 – vrijdag 18 mei – Khorixas – Uis – Swakopmund

image044

Vertrek uit Khorixas rond 8.15 u. Richting Uis over de bekende gravelweg. Onderweg worden aan de kant van de weg bij kraampjes van die Herero-poppetjes aangeboden. We kopen er 3 bij een 2-tal kraampjes die bij elkaar horen en waar 3 vrouwen de poppetjes met de hand maken. Een vrouw staat op te letten of er auto’s aan komen en probeert deze te lokken. Ook verkopen ze halfedelstenen. Verderop langs de weg komen we nog meer poppetjesverkopers tegen en ook overal jongens die stenen verkopen of wel klippies genaamd.

In Uis zien we 2 restaurants en een supermarkt. We parkeren bij een restaurant waar ook souvenirs verkocht worden en we kopen er naast de koppen koffie die we opdrinken, 2 stel slacouverts met giraffes. Eentje voor ons zelf en één als cadeautje om weg te geven. In de supermarkt even kaas, snoep, brood en nog wat nuttige dingen kopen en dan rijden we deze mini mijnstad uit en dan via de gravel naar Spitskopf. Heel indrukwekkende bergen, maar G & E willen liever langs een andere weg. Tja jammer, dan volgend jaar maar. Lunch onder een boom en dan komen we op de asfaltweg naar Swakopmund. Nog 120 km. Het gaat vlot en via de lokale VVV komen we op camping “Der Alte Brücke’ terecht. We zijn voor 2 auto’s, 4 personen en 2 nachten ND 660,– lichter. Het is hier een heel stuk kouder. We staan in het zuiden van de stad vlakbij het strand naast camping “Sea Gull’s Cry”. We hebben een eigen douche en wc in een prive gebouwtje, waarvan we de sleutel hebben gekregen bij de receptie. Iedere kampeerplek heeft zo’n voorziening. De plek is eigenlijk te klein voor onze beide auto’s.

We douchen alle 4 het dagelijkse stof van ons lijf onder een heerlijke warme douche. Dan eten we warm, drinken koffie en gaan Gijs, Els en Ed een rondje lopen naar het stadscentrum wat helemaal uitgestorven is. Ik heb even zin om alleen te zitten en ga dus niet mee. Terug op de camping drinken we nog een glas en dan naar bed. Morgen blijven we hier.

Dag 19 – zaterdag 19 mei – Swakopmund

image046

Ondanks het feit dat we geen wekker gezet hebben is het om 6.30 uur voor vrijwel iedereen dag. Sommige mensen zijn zelfs al vertrokken. Vandaag is het zaterdag. Na het ontbijt gaan G & E lopend de stad in, want ze willen op ‘kledingjacht’.

Een half uurtje later zijn we ook klaar met onze beslommeringen en gaan ook even in het stadje kijken. Lopen is wel zo makkelijk, want dan hoeven we het bed niet op te ruimen en kunnen we de auto laten staan. We lopen door de stad maken her en der foto’s. Opvallend veel Duitsers en alles is heel erg Duits: straatnamen, gebouwnamen, naamborden etc. Wat hier ook opvalt is het hek voor de deur van de meeste winkels. Hierbij staat een bordje dat je slechts binnen mag na toestemming. Met andere woorden: de winkelier behoudt zich het recht voor om je de toegang te weigeren. De deur staat open, maar er zit een stalen sierhek voor, te groot om overheen te springen of onderdoor te kruipen en dat wordt bij veel winkels met een elektrisch slot gesloten. Soms zit er een bel naast of opent men het als ze merken dat je naar binnen wilt. Winkels die dit niet hebben, die hebben een bewaker in de deuropening. Ook bij het terras van waar we koffie gaan drinken is een bewaker aanwezig. Hij hangt wat rond, is ook niet gewapend en heeft ook geen herkenbare kleding aan. Maar aan het feit dat zo iemand niets doet, niet weggaat en ook niets drinkt merk je dat hij oplet.

We hebben afgesproken om 13.00 uur bij een bakkerij/eetgelegenheid met G & E. We bekijken huizen winkels en etalages en aan alles merk je dat hier geld verdiend wordt. We pinnen geld en dan lopen we langs een winkel waar Ed gisteravond een crèmekleurig streepjespak zag hangen. We zouden helemaal geen kleding kopen, maar ja……… Ed heeft er zijn oog op laten vallen en is er niet meer vanaf te brengen. Hij heeft voor een bruiloft nog wel een pak nodig. Stel nu dat het past…….We gaan naar binnen, maar het pak vinden we net even te duur. Dan zien we ook nog een ander met een dun, zwart, streepje voor ND 899,95. Het past en voor ND 18 kan de broek ook nog korter worden gemaakt. We moeten hem dan wel om 12.30 uur komen ophalen. Kan het niet ’s middag om een uur of twee? Nee, want het is zaterdag en gaan ze net als heel veel andere winkels op zaterdag om 13.00 uur dicht. (de supermarkt blijft ’s middags nog wel open). Nou dan komen we om 12.30 uur terug.

Dan lopen we langs een winkel, waar ze zowel instrumenten als cd’s verkopen. We willen nog 1 cd met Afrikaanse muziek hebben, die we als achtergrond voor bij de videofilm kunnen zetten. We hebben Ladysmith Black Mombaza al in gedachten voor dit doel, maar ja wie weet wat er nog meer aan lekker, swingende muziek is. We beluisteren heel wat cd’s, tot er uiteindelijk 4 stuks over blijven. We kunnen moeilijk een keuze maken. Uiteindelijk besluiten we ze gewoon alle 4 mee te nemen.

Ipi Ntombi: Bertha Egnos & Gail Lakiers’s; Smash Hit African Musical Explosion
Giya Marimba: Drombe E Musica Con African Du Sud.
Amampondo: Raw And Undiluted
Ama-Buruxa: Ama-Buruxa Daweb Cultural Group Namibia

Tevreden over onze aankoop drinken we op een terrasje een uitstekende cappuccino. Om 12.30 uur ligt het pak klaar en krijgen we het keurig verpakt mee in een soort pakdraagtas met rits. Als we om 13.00 uur bij de bakkerij zijn, waar we met G & E een broodje zullen gaan eten, gaat deze net sluiten. Dan maar naar het terrasje van de cappuccino en eten een broodje kaas, pizza etc. Het smaakt Gijs en mij zo goed, dat we nogmaals hetzelfde bestellen. En met veel smaak nuttigen. Inmiddels is de zon lekker aanwezig, maar zekere niet warmer dan 21 graden. We pinnen weer geld bij de Standard Bank, want we hebben het pak voor Ed gekocht, dus is de knip weer een stuk lichter en dunner geworden. Bovendien staat bij deze pinautomaat een bewaker. De BOB automaat even verderop in de straat gaf niet meer dan ND 800,–.

Na het eten gaan we met ons vieren naar Pick and Pay en doen boodschappen voor de komende dagen. Dat wil zeggen: zoveel wat we met ons vieren kunnen dragen, want we moeten met al die boodschappen wel naar de camping lopen. We komen erachter dat deze winkel morgen (zondag) ook gewoon open is van 9.00 tot 19.00 uur.

Bepakt en bezakt lopen we terug naar de camping met een tussenstop bij ‘De Tug’ (restaurant in een soort brug/dekhuis van een schip, wat nagebouwd is op het strand bij de pier). Dit is een restaurant waar je erg goed zou moeten kunnen eten, maar wel moet reserveren. Wij vinden de prijzen te hoog in vergelijking met wat we inmiddels weten en er is vrijwel alleen Seafood (waar Gijs en ik geen beslist geen fan van zijn). We besluiten dat we vanavond wel gaan eten in het restaurant op de camping. Maar eerst alle boodschappen, souvenirs e.d. naar de auto’s brengen, want na een tijdje worden de boodschappen vreemd genoeg een stuk zwaarder. G & E hebben geen puf meer, dus gaan wij met ons tweetjes wederom de stad weer in op zoek naar het oude treinstation. Het is een eind lopen en het herbergt nu een slangenmuseum. We hebben geen zin meer om naar de gevangenis te lopen en kopen 2 blikjes fris en een zak zoutjes en gaan op de pier in zee naar de zonsondergang kijken. Veel Duitsers zijn hiervan ook getuige.

Dan terug naar de camping waar we tot onze grote schrik wel erg weinig licht en activiteiten in het restaurant zien. Hoe laat zou dat ding dan pas open gaan? We gaan naar de receptie. Kunnen we in het restaurant eten? Ja hoor. Wij weer naar het restaurant. Dan zien we een bordje dat ze alleen ontbijt serveren!. Grrrrrr #*#*#*…. Om weer de stad in te lopen zien wij geen van allen zitten en we sluiten de dag af met een broodmaaltijd en koffie. Morgen weer 6 uur op en gaan we naar Solitaire. Op de camping zullen we nog even internetten, maar de verbinding is te traag. Verbinding krijgen met ‘Het Namibische Net’ is nog trager als dikke str… Nou dan maar niet, we sturen wel een sms’je naar diegenen die beslist moeten weten of we nog leven etc.

Dag 20 – zondag 20 mei – Swakupmund – Walvisbaai – Solitaire .

image048

Solitair is de bestemming. Om even voor 8 uur staan we in Swakopmund bij het tankstation om de tank weer vol te laten gooien. De manschappen vliegen op ons af om de ramen te doen, want service bij het tankstation staat hier nog bijzonder hoog. Ook zijraampjes en koplampen worden met zeep gewassen en streeploos gedroogd.

Nadat we 2 nachten en een volle dag in Swakopmund zijn geweest, zijn we blij dat we hier toch weer weg kunnen! Wat veel mensen! Wat een herrie/drukte! Wat een verkeer! Wat een toeristengat! Dat valt niet mee als je gewend bent geraakt aan het feit dat je soms de hele dag geen mensen ziet. Walvisbaai zouden we ook nog naar toe, maar laten we links (in dit geval rechts) van ons liggen en rijden door verder van de kust af. We hebben genoeg drukte gezien en gehoord en willen de rust van de natuur terug.

We gaan door ‘De Namib’. We mogen zonder ‘permit’ niet van de weg af, maar dat is ook niet nodig. De rijzende zon werpt nog mooie schaduwen over de rood/gele zandduinen en de vergezichten die daarna volgen zijn weer van ongekende schoonheid en weer is het landschap anders dan wat tot nu toe al hebben gehad. Volgend jaar nieuwe ronde en nieuwe kansen.

Om ca 10.15 uur drinken we koffie langs de weg. Er komen 2 mannen langs gewandeld die zich duidelijk vervelen. We bieden ze koffie aan en dat willen ze. Het blijken 2 mannen van de wegenschaafmachines te zijn. Zaterdag en zondag werken ze niet en vandaag is het zondag. Ze wonen samen in een soort woonwagen, waarin ze ook zelf koken. Hun voedsel komt van de wegencompagnie. Ze werken 3 weken achter elkaar en mogen daarna dan 1 week naar huis. In die week komt er een bewaker op hun spullen passen. Ze worden dan opgehaald.

Vrijdag hadden ze iemand op pad gestuurd om tabak en vlees te gaan halen, maar diegene was nog steeds niet terug. We geven ze een paar koeken bij de koffie en als ze daarna zullen vertrekken nog de broodnodige vitamines, want we kopen regelmatig van die grote kannen met vers vruchtensap. We hebben ook nog wel 2 blikjes Corned Beef voor hen liggen en brood. Wij roken niet en hebben dus geen tabak. Ze zijn met de rest duidelijk erg blij.

Dan gaan we weer verder en genieten van het landschap rijden we tot de lunchpauze. We zien struisvogels, springbokjes, grondeekhoorn, een korie busterd etc.

Om 14.00 uur zijn we in Solitair. Het is vanzelfsprekend dat we hier naar toe gaan. Ed en ik hebben het boek ‘Solitaire’ van Ton van der Lee gelezen. Gijs is er nu is aan het lezen en Els, die moet het dan maar achteraf lezen.

Solitaire: T. van der Lee, Een thuis in de Namibische woestijn, € 15,95, Paperback, 297 Pagina’s, Prometheus, 2004, ISBN: 9044604228

Beschrijving: Als filmproducent Ton van der Lee zijn overvolle leven bekijkt, constateert hij een groot gevoel van leegte. De filmwereld, netwerken, vrienden en vriendinnen: het lijkt wel of hij alle sociale rituelen al een keer heeft meegemaakt. Hij besluit zijn productiebedrijf te verkopen en Nederland te verlaten. Zijn vrienden en collega’s reageren geschokt: iedereen droomt ervan weg te gaan en alles achter te laten, maar niemand doet het écht. Ton vertrekt naar Afrika en belandt in Solitaire, een minuscule verzameling huizen in de Namibische woestijn. Hier zet hij zijn kamp op, jaagt hij op springbokken om te kunnen eten, ziet hij de vloedgolf van de rivier aankomen en maakt hij urenlange tochten door de woestijn. Hij voelt zich eindelijk thuis.

Solitaire bestaat alleen uit een tankstation, een camping en wat lodges. Helaas is het inderdaad een toeristische trekpleister geworden. Als we aankomen staat er net een bus met toeristen. Ze komen alleen voor de koffie met de appelgebak van Moose en vertrekken daarna weer. Het is beslist niet meer wat het ooit was. Alleen Moose is er nog. En 1 van de honden die er nog is, loopt af en toe wat bij ons rond. De camping is vrijwel leeg en voor 55 dollar p.p. hebben we plek. Bij het tankstation/terras is het vreselijk druk. De beroemde koffie met appeltaart vliegt de deur uit. Enorme stukken. Nadat we de auto op de camping hebben gezet kopen wij natuurlijk ook koffie met appelgebak. Ik heb wat pech en heb een stuk wat aan 1 kant zwartgeblakerd is. We zitten gelijk knokvol.

We zoeken met veel moeite uit of we morgen in Sesriem kunnen staan op de camping. Na veel getelefoneer hebben we eindelijk het goeie nummer en blijkt dat de camping vol is. Als we zeggen dat we niet veel plek nodig hebben, omdat we bushcampers hebben, kunnen we ineens wel komen. Heel vreemd, maar we kunnen er in ieder geval terecht. Laten we in ieder geval maar zorgen dat we daar dan niet al te laat aankomen.

Dan gaan we nog een rondje lopen en even bij Moose en in de shop kijken. We kopen nog een sla couvert en maken even een vluchtig praatje met Moose. Die verteld dat Paul Verhoeven, een vriend van Ton van der Lee ook al is geweest om te kijken of het boek verfilmd kan worden. Moose is er niet enthousiast over. Het verhaal kan maar 1 keer door 1 man gebeurd zijn en dat is een eenmalige gebeurtenis is geweest. Dat is althans zijn mening. Verder is hij verbaasd dat we op ‘zijn campsite’ staan. De meeste mensen komen eigenlijk alleen maar even om koffie en appeltaart nuttigen. Misschien ligt het aan het jaargetijde??

Verder is Moose zelf ook niet erg gelukkig met al deze drukte. Maar ja……. wat moet hij anders? Hij zegt niets anders te kunnen en zolang hij geen leuke vrouw tegenkomt, blijft hij daar samen met zijn honden. Als hij die niet meer heeft en hij kan daar niet langer blijven werken, dan pleegt hij zelfmoord (waren zijn eigen woorden). Alles wat nu bij Solitaire hoort (ook lodges), is nu in handen van een grote organisatie. Totaal werken er 47 mensen. Moose raadt ons aan naar de zonsondergang te gaan kijken net buiten de camping. Hij is mooi, maar niet deze keer niet oogverblindend. We koken zelf weer. Er zijn slechts 3 campingplaatsen bezet. Daarna gaan we nog even wat drinken in de nu uitgestorven counter bij de winkel. Eerst warme chocolademelk en dan nog een pilsje en frisdrank. Het is vrij fris buiten, maar veel minder vochtig dan aan zee. We kopen nog wat souvenirs en dan richting auto voor een flinke portie nachtrust.

Dag 21 – maandag 21 mei – Solitaire – Sesriem – Sesriem Canyon – Dead Vlei

image050

Vannacht erg veel wind gehad. Beetje koud. Wel lekker geslapen. We hebben een douche met warm water, maar spoelen niet weg de straal. De mensen met het iglotentje zijn, erg blij dat het licht wordt om 6.00 uur. Ze kunnen opruimen. De tent ging vannacht steeds plat. Omdat het met deze harde wind niet zo handig is om buiten te eten besluiten we bij Moose te gaan ontbijten. Dat kan vanaf 7.00 uur. Het is nog uitgestorven en we zijn net als gisteravond de enige gasten. Ontbijt? Ja, dat kan en hij geeft een kreet na achter in de keuken: 4 breakfast. Na een 20 min komt er een Engels ontbijt: ‘Moose brood’, 2 gebakken eieren, spek en een gebakken worstje dat stikvol knoflook zit. Alles vult bijzonder goed op deze morgen. Tot onze grote schrik wordt er even voor 8.00 uur al de 1e lading toeristen uit een bus gedropt voor een blik in de winkel. Hoewel de appeltaart en het verse brood klaar ligt, beperkt men zich tot souvenirs. De winkel staat vol! Als de man achter de toonbank de laatste buspassagiers heeft geholpen, kunnen we betalen. Voor vier man ontbijt met koffie moeten we ND 102,– betalen. Tja het is wel erg weinig.

Sesriem is de volgende stop en dat bereiken we na bijna 80 km over de C19. In het campingkantoor is nog rustig en de man aan de balie heeft tijd voor ons als hij is uitgebeld. We vertellen hem dat we gisteren gebeld hebben. Hij gaat een formulier invullen en als wij onze naam erbij gezet hebben en ND 300,– betaald hebben krijgen we plek 26. Deze blijkt helemaal aan de rand te zijn, ver van toilet en zonder stroom, maar wel water. De campingman helpt ons ook aan permits voor de wegen naar Sossusvlei en naar Sesriem Canyon. Voor 340 ND mogen we met 2 auto’s vandaag naar de Canyon en naar Dead Vlei, en morgenochtend naar Sossusvlei. Uit de grote boom (Cameltree) regent het van die harde vruchten, omdat het zo waait. We zijn precies op tijd (ca 11.00 u), want na onze komen een aantal auto’s die vast ook de camping op willen.

We drinken eerst koffie achter de beschutting van de bushcampers, want wat staat er een wind zeg!

Dan is het tijd voor de Canyon We moeten eerst over een erg slechte weg. Het is gelukkig maar 4,5 km. Het is in eerste instantie niet duidelijk hoe je naar beneden moet/kan, maar als er een bus met Duitse toeristen wordt gedropt, kunnen we zien waar die door hun gids heen worden geleid. We wachten even tot ze weg zij en gaan dan ook.

We ontmoeten een Nederlands stel: Maaike en Marco uit Heerhugowaard. Erg leuke spontane mensen en we raken dik aan de praat over onze belevenissen en zij over die van hun. Zij zijn in Johannesburg begonnen met een gekochte oude Landcruiser, waarin ze ook slapen. Ze hebben 6 maanden de tijd en moeten eind september weer terug zijn. Ze gaan ook nog naar Mali en Botswana etc. Een hele reis. Hier kun je hun vorderingen volgen: http://www.marcomaaike.waarbenjij.nu/ Vandaag gaan zij nog naar Solitair, waar wij net vandaan komen en we maken ze helemaal enthousiast met onze Himba belevenissen. Zij willen ook en wij geven het tel. nr. van Gerson. De Canyon zelf is echt de moeite waard om te bezoeken en bestaat uit een spleet in de aarde. Daar doorheenlopend zie je grote en kleine kiezelstenen als in beton vastzitten in keiharde zandsteen. Heel bijzonder en erg groot. Buiten de permit is het gratis.

Hierna terug naar de camping, even snel een broodje eten (het waait nog steeds hard) en dan rijden we de weg op. Hij begint op de camping en na 65 km eindigt hij bij de Sossusvlei. Volgens ons ziet de weg nog spiksplinternieuw uit en rijdt als een trein. De eerste echte stop is na 45 km bij ‘Dune 45’. De zon daalt al en het is nog steeds winderig, hoewel iets minder als vanmorgen. We lopen bij dit duin wat en maken veel foto’s van het rode zand. Dan rijden we door en komen bij Hidden Vlei. Volgens de jongelui van vanmorgen nauwelijks de moeite waard. Hier is ook de stop voor de 2 wheel driven auto’s. Eindelijk kunnen we onze 4 x 4 volop gebruiken. Het gaat geweldig. De Toyota ploegt zich moeiteloos door het diepe spoor in het losse zand. Geweldig. 5 km lang geen probleem. We bereiken ‘Dead Vlei’ om ca 16.00 uur. Eigenlijk is dit wat te laat, want je moet ook nog een heel stuk lopen door mul zand heuveltje op en af. ‘Follow the marker and the footprints’ werd ons door een geconsulteerde chauffeur/gids, die we aanspraken voor de juiste route, uitgelegd. ‘Dead Vlei’ is inderdaad heel apart om te zien: omgeven door rode hoge duinen ligt er in en kom een vlakke, grijze vloer van een soort zand, waarin voornamelijk dode bomen staan. Een enkel groen struikje daargelaten. We zien de zon zakken en zien de meest fascinerende kleuren over de duinen gaan. We kunnen hier niet te lang blijven, want we moeten op tijd bij de ‘gate’ zijn, want die wordt afgesloten. Gijs zit met de auto even vast in het zand, maar komt toch op eigen kracht los in de lage gearing. Verder geeft het terugschakelen de 4 wheel naar 2 wheel aandrijving wat problemen. De pook blijft vastzitten en er gaat meer tijd inzitten dan we dachten om hem weer aan de praat te krijgen. Daarom moeten we er flink aan trekken om 18.15 uur te halen. Het wordt uiteindelijk 18.20 uur en hebben we een paar keer stevig moeten remmen voor voornamelijk jakhalzen op de weg of bijna op de weg. Vijf minuten te laat is gelukkig geen probleem en is ons permit ook niet gecontroleerd vandaag. Niet op de heenweg; niet op de terugweg en ook niet naar de Canyon.

Vanavond eten we brood, want niemand heeft zin om nog macaroni te maken en is het inmiddels weer flink gaan waaien (het lijkt meer op storm), erg koud geworden en hartstikke donker. Dan nog koffie en 20.20 is het einde dag en gaan we de bedden opmaken, de auto in de wind zetten, zodat hij minder schudt, zodat we redelijk kunnen slapen. Morgenochtend gaat de wekker om 5 uur en moeten we ons opstellen bij het hek. Weer de 65 km naar Sossusvlei, ietsje verder dan Dead Vlei.

Dag 22 – dinsdag 22 mei – Sesriem – Dune 45 – Aus.

image053

De dag begint erg vroeg als het nog pikdonker is om 5.00 uur. Vlug het bed opruimen en alles inladen. Het waait enorm en het is ijskoud. Snel de kleren aan en naar het toiletgebouw voor een sanitaire stop. Het zand stuift overal. De weg naar de Vleis gaat om 5.30 uur open en 5.31 uur rijden wij er door. Onze voorgangers (als die er waren) zijn al weg. We mogen 60 km/u, maar rijden 85 met de storm mee. Achter ons wordt het al snel licht en na een tijdje als we inmiddels toch achter een ander rijden, moeten we tot de conclusie komen dat we het niet gaan halen. Ook is het zicht bijzonder slecht, want overal waar je kijkt is en waait zand. Het is bar en boos en we hebben zelfs de kachel in de auto aan!!!! We besluiten te stoppen bij ‘Duin 45’ en met ons besluiten meer mensen dat. Nog 20 km doorrijden waarvan de laatste 5 door los zand met een 4 x 4 en dan nog naar de Sossusvlei lopen voor zonsopgang is allemaal te krap. Wij begrijpen dit niet goed en denken dat het bord waarop een tijd staat van 3.30 beter aangehouden kan worden omdat je eigenlijk niet harder mag dan 60 i.v.m. de dieren op de weg. De campingman heeft echter 5.30 uur opgegeven (en opgeschreven) en het duurt toch wel een uur om er te komen. Enfin wij wachten onderaan ‘Duin 45’, terwijl de 5 andere bezoekers helemaal naar boven gaan. Dat valt niet mee met die wind en het is stervenskoud. Het zand stuift vanaf de duinen over de grond. Het zit tussen je kiezen als je je mond zelfs gesloten houdt. Dit is helemaal niet leuk! We hadden hier hele andere verwachtingen over.

De zon komt even over half zeven boven de duinen uit, maar vlak daarvoor is de lucht al gaan kleuren. Van de geweldige zonsopkomst, waar we allemaal foto’s van hebben gezien, zien wij echter niet veel door de zandstorm. Wel is het natuurlijk spectaculair. Niet iedereen ziet wat wij nu zien. Na opkomst beginnen de duinen verder te kleuren en beginnen schaduwen contrast aan het geheel te geven. Om 7.00 uur zitten we helemaal verkleumd als ijspegels in de camper en eten een broodje en drinken we koffie. Met de gaspitten aan is het snel warm in de auto.

Daarna gaan we terug en op weg naar Aus. Onderweg stoppen we bij een tankstation annex koffierestaurant en drinken we koffie het waait nog steeds hard en het is echt berekoud. Verder is het wel zonnig en er is geen wolkje te zien. We rijden door een fantastisch berglandschap en als dat ophoudt is er een oneindige glooiende vlakte, zonder bomen met vrijwel alleen dor gras. We passeren enkele wilddoorgangen en waarschuwingsborden voor wind, zand, giraffes en zebra’s, maar we zien alleen struisvogels. We rijden in 1 ruk door naar Aus.

Wat een gat is dit. Camping ‘Klein Aus’.is een rugzakken-/trekkers kamp voor wandelaars met kampeerplekken in de ‘middle of nowhere’. Leuk maar, niet met deze ijskoude, gure wind. Dan moet je toch meer beschutting hebben. In Aus zelf is ook een camping met sanitair van voor de oorlog, maar het werkt. Zelfs veel en heet water. Er is door de omringende muur wat beschutting tegen de nog steeds aanwezige wind. We zijn er ca. 14.30 u.

We drinken koffie, eten een paar boterhammen en lopen een rondje door deze uitgestorven zeer, dooie stad. Nog niet de moeite om hier te sterven. Vreselijk. Aus is echt een gat zonder pin automaat en zonder enige vorm van leven lijkt het. We kopen nog een paar dingen in de super en maken ’s avonds macaroni. Gijs lust geen pasta en maakt voor zichzelf pannenkoeken. De macaroni smaakt goed. Yoghurt en koffie toe en om 20.00 uur gaan we het bed opmaken, want het blijft koud en wordt alleen nog maar kouder. Morgen beter hopen we.

Dag 23 – woensdag 23 mei – Aus – Rosh Pina – Norotshama River Resort

image054

Het was een erg koude nacht. Veel wind. En helemaal in de slaapzak had Ed het nog koud ondanks t shirt, sokken, thermosondergoed en het badlaken dubbelgevouwen over de slaapzak. Ramen van de camper allemaal dicht op eentje na die op een kiertje stond voor de nodige frisse lucht. Ondanks het antieke sanitair is er een lekker warme douche. Ed en ik douchen, maar als Gijs aan de beurt is heeft hij helemaal ingezeept is, is er alleen nog koud water. We stellen voor dat hij morgen maar aan de dameskant moet gaan douchen. We zijn toch de enige campinggasten.

Tip: Probeer als je koud water hebt, ook de andere kraan. Op diverse campings zat de warme kraan rechts, terwijl er een blauwe kraan op zat en omgekeerd.

We ontbijten eerst zelf en eten later gezamenlijk nog een broodje op ons gemak. Na het betalen van 40 ND p.p., gaan we even na 9.00 uur op pad richting Rosh Pina (C 13). Het is een nieuwe asfaltweg met veel picknickplaatsen, door een geweldige eindeloze valei. Een fantastisch, eindeloos, leeg, natuurlijk landschap trekt aan je voorbij. Een enkele vrachtauto met knipperend zwaailicht komt ons tegemoet. Aan onze rechterzijde is het diamantgebied waar je niet mag komen.

Onderweg drinken we koffie. De wind…… die is er nog steeds en hebben we hem nu in de rug en is hij iets in kracht afgenomen. We  passeren de ingang van Skorpion al weten we niet precies wat het is, maar het wordt goed gecontroleerd. Ineens is daar een krottenwijk aan de linkerkant van de weg, die er niet zo heel ernstig krotterig uitziet en een paar honderd meter verder zijn allerlei groene daken van vrij nieuwe huizen van Rosh Pina. We rijden de stad in, die een Amerikaanse indruk maakt. Veel groene golfplaten daken op goede huizen met hekken en veel bewaking. Er is een hele grote Spar winkel, waar we besluiten wat boodschappen voor de komende dagen te doen. Er is ook een bank en een pinautomaat. We hebben echter nog genoeg Namibische dollars dat G & E bij ons wel kunnen lenen voorlopig. Het moet toch op voor we naar Zuid-Afrika terug gaan. We kopen zelf een warm kaas broodje en een saucijzenbroodje. Machtig maar verder prima.

Na deze ervaring vervolgen wij de weg (C13 gaat hier over in de D 212), die meteen veranderd in gravel en de bergen ingaat. We duiken de Canyon van Fish River in en dat begint direct spectaculair met een fantastisch uitzicht en doorkijkjes door de bergen. De weg wordt smaller, dan een bocht en we rijden langs de Oranjerivier in een geweldig landschap. Wel compleet anders en nieuw.

We lunchen langs de kant van de weg, want de wind is een stuk afgenomen en de temperatuur een stuk toegenomen. Ergens heb ik gelezen dat aan deze weg een goede camping ligt. Na zo’n 60 km langs de rivier, zien we een camping. Zou dit de bewuste camping zijn? De naam zegt me niets: Camping van Kobus Jansen. Zijn vrouw houdt een paar honderd geiten en als we haar naar de camping vragen zegt ze: “OK, ga daar aan de andere kant van de weg maar door het hek, dat kun je zelf openen. Kijk eerst maar, het kost 30 ND p.p. en 40 km verderop is ook nog een camping. Ik kom straks wel kijken of jullie er nog staan en of het water allemaal goed is. Als jullie het niets vinden, dan kun je zo weer weg gaan” Ze gaat er blijkbaar bij voorbaat al vanuit dat we niet blijven. Wij gaan kijken, zien een groen grasveld, bomen, een smeedijzeren tuinset en denken: “OK, kan prima”  en horen ergens op de achtergrond het geluid van de rivier.” Dan het bewuste zwembad. Het is groen, groen en nog eens groen. Er ligt een gore, vieze drab boven op het water. Zou het wel water zijn? Je kunt nog geen enkele cm diep kijken. Dan maar het sanitair bekijken. Maar na een blik op het “sanitair” weten we beter. Wij blijven hier echt niet. Wij zijn wel aardig wat gewend, maar ook hier hebben wij geen zin in. En zeker niet onder de douche. Wij gaan voor de 40 extra kilometers verderop. Dit is echt te gek voor woorden! (zie foto’s). En we kunnen niet bij de rivier komen. We zitten ingesloten door bomen.

We rijden verder en zien na 40 km het landschap iets breder worden. En dan een druivenwijngaard. Hier is een camping/resort met de naam: Norotshama River Resort www.norotshamaresort.com  Ja, dit blijkt de bewuste camping. Een goed uitgeruste plek met keurig sanitair aan de rivier met zwembad, restaurant, bar en elektra. Voor ons vieren is het 280 dollar op 1 plek incl. water en elektra. Wij krijgen de enige plek die er is aan het water, tussen de lodges in, met een geweldig mooi uitzicht over de Oranjerivier en Zuid-Afrika, wat aan de andere kant ligt. Sanitair in een gebouwtje verderop. Wij hebben bij de dames weer een ligbad, waar Els natuurlijk ’s avonds weer in te vinden is. Heel erg mooi. We eten onze Spar inkopen, drinken koffie, etc Kortom het gebruikelijke ritueel.

Ca 20.50 uur is het tijd om het bed in orde te maken en er in te duiken. Alles wordt in het werk gesteld om te voorkomen dat we het weer koud gaan krijgen vannacht. Gelukkig is de wind vrijwel weg en hebben we ook weer buiten kunnen eten.

Er zit arriveert ook een bus met een groep van 9 Nederlanders. Zij gaan in de lodges. Ze zijn vanuit Kaapstad gekomen en zijn nu een paar dagen onderweg en hebben het tot nu toe erg koud gehad. Ook hadden ze sneeuw op bergen gezien wat erg ongewoon is volgens hun gids voor deze tijd van het jaar. Geen veelbelovend vooruitzicht voor ons, die nog naar Kaapstad moeten. Voorlopig blijven we nog even een dagje op deze camping. Je kan hier een 4 x 4 route kopen voor 150 ND, die je kan rijden in ca 4 a 5 uur. Misschien een idee om te doen, hoewel een dag helemaal niets doen en alleen in de zon zitten ook niet verkeerd is.

Dag 24 – donderdag 24 mei – Norotshama River Resort

image057

Het was inderdaad een erg koude nacht en Ed heeft het flink koud gehad in de eigenlijk erg dunne slaapzak. Als je de zaklantaarntje in de slaapzak houdt, kijk je er dwars doorheen. We slapen wat uit maar veel later dan 6.45 uur wordt het niet. We raken wat uitgeslapen en zijn inmiddels ook gewend aan het vroege opstaan. De douche is lekker warm hoewel Gijs, die na het ontbijt gaat douchen wederom geen warm water heeft. Tja, eigen schuld, dan had hij maar naar de dameskant moeten gaan.

We ontbijten in de zon aan de rivier in alle rust. Het 9 man sterke reisgezelschap vertrekt. We blijven vandaag hier. Om 10 uur is de zon al bijna op volle kracht en kan het vest uit en de korte broek aan. Verderop in de rivier is een stroomversnelling en we zien er iemand vissen. We besluiten er heen te lopen als dat kan. Els blijft bij de auto’s en heeft geen zin. We kunnen helaas niet langs de rivier lopen. Het wordt zelfs een hele tippel langs allerlei bosjes. We bereiken de rivier een eind voorbij de stroomversnelling die we vanaf de campsite zagen, maar krijgen toch een indruk van de omgeving. Via een wat makkelijker weg langs de druivenstruiken lopen we terug. Van de hier gekweekte druiven wordt geen wijn gemaakt, maar in de eerste week van november tot eind december worden de rode/zwarte druiven geëxporteerd naar Europa en de VS.

Verder drinken we koffie en bier, lezen een boek of luieren en we (ik niet) proberen het zwembad even, maar dat is werkelijk ijs- en ijskoud. Ed en Gijs trekken toch een paar baantjes, maar na ieder baantje van 6 meter komen ze direct het water uit om niet te bevriezen. ‘s Avonds hebben we allemaal nog een “rubberen” gehaktbal, gemaakt van vreemd rood kleefgehakt, wat we bij de Spar hadden gekocht in Rosh Pina. We zijn er niet ziek van geworden. Het smaakt zelfs prima in combinatie met gebakken aardappels, appelmoes, komkommer en een kliek macaroni carbonara.

We gaan na de koffie naar bed in de verwachting dat het weer zo’n koude nacht zal worden. Ed gaat ook proberen of het boven in de camper slapen wat voor hem is, maar binnen luttele seconden is overduidelijk dat deze ‘doodskist’ niets voor hem is. Gelukkig zet de inmiddels opgestoken wind niet door en is de nacht minder koud.

Dag 25 – vrijdag 25 mei – Norotshama River Resort

image058

We besluiten nog een extra dag te blijven en gaan morgen richting Springbok in Zuid-Afrika. Aan de andere kant van de rivier. Nog ca 50 km naar Vioolsdrif/Noordoewer aan de Namibische/Zuid-Afrikaanse grens. Einde van een bezoek aan een geweldig, natuurlijk land met heel weinig, maar erg vriendelijke en beleefde bewoners.

Na het rustige ontbijt is Gijs eigenlijk van plan vast om al naar Zuid-Afrika te gaan. Hij wil kijken of er nog wat te doen is in een Zuid-Afrikaanse stad. Wij zijn naar aanleiding van ‘koude’ berichten van mensen die er net vandaan komen, niet van plan om daar al heen te gaan. In Kaapstad was het ‘s nachts al 2 graden en op sommige plaatsen vroor het ‘s nachts al 6 graden. Ook sommige bergpassen zijn wegens de sneeuw al afgesloten. Zeer vroeg voor de tijd van het jaar. Kortom niet erg aantrekkelijk om daar te vroeg heen te gaan.

G & E overleggen met z’n tweetjes, maar besluiten uiteindelijk toch ook nog maar een dag extra te blijven. We schieten nog 1000 ND voor in de huishoudpot en we boeken nog een nacht. We krijgen 80 ND korting.

Gisteravond is een 20 man tellende groep van Djoser gekomen. Als zij om 10.00 uur vertrekken keert de rust terug. Rond een uur of elf is de temperatuur weer zodanig dat de korte broek aan kan. We doen niets anders dan lekker luieren, wat lezen, eten, drinken, liggen, eten, drinken etc etc.

’s Avonds gaan we met ons vieren in het restaurant eten voor ND 545,50. Voor-, hoofd en nagerecht, incl. drankjes. Hierna smaakt koffie en Irish koffie ook nog heel erg goed. Dik en rond komen we weer bij de campers. Intussen wordt er door onze buren (een stel Namibiërs) nog steeds druk gevist in de rivier en wordt er een grote voorn/karper gevangen.

Dag 26 – zaterdag 26 mei – Norotshama River Resort – grens – Kamieskroon

image060

We gaan Namibië verlaten na 3 weken. Jammer, we hebben het ontzettend naar ons zin in dit land en willen nog veel meer zien. Het is voor ons overduidelijk. Wij komen volgend jaar zeker terug, maar dan weer gewoon met ons tweetjes want dat is prima te doen. We staan 6.15 uur op. Vanuit de andere camper komen later geluiden, die erop wijzen dat ook zij wakker zijn. Er is volop warm water onder de douche. Opruimen en ons laatste ontbijt in de ochtendzon aan de oever van de Oranjerivier. Onze Afrikaanse buren zijn alweer met hun kinderen aan het vissen, wat ze gisteravond ook tot ca 21.00 uur gedaan hebben.

Vlak voor we aan het ontbijt zullen beginnen komt de eigenares van de camping of we nog een nacht willen blijven. Als we zeggen dat we nu toch echt richting zuiden moeten gaan, komt ze met de ware reden van haar bezoek. Ze kan ons eerste bezoek van de 2e dag en de daarbij behorende betaling niet in haar administratie/computer terug vinden. Ze heeft het meisje wat de bon heeft gemaakt er al naar gevraagd, maar ze begrijpt niet waarom het niet klopt. Ze vindt het heel vervelend en vraagt of ze onze rekeningen nog even mag zien. We zoeken de betalingsafschriften erbij van dag 1 en 2. Dag 3 heeft de eigenares zelf gedaan en die bon heeft ze zelf ook nog. Het blijkt dat de bonnen van dag 1 en 2 alle twee dezelfde datum dragen alleen verschillende tijdstippen. Ze verdenkt het meisje ervan het geld verduisterd te hebben en is dus opzoek naar bewijs. Ze zegt dat ze het meisje ND 4800,–  in de maand plus onderdak betaald en dat is volgens haar niet slecht betaald. Het is vervelend voor het meisje en mogelijk kost het haar haar baan. We hebben het er met z’n vieren over, maar wij kunnen de situatie ook verder niet beïnvloeden/veranderen.

We ontbijten, vullen de watertanks en rijden ongeveer 9 uur weg. We rijden een stukje asfalt en dan kaarsrechte vlakke gravel tot Noordoever waar we willen tanken. Het eerste tankstation is voorgoed dicht. Even verder is een BP en daar tanken we en beetje voor ca ND 250,00, omdat het vanaf de grens zo’n 657 km is naar kaapstad en we de auto met een lege tank moeten/mogen afleveren. Alles wat er in de tank aan brandstof blijft zitten is voordeel voor de volgende huurder.

We rijden naar de grens. Eerst de Namibische, waar we weer formuliertjes moeten invullen en een beambte ons in de computer opzoekt en uitboekt. Ook moeten we nog een soort gastenboek invullen en het formulier voor de wegenbelasting, het ‘permit’ wat we moesten kopen toen we Namibië binnen kwamen, moeten we laten zien en daarvan wordt een gedeelte afgescheurd. Het deel wat je mag houden, moet je weer aan de volgende beambte laten zien. Wat een bureaucratie.

Dan naar de Zuid-Afrikaanse grens aan de andere kant van de Oranjerivier, waar het Viooldrif heet. Het is er hier aan de grens een gezellige boel ’s morgensvroeg. Er staat een tweelingbroer van Eddy Murphy als politieman/douane een hele show op te voeren. Ook staan er vrouwelijke douaniers met Border Collies. Een chauffeur van een andere auto maakt ons erop attent dat we een tankdop missen. Sh……!!!! Deze is blijven liggen bij het BP- tankstation in Namibië. We leggen het probleem voor aan “Eddy Murphy” en die zegt: “Meldt het even in kantoortje 2, waar ze je papoort stempelen en dan kan je hier keren en even terug rijden.” Zo gezegd zo gedaan en het lukt allemaal.

G & E rijden vast een stukje door en wij gaan terug. Ook bij de Namibische grens leggen we het even uit en zonder probleem mogen we even terug rijden naar het tankstation. Daar ligt de dop niet meer op de pomp. Gelukkig ziet de jongen, die ons heeft geholpen ons, en komt ons de dop brengen. We geven hem fooi en zijn blij dat dop er is. Dan weer terug naar de grens, waar we als we komen aanrijden, meteen een teken krijgen om door te rijden en bij de Zuid-Afrikaanse grens vraagt de douanier in kantoortje 2 direct of het gelukt is. Iedereen is behulpzaam en belangstellend. Dan stempels halen in katoor 3 en 4 en klaar.

G & E staan een heel klein stukje verder na de grens en hebben het water voor de koffie al klaar, wij hebben de koffie bij ons in de auto. Dat drinken we en rijden verder naar Springbok. Hier stoppen we voor een supermarkt, waar voor de deur net markt is geweest. We worden meteen lastig gevallen door en jongen die bedelt om geld, omdat hij zo’n honger heeft. Hij laat zich niet zomaar weg sturen en is behoorlijk vervelend. Hij loopt terug naar de overkant, komt terug met een brandende sigaret in z’n hand en begint weer te zeuren. Aangezien Ed even in de kluis wil en het figuur blijft rond hangen, midden op straat pist en nog al wat dronkemansgedrag vertoont, neem ik hem mee naar de auto van G & E met de mededeling dat als hij echt zo’n honger heeft, zij wel brood voor hem hebben. Ze geven hem nog een brood van 2 dagen oud, een paar appels en de hartelijke groeten. Hij is er niet echt blij mee, maar kan er ook niet onderuit, maar hij wilde wat om zijn honger/dorst te stillen voor wat anders in de vorm van het slijk der aarde. Ed kon ondertussen in ieder geval ongestuurd even bij het kluisje dat in de auto zit.

Dan kunnen we eindelijk geld pinnen bij de supermarkt en vervolgens dan boodschappen doen. Maar dan is het pech. De winkel sluit net haar deuren om 13.30 uur. Dan naar op zoek naar een volgende supermarkt. Het is inmiddels al 13.50 uur. We vinden gelukkig nog een grote Spar. Daar zijn we precies om 1.59 uur. Eén minuut later sluit ook deze volgens het bord bij de ingang. Els springt uit de auto en gaat alvast naar binnen. Wij parkeren de auto’s en mogen ook nog net naar binnen. Het is hier stervensdruk. Het is zaterdagmiddag en morgen is het Pinksteren. En er staan gigantisch lange rijen voor de kassa’s. Dit is een geluk bij een ongeluk, want dat geeft ons wat meer speling om wat spullen in het winkelwagentje te gooien. We rijden nog zo’n 65 km naar Kamieskroon en kunnen achter het hotel op de camping staan. We zijn weer eens de enige gasten. We installeren ons nadat we 140 Rand betaald hebben voor 2 auto’s en 4 personen. We drinken koffie, lopen een rondje door het dorpje kopen nog wat boodschappen, wat souvenirs. En Ed……… die ziet een hoed liggen, die persé mee moet naar Nederland. Bij een soort infokantoortje/theehuis informeren we naar wat er momenteel te doen is. We krijgen 2 mooie routes door, waarvan we er 1 alleen voor een 4 x 4 geschikt is. We maken het rondje dorp af, regelen wat om te eten, koffie en dan naar bed, want het gaat weer behoorlijk waaien en het wordt ca 7 graden vannacht. Morgen zien we wel verder.

Dag 27 – zondag 27 mei – Kamieskroon – rondrit

image062

Dag 27 wordt anders dan de vorige. Ed is wel weer als 1e op en onder de douche. Hij is allang wakker, maar wacht tot het licht wordt. Aangezien de klok hier een uur vooruit loopt op die in Namibië is het ook later als de zon op komt. Ik heb erg slecht geslapen en kom met moeite om 8.30 uur tot leven. Ed heeft dan al de krant gelezen en een rondje over de lege camping gemaakt. Om 8.30 uur komt er dus zoals gezegd beweging in het gezelschap en is er ontbijt in het zonnetje. We gaan eerst het door de man van de info voorgestelde 4 x 4 tochtje maken via Lelyfontein, dan kunnen we ’s middags naar de kust. Dan eventueel terug of naar een andere camping.

De tocht is geweldig door de bergen over gravelwegen. Vele mooie uitzichten. Om 13.00 uur stoppen we voor brood en koffie langs de weg, want we hebben zoals altijd alles mee. Na de lunch zegt Gijs dat het nog ca 250 km naar Clan William is en dat we dat eigenlijk nog goed moeten door rijden vanmiddag. We zijn verbaasd. Naar onze mening hebben we toch heel iets anders afgesproken. Wij voelen er niets voor om nu reeds verder richting het koude Kaapstad te rijden en blijven bij het plan om hier nog in deze prachtige omgeving te blijven. Gijs zegt dat hij dat nu voor het eerst hoort en zegt dat hij ook nog een hele dag in Kaapstad wil gaan winkelen. Els legt zich bij het besluit van Gijs neer. Wij gaan niet mee en dat betekent: tijd om de gezamenlijke spullen splitsen. We verdelen onze gezamenlijke voedselvoorraad, de auto-inventaris, geld van de gemeenschappelijke huishoudpot en ieder gaat zijn weg.

We zijn vlak bij Garies en daar scheiden onze wegen. Wij gaan verder met het oorspronkelijk plan: richting Hondeklipbaai, richting kust dwars door het prachtige uitgestrekte Namaqualand. Als we afslaan naar de gravelweg richting kust, zien we een rare stofwolk of rook. Er staat een eindje verder een vrachtauto aan de kant langs de N7. Het lijkt wel of die in de brand staat. Wij hebben in ieder geval een brandblusser in de auto. We keren de auto en gaan polshoogte nemen en inderdaad uit de cabine komt heel wat rook. Een andere vrachtwagenchauffeur, uit tegenovergestelde richting is al gestopt en komt net aanlopen met een hele grote brandblusser. De chauffeur van de rokende auto staat aan de andere kant van de weg en steekt trillend een sigaret op. Hij is gelukkig net op tijd uit de auto. De cabine van de nog vrijwel nagelnieuwe trekker staat vol rook. De oplegger is een vriestransport en de koeling daarvan draait gelukkig vrolijk verder. De helpende chauffeur doet samen met de nog beduusde chauffeur de deur open en spuit met bluspoeder in het rond. De rook/brand wordt minder en de chauffeur vertelt dat er plotseling een steekvlam uit de zekeringkast kwam. De haren op z’n arm zijn verschroeid. De huid is zelf niet geschroeid/verbrand. Verder mankeert hem gelukkig lichamelijk niets, zegt hij. De cabine ziet er vreselijk uit. Stoelen, plafond, dashboard….. Voor een groot deel is eigenlijk alles in de cabine gesmolten, kortom verwoest. De voorruit lijkt gedeeltelijk gesmolten (terwijl die van glas is) en er zit een gat in. De truck heeft pas 12000 km gereden. Het bijrijderportier is bloedheet en het wordt open gezet om te zien of het vuur definitief uit is.

De behulpzame collega-chauffeur gaat voor zijn collega met div. mensen bellen. Wij blijven even bij de getroffen chauffeur praten. Hij heeft alleen in de haast een klein rugzakje met wat persoonlijke dingen kunnen redden. Wat een geluk dat hij nog op tijd de truck aan de kant stil kon zetten en hij er zelf nog net op tijd uit kon komen. Hij is helemaal ontdaan. Logisch. Het lijkt nu pas goed tot hem door te dringen. We geven hem eerst 2 bekers water en vruchtensap. Dan bekijken we wat we nog voor eten/drinken voor hem hebben. In ieder geval een grote fles water, fruit, zak chips en nog wat etenswaren, zodat hij voorlopig even vooruit kan. Als we dit geven, schieten de tranen in zijn ogen en is het even helemaal mis. Wij kunnen helaas verder niets voor hem doen.

We zijn inmiddels laat. We waren vanmorgen eigenlijk al wat te laat op pad gegaan. Met de verdeling van spullen is ook tijd verloren gegaan en nu dit met die brand. Nou we zien wel waar het schip strandt. We gaan opnieuw op pad naar Hondeklipbaai dat nog bijna 90 km rijden is over niet altijd even goeie gravelweg. We rijden door een prachtig ruig en leeg landschap. We zijn er even na 16.00 uur en staan in het dorpje. Er is wat mijnbouw (diamant) en mogelijk uranium. Het is vrijwel uitgestorven en staan er wat typisch ‘armeluiwoningen’, wat woningen van golfplaat en een enkele vakantiewoningen die nu niet bewoond zijn. We zien een soort camping waar grotere koepeltenten onder een tentvormig gazen afdak (tegen de zon) staan opgesteld. Ziet er professioneel, maar erg ongezellig uit. Alles staat in rijtjes opgesteld, maar wij zijn de enige 2 toeristen lijkt het in dit hele gebied.

Misschien zit er nog iemand daar in de kroeg? We rijden en rondje door het dorpje, maken wat foto’s en rijden dan via een andere gravelweg terug naar Kamieskroon, waar we om 18.15 uur, net voor donker weer aanmelden dat we nog een nachtje willen blijven slapen. Dat kan en dit maal kost het 80 Rand voor 2 personen plus 1 auto. We zitten net voor donker aan een glas rode Zuid-Afrikaanse wijn. We eten brood met een balletje gehakt, koffie toe en om 22.10 uur kruipen we in de slaapzak. Het is inmiddels stevig gaan waaien. Ben benieuwd of het vannacht droog  blijft. Zou wel handig zijn. Morgen gaan wij verder richting Clan William.

Dag 28 – maandag 28 mei – Kamieskroon – Camping Rondeberg

image064

De laatste dag zonder verplichtingen. Om 7.20 uur is het al bijna dag, na een nacht die absoluut niet koud was. We hebben het alle twee warm gehad. We hadden op een koude nacht gerekend en dus dik aangekleed, omdat het flink waaide. Vannacht was de camping weer van ons alleen. Er is weer warm water in de douche net als gisteren. We eten in de camper wegens de wind en gaan om 9.45 uur richting camping Rondeberg (20 km boven Clan William). Kaapstad is van hieruit nog 495 km. Het is rustig op de weg, maar er wordt wel op sommige plaatsen aan de weg gewerkt, dus 2e pinksterdag zullen ze hier wel niet vieren (laat staan vrij hebben). Het is best wel een mooie route, met daartussen af en toe wel een saai stuk.

Bij Klawer is een Wimpy met tankstation en hier zijn we rond 12.30 uur. We laten het ons goed smaken het ziet er netjes verzorgd uit. Om 13.30 uur zijn we op camping Rondeberg. Het kantoor is gesloten, maar er hangt een tel nr. We bellen de man wakker blijkt later. En nadat de verbinding een paar keer weg is gevallen, kunnen we weer net als de eerste keer op plek/huisje 8 gaan staan. Hij komt straks zelf rond een uur of 2 wel even langs.

Hij komt en zegt dat hij zich vergist heeft, het gebouwtje met sanitair moet nog worden schoongemaakt. We moeten naar huisje nr. 7. Net als we aan de verplaatsing zijn begonnen roept hij dat hij zich weer vergist heeft en dat het toilet al wel is gereinigd. We kunnen blijven. Door de telefoon had hij toen we hem belden een campingprijs van 200 Rand genoemd. Als Ed zegt dat we 4 weken geleden hier ook waren met 2 auto’s en 4 personen voor 170 Rand, kan de prijs naar beneden. We hebben nog niet betaald , als iemand de sleutel van de wc/douche komt brengen. Nou we zien morgen wel wat het uiteindelijk wordt. Zwembroek aan en nog een paar uurtjes in de zon. De eigenaar/beheerder komt nog langs. We maken een praatje over Namibië en over de wijngaard net buiten het resort. Hij vertelt dat hij daar als manager/eigenaar heeft gewerkt, maar doodziek werd van alle problemen die het soms uit 40 of 50 man/vrouw tellend personeel, met zich mee bracht. Nu heeft hij alleen de camping en de lodges en 4 mensen in dienst, waar hij altijd van op aan kan. Ik vraag of we gelijk kunnen afrekenen en vraag nogmaals hoe het zit met het verschil in prijs met 4 weken geleden en nu. Heeft met het weekend of met de doordeweekse dag of zoiets te maken. Hoe dan ook: de prijs gaat weer wat naar beneden.

We liggen heerlijk relaxed in de zon en in de namiddag beginnen we de bushcamper op te ruimen. We hebben toch heel wat kleren en aanverwante zaken voor de lokale bevolking achter gelaten, maar ook net zoveel weer aan souvenirs e.d. ingeslagen. We moeten veel moeite doen om alles weer in onze 2 reistassen te krijgen. Dan nog de overgebleven boodschappen: 2 emmers, wat aardappelen, wasmiddel, nog blikvoer, kaas, zout en kruidenpotjes, douchegel, shampoo, boter, wc-rollen, boter, slaolie, groente, soep, waslijn, slippers, wasknijpers, tijdschriften, …etc. ect. Het is uiteindelijk een heel pakket. Daar kunnen we volgens mij vast wel mensen op de camping mee blij maken.

Dag 29 – dinsdag 29 mei – Camping Rondeberg – Kaapstad – nachtvlucht naar Schiphol

image066

De laatste nacht…….. Om een uur of 3 begint de telefoon te piepen, omdat er een sms’jes binnenkomt. Gistermiddag hadden we hier geen bereik en nu midden in de nacht ineens wel weer. Ik hoor niets (ik heb altijd oordoppen in i.v.m. het gesnurk van Ed).Ed is dus de klos. Hij hoort het wel, maar heeft geen zin om te kijken. Het gepiep van de telefoon houdt wel op. Ondertussen vraagt hij zich intussen wel af wie er om deze tijd je iets wilt laten weten. Zou het belangrijk zijn? Waar ligt die telefoon eigenlijk? Intussen is hij klaarwakker. Half 4! Weer een sms en weer hoor ik niets. Waar is dat ding? Er is blijkbaar dan toch iets aan de hand. Zoeken op de bekende plek levert in het donker niets op. Licht aan. Telefoon blijkt nog voor in de auto te liggen. Met veel rek- en strekwerk kan Ed er eindelijk bij. Dan ook nog op zoek naar zijn bril, want zonder die prothese is het nog een raadsel. Het bericht blijkt van Sofie te zijn en is gisteren al veel eerder op de dag verzonden. Door de halfbakken ontvangst hier komt het nu pas binnen. Waarom dan nu! Klaarwakker, maar wel opgelucht dat het niets iets ernstigs is. Slapen dan maar weer. Een kwartier later. Weer gepiep van die telefoon. Ik hoor weer niets. Dit keer van vrienden die momenteel in Frankrijk kamperen. Ook geen slecht nieuws. Een paar minuten daarna: nogmaals hetzelfde bericht uit Frankrijk. Dubbele zekerheid blijkbaar. En dan…… weer een half uurtje later een bericht van Tele 2 over het vervallen nummer 118. Dagenlang geen telefoon gehad, ondanks het feit dat we wel bereik hadden en nu midden in de nacht al die sms’jes! Nou is het echt gebeurd met de slaap van Ed en hij gaat douchen.

Zo langzamerhand word ik ook wakker en na douche en ontbijt ruimen we het laatste op. We zien de campingbeheerder lopen en schieten hem even aan als hij langskomt. We willen het samengestelde pakket van alle dingen die we nog overhebben aan diegene geven, die hier schoonmaakt. Hij vindt het prima. Wij zijn er niet helemaal gerust op dat het nu ook goed komt als we de spullen gewoon laten staan. Als we de bewuste vrouw zien lopen, roepen we haar. Ze zegt dat ze eerst toestemming aan haar baas moet vragen. We vertellen dat we hem al hebben gesproken, maar dat we zeker willen weten dat ze het ook echt krijgt. Ze is ontzettend blij en zegt wel 10 keer “baie dankie”. Dat is helemaal niet nodig en we overtuigen haar dat het toch over is. Anders moeten we het zomaar weggooien, want het kan niet mee in het vliegtuig. En dat is toch zonde! Ik ben blij dat we haar gelukkig maken, maar vind het tegelijkertijd erg, dat ze ons maar blijft bedanken. Gelukkig neemt ze wel de spullen mee.

Vlak voor we definitief vertrekken, blijft er nog wat over en dat laten we dan wel achter met een briefje dat het toch echt wel voor die mevrouw is. Dat zal dan ook wel goed komen hopen we. We ontbijten, pakken de tassen in, maken enigszins schoon in de auto (keukenkastjes en de ergste stoflaag) en om 10.00 uur ‘vatten we die pad’. Nog ca 275 km naar Kaapstad. Het is een beetje fris en wat bewolkt. Het gaat voorspoedig en het is een boeiend landschap. Bij Citrusdal is men net begonnen met het oogsten van sinaasappels, citroenen en limoenen. We stoppen bij een tankstation voor een ijsje. Na de vakantie moeten we aan de lijn. Alles begint wat krapper te zitten. We rijden door tot even voorbij Malsbury en stoppen voor een lunch. We eten weer zo’n lekkere salade net als gisteren en nu met 2 stokjes saté erbij. Erg lekker en weer buitengewoon keurig verzorgd.

Als we weer weg willen is de accu leeg. Het licht vergeten uit te doen. Stom en er volgen wat spreuken uit een bekend boek. Gelukkig zijn er 2 accu’s en zijn er startkabels meegeleverd. Het werkt en hij start weer. Voor we vertrekken zoeken we even uit op de kaart uit, waar we ergens in Kaapstad moeten zijn om de auto weer in te leveren. Ik had gelukkig nog een goede plattegrond van Kaapstad, die ik op een vakantiebeurs had gekregen. Het is even puzzelen, maar dan blijkt het uiterst simpel. Het gaat feilloos. Wat een verschil met de heenreis. Maar ja, nu zijn we natuurlijk helemaal aan de auto en het links rijden gewend.

Om even voor half 3 rijden we het terrein op bij de verhuurder. G & E zijn er ook net en klein half uurtje. Zij hebben pech en zijn verdwaald. Gevolg: heel Kaapstad in de rondte gereden. De dame bij het verhuurbedrijf was de enige aanwezige en ze was gauw klaar. Even de km stand opnemen, een oppervlakkig rondje rond de auto, maakt een notitie dat onze waterpomp sinds 2 dagen defect is. Kijkt niet eens of binnen alles in orde is. En dan krijgen het bewijsje dat er geen beroep wordt gedaan op het eigen risico. Verder wordt er niets nagekeken.

Als we informeren of we al een auto voor volgend jaar kunnen vastleggen, dan houdt ze zich afzijdig en durft/wil geen uitspraken doen. De prijs die we nu hadden was een prijs voor Zuid-Afrikaanse inwoners en er zijn meer mensen die gebruik maken van vrienden of familie die in Zuid-Afrika wonen. Het scheelt aanmerkelijk en de verhuurder is zich bewust geworden van dit “gat” in zijn voorwaarden. Jammer, want het is al duur genoeg. We laden onze bagage in een andere auto en als dat klaar is wordt er afgesloten en brengt de vrouw ons naar de luchthaven. Een half uurtje later zijn we op het vliegveld. Hier kunnen we nog lang niet inchecken. Nu blijkt een tassenwinkel ook in kofferopslag te doen en voor 20 rand per koffer stallen we hier onze bagage..

Intussen is Marianne gebeld die momenteel in Kaapstad is en zij komt ons ophalen. We gaan met haar nog even een stuk sightseeing door Kaapstad doen: o.a. naar de Tafelberg voor een geweldig mooi uitzicht over Kaapstad en Robbeneiland. We hebben hier een wonderbaarlijk, mooi zonlicht door de aanwezige wolken.

Dan gaan we naar Waterfront, een toeristisch gebied bij de haven, maar wel de moeite waard om te zien voor mensen zoals wij, die er nooit eerder zijn geweest. We sluiten af met een etentje bij ‘De Spur’.

Marianne brengt ons naar het vliegveld terug. We bedanken haar voor haar hulp, opvang en kleine excursies en nemen afscheid. De koffers en reistassen zijn er nog en we checken in. Dat gaat met behulp van iemand van de luchthaven, super snel via een computer. Van de bagage zijn we dus ook vrij snel weer verlost . De securitycheck en de douane als laatste. We kopen nog een kop koffie en lopen een rondje en maken onze laatste Randen hier zo goed als op. Dan kunnen we aan boord. Het toestel zit weer aardig vol. We hebben weer 4 plaatsen op een rij. We krijgen nog wat te drinken en te eten (het is nog steeds Chinese maand) en dan moeten we wachten tot de morgen. Volgens de piloot liggen we op schema. Amsterdam is ca 15 graden met wat bewolking. Niet super. Met behulp van 2 slaaptabletten slapen we een aantal uur, hoewel Ed af en toe wakker moet worden om op te staan, zodat zijn buren naar het toilet kunnen gaan. Dat heb je als je aan het gangpad wilt zitten. Ik slaap gelukkig het grootste gedeelte van de reis. Gijs helemaal niet en Els wat minder.

Maritsa, (dochter van G & E) komt ons op schiphol ophalen met de auto en een grote bos bloemen. Dan naar Valkenburg, de plek waar onze auto staat, de gemaakte foto’s even inladen in de computer van Gijs en dan gaan we naar huis.

Een geweldige reis door een fantastisch mooi land. We hebben nog lang niet alles gezien en volgend jaar gaan we dus beslist terug. We kijken er nu al weer naar uit.