Namibië 2009

REISVERSLAG NAMIBIË EN ZA
(26 maart – 25 april 2009)

image002
Routeoverzicht:
Dag 01: Schiphol – Kaapstad
Dag 02: Kaapstad – auto ophalen – Clan William (camping Rondeberg)
Dag 03: Clan William – Springbok
Dag 04: Springbok – Viooldrif – Norotshama River Resort
Dag 05: Norotshama River Resort – Hobas (Fish RC)
Dag 06: Hobas (Fish RC) – Schloss Duwisib
Dag 07: Schloss Duwisib – Vogelfederberg (50 km voor Walvisbaai)
Dag 08: Vogelfederberg (50 km voor Walvisbaai) – Cape Cross – Hentiesbaai
Dag 09: Hentiesbaai – Spitzkoppe (-)
Dag 10: Spitzkoppe – Okaukuejo
Dag 11: Okaukuejo – Halali
Dag 12: Halali – Namutoni
Dag 13: Namutoni – Tsintsabis
Dag 14: Tsintsabis
Dag 15: Tsinsabis – Waterberg
Dag 16: Waterberg
Dag 17: Waterberg – Duesternbrook
Dag 18: Duesternbrook
Dag 19: Duesternbrook – Aminuis
Dag 20: Aminuis
Dag 21: Aminuis – Bagatelle
Dag 22: Bagatelle
Dag 23: Bagatelle – Mata Mata
Dag 24: Mata Mata – Nossob
Dag 25 Nossob
Dag 26: Nossob – Twee Rivieren
Dag 27:Twee Rivieren – Augrabies
Dag 28: Augrabies – Calvinia
Dag 29: Calvinia
Dag 30: Calvinia – Clan William (camping Rondeberg)
Dag 31: Clan Wiliam – Kaapstad (16.00 uur auto inleveren en 23.00 uur Nachtvlucht Schiphol

‘Twee klikkies in een bakkie’
De verklaring van deze titel kan je lezen in het verslag van dag 2

Dag 1 (do 26 maart) Schiphol – Kaapstad

Natuurlijk hebben we teveel bagage. Er gaat weer van alles niet mee wat eigenlijk wel de bedoeling is. Of het erg was zullen we later beoordelen. Maar in ieder geval gaan er een paar stukken kaas mee. En hagelslag dit keer. Met een 2,5 kg overgewicht zijn we even voor 08.00 uur op Schiphol. We hoeven alleen nog maar de bagage bij de drop op af te geven en de instaptijd te horen. Die is erg vroeg 08.40u. Het overgewicht van de bagage is geen probleem. Dat van onszelf wel een beetje, maar we gaan toch eerst koffie drinken. Bij de gate staat een enorme rij en de security scan gaat erg traag. Met een half uur vertraging de lucht in. Eten en drinken zijn prima op de soep na die in de 2e helft wordt geserveerd in van die “eierdoos” omhulling. Het ziet er niet uit. Met een beetje vertraging landen we in Kaapstad en gelukkig geeft de bagage met de kaas geen aanleiding voor controle, zodat we alles mee hebben. De man van het hotel (shuttle) staat er ook, de geldautomaat doet wat hij doen moet en om ca 24.00 uur hebben we de kamer zoals wij hem besteld hadden. Het is hier een uur later dan in Nederland. Even douchen en dan erin. Eigenlijk best wel moe omdat we eigenlijk niet geslapen hebben in het vliegtuig en al met al toch 18 uur onderweg zijn.

Dag 2 (vrij 27 maart) Kaapstad – auto halen – Clan William (camping Rondeberg)

image004

De wekker staat op 8 uur en even daarvoor worden we wakker. Douchen, ontbijten en dan blijkt onze man van de auto al in de lobby te zitten. Een half uurtje te vroeg. Maar we zijn klaar en KEA zit echt vlak bij. We zijn er binnen 5 minuten. Dan krijgen we een zeer uitgebreide ‘briefing’ wat wel en niet moet/kan/mag/etc. En na een hele lading handtekeningen verder, krijgen we de uitleg over de bediening van de Trax. We luisteren geduldig en laten nog de laatste dingen repareren/controleren en we pakken onze tassen uit. Die blijven daar. We vragen de weg naar een shopping mall en naar Malmesbury, richting Namibië. We gaan op weg met km stand 55844 op de teller. We vinden de weg echt probleemloos, alleen missen we het complete winkelcentrum. We stoppen in Malmesbury voor de vruchtensapshop van vorige keer, maar die is weg. Wel is er een supermarkt waar we bijna al onze boodschappen kunnen kopen. Alleen de pinautomaat weigert de nieuwe ING betaalkaart van Maaike. Proberen we het ergens anders nog een keer. Toch een gierige automaat, want hij geeft maar R 1000, – per keer. Bij de PEP kopen we 2 emmers en thee- en keukendoeken. Dan nog een frietje en een burger bij Kentucky Fried Chicken. Als we echter aan de tandeloze homo uitleggen dat we graag mayonaise bij onze friet willen, stelt hij ons voor een moeilijke keuze. Er wordt geen voorverpakte mayonaise verkocht! We kunnen het krijgen maar dan moeten we zeggen hoeveel we nodig hebben. Tja, daar sta je dan met je bek vol tanden tegenover een vrijwel tandeloze met een douchekapje op die je glimlachend staat aan te kijken. “Nou zeg het maar, in welke hoeveelheden wordt het aangeboden?” Wel, zegt de vriendelijke vriend in het Zuid-Afrikaans, dat gaat met ‘klikkies’. Je kunt bijvoorbeeld 2 klikkies nemen, maar jullie hebben 2 porties friet dus jullie kunnen bijvoorbeeld 4 klikkies nemen.” We zijn sprakeloos over de nieuwe eenheden en besluiten voorlopig maar even 2 ‘klikkies’ te nemen. Vervolgens roept hij naar de bediening achter: “Twee klikkies in een bakkie”, en wij lachen ons rot. Achteraf blijkt dit precies de juiste hoeveelheid, die wordt aangeleverd in een doorzichtig plastic bakje met een dekseltje. De uitdrukking is echter de hele vakantie regelmatig herhaald in allerlei omstandigheden en zal wel de rest van ons leven bij ons blijven zoals dat waarschijnlijk bij iedereen wel voorkomt met bepaalde kreten. Het reisverslag heeft nu ook deze titel gekregen, wat in dit geval op onszelf slaat. Wijzelf zijn de ‘Klikkies’ zijn en het ‘Bakkie’ is onze camper. Na de maaltijd vinden we de afslag naar een camping in Algeria. Deze camping was aan Maaike geadviseerd. Op de site leek het mooi. Aangekomen lijkt het inderdaad mooi, maar er blijkt echt geen enkele plek meer vrij te zijn. Fully booked! Tja het is vrijdagavond en dus weekend. Terug naar de N7 en dan maar door naar Rondeberg. Hier waren we al twee keer eerder de vorige keer en iedere keer als we er komen is het duurder. Nu is het al R 280,00. We worden al wel herkend. Misschien daarom duurder. We gaan lekker staan en dan de enorme ravage van boodschappen zo logisch mogelijk proberen in te ruimen. Maaike is daar erg goed in dus dat moet ze op haar gemak in haar eentje kunnen doen. Het was vandaag een erg bewolkte dag met temperaturen van zo’n 20-21 graden. Vrijwel geen zon gezien.

Dag 3 (za 28 maart) Clan William – Springbok

We hebben allebei niet echt lekker geslapen. De kussens liggen niet lekker, wennen aan de slaapzak etc. Dan gaan ook nog voor zessen de buren met hun 4×4 op pad. We zijn klaar wakker. Toch lukt het om nog even weg te zakken en om 7.30 uur staan we gebroken op. Douchen en dan blijkt bij het koffie zetten dat we een gaslek hebben. We speuren eerst binnen en dan blijkt de gasfles buiten te lekken en het gas waait naar binnen. We hebben geen reparatiespullen en zelfs met veel kunst en vliegwerk lukt het niet. We ruimen op en vertrekken. De campingbeheerder is er ook niet om ons te helpen dus gaan we verder. Bij een tankstation vragen we om het benodigde pakkingringetje, maar dat is er niet. Ook geen teflontape. Hij wil een pakking van papier maken, maar dat mislukt. Gelukkig weet hij wel een adres waar we kunnen krijgen wat we zoeken. In Klawer 12 km verderop. We vullen de tank met diesel en de 2 extra Jerrycans ook maar gelijk. In Klawer lukt het om teflon tape te kopen. Hiermee wordt de lekkage verholpen. Wat we niet weten is dat de rechter brander van het gasstel de meest fantastische vlammen geeft, maar niet op de goede plaats. Hier komen we ‘s avonds pas achter. Vanuit Klawer eten we nog even een vroege lunch bij Wimpy en we kunnen volop geld pinnen. Maaike haar pasje doet het hier gelukkig wel weer. Dat doen we naar hartenlust, want voorlopig zullen we geen pin automaat zien behalve dan in Springbok.
Het weer was toen we opstonden mooi, toen we weg reden erg bewolkt en zelfs een spat regen en nu wordt het snel blauw en de temperatuur gaat lekker omhoog. Eindeloze leegte met ronde heuvels. We zijn hier allemaal eerder geweest en toch is het vreemd te merken dat alles toch net even anders is als dat je het 2 jaar geleden in je geheugen hebt opgeslagen. In Springbok is het ook eerst vreemd en dan komt er toch veel terug in het geheugen. We tanken weer even om uit te rekenen wat het verbruik van de auto is. Ca 1: 7 km bij ongeveer 120 km/h. valt nog mee. Geld en boodschappen hebben we al, want de laatste ontbrekende boodschappen hebben we in Vanrhynsdorp gehaald. Daar stond ook weer een stel bedelaars. Eentje daarvan zegt de hele dag al geen eten te hebben gehad, dus hebben we ons resterende brood gegeven. Vervelend dat gebedel. Ook hier in Springbok bij het tankstation een bedelaar die een afschuwelijke namaak gouden ring wilde verkopen, maar ook genoegen nam met een vuurtje voor één van zijn 2 sigaretten. En maar jammeren over zijn kinderen. We staan op dezelfde camping als 2 jaar geleden. Het verschil is dat de camping deze keer helemaal leeg is. We zijn er rond 15.15 uur en nemen de tijd om een mooi plekje te zoeken en de auto nog beter in te richten. Als we geïnstalleerd zijn in bikini en zwembroek voor de eerste verbranding, komen we er achter dat we pal onder een schijnwerper staan die ons vannacht in het volle licht gaat zetten. We verhuizen. Dan even in de zon en dan zullen we een overheerlijke maaltijd gaan maken. Dan komen we achter het probleem met de brander van het gasstel. Niet leuk. We bellen met de verhuurder en die neemt inderdaad op. Uiteraard heeft hij ook geen kant en klare oplossing, maar hij gaat moeite doen. En wij hebben de laatste Trax. Er is geen vervangende auto op voorraad. Ik tracht de brander uit elkaar te halen, maar het lukt niet. Hij zit verstopt op de één of andere manier en brandt op plekken waar dat niet de bedoeling is. Hij belt ons morgen terug. Wordt vervolgd…… Maaike heeft toch een maaltijd weten te fabriceren op die ene werkende pit. Tussendoor gaan de pannen, waarvan de inhoud al gaar is, tussen de slaapzakken om het eten warm te houden.

Dag 4 (zo 29 maart) Springbok – Vioolsdrif – Norotshama River Resort

image006

Het is een heel rare gewaarwording: we hebben de hele camping voor onszelf. Een heel washok met brandschone douches en toiletten en je kunt gewoon de deur open laten. Volop heet water en alles is direct beschikbaar. We ontbijten tussen de vogels, veldmuizen en mangoesten. Niemand jaagt ze weg. Het is een oase van rust. Om 9.00 uur gaat de telefoon. De man van Kea. Hij heeft geen oplossing, want hij heeft geen reparateur in Springbok kunnen vinden. Wel een mogelijke oorzaak: de nozzle zit verstopt. Tja, dat wisten wij ook al. Er is alleen geen gereedschap om het open te krijgen. We overleggen wat en hij stelt voor om op hun kosten maar een kooktoestel te kopen wat buiten op de gasfles kan. Maaike voelt daar helemaal niets voor (ik bij nader inzien ook niet). Want ’s avonds in het donker koken bij lamplicht, waarbij allemaal gratis vlees in de vorm van muggen en andere vliegende insecten in de maaltijd terecht komen… Nee die oplossing gaat niet door. We betalen tenslotte ruim 108 euro (incl. alles) per dag voor dit ding en dan moet het ook werken. We overleggen wat en we besluiten te kijken of er in Springbok iemand een stuk gereedschap (een hele kleine maat Torq schroevendraaier) heeft. Ook de campingbeheerder denkt en helpt mee met zijn gereedschap, maar het blijven heel kleine schroefjes voor een heel klein schroevendraaiertje. We vertrekken en tanken bij een tankstation en vragen hulp. Nee, niet op zondag. We moeten echter nog brood hebben en Maaike weet de supermarkt nog te vinden. Die is open en blijkt erg goed gesorteerd. Zo goed zelfs, dat ze een setje hebben met een mini torq bitje. En ook hebben ze een emmer met een deksel (we hadden wel een emmer, maar nog geen emmer met een deksel zodat hij als wc’tje kan dienen voor noodgevallen). Met behulp van het gereedschap lukt het de brander uit elkaar te krijgen de vervuiling eruit te halen, de nozzle door te prikken met een naald en dan werkt alles gelukkig weer. We bellen het door aan Kea en die zijn erg gelukkig dat ze geen verder actie hoeven te ondernemen. Voor R 59.95 zijn we klaar. We kunnen op weg. Inmiddels is het tegen 11.00 uur. Zonde van de tijd, maar gelukkig hoeven we niet ver. Bij de grens gaat het erg vlot Zuid Afrika uit. Namibië in kost wat meer tijd, maar ook dat valt uiteindelijk mee. We zijn net voor een golf toeristen. Net over de grens tanken we weer. Ook proberen we bij een automaat te pinnen, maar de automaat accepteert alleen Visa. Dan hebben we vervolgens bijna een ongeluk als ik heel stom de weg oversteek om een betere fotopositie te kunnen innemen. Een achterop komende auto komt met grote snelheid naderbij (waar hij vandaan komt is een raadsel) en kan slechts door de berm te nemen erger voorkomen. Gelukkig liggen er geen rotsen of kuilen en vliegt hij niet over de kop. Wel even schrikken maar het loopt goed af. Tja, het is nog niet helemaal uitgestorven hier op de weg. We pakken de C13 naar Norotshama River Resort. http://www.norotshamaresort.com/index.htm Er is genoeg plaats, maar niet op de hoogte bij de rivier waar we 2 jaar geleden zo mooi stonden. Die is al besproken. Jammer . We blijven echter maar 1 nacht. Eerst een bak koffie in de zon met uitzicht op de rivier. Het is warm en er zijn veel vliegen. Later op de dag gaan we nog even zwemmen, in de zon liggen een biertje drinken en dit verhaaltje schrijven. Vanavond gaan we hier lekker uit eten, ondanks dat de 2e brander van het kookstel het nu weer zo mooi doet.

Dag 5 (ma 30 maart) Norotshama River Resort – Hobas (Fish RC)

We lagen er vroeg in dus het is een lange nacht. En een erg warme. We smelten de tent uit. ‘s Nachts gaat een generator afwisselend aan en uit. Om half 5 begint een erg enthousiaste haan met zijn ochtendritueel. Om 6.45 uur is het licht. Het hele veld zit vol met sprinkhanen. Je kunt bijna niet lopen voordat ze zijn opgevlogen. Ook het toilet gebouw zit vol, want men heeft de deur opengelaten. De douche is prima en het ontbijt in de zon ook. Als we over de C13 rijden raken we verzeilt in miljoenen sprinkhanen die over de weg vliegen. Ongelooflijk zoveel. We bereiken Ai Ais en worden daar hartelijk welkom geheten. We hadden best kunnen kamperen, maar dat weet het kantoor in Pretoria weer niet. Het zwembad is echter dicht en de bron kan je wel even bekijken, maar is niet echt open. Je kunt beperkt kamperen op plekken die eigenlijk het best zijn voor campers. Ook staan er kant en klare groene tenten voor de verhuur. Men is uiterst vriendelijk. De verwelkomer komt informeren naar onze route en als hij hoort dat we ook nog naar Aminuis gaan, pakt hij een stoel en komt hij er bij zitten. Hij komt daar vandaan, is er op gegroeid vlak in de buurt en kent de mensen van het Kambahoka Rest Camp daar. Hij is erg enthousiast en we zijn gelijk vrienden voor het leven. Er worden telefoonnummers uitgewisseld. We krijgen tips wat wel en niet te doen en als we ook nog een collega van hem die met auto pech staat, een lift geven naar Hobas, kan het helemaal niet meer stuk. We vertellen dat we eigenlijk geen ruimte in de cabine hebben, maar dat is helemaal geen probleem. Als hij maar mee mag rijden. Het is gezellig met deze man in de auto die opgevouwen zit achter de voorstoelen. Hij is gelukkig erg slank, dus hij redt zich wel. In Hobas is nog niet echt de Canyon zichtbaar. Het is een aardige camping met veel schaduw onder de bomen. Van 16.00 tot 22.00 uur is er stroom van een generator. Onze reservering is prima door gekomen en kunnen we een plek zoeken. We zijn er rond 15.00 uur en krijgen de tip om vooral de zonsondergang in de Canyon te gaan bekijken. We eten eerst en gaan dan op pad. Het is 10 km tot het eerste uitzichtpunt. Ongeveer een kwartiertje met de auto. De Canyon is mooi, alleen is er erg veel licht van de zon en weinig wind zodat er een wat heiig uitzicht is. Het 2e uitzichtpunt is een klein stukje verder over een erg slecht weggetje. Daar raken we aan de praat met onze buren van de camping die vandaag vanaf Mata Mata zijn gekomen. We kletsen over reizen en intussen gaat de zon mooi onder, maar niet echt spectaculair. In donker terug. Het is warm. We hebben problemen met stroomautomaat voor de omvormer 230/12 die achter in de auto zit onder de stoelzitting, maar ook dat wordt weer opgelost. Onze buren Janneke en Sander komen gezellig kletsen en we drinken nog wat. Intussen heeft een zwarte schorpioen besloten ons eens te bezoeken, maar we hebben hem gelukkig tijdig gezien. We zijn de laatsten die gaan slapen.

Dag 6 (di 31 maart Hobas (Fish RC) – Schloss Duwisib

image008

Om 6 uur gaat de generator en dus de terreinverlichting weer aan en wordt de camping wakker. Er is een groep met een bus en die gaan naar de zonsopgang bij de Canyon. Ik ga douchen en er is warm water. Alleen de hokjes en de toiletten kunnen niet op slot. Maar ach wij zijn door de jaren heen al heel wat gewend. We hebben ook wel douches gehad zonder deur of gordijn. We ontbijten en dan hebben Janneke en Sander problemen met hun gasbrander. Ook verstopt. We krijgen hem niet uit elkaar helaas en doorblazen met compressorlucht helpt ook al niet. Mooi shit zo van Kea. We koken in ieder geval een ketel water voor hen, zodat ze thee en koffie kunnen gaan drinken bij hun ontbijt en de rest kunnen bewaren in hun thermoskan. We nemen afscheid van elkaar. Zij willen naar Richtersveld via het pontje, maar wij hebben op de heenweg hier naar toe gezien dat de weg is afgesloten. Dit is heel slecht nieuw voor hen, want dat betekent dat ze veel km’s moeten gaan omrijden. Wij gaan opzoek naar het eerste tankstation over 11 km. Inderdaad incl. resthouse. Even wachten en de bediende komt met de sleutel en de tank gaat vol. Er staan talloze oude auto’s uitgestald. Net als in Solitaire. We rijden en zien een kudde zebra’s en springbokjes, maar dar blijft het bij. Verder is het erg groen. Het gras is schitterend zilver met al die grashalmen met graszaad, zeker als de zon er op schijnt. Het golft in de wind en af en toe is het net of er sneeuw ligt. Het is een hele tocht vandaag. We drinken soep bij de rivier ‘Fish” met een boterham. In Bethanie doen we nog wat inkopen en een alcoholiste is ondertussen onze auto ongevraagd wat aan het schoonmaken. Volgens de caissière wil ze alleen maar geld voor drank hebben en zegt dat dat beter is van niet. Dat vinden wij ook. Ze krijgt een appel en 2 bananen en wij een hand en veel “danki’s”. In een volgend plaatsje drinken we koffie met appeltaart. Erg lekker. Deze dag is verder wel behoorlijk saai, omdat er weinig spectaculairs te zien is. Dit zouden de hoogtepunten zijn als we niet ineens op de gravelroad een ‘black spitting cobra’ treffen. Gelukkig rijden we hem niet dood en kunnen we hem mooi fotograferen. Het laatste stukje weg naar Duwisib Castle is behoorlijk zanderig en we zetten af en toe maar even de 4 x 4 aan omdat we niet vast willen komen te zitten. De ontvangst op het kasteel is simpel. Geen inschrijving, geen verificatie niets. Slechts: “Terug rijden tot de rivier, daar rechtsaf is de camping. Er is sanitair, maar geen stroom.” Het is een flink eindje vanaf het kasteel. Er staan nog 3 andere kampeerders. Maaike neemt een koude douche, omdat ze het warm water niet aan de gang krijgt en het toilet spoelt ook niet goed door. Heel vervelend. Je kunt ook zo op die camping gaan staan, geen mens die het checkt. Morgenochtend om 08.00 uur is er een rondleiding door het kasteel uit 1906 of zo.

Dag 7 (wo 1-april) Schloss Duwisib – Vogelfederberg (50 km voor Walvisbaai)
Als het nog donker is ga ik gewapend met een TL op batterijen naar het toiletgebouw. Er is van alles: wc papier, geurblokjes in de urinoirs, veel ruimte in de douche en in de wc en zelfs een badmat en een bankje om op te zitten tijdens aan- en uitkleden. Maar…… géén warm water en ook in de herentoilet spoelt ook erg slecht. Een koude douche dus. We ontbijten op ons gemak, want om 6.45 uur komt de zon op en dan is het erg lekker zitten in het zonnetje met een kop koffie en een broodje. Onze medekampeerders zijn ook druk aan het inpakken. Daardoor verwachten wij hen ook bij de kasteelrondleiding. Niets daarvan. Wij zijn de enige en er blijkt geen rondleiding te zijn, maar je mag na betaling en invulling van ‘het grote boek’; wat iedere zichzelf respecterende toegangsbewaker heeft, zelf overal kijken. Het kasteel uit 1909 is betrekkelijk klein voor een kasteel, maar in erg goede conditie. Overal nog oude meubels en veel Napoleonverheerlijking en Duitse en Spaanse koningen. Na een klein uurtje hebben we het helemaal gezien en gaan we op pad naar het tankstation zo’n 20 km verderop. Als we de tank vol hebben rekenen we uit hoeveel kilometer het is naar ons doel. Dit is vandaag nog vrij veel en ligt halverwege Spitzkoppe. Als we terug langs Duwisib Castle rijden, scheelt ons dat ca 30 km dus dat doen we. We rijden over hele, kleine weggetjes door eindeloze verlaten vlaktes. Er is veel regenschade aan deze wegen en we moeten talloze kuilen nemen, die ontstaan zijn door riviertjes tijdens de regen. Soms gaat het mis en schatten we het niet goed in. We gaan dan veel te hard en komen af en toe los uit onze stoel. Het zal achter in onze camper wel een zooitje zijn. Onderweg zetten we ergens de auto gewoon aan de kant van de weg en zitten we lekker in de zon een broodje te eten. Als we in Solitaire komen gooien we de tank weer vol en zien dat Solitaire weer groter is geworden. ‘Bar Van der Lee’ is ook open en alle tafeltjes en stoeltjes zijn uit de shop zelf verdwenen. Hier aten we 2 jaar terug ons ontbijt toen we hier op de camping hebben overnacht. De koffie is goed, maar wel zelfbediening. De appeltaart is nog hetzelfde, ook van afmeting. Moos is dikker en dikker en als Maaike vraagt of hij gelukkiger is met de situatie, roept dat hij niet weet wat gelukkig zijn s. Alles wordt ‘bigger and bigger’ en ‘The Company’ heeft zelfs een bakkerij geopend. Ook is er een festivalterrein, dus wat klein begon wordt nog steeds groter en we krijgen heel sterk de indruk dat Moos daar verre van gelukkig mee is. Maar ja. Terug draaien kan niet meer. Wij zien alleen het verschil met 2 jaar geleden en als zich dat zo voort zet, wordt dit een ware toeristische nederzetting of ander recreatief gebeuren. Wil je meer weten over de achtergrond van Solitaire en hoe het allemaal begon? Lees dan het volgende boek:
Solitaire van Ton van der Lee, Een thuis in de Namibische woestijn, +/- € 15,95, Paperback, 297 Pagina’s, Prometheus, 2004, ISBN: 9044604228
Beschrijving: Als filmproducent Ton van der Lee zijn overvolle leven bekijkt, constateert hij een groot gevoel van leegte. De filmwereld, netwerken, vrienden en vriendinnen: het lijkt wel of hij alle sociale rituelen al een keer heeft meegemaakt. Hij besluit zijn productiebedrijf te verkopen en Nederland te verlaten. Zijn vrienden en collega’s reageren geschokt: iedereen droomt ervan weg te gaan en alles achter te laten, maar niemand doet het écht. Ton vertrekt naar Afrika en belandt in Solitaire, een minuscule verzameling huizen in de Namibische woestijn. Hier zet hij zijn kamp op, jaagt hij op springbokken om te kunnen eten, ziet hij de vloedgolf van de rivier aankomen en maakt hij urenlange tochten door de woestijn., Hij voelt zich eindelijk thuis.
Wij gaan verder op zoek naar 1 van de 3 campings, die zich na de kloof moeten bevinden. Achteraf is dit niet zo’n goed plan, want die campings bestaan uit een plek die je eigenlijk alleen met een permit mag betreden en er is niets. Helemaal niets. Er staat een hutje wat mogelijk iets met sanitair te maken heeft, maar waarvan het waarschijnlijk beter is dat je niet weet wat het is. We zoeken op de kaart en over ruim 85 km is een camping richting Walvisbaai. We willen die kant eigenlijk helemaal niet op, maar willen ook niet in ‘The middle of nowhere’ kamperen. De zon gaat bijna onder en dan is het nog 85 km. We nemen de gok en moeten hard doorrijden. Het is een race tegen de klok. We vinden de camping en…… wat een ‘mazzel’: ook helemaal niets. Alleen een plek op een heuvel bij een enorme rotsformatie. Ook hier blijken we een permit voor nodig te hebben. Nou jammer dan. Het is donker en we besluiten er te blijven. We hebben tenslotte een camper en in de eerste 40 km rondom is er geen sterveling te bekennen. Laat de politie maar komen, dan kan die ons naar een camping brengen, want wij weten niet waar er hier ergens eentje in de buurt is. Maar er komt niemand. Het is niet koud en het waait best. We eten onze macaronikliek, slaan een fles witte wijn naar binnen en vertrekken naar bed. Er zit naast onze auto een beest wat om de haverklap en een soort kikkergeluid maakt. Een emmer water over hem heen helpt niet. We hebben hem niet gezien, wel gehoord. En af en toe toch nog wel geslapen.

Dag 8 (do 2 april) Vogelfederberg (50 km voor Walvisbaai) – Cape Cross – Hentiesbaai

image010

Een lange nacht waarin toch nog 1 auto voorbij is gekomen. We gaan allebei met een rol wc papier een kant op, om niet gebruik te hoeven maken van het eerder genoemde hutje. We ontbijten met bezoek van 2 bonte kraaien en besluiten dan maar via Walvisbaai naar Swakopmund te rijden en daar wat boodschappen te doen. Swakopmund is druk en vol met toeristen. We halen geld en besteden aardig wat tijd en geld in de ‘Pick and Pay’ supermarkt en vullen onze voorraad weer ruimschoots aan. Nu we hier toch zijn, gooien we onze plannen om en besluiten via Hentiesbaai te rijden en dan door te rijden naar Cape Cross naar de zeeleeuwenkolonie. Dat is 80 km heen en diezelfde 80 km weer terug, maar we zijn er nu in de buurt en hebben tijd. De ‘Seals’ zitten in een beschermd gebied en je dus betalen om ze te zien. Het zijn er onwaarschijnlijk veel. Het stinkt er behoorlijk naar wat een penetrante zeeleeuwenlucht moet zijn, maar het ligt er niet vol met stront. De ene helft zeeleeuwen ligt uitgebreid op de rotsen en de andere helft ligt in zee. We zijn benieuwd wat er gebeurt als alles aan land is. Het is een behoorlijk gebrul en gehuil, want er zijn veel jonge dieren. We rijden terug en overleggen of we nog naar Spitzkoppe zullen rijden of in Hentiesbaai zullen blijven. We zien hier zo gauw geen camping, maar wel verschillende verhuurders van kamers. We besluiten om naar ‘Die Oord’ te gaan. Een omheind parkje met een afsluitbaar hek. Er is nog wel precies 1 appartement wat de eigenares wil verhuren aan ons. En Pierre, wat krijgen zij? Wel we krijgen een 4-persoons appartement voor de prijs van een 2 persoons voor de belachelijk lage prijs van N$ 240. is ongerekend ongeveer € 18,– totaal. Het is 3x helemaal goed en ver boven onze verwachting. Volledig ingericht met stoelen, bank, eettafel met 4 stoelen, schoon en zelfs een inpandige garage, waar onze hele camper in kan staan. Er is een compleet ingerichte keuken met vriezer, aparte koelkast met separaat vriesvak, alarminstallatie, 4 opgemaakte eenpersoons. bedden, magnetron, oven, douche en toilet. Buiten een apart zitje met een braai en zelfs waslijnen. We gaan een goeie nachtrust tegemoet waarschijnlijk. Morgen maar naar Spitzkoppe. Nu kunnen we even letterlijk alle batterijen en accu’s opladen en in een gewoon bed slapen. Toch wel heel erg lekker.

Dag 9 (vrij 3 april) Hentiesbaai- Spitzkoppe
De dag begint redelijk uitgeslapen. Een normale douche met warm water. Een prima huisje. We ruimen alles weer netjes op en dan gaan we voor de zekerheid nog even tanken. Om de voorruit schoon te houden (om de foto’s te kunnen maken door de voorruit heen) kopen we een raamtrekker. Op weg naar Spitzkoppe. We zijn er zonder problemen, net na de middag. We komen bij de achteringang aan (blijkt later). Bij het eerste hek verschijnt een tandeloos figuur, die ons zijn halfedelstenen aanprijst. De figuur woont er al 25 jaar. Zijn moeder was net een maand geleden overleden op 84 jarige leeftijd. We betalen bij de 2e poort en de man adviseert ons op plek 10 te gaan staan, want daar zijn grote bomen met schaduw. Dat is inderdaad zo. We spreken af om 16.00 uur terug te komen voor een gidstocht. Intussen laten we ons in de zon verbranden en eten we een broodje. Om 16.00 uur begint de tour. Alleen hun auto is stuk (waar hebben we dat vaker gehoord) dus het moet met onze eigen auto. De gids rijdt mee en vertelt waar ik naar toe moet rijden. We gaan eerst door een hek kijken naar rotsschilderingen. We zien een paar zebra’s en springbokken. De tocht gaat naar een natuurlijke brug en als laatste kan je nog langs een ketting een berg omhoog klimmen. Dit leidt naar meer rotsschilderingen van hetzelfde, maar zijn veel moeilijker bereikbaar. Boven op de berg houd ik het voor gezien en Maaike heeft alles vanaf beneden bekeken. Al met al eigenlijk wel een leuk rondje en hebben we de belangrijkste/interessantste dingen wel gezien. De gids wil graag bij de hoofdingang worden gedropt, zodat hij het hele stuk niet terug hoeft te lopen. We vinden gelukkig ook de weg naar onze kampeerplek weer terug. Het is eigenlijk wel een heel bijzonder gebied. Als het donker wordt heeft Maaike er weinig vertrouwen in dat de luipaarden ons niet zullen verslinden en netjes aan de andere kant van de berg blijven. Overal staan wel mensen, maar het gebied is zo enorm dat, als je met je buren wil gaan praten je dat met de auto moet doen. Naar de hoofdingang, waar de douches zijn, is zeker een half uurtje rijden.

Dag 10 (za 4 april) Spitzkoppe – Okaukuejo

image012

Een uiterst stille nacht met het licht van een halve maan maakt plaats voor een zonsopgang met heel veel stevige windvlagen. We volgen het hoofdpad en vinden inderdaad de hoofdingang. Voor ons vandaag de uitgang. Als we op een 3-sprong komen met wegenborden zien we dat we toch ergens anders zijn dan we verwacht hadden. We passen onze route aan en volgen heel kleine weggetjes. Erg leuk, maar het kost veel tijd. Uiteindelijk zouden we in een dorp met de naam ‘Okombahe’ moeten uitkomen. We zien het liggen, maar de weg die wij kiezen gaat er omheen en dan vervolgens er weer vandaan. We gaan terug en nemen een afslag waarvan we hopen dat we dan wel in het dorp komen. Dat klopt via een soort achteringang rijden we een uiterst armoedig dorp in met huisjes van platgeslagen blikken. Er is een kerk, waar we de weg vragen. Men wijst. Mensen op een ezelwagentje wijzen ons verder en dan staan we voor een rivier. Erg breed, maar erg weinig water. Wel kleine stroompjes en het zand voelt wat zacht. Ik ga er eerst lopend door en dan zettik alle versnellingen bij en natuurlijk de 4 x 4 en hop naar de overkant. Gelukkig zitten we niet vast midden in de rivier. Dan nog een keer de weg vragen aan een schreeuwerige, tandeloze dorpsbewoner en dan komen we eindelijk op de weg naar Omaruru. Hier is een heel grote Sparwinkel, waar nog even water en wat kleinigheden kopen. Dan tanken en opschieten, want we hebben veel tijd verloren met die kleine weggetjes. We rijden via Kalkweg over asfalt en steken dan binnendoor naar Outjo. Hier weer even tanken en een ijsje eten en dan is het nog 100 km naar Okaukuejo. De ingang bevindt zich 17 km voor de camping. Onderweg naar de receptie zie we een hartebeest, een kudu, springbokken en een groep giraffen. We hebben gereserveerd en inderdaad, we hebben een gereserveerde plek. Bij de receptie betalen we ook nog 3 dagen ‘parkpermit’ van 510 N$ en dan naar onze plek. Het is allemaal wat opgeknapt, maar alles is herkenbaar aan wat we onthouden hebben van 2007. We douchen en gaan dan lekker uit eten. Het vlees is smakelijk, maar de bijgerechten stellen niet veel voor..Op de terugweg lopen we nog even naar het waterhole en daar is het een gekwebbel van belang. Er is geen dier te zien, behalve een uil en die vliegt net weg als wij aan komen lopen. Onze buren maken nogal wat lawaai. Als we er wat van zeggen houdt ook dat gelukkig op. De klok gaat hier in Namibië vannacht een uur terug.

Dag 11 (zo 5 april) Okaukuejo – Halali
We zijn niet ziek geworden van de gegrilde biefstukken van kudu en eland. Als we met zonsopgang opstaan is het pas 05.45 uur. De eerste auto’s spoeden zich al naar de poort om, om 6.00 uur als eerste eruit te mogen. Wij doen rustig aan. Er hoeft niet veel ingepakt te worden bij deze Trax. We rijden eerst een stukje naar het oosten, maar het rondje wat we willen maken kan niet, want de weg is afgesloten (i.v.m. wateroverlast). Overal zijn nog flinke plassen en de auto zit al gauw onder een dikke laag bagger. We rijden nog even terug naar Okaukuejo voor een sanitaire stop en gaan dan op zoek naar het gevaarlijke grote wild. We hebben al kuddes springbokken en zebra’s gezien, maar we willen leeuwen, luipaarden, cheeta’s en olifanten. We rijden en rijden alle weggetjes om maar niets over te slaan, maar spannender dan hiervoor genoemde ‘wild’ wordt het niet. Hooguit wat giraffen, wildebeesten en impala’s. Bij Halali maken we nog een extra rondje om toch maar niets te hoeven overslaan en dus te missen, maar helaas…… Bij de receptie horen we dat alle dieren ten noorden van onze laatste camping Namutomi in Etosha zitten. Dus wie weet zien we morgen meer. De camping in Halali is vrijwel uitgestorven. Volop plek. Het is erg netjes en de sanitairgebouwen zijn volop aanwezig. Ook is gerekend op groepen. Overal volop tafeltjes, verlichting en ook hier natuurlijk elektra. En ’s avonds…….. dan komen de honingdassen die in georganiseerde misdaadgroepen de vuilnisbakken omgooien en dan het eetbaars opeten.

Dag 12 (ma 6 april) Halali – Namutoni

image014

Zoals gebruikelijk staat iedereen om 5.30 uur op. Dus ook wij. Vandaag rijden we vol verwachting naar Namutoni. Gelijk een paar flinke kuilen met water en blubber en we zijn blij met onze 4 x 4 auto, waarvan alle wielen je dan weer uit de bagger trekken. We rijden lukraak, maar zien geen barst. Ja, wel het gebruikelijke: bokkies, zebra’s en gnoe’s, maar het echte werk: olifanten, cheeta’s, luipaarden en leeuwen, blijft uit! Wel komen we tot de ontdekking dat het een heel groot gedeelte van de zoutpan hier veranderd is in een meer. We weten niet wat we zien. Water voor zover je zien kan. We rijden naar Namutoni, waar we net na het middaguur aankomen op een moment dat de receptie zich vreselijk aan het vervelen is. Ze zijn blij dat we er zijn. We schrijven ons in, in het gebruikelijke ‘grote boek’ en dan kunnen we een plek zoeken. Er staat maar 1 andere kampeerder. We eten even een broodje, zetten de stoelen neer als teken dat wij hier deze komende nacht zullen staan en vertrekken weer op zoek naar het grote wild. We rijden langs Fisher’s Pan, maar zien alleen giraffen, springbokken en van alles wat we eerder zagen alleen in grotere getallen. Het is zeker meer dan wat we vanmorgen zagen. Helaas is echter de weg verder afgesloten en net als we terug rijden ziet Maaike de lang verwachte olifanten. We hebben erg veel geluk, want ze komen richting de weg en we kijken een tijdje naar ze. Het zijn er een stuk of 20. En deze 20 proberen met zijn allen onder 3 boompjes te staan. En dat is dringen geblazen. Ze hebben helemaal geen oog voor ons. Gelukkig hebben we nu eindelijk toch olifanten gezien. We rijden terug en vragen bij de receptie hoe het zit met de weg naar het noorden. Het blijkt dat die aan de achterkant van de camping begint. We volgen die weg en zien onderweg een olifantenstier in de bosjes. Hij ziet ons liever niet en neemt de benen de bosjes in. We nemen een afslag die richting King Nahale Gate (noordelijke uitgang) leidt. Hier zijn het vooral giraffen die we zien. Helemaal aan het eind van de weg staat een bus met toeristen te kijken. Wat zien ze: Leeuwen!. Twee mannetjes lopen daar rond. We rijden even terug om ze van de andere kant te benaderen en zien dat ze op de weg gaan liggen. Ze hebben het warm. Twee grote leeuwenbroeders. We maken een stel foto’s en willen dan langzaam langs hen rijden. Dit vinden ze teveel van het goede en gaan verderop in het gras liggen, waar je ze bijna niet meer terug vindt. We rijden vlug terug naar Namutomi, want we moeten voor 17.55 uur (sluiten van de gate) terug zijn. Op de camping is het inmiddels een stuk drukker geworden en ook onze Zwitserse buren uit Halali zijn er weer. Zij hebben een luipaard gezien. Waarschijnlijk een cheeta, want ze vertellen dat hij er op een gegeven moment als een speer vandoor gaat achter een prooi aan. Wij zijn eigenlijk wel tevreden met onze olifanten en leeuwen, maar ergens is het toch wel een beetje jammer dat wij die cheeta ook niet gezien hebben. ’s Avonds gaan we in het restaurant eten. Een simpel menu. De soep gaat direct terug, omdat die nog koud is. Het hoofdmenu: behalve het vlees en de veel te weinig aanwezige champignonsaus is ronduit slecht. Het toetje slaat alles. Twee totaal verschillende stukken van 1 soort taart en het ene bord enigszins aangekleed met chocoladevlokken en het andere stuk kan zo naar de niet aanwezige hond. Het ziet er niet uit. Bovendien had Maaike van tevoren uitgebreid verteld dat ze absoluut geen chocolade wilde i.v.m. allergie. “Nee hoor, geen zorgen, dat komt echt helemaal goed!” En juist zij krijgt het stuk met de chocoladevlokken en de versiering. Het commentaar van de mevrouw de ober:” Yes they are not equal”. Wij accepteren dit niet en ze gaat wat anders brengen. Het blijkt aardbeienkwarktaart. Lekker als hij niet bevroren was geweest. Tja, …We hadden genoeg gegeten. We zijn niet ziek geworden, alleen hebben we ‘s nachts allebei paracetamol geslikt tegen de hoofdpijn. De wijn? Misschien, het was een witte Sauvignon uit Zuid Afrika.

Dag 13 (di 7 april) Namutoni – Tsintsabis

image016

Als we de camping afrijden en getankt hebben zit ons de cheeta nog steeds niet lekker. We kijken op de kaart hoeveel km we vandaag voor de boeg hebben en dat valt heel erg mee. We besluiten toch nog even en paar weggetjes te rijden, waar we gisteren niet meer aan toe zijn gekomen. Helaas meer dan een stel giraffen, zebra’s, een enkele dik dik en een paar vogels komt het niet. Of toch,… er loopt een klein schilpadje op de weg. Ook is de weg over de dam vandaag weer open. En dat levert een paar spectaculaire beelden op als we door enorme plassen crossen. Verder een paar mooie plaatjes van de natuur zelf door de enorme variatie aan kleuren. Tegen het middaguur zijn we uitgekeken. We gaan in Fort Namutomi eens kijken of ze een broodje hebben in het restaurant. We komen nu echter voor de lunch. Als we na lang wachten de ober aanschieten of we misschien wat kunnen drinken en de menukaart kunnen krijgen, houden we het maar simpel en bestellen we tosti met friet en mayo en ketchup. Na een tijd wachten komt het inderdaad en het smaakt wonderwel erg goed. De mayo en de ketchup zitten gezellig samen in 1 schaaltje: ‘2 verschillende klikkies in 1 bakkie’. Dan op weg naar Tsintsabis: ‘Treesleeperscamp’. http://www.treesleeper.org Dat is 80 km over een smalle niet al te beste gravelweg, die kaarsrecht is. Niets anders dan bosjes en hier en daar een palmboom. We vinden het kamp zonder probleem en het ligt midden in het bos. Er zijn totaal 6 campsites en wij mogen kiezen uit 2 campsites die een eigen toiletgebouw hebben van bamboe met wc, douche en wastafeltje. Buiten op het veld staat een aanrechtje met een kraan en in de bosjes een zonnecollector die zorgt voor het warme water. Verder een plankier onder een boom op een hoogte van ca 4 meter boven de grond bereikbaar met een wenteltrapje. Bovenop een ruimte van ca 3,5 x 3,5 met 4 vaste haringen. Het is dus de bedoeling dat je hierop je tentje zet als je dat hebt. Verder is er een piepklein solarlampje. Bij de receptie die tevens bar is, is ook een soort gemeenschappelijke zitruimte met tafels en stoelen en hier kun je elk moment van de dag ook zitten als je wilt. Je kunt wat te drinken kopen en dat is het zo ongeveer. Verder is 1 of meerdere van de andere campsites geschikt voor meerdere tentjes bijvoorbeeld voor een groep. Dan is er nog een stenen gebouw wat ze het kantoor noemen, waar telefoon is en internet via telefoonmodem. Om alles compleet te noemen moet ik de muggen niet vergeten. Ze hebben ons snel gevonden, maar de DEET helpt als verdediging. Morgen om 8.00 uur hebben we afgesproken voor een ‘bushwalk’ van 2 uur. Verder gaan we ‘s middags nog een ‘villagetour’ doen en misschien ’s avonds een traditionele dans, maar dat regelen we morgen overdag. Een biertje en dan de douche proberen. We zijn helemaal alleen hier dus veel kleren hoef je niet aan als je naar de douche gaat. Me Tarzan, you Jane en je voelt je jaren terug in de tijd.

Note:
Treesleeper-camp was Maaike 2 jaar geleden al door anderen via het prikbord van Namibië onder de aandacht gebracht. Toen was het net open en viel toen buiten de mogelijkheden om te bezoeken. Gelukkig zijn we er dit keer wel geweest en is het een absolute aanrader voor mensen die naast de “wilde dieren” ook eens willen kennis maken met de mensen die vroeger gewoon tussen die wilde dieren leefden en woonden: “De San”. Deze mensen waren de oorspronkelijke bewoners van Zuidelijk Afrika en zijn bij ons beter bekend als de Pushen of te wel de Bosjesmannen. Er zijn verschillende stammen met allen hun eigen naam en hun eigen bijzondere kliktaal. Eeuwenlang hebben deze mensen volgens hun eigen regels en wetten in de natuur geleefd tot ze door de modernisering ‘verplaatst’, (lees: weggejaagd) werden. Hun leefgebied Etosha werd ingeperkt, omheind en een toeristische trekpleister. Dit begon ruim 100 jaar geleden, want in 2007 vierde het park zijn 100-jarig bestaan. Tot de dag vandaag trekt dit enorme gebied toeristen vanuit de hele wereld en zorgt voor een enorme bron van inkomsten voor Namibië. Prima natuurlijk, maar de Bushmen waren en zijn minder gelukkig. Hen werd een woning aangeboden en modernere leefomstandigheden. Helaas zaten zij daar helemaal niet op te wachten. Zij willen alleen in alle rust de leefgewoontes van hun voorouders voortzetten. Het gevolg is dat deze groep op dit moment in een overgangsfase zit tussen het traditionele leven en de veranderende omstandigheden van de moderne tijd die onverbiddelijk komt. Hierdoor zijn hele groepen straatarm en werkeloos. Ze wonen op stukken land in hun traditionele hutten met hun familie. Ze brengen de dag door met zitten, zitten en zitten. Af en toe hebben ze even ergens wat werk en verdienen ze een paar dollar. Ze verbouwen wat eetbaars op hun stukje land en laten zich bezoeken door toeristen, waarna ze als dank een soort voedselpakketje krijgen. Je mag hun schamele bezittingen bekijken en fotograferen en ze vinden het wel bijzonder om aandacht te krijgen van mensen uit landen, waarvan ze nog nooit gehoord hebben. Laat staan dat ze weten waar die landen op de wereld liggen. Eén van de stammen heeft een naam die in het Engels vertaald ‘Treesleper betekent. Deze naam duidt op de manier waarop zij tijdens hun tochten in de’ bush’ in de bomen sliepen en zich ‘s nachts en een veilig plekje verschaften tegen wilde dieren en insecten. Om iets aan de werkeloosheid te doen en wat inkomsten te genereren kwam aan het eind van de vorige eeuw een groep mensen van het dorp Tsintsabis op het idee om een collectief op te richten. Het was de bedoeling een middel te vinden om de toenemende stroom toeristen naar Namibië, ook richting Tsintsabis te krijgen. Dit idee is ter ore gekomen van iemand die een studie maakte van de bushmen. Er zijn fondsen benaderd (o.a. ‘De Wilde Ganzen’ in Nederland) en nadat er gelden beschikbaar waren gekomen is het idee van deze camping verder uitgewerkt en verwezenlijkt m.b.v. een heel stel internationale vrijwilligers. In 2005 kwamen de eerste bezoekers naar het kamp wat toen eigenlijk nog niet klaar was. In 2007 was het allemaal klaar, maar management en logistiek ontbraken. Uit het buitenland is iemand gekomen die wist hoe je e.e.a. moet organiseren en goed op de rit moet zetten en nu, na 2 jaar, in 2009 zit zijn werk er bijna op en is er nu een winst makend collectief. De verdiensten komen ten goede aan allen die een bijdrage leveren aan Tsintsabis, zoals de mensen die er direct werken, de leveranciers van handgemaakte souvenirs en de zang- en dansgroep die bestaat uit kinderen en volwassenen die op verzoek (minimaal 4 betalende bezoekers) optreden ‘s avonds. Als je eens bijzonder wilt kamperen voor weinig geld en daarvoor in ruil heel erg veel wilt leren over de manier waarop je in een woestijngebied kun overleven tussen de wilde dieren is dit een absolute aanrader. Je krijgt alle comfort van een ruime stille kampeerplek, een schoon toilet en douche en onvergetelijke vriendelijkheid van alle mensen die je tegenkomt. Waarschijnlijk is reclame maken voor deze plek ook tevens het begin van het einde van alles wat dit zo vreedzaam maakt, maar de mensen daar willen graag ook een stapje vooruit en dat kan alleen als er geld binnen komt en zolang de Namibische regering er vrijwel niets investeert zullen toeristen dit moeten doen. Als je vertrekt heb je in ieder geval levenslange dankbaarheid in je bagage voor het feit dat je belangstelling toonde voor de traditionele cultuur van deze mensen.

Dag 14 (wo 8 april) Tsintsabis

image018

Om 8 uur gaan we onder leiding van Mozes op ‘Bushwalk. We zijn in gezelschap van 4 Poolse meiden die ook op de camping staan. Mozes vertelt interessant over allerlei bomen en over hun bruikbaarheid voor de Bushmen. Zo is sanseveria goed voor oordruppels en om touw van te maken. Een andere boom is erg giftig en dit gif kan nog versterkend werken op gif wat uit een andere plant wordt gehaald. Die is werkelijk zo giftig dat je al dood kan gaan van de rook als je hem verbrandt. Het gif wordt op pijlpunten gesmeerd en een dier wat op de juiste plaats geraakt wordt kan binnen 200 meter dood zijn. Het vlees waar de pijl is binnengedrongen, wordt ruimschoots weggesneden en verbrand zodat ook andere dieren het niet kunnen eten en alsnog sterven. We leren hoe je een kip of grondeekhoorn vangt, hoe je sporen kan lezen, hoe je termieten vangt en welke en hoe je ze kan eten en hoe je veilig in een boom kan slapen en overnachten. Ook hoe je ingeval van nood vocht kan vinden om je mond te bevochtigen. Aan het eind van de tocht gaan we naar een heel klein nagemaakt bushmen hutje, waar Moses zich omkleedt in de traditionele kleren en hierna een demonstratie geeft hoe je moet jagen in het veld. Tot slot maakt hij vuur en dat lukt na 3 pogingen. Een erg leuke leerzame en relaxte tocht. Officieel 2 uur, maar wij zijn 3 uur onderweg geweest. Onze volgende afspraak is om 15.00 uur. Dan gaan we naar een traditioneel bushmendorp. De Poolse meiden gaan ook mee. In 2 fasen, want we passen niet allemaal in 1 personenauto. Hiervandaan gaan we met Elisabeth (bushwoman ook van Treesleeper) naar de Bushmen. Een heel stuk lopen, want ze wonen tenslotte in de Bush. Langs kleine paadjes, door het struikgewas komen we bij familie 1. Ze blinken uit in nietsdoen en achteraf blijkt dat ze ook niet veel kunnen.
We maken kennis met de hele familie die in verschillende hutjes binnen een afgezet gebiedje wonen. Ze hebben op zich wel een flink stuk land, waar ze wat groenten op kunnen verbouwen. Verder maken ze kinderen. Veel kinderen. Aan het eind van het bezoek krijgen ze een plastic tasje met wat etenswaren, die Elisabeth in het winkeltje voor hen heeft gekocht. Bij wijze van dank voor het genoten bezoek. Dan gaan we naar familie 2 waar een moeder of oma een wat actievere indruk maakt en ook de kinderen zijn een stuk levendiger. De dronken traditional heeler komt ook nog even op de proppen en Maaike haar haar wordt uitgebreid door de kinderen bewonderd en er worden allerlei vlechten en dreadlocks ingemaakt. Als we langs andere hutjes of blikken huisjes lopen blijken er toch ook heel nette gebouwtjes tussen te staan met een smaakvol tuintje met bloemetjes. Ook deze familie krijgt een plastic tasje met voedsel en onder begeleiding van een groep kinderen lopen we door de bush terug naar Tsintsabis. We lopen door het dorp waar allerlei soorten bewoning staat: van 1 stacaravan met 4 deuren aan de zijkant waar 4 gezinnen in wonen tot stenen huisjes. Bij de bar annex café en buurthuis drinken we wat en Maaike geeft al haar afgedankte brillen weg. Ook een paar kinderkleertjes en wat kinderpoppetjes. Dan terug, want over een uur begint de traditionele zang en dans. Tussendoor moeten we snel wat eten koken en opeten. Het lukt allemaal. We gaan weer in gezelschap van de Polen naar de plek waar Mozes zijn bushmendemonstratie gaf en daar is inmiddels een groot heilig vuur aangelegd en zitten er een stuk of 12-15 bushmenkinderen klaar om te zingen en te dansen. George is de vertaler en de explicateur en er worden diverse, verschillende dansen uitgevoerd en tussendoor vertelt George steeds de betekenis hiervan. Na een klein uurtje is het gebeurd, want de bushmenkinderen moeten morgen weer naar school. Al met al een drukke en leuke dag.

Dag 15 (do 9 april) Tsinsabis – Waterberg
We betalen en gaan dan op ons gemak op weg naar Waterberg een goede 300 km rijden. We stoppen in Tsumeb voor boodschappen. Dit is een vrij grote stad. Dat merk je meteen aan gezeur om geld en er lopen mensen die je auto voor je willen bewaken, terwijl je binnen in de supermarkt je spullen koopt. Geld pinnen lukt ook en dan rijden we allerlei binnenweggetjes af. We komen langs de grootste meteoriet met de naam ‘Hoba’ die ooit op aarde is gevonden en we gaan even kijken. Het is een enorm blok wat lijkt op steen en ruim 60 ton weegt. Nadere info leert dat het ongeveer 82 % ijzer is en 16 % nikkel. De rest is ‘overig’?
We eten even een zelf gemaakt broodje en dan verder door een landschap met kleine groene bergen en overal enorme farms met koeien, paarden en maïsplantages. Plotseling zien we een slang op de weg die zich opricht. Te laat om te stoppen, maar we rijden er gelukkig net niet met de wielen overheen. Maaike ziet hem in haar spiegel liggen, maar als we gestopt zijn en terug rijden om te gaan kijken is hij weg. Waarschijnlijk was het een cobra, althans zo leek het. Er staat een mevrouw met haar dochter en kleinkind te liften en als we stoppen moet alleen de vrouw mee naar Otiwarongo en een doos waarin zeker 10 liter melk in allerlei soorten verpakking zit. We nemen haar een eind mee, want wij gaan niet helemaal naar Otiwarongo. Waterberg camping van NWR ligt iets verder langs de D2512 dan Waterberg lodge. We hebben gereserveerd en het blijkt niet druk op de camping, maar om een geschikt plekje te vinden valt toch niet mee. Sommige plaatsen zijn door de regen behoorlijk beschadigd. Bovendien is het bijna Pasen en dan zijn er ook weer kinderen vrij en dus weer meer lawaai etc. Bijna alle plekken zijn schots en scheef en anders hebben ze geen schaduw. We geven ons op voor de 4 uur durende gamedrive morgen om 14.30 u. Volgens de man bij de receptie is ‘s middags het best. We kunnen dan morgen wandelen of niks doen of zwemmen, want er is een zwembad. We zijn vandaag door een heel afwisselend en mooi landschap gereden. Het lijkt wel het vruchtbaarste gedeelte van Namibië. Als we eenmaal staan en alles is geïnstalleerd en de auto staat redelijk waterpas, blijken onze buren een dvd speler voor hun 3 kinderen te hebben. Dat is nog niet zo erg, maar het ding staat altijd aan met schreeuwfilms. Nou staat hij zachtjes, maar omdat het buiten zo stil is heb je last van het lawaai en daar ga je je zo aan ergeren dat is heel vervelend. Gelukkig gaat het ding om 21.00 uur eindelijk uit.

Dag 16 (vrij 10 april) Waterberg

image020

We hebben echt ‘geweldig’ geslapen. We zijn beiden wel 200 keer wakker geweest. Het was volle maan en er vliegen of lopen vogels over de camping die de hele nacht constant ruzie hebben. De volle maan zorgt voor bijna gedempt daglicht en daarom kunnen die vogels blijkbaar zien, denken wij. Overdag blijken het een soort loopvogels te zijn in de vorm van een soort korhoen. De camping stroomt leeg behalve onze dvd buren, die de dvd-speler al weer aan hebben voor wij wakker zijn. Wij besluiten een stuk te verhuizen. We zitten dan echter weer met schuine grond, maar na een hoop gekloot staat de auto toch weer. Dan lopen we richting restaurant. We dachten dat het vlakbij was, maar het best een aardig stukje en het gaat fors omhoog. Het is echter nog dicht en we lopen nog verder. Er zouden paadjes terug door het bos moeten zijn. Als we die gevonden hebben blijken ze vrijwel geheel overwoekerd. Waarschijnlijk door de overvloedige regen. We gaan maar gewoon over de weg terug. We willen hier geen slangen etc. tegen komen. We plukken wat zaden voor een Nederlandse liefhebber en dan gaan we even langs bij het zwembad. Ik duik er even in en het is behoorlijk schoon. Als we dan bij het restaurant aankomen, gaat dat net open en besluiten hier maar wat te eten. Dat smaakt erg goed. Dan terug naar onze Trax, omkleden en we zijn net op tijd bij de receptie voor de game drive. Er zijn erg veel mensen. We gaan met drie auto’s en wij zitten met 10 in de wagen. Een mooie tocht naar het plateau. Veel zandweggetjes, maar geen neushoorn of luipaard en al helemaal geen cheeta. Wel buffels bij een waterhole en een stelletje jonge buffeltjes, dat aan het rennen is. Bij zo’n waterhole staan grote zoutblokken, omdat er hier op het plateau helemaal geen zout voorkomt. De beesten vinden het erg lekker. We rijden hele einden maar het blijft bij de dieren die we al eerder op andere plekken zagen. Behalve de buffels dan. In donker rijden we de 16 kilometer over de normale gravelweg terug en zien nog een pofadder en een uil. We zijn toch ruim 4 uur weggeweest. De camping staat vrijwel vol en het is er niet rustiger op geworden. Eerder het tegenovergestelde. Onze achterburen maken een hoop lawaai en ook hun radio staat keihard aan. Fijn. Naar deze camping gaan we niet weer. De buren achter ons maken het echt heel bont en ze terroriseren de hele camping met hun lawaai. Terwijl iedereen rond 21.00 uur naar bed gaat of uiterst stil is gaan ze gewoon verder met hardop praten, herrie en de braai wordt verder opgestookt. Toen ik naar bed ging om 21.30 uur heb ik nog gevraagd of ze zachter konden praten maar daar hadden ze geen boodschap aan. Maaike heeft het om 00.15 uur niet meer en heeft nogmaals gevraagd of ze stil konden zijn. Hun radio was inmiddels wel uit, maar het geluidsvolume over de hele camping was vreselijk. Intussen lig je je pisnijdig te wachten tot het rustig wordt en allerlei wraaknemingen bedenken zoals met ketchup Asshole op hun tent schrijven of met spritusblokjes hun auto aansteken, te beginnen bij de banden. Na 00.30 uur worden ze rustiger en gaan ze ook naar bed. We zullen ze morgenochtend wel even vroeg wakker maken!

Dag 17 (za 11 april) Waterberg – Duesternbrook
De buren blijken een klein, jankend kind te hebben dat ervoor zorgt dat ze vroeg wakker worden gemaakt. De radio gaat gelijk weer op volle geluidsterkte. Wat een stelletje aso lullo’s uit Zuid-Afrika. Gelukkig zijn er nu meer mensen die het helemaal met ze hebben gehad. En die roepen dat ze die klereherrie uit moeten zetten. Ze doen het, maar ze gaan vrolijk door met herrie maken. Om half acht rijden we boos en gebroken weg. We zijn vrijwel alleen op de weg. Wat een rust heerlijk! We zeggen zelf ook weinig om de rust te handhaven. In Okahandja kunnen we pinnen en een paar boodschappen doen. We eten een vorstelijke salade bij ‘Het Oude Koffiehuis’ en dan gaan we aan de overkant even bij allerlei souvenirkraampjes kijken. Van alles het zelfde, maar we kopen toch 2 souvenirs. Er wordt snel gedeald en als we de helft van de vraagprijs betalen gaat het nog erg gemakkelijk, zodat we waarschijnlijk nog 2x teveel betaald hebben. Niet zo erg, want rijk zijn ze niet de verkopers. Okahandja geeft niet echt een veilig gevoel en er zijn overal weer bedelaars die echt alles kunnen gebruiken van oude kleren en overbodig voedsel of een appel en natuurlijk geld. Ook overal bewaking. Dan verder over de B1 naar Windhoek. De weg is behoorlijk druk voor ‘s lands begrippen en voor Nederlandse begrippen uitgestorven. Bij het bord Duesternbrook slaan we af en rijden over gravel en door wat ondiepe rivieren naar het landhuis. Een meisje heet ons welkom en we regelen wat game drives en diners bij haar, want dat hadden we nog niet van tevoren gedaan. Wel al drie nachten geboekt en betaald. Als we op de camping komen valt dit behoorlijk tegen. Geen elektra, alleen op de wc. Weinig ruimte en privacy en het toilet is ook niet riant. 2 kleine aparte gebouwtjes (buiten het kampeerterreintje), dames en heren. In elk 1 douche met een gordijntje bij de heren 1 wc en 1 urinoir en een wastafel. Bij de dames in plaats van het urinoir een extra wc. We vinden het nu al niks om hier 3 nachten te zijn. We kijken of we de activiteiten ook in 2 dagen kunnen doen. Dat lukt nog net. Om 16.00 uur is een game drive waar we mee kunnen gaan. Morgenochtend om 7 uur met de ‘mountaindrive’ en om 14.30 uur met de cheeta- en luipaard toer. (de mountaindrive is alleen gratis als je alles inclusief -ontbijt, lunch en diner- neemt en dat allemaal voor mimimaal 2 nachten en de cheeta- en luipaardentour is niet inbegrepen in de game drive tour van 16.00 uur, in tegenstelling tot wat de website je wilt laten geloven). We regelen een ander plan met het welkomstmeisje en gaan een dag eerder hier weer weg. De game drive valt voor wat betreft de dieren wat tegen. De weggetjes die gereden worden zijn echter wel spectaculair. Morgen dus om 7 uur weg en nu gauw dit ding uit, want ik zit in het donker met een licht scherm en dus vol vliegjes.

Dag 18 (zo 12 april) Duesternbrook

image022

Om 7.00 uur is de safariwagen vol geladen en gaan we op pad voor de ‘Mountaintour’. Het gaat dwars door de bush en soms laat de chauffeur de wagen dingen doen die je niet voor mogelijk houdt. We blijven echter rijden en bergie op en af, maar we zien vrij weinig dieren. Het is meer een tocht om te laten zien wat de combinatie auto en de chauffeur kan. Er zijn echter wel mooie uitzichtpunten en de tocht neemt incl. koffie/thee stop ongeveer 2 uur in beslag. De rest van de dag besteden we met lezen en rusten. Er is hier een uiterst trage internet verbinding via een inbellijn. Maar het lukt uiteindelijk toch. De kosten vinden we later terug op de rekening en die zijn niet mals. We gaan nog even zwemmen in het zwembad wat echter behoorlijk koud is. De middag wordt verder gevuld met een ‘Leopard – and cheeta-tour’. Als we op de auto staan te wachten komen er ineens van alle kanten (dagjes)mensen. Er is maar 1 auto met een zonnedak en we hebben snel gezien dat wij daarin moeten. Uiteindelijk gaan we met 3 auto’s op pad. We rijden een stukje, gaan wat hekken door en dan is daar een speciale boom. De kanten klare biefstukjes van gemsbok worden erin gelegd en na 3 minuten verschijnt mevrouw het luipaard, klimt in de boom en haalt netjes de stukjes vlees op. Dan worden er nog wat biefstukken naar haar toe geworpen en uiteindelijk een stuk gemsbokrug dat ze mee mag nemen. In de volgende omheining waar we heen rijden, zit een groep cheeta’s die netjes komt als de 3 auto’s zich rondom een klein veldje hebben opgesteld. Er wordt volop met vlees gegooid door de chauffeur en de camera’s klikken . Als we terug zijn op de farm is er nog een grote kooi waarin een cheeta zit. Deze blijkt tam, mist een achterpoot en is ongeveer 14 maanden oud. Een vrijwilliger, Remy, een Fransman, gaat 2 keer per dag een half uurtje met haar wandelen en Maaike regelt dat wij tweetjes mee mogen. Dat is wel even apart. Het blijft toch een wild dier en een jonge kat. Ed loopt een aardige haal op zijn been op van de nagels van haar klauw als ze haar poot even in die van Ed zet. Ook springt ze Remy van achteren op zijn rug als hij op zijn hurken zit om mieren uit te graven. Ze doet verder niets, maar toch blijft ze een half wilde, enthousiaste kat. Naast ons op de camping zijn 2 Duitse jongens komen staan met een auto met daktenten. Het is hun eerste dag en eerste keer Namibië. Het is wel leuk te zien hoe je je op je eerste dag gedraagt: Lange broek, heuptasje constant gevuld met al je belangen en vooral goed om je middel geknoopt. Camera in de aanslag om alles wat je ziet te fotograferen en verder klungelen met de auto om alles uit te proberen. Verder constant op en neer naar je spullen lopen met een gezicht van: “Verdomme, waar heb ik dat ook weer opgeborgen”. ‘s Avonds om 19.00 uur is er gezamenlijk diner, waar we ons voor hebben aangemeld. Het is 1 grote lange tafel en hij is vol. We eten, denk ik, met 20 mensen van allerlei nationaliteiten. We kletsen veel met een moeder en met haar 4 kinderen van Colombiaanse herkomst, die in Zwitserland woont maar vloeiend Engels spreken, omdat ze daar ook een tijd gewoond hebben. Onderling spreken ze Spaans maar in het Zwitsers mag het ook. Verder is er een vrijwilligster uit Schotland en onze Duitse buren. Ook de gastheer en hoofdbewoner van Düesternbrook, de heer Vaatz is er. Het diner is prima maar dat mag ook wel voor de prijs. Het is heel gezellig zo met al die verschillende nationaliteiten.

Dag 19 (ma 13 april 2e paasdag) Duesternbrook – Aminuis
We rekenen af. We krijgen een beoordelingsformulier maar ze scoren bij ons niet hoog op de ladder van geleverde prijs/kwaliteit. De camping heeft geen water en elektra de op kampeerplek zelf, de camping tafels zijn oud, vergaan, krom en van erg ruw hout. Er is per sekse maar 1 douche en voor afwas is er 1 ongelukkig klein aanrechtje onder een boiler buiten het kampeerterrein. ‘s Nachts is er veel gekrijs van vogels wat je uit je slaap houdt. We rijden naar Windhoek, waar we in een enorme shopping mall bij ‘Pick and Pay’ nog wat boodschappen doen. We gaan op weg naar Aminuis. Dat is best nog wel een flink eind rijden en het meeste is gravelroad. Het tankstation in Dordabis is ’s middags dicht. We zijn net 10 minuten te laat. Er is niemand die kan helpen. In Leonardville vinden we gelukkig een tankstation wat open is en ook diesel heeft. Ze hebben ook water voor de dagelijkse dingen. Eén Jerrycan van 25 liter is leeg en we weten niet wat we in Aminuis zullen aantreffen. Tegen donker komen we daar aan maar weten niet waar de lodge/camping is. Er zijn geen borden. We treffen een hele wachtende familie aan langs de kant van de weg en na lang denken weten ze het ongeveer. Ze spreken alleen Afrikaans, maar dat snappen we wel. We moeten terug. We treffen een auto langs de weg en de jongen erin weet het ook. We moeten ‘die grote pad neem’. We rijden even terug naar ‘Die grote pad rechts’. Hier treffen we een man en een vrouw op een ezelswagen aan en zij weten het ook ongeveer. Doorrijden voorbij de missiepost en dan links aanhouden. Bij de missiepost loopt een meisje dat uitstekend engels spreekt en zij weet precies waar Kambahoke Rest Camp is. Het is bijna donker en dat is niet leuk. Gelukkig vinden we dan achter elkaar 2 bordjes met de naam van het kamp en we vinden het uiteindelijk. Het lijkt uitgestorven en er is verder nergens verlichting. Alleen een klein vuurtje bij de ingang verraad dat er iemand kan zijn. Net als we besluiten om gewoon maar ergens te gaan staan, komt er een vrouw aangelopen. We staan inmiddels tussen de geiten die daar ook kamperen. We moeten ons inschrijven, maar de deur van het kantoor kan alleen m.b.v. een tang open gemaakt worden. Als de tang is gebracht, is het volledig donker en vullen we ‘Het grote boek’ wat op iedere camping aanwezig is, in met het licht van de zaklamp. Er lopen hier overal geiten en onze eerste indruk is dat het er niet uit ziet. De douche en toilet zijn een van rotssteen gemetseld gebouwtje zonder dak. Het water komt door heel dunnen slangetjes uit een vat op de heuvel waarin 2500 liter zit. Heet water wordt gemaakt in een drum die op een muurtje staat naast de douche en waaronder met takken een vuurtje wordt gestookt. Men had ons pas morgen verwacht. Nou op zich valt het niet tegen dat men het op 1 of andere manier in deze uithoek van Namibië had weten door te geven. We hadden wel gereserveerd, maar dit niet verwacht. We blijven en betalen alvast, maar morgen gaan we vast direct weer weg.

Dag 20 (di 14 april) Aminuis

image024

Het blijkt dus allemaal wel “wat” mee te vallen. We hebben lekker geslapen en ook blijkt dat men gisteravond het vat waarin het warme water wordt gemaakt, nog gevuld heeft en er vuur onder heeft aangemaakt. Het heeft de hele nacht gebrand en het water is precies op de goede temperatuur. Je staat wel in je blootje buiten voordat je onder het waterstraaltje kunt gaat staan, maar het werkt. De douche bestaat nl. uit een heel dun thyleenleidinkje wat aan een stokje boven je hoofd zit. Aan het eind zit een dopje en als je dat eruit trekt komt het waterstraaltje. Niet veel, maar net genoeg en lekker warm. We douchen allebei en gaan ontbijten. Daarna komt er een vrouw in volledige Herero-klederdracht. Ook hier geldt echter net als in Tsintsabis (wat met deze camping vergeleken een soort Hilton is), er is hier iets bijzonders. Dat bijzondere wordt overgebracht door de Herero vrouw, die de volgende ochtend in vol ornaat op haar slippertjes om 6.45 uur van de heuvel komt om ons te verwelkomen. Ze heet Christofine Njandee. “Of we lekker gedoucht hebben en dat we een dag te vroeg zijn”. Ja, we hebben, tegen de verwachting in, inderdaad lekker gedoucht en we zijn ook een dag te vroeg. Dan begint ze een heel verhaal te vertellen. Ze was naar Lesotho geweest om daar Pasen te vieren. Drie dagen reizen heen en ook weer 3 dagen terug. Onderweg had ze een sms gekregen dat de nieuwe gasten (wij dus) al waren aangekomen. Wij hadden onze vervroegde komst telefonisch willen aankondigen, maar niemand nam op. Nou, we waren welkom en de laatste gasten waren 10 dagen geleden vertrokken. Een groep van 23 mensen!. Om 7.10 uur roept ze dat ze haar ‘Craft-shop’ moet gaan openen en laat ons verbluft achter. Er is buiten ons geen ‘hond’ te bekennen hier in de wijde omgeving en zij gaat haar winkel openen! Zij weet ons echter te boeien met haar enthousiasme en ook hier blijkt er een collectief te zitten, (dit maal echter van alleen vrouwen) achter het idee van deze camping (of wat het dan ook in de toekomst moet worden). Een groep vrouwen heeft zich verzameld en het idee opgevat om een bron van inkomsten te gaan bedenken. Er was een stuk terrein aan de rand van een zoutpan, die een diameter heeft van circa 7 kilometer, net buiten het dorp Aminuis. Alleen was er geen geld om ook maar iets te ondernemen. De vrouwen zijn gaan dansen en van het geld dat ze daarvoor kregen kochten zij cement. Zand was er al, maar geen bouwstenen. Wel liggen er overal in de bush lege bierflessen, want het systeem van statiegeld kent men niet. De bierflessen zijn verzameld, karrenvrachten vol en deze werden gebruikt als bouwstenen. Hiervan zijn inmiddels 2 ronde hutten gemetseld, waarvan er 1 nu dienst doet als kantoor en “Craft-shop” en de andere in de toekomst een soort klein museum moet worden. Verder is er een 2500 liter vat op een heuveltje geplaatst waarin water wordt opgeslagen. Hiervandaan lopen heel dunne plastic leidingen naar een soort sanitair gebouwtje. Je moet er geen problemen mee hebben dat er geen deuren en geen dak op zitten en dat je al je privacy ideeën helemaal moet vergeten. Op zo’n moment is het wel prettig dat je helemaal alleen op deze camping bent en niet met 23 andere lotgenoten. Het duurt namelijk nogal ’even’ voordat de stortbak van de wc weer is volgelopen. Er is nog een sanitair gebouwtje maar een korte blik daarin was voldoende om zeker te weten wat je al vermoedde. De Herero vrouw is echter niet van plan om haar activiteitenprogramma aan ons voorbij te laten gaan en ze nodigt ons uit voor een wandeling over de zoutpan’, want zij is zelf natuurlijk ook een gids. Dit is best wel een bijzondere ervaring, want je waant je in je korte broek in een sneeuwlandschap. Een flinke wandeling die veel langer duurt dan wij hadden ingeschat. Onderweg vertelt ze over de strijd tussen de Duitsers en de Nama’s in 1902 en we bezoeken de plek waar Duitse graven hebben gelegen, maar die nu zijn leeggehaald. Wel hebben ze nog half vergaan oorlogsmateriaal gevonden, zoals kogels en een geweer waarvan de houten kolf is verdwenen maar het staal nog allemaal aanwezig is.
We spreken af om vanmiddag met de ezelkar te gaan rijden. We hebben geen idee waarheen en waar we aan beginnen, maar dat merken we dan vanmiddag wel. Om 16.00 uur zal e.e.a. gaan gebeuren. Maar om 14.45 uur echter, komt de ezelkar inclusief menner aanrijden. Drie ezels voor het wagentje. Dat zal wat worden: 4 mensen er in en een klein kind: de chauffeur, de ‘campingvrouw’ en haar kleindochter die morgen 2 jaar wordt, Maaike en ik. Een heel klein wagentje wat ondanks het enorme achterwerk van mevrouw toch redelijk in balans blijft. De tocht gaat dus een uur eerder van start en dat is maar goed ook blijkt later. Eerst rijden we door de bush naar een flinke heuvel die de ‘German Hill’ wordt genoemd. Hier vanaf werd door de Duitsers gecommuniceerd met de veldtroepen m.b.v. spiegeltjes en het zonlicht. We beklimmen de heuvel waarvan de top boomloos is en inderdaad een mooi en gigantisch uitzicht biedt over de omgeving. Dan gaan we verder langs de missiepost en daarna steken we dwars de zoutpan over op weg naar de supermarkt, waar wij helemaal niet heen hoeven, maar de campingvrouw wel. Het is een eindeloze rit ondanks het feit dat de ezels vrijwel constant draven. Alleen daar waar het zand te zacht is, door water wat door het zout wordt aangetrokken, gaat het stapvoets of stilstaand. image026
De supermarkt is een belevenis op zich. We worden aan alle kanten goed bekeken, want je moet als blanke wel goed gek zijn om in een ezelskar te gaan zitten en dan ook nog dwars door de zoutpan te gaan met een Hererovrouw . We worden aan diverse mensen voorgesteld en er moeten aardig wat handen worden geschud. We kopen wat te drinken en koekjes en een pak vruchtensap en chips voor de aankomend jarige (advies van de campingvrouw). Er is geen speelgoed of iets voor kinderen te koop en een bijl of een haakse slijptol of kettingzaag gaat ons te ver. We moeten er ook niet aan denken hetzelfde klerestuk weer terug te moeten. Maar terug moeten we! Deze keer rijden we nu grotendeels om het meer heen. De ezels hebben er duidelijk echt helemaal geen zin meer in en stoppen om de haverklap. De zweep moet er steeds vaker aan te pas komen en het is pikkedonker als we met een blikken reet weer uit de kar stappen.
We eten wat en dan heeft de echtgenoot van Christofine met de naam Ismaël, een groep dansers en zangers opgehaald. (zagen we vanmiddag bij de missiepost staan oefenen). Het hele stel bestaat uit een paar volwassenen en kinderen die zich eerst uitgebreid gaan omkleden in het ‘campingkantoor’, waar het enige licht het licht van een mobiele telefoon is. Het kampvuur wordt opgestookt en het feest gaat beginnen. Wij voelen ons net Alexander en Maxima, aangezien we de enige 2 toeschouwers zijn. Christofine danst en zingt ook mee en heeft zich nu vandaag voor de 3e keer omgekleed. Het is een erg uitgebreide vertoning die begint met een ‘heeling’ van de ‘traditional heeler; en na wat liedjes en dansen eindigt met een toneelstuk over een dochter die is aangerand na een bezoek van een disco en nu mogelijk met HIV besmet is geraakt. Twee doktoren worden geraadpleegd. De traditionele en de wetenschappelijke. De tweede constateert na een wachttijd van 2 weken inderdaad HIV en de 2e weet geen oplossing. Een mooi en up to date verhaal in een werelddeel dat bol staat van de HIV. Pas tegen 21.30 uur is alles afgelopen. De hele groep komt nog even kijken wat er op de videocamera en fotocamera is gezet. Wij drinken nog wat en gaan dan naar bed en de groep wordt weer naar de missie teruggebracht door Ismaël.
Het is voor ons werkelijk een unieke en geweldige ervaring deze mensen bezig te zien, waarbij er geen enkel moment de geringste toespeling gedaan wordt over bijbedoelingen (waarbij ik bedoel: toeristen extra laten betalen). In tegendeel. Alle prijzen liggen vast en worden bij vertrek opgeteld en afgerekend. Ook hier worden alle bedragen keurig verantwoord op nota’s en in grote boeken en komt al het geld terecht bij hen die zich ingezet hebben. Achteraf een heel erg bijzondere ervaring die we niet graag hadden willen missen. Een aanrader voor hen die niet moeilijk doen.

Dag 21 (wo 15 april) Aminuis – Bagatelle
De volgende ochtend is er in tegenstelling tot de verwachting geen warm water meer in de “douche’ (afgekoeld) en was ik me dus met lauw water. Tegen die tijd dat Maaike aan de beurt is, is het ijskoud. We ruimen op en dan moeten we alles nog afrekenen. We kopen nog wat in de ‘Craftshop’ en dan moeten we zelf alle bedragen maar even optellen, want haar mobieltje is leeg en die gebruikt ze als calculator. Rekenen is blijkbaar niet haar sterkste vak geweest op school. We geven haar een fooi en ze is de koningin te rijk. Er is grote dankbaarheid voor ons bezoek en ons enthousiasme. We zijn voor eeuwig vrienden van Kambahoke (die trouwens een strijder/held was en wiens graf of beenderen men nooit gevonden heeft. Hij is dus een legende en legendes moet je nooit terug vinden). We worden wederom uitgebreid geknuffeld en krijgen als dank een paar heel kleine schoentjes als symbool waarmee we weer terug kunnen lopen naar Kambahoke Rest Camp. Ik krijg nog een wandelstok voor mijn oude dag. Adressen worden uitgewisseld, want ze willen graag ook foto’s hebben van de afgelopen 2 dagen en specifiek van de dansvoorstelling. Ook willen ze graag een kopie van de video-opname, zodat zij dat als promotiefilmpje kunnen gaan gebruiken. Zij gaan wachten op de volgende gasten die misschien pas over een hele tijd weer komen. Intussen gaan ze in mei vergaderen met de groep en een van de agendapunten zal de bewegwijzering zijn, want ze zijn moeilijk te vinden. Wil naar deze camping toe, dan kun je een reservering maken bij http://www.nacobta.com.na/lists_details.php?cat_id=2&sub_cat_id=13
Maar je kunt Christofine ook rechtstreeks bellen op haar mobiel: 081 210 47 21. Zij spreekt Engels en Afrikaans.
Of schrijf naar haar postbusnr. Let op: Zij komt hier niet elke dag, want Aranos ligt 100 km verder dan Aminuis.:
Kambahoka Rest Camp
P.O. Box 386
Aranos
Namibië

‘Ons vat die pad’ en omdat we vandaag niet zo ver hoeven besluiten we een stukje om te rijden. We rijden naar Aminuis wat echt een heel raar dorp is, want alles ligt hele einden uit elkaar en in het midden daarvan ligt de zoutpan met een doorsnee van 7 km. Dan rijden we om de zoutpan heen. We vervolgen onze weg eerst oostwaarts. Er zijn meerdere zoutpannen, maar verder is er eigenlijk niets. Geen dieren, geen huizen, alleen gras struiken en bomen. Uiteindelijk komen we toch in Aranos, waar we bij de Spar nog wat boodschappen doen, koffie drinken en een pasteitje eten. Dan op weg naar Stampriet, maar voor we daar komen eten we als echte bermtoeristen ons broodje in de zon. In Stampriet gaan we tanken en water inslaan en dan nog een kleine 70 kilometer naar Bagatelle. Dat vinden we probleemloos en dat blijkt heel chic. Een grotere tegenstelling kun je je niet voorstellen. Wat een overgang! Als we uitstappen staat er een ontvangstcomité klaar inclusief een dame met dienblad met 2 welkomstdrankjes. Het is echt klasse hier en behoorlijk commercieel. Leren bankstellen, een bibliotheek, een lounge en een buitenterras met klein zwembad, waarnaast ‘s avonds het diner wordt geserveerd. Onze kampeerplek met eigen toilet/douchegebouwtje is echter een behoorlijk eind van de het hoofdgebouw af in de savanne. Er zijn er 5 en nummer 2 is voor ons. We vragen hoelang het wel niet lopen is voor het diner wat wij van te voren geboekt hebben. De man zegt 10 minuten tot een kwartier. Wij kunnen het nauwelijks geloven. Maaike heeft er helemaal geen behoefte aan om na het diner in het stikdonker terug te lopen en de kans te lopen een ongewilde ontmoeting te hebben met slangen en/of schorpioenen. De man ziet het aan ons gezicht en stelt voor om ons te laten ophalen en na afloop weer terug te laten brengen. Een uitstekend plan! We douchen lekker met veel en warm water (op gasfles), maar er is geen elektra. Een min puntje. Ook de aanwezige olielamp doet het niet, want de lont is verbrand. Om 18.30 uur komt de safariauto ons ophalen voor het diner. Heel chic. Weer even het ‘Alexander en Maxima gevoel’ en als we de verlichte tuin zien, waar de tafels gedekt staan voor het diner krijgen we ook nog het prins Bernhard gevoel. We eten lekker en kunnen kiezen uit Kudu en lam. Het lam blijkt echter een schaap wat heel erg oud is geworden, toen spontaan is gestorven, waarna hij gebraden is. Het was niet te snijden en zeker niet te kauwen. De kudu was goed en de rest ook. Onze chauffeur brengt ons weer netjes terug en spreken we af morgen het stuk eens te komen lopen. Het is dan nog vroeg en dus nog koel en wij komen dan voor de cheeta-viewing.

Dag 22 (do 16 april) Bagatelle

image028

De ‘cheeta viewing’ stelt weinig voor. Ze worden maar 1 keer per dag gevoerd, want anders wordt het te duur. Ook wordt het enige vrouwtje gescheiden opgesloten van haar 3 potentiële echtgenoten, want men wil geen kleintjes…… want het voeren is veel te duur. De kater cheeta’s zijn echter modder en moddervet. Hebben nu het formaat luipaard. Ze hebben duidelijk een veel te kleine leefruimte en krijgen hun vreten thuis bezorgd in veel te grote porties (die echter toch maar 2 kilo vlees per dier per dag bedragen). We maken een stel foto’s en dan terug. We lopen terug naar onze kampeerplek en dan lekker in de zon zitten, verhaaltje schrijven en af en toe douchen en wat drinken. Vanmiddag om 15.00 uur is er koffie drinken met taart en dan is er om 16.00 uur de ‘game drive’. Zal niet veel zijn. Er loopt hier een tamme springbok met stukjes tuinslang op zijn horens om niet iemand te verwonden. Misschien is er ook nog wild hier. We wachten af. Om half 3 gaan we naar de receptie, want er is inderdaad koffie en thee en gebak. We zitten lekker in de schaduw buiten. Om 16.00 uur begint de ‘game drive’. We gaan we met 2 Italianen en een Brit op pad. Men heeft totaal 10 hectare verdeeld in een stuk van 3 waar de camping en de lodges zijn en aan de andere kant van de weg een stuk van 7 hectare, waar de ‘game drive’ plaats vindt. Veel meer dan springbokken, spiesbokken en een paar steenbokken komen we echter niet tegen. Wel een mooie tocht. Niet zo lang, maar wel door rode duinen. Bovenop een duin wordt naar de zonsondergang gekeken. De motorkap van de auto wordt met een kleedje afgedekt. Er zijn echte glazen met gekoelde witte wijn, gekoeld bier in verschillende soorten en frisdrank aanwezig. Zelfs een schaal met chips ontbreekt niet. Wat is dit ontzettend decadent zo. In het schemerdonker rijden we terug en zien we hun enige 2 giraffen nog op de zoutpan lopen. Terug op de receptie is het niet de moeite om nog te gaan douchen en wachten we tot het tijd is voor het diner. Voorgerecht een balletje gehakt op een prutje en de rest is weer buffet. Het vlees is beter dan gisteren en verder ziet het er veel mooier uit dan dat het in werkelijkheid smaakt. Maar ach, we hoeven niet zelf te koken en worden we na afloop weer keurig in het donker met de gameauto terug gebracht naar ons mobiele huis.

Dag 23 (vrij 17 april) Bagatelle – Mata Mata
We zijn vergeven van de kleine groene beetles (vliegende torretjes). Ze zitten werkelijk overal onder/in/tussen/ op etc. Ze zijn circa 4 mm rond en plat en kunnen vliegen en rennen. Als je ze plat druk zijn ze enigszins hard en er komt groen sap uit wat niet stinkt (wat wel wordt gezegd), maar ook niet lekker ruikt, maar wel een indringend lucht heeft. Ze komen in zwermen. Gisteravond bij zonsondergang werden we er ook al door belaagd. Heel irritant, maar ze steken of bijten niet. We ruimen op, rekenen af en vertrekken naar Marienthal. Hier doen we bij de Spar weer boodschappen voor in het KTP (Kgalagadi Transfrontier Park) en gaan dan op weg naar Gauchas. Er is weinig bijzonders aan de weg behalve een enkel leuk vergezicht. Weinig dieren. Gauchas is een soort slapend western stadje. Het stelt 3x niets voor. Dan even terug en de 200 km naar Mata Mata door het dal van de Auob. Dit is wel een leuke route, maar wel 200 km lang veel van hetzelfde. Veel boerderijen met de dieren die daarbij horen, maar op 2 springbokken na niets bijzonders.
Om 16.15 uur zijn we bij de grens. Maar deze is dicht!!! Grrrr %$#@*^$#…!!!! Om 16.30 uur gaat het immigratiekantoor dicht volgens een man bij de grens (achteraf zelfs al om 16.00 uur). Dat is Zuid-Afrika tijd en dus 15.30 uur Namibische tijd. Shit shit en nog een shit. We hebben gereserveerd en betaald voor Mata Mata campsite en niemand vertelde ons dat de grens dicht gaat. De andere kant van de gate blijft tot 19.00 uur open, maar daar heeft niemand wat aan. We kunnen wel naar de andere kant lopen, maar de auto kan niet mee. En daar moeten we in slapen!! Een snuggere schapenboer 50 meter voor de grens heeft dit probleem gezien en een paar simpele kampeerplaatsen gemaakt met een sanitairgebouwtje waarvan hij het warme water regelt via een houtvuurtje. We krijgen wat hout voor de braai en verder is het dik voor elkaar, maar het zit ons toch niet lekker. Mooie klote boel. We staan als enige bij de boer die vertelt dat hij dagelijks boze mensen bij de grens ziet. Meestal heeft hij 2 of 3 kampeerders per nacht. Het is een zeldzaamheid dat wij nu alleen staan. Morgen om 8 uur gaat de grens open. Zuid-Afrikaanse tijd en dus hebben we voor de zekerheid maar vast ons horloge een uur vooruit gezet.

Dag 24 (za 18 april) Mata Mata – Nossob

image030

Natuurlijk krijgen de schapen de schuld dat we vroeg op zijn. De echte reden bij mij is een lichte kramp in de maagstreek. We douchen, maar in tegenstelling tot wat beloofd was is het water in de buitenstaande boiler behoorlijk afgekoeld. We ontbijten en slaan water in (want je weet nooit hoe erg je het nog nodig kan hebben). Eén Jerrycan is al lek dus sparen we lege drinkwater kannen en colaflessen die we vullen met kraanwater. We rekenen 120 rand af, schrijven onze naam in het gastenboek en dan rijden we de laatste 50 meter naar de grens. Daar moeten weer een heel formulier in vullen en ook weer een soort boek. Verder nemen ze de helft in van het formulier wat we bij binnenkomst kregen. Als we navraag doen of we inderdaad alle juiste stempels hebben en niet bij Twee rivieren worden terug gestuurd, gaan we door het hek en staan we voor een slagboom. Dit is de toegang tot het park en de Mata Mata campsite. Hier krijgen we op de receptie onze permit en betalen we 140 rand per dag per persoon voor het park. Dus voor 3 nachten 840 en dan krijgen we 130 rand terug omdat we gisteren niet op de campsite konden staan. Dan wordt vervolgens door een politieman de auto grondig geïnspecteerd. De motorkop moet open en het motor- en chassisnummer wordt genoteerd en vergeleken. Er wordt onder de auto, in de auto en in de bagage gesnuffeld. Ook het campergedeelte moet open en zelfs de koelkastinhoud wordt bekeken. In een kastje vindt hij wat zaadbollen van wat planten, die we voor iemand meenemen, maar die worden in beslag genomen. Niets van dat plantmateriaal mag het park in. Ook geen brandhout, te veel drank en te veel vlees. Alles wordt ook hier weer in een boek opgeschreven en eindelijk gaat de slagboom open en zijn we op de Mata Mata campsite. We tanken de tank af wat ook weer lang duurt, omdat de pompbediende zoek is. Om 9.30 uur kunnen we dan eindelijk verder. We zien wel veel dieren, maar het gebruikelijke spul: spiesbokken, springbokken, struisvogels en gnoes. Dan komt van een tegenligger het bericht dat er onder een boom een leeuwin ligt met 2, al flink opgeschoten koters. Inderdaad een uiterst slaperig gezinnetje zonder vader. We kijken een tijdje voor de foto’s en de filmerij en dan verder. De weg is bij tijd en wijlen redelijk, maar vrijwel constant een wasbord. Waarschijnlijk als gevolg van de regen die de boel blank gezet heeft een paar weken geleden. Dan slaan we links af en dan gaat het 50 kilometer door de duinen met af en toe flinke bochten en aardig uitzichten. Het is net Vlieland, maar dan met rood zand. Vrijwel geen dieren hier, maar de weg is wel weer wat beter. Aan het eind is een parkeerplaats met een toiletgebouwtje en hier slaan we links af richting Nossob. Nog een keer ruim 50 kilometer door de duinen. Dan over de wasbordweg naar Nossob. We rijden langzaam, maar in dit dal van de Nossob zijn duidelijk minder dieren zichtbaar dan in het dal van de Aoub. We zien wat vogels en ook een stel gieren. Deze hadden we nog niet eerder gezien evenals een hele grote roofvogel in een boom. Eindelijk zijn we uit getrild en zijn we in Nossob. Een flink kamp wat wel omheind is en ook een tankstation. Onze reservering is ook hier keurig doorgekomen en na de gebruikelijke inschrijving kunnen we de helft van een twee onder een kap ‘bungalow’ betrekken. Een keurig schoon huisje met elektra, water 2 eenpersoons bedden, een douche en wc met warm en koud stromend water. Ook dekbedden en handdoeken zijn niet vergeten net zoals een complete keuken inventaris. We hebben eigenlijk 2 verschillende huisjes geboekt omdat de 2e overnachting pas op het allerlaatste moment voor vertrek mogelijk werd doordat iemand anders het huisje annuleerde. Op de receptie hier in Nossob vragen we of we misschien 2 nachten in hetzelfde huisje kunnen blijven, want dat is handiger i.v.m. verplaatsen van onze spullen. Het wordt gechecked en we krijgen toestemming. Verder krijgen we nog wat huisregels en opening- en sluitingstijden te horen en de regel dat je permit iedere keer als je de poort verlaat mee moet nemen en als je binnen bent weer moet afgeven. Zo weten ze waar je bent. Een prettig idee dat als je buiten de sluitingstijd niet binnen bent, er naar je gezocht gaat worden.

Dag 25 (zo 19 april) Nossob
Heerlijk geslapen in een echt bed. Super zo’n chalet. Wie bedenkt het ook om 30 dagen in zo’n k… camper te gaan slapen. Nee zonder dollen, de Trax is prima, maar er gaat toch niets boven een echt bed. Om 7 uur gaat het hek open, om 7.30 uur kan je tanken en wij melden ons af bij de receptie om 7.50 uur met als richting Union’s End. Ca 120 km. We zullen het niet gaan halen, omdat we veel stoppen en kijken. We zien een gele cobra en een pofadder als bijzonderheid. We speuren ons rot naar leeuwen, cheeta’s en luipaarden, maar zien er de hele dag geen. Wel een gevlekte hyena en een aantal secretaris vogels waarvan er eentje een mooi staaltje van opstijgen laat zien. Hij keert zich tegen de wind in, neemt een aanloop en dan vliegt hij. Geweldig gezicht. De weg ligt circa 40 cm onder het omringende veld waarop gras staat dat varieert in hoogte tot wel 50 cm. Het is dus hele stukken onmogelijk om eroverheen te kijken. De weg is ook weer vrijwel non stop wasbordprofiel. We zijn aan het eind van de dag verbaasd dat de auto nog in elkaar zit. We zijn zelf flink geshaked en kunnen alleen nog met bibberstemmen praten. Je kunt wel langzaam over het wasbord rijden, maar het is kilometers lang en het schiet anders helemaal niet op. Het park is enorm groot. Van Mata Mata naar Nossob is al 200 km. Aan het eind van de dag besluiten we een tijd te gaan posten bij een waterhole met de naam ‘Marie se draai’, maar ook dat levert geen echt wild op. Wel hebben we vandaag een stel gieren gezien en van iemand gehoord dat er bij het 2e waterhole vanaf Nossob richting Union’s End, vanmorgen vroeg een dood beest was met leeuwen, maar dat hebben wij natuurlijk gemist toen we er waren. Geen dood beest meer te vinden. Waarschijnlijk de schuld van de hyena en de gieren. We hebben eigenlijk wel veel dieren gezien, maar waar het natuurlijk om gaat zijn voor ons de katachtige: leeuwen, luipaarden en cheeta’s. Dat spreekt tot de verbeelding en die dieren kan je hier mooi in hun natuurlijke omgeving zien, want er zijn er eigenlijk wel veel hier. Maar dan moeten ze wel dat rottige gras een keer maaien want we zitten hier tenslotte in een woestijngebied en dan verwacht je niet dat alles begroeid is. Maar goed. We hebben morgen nog een flinke wasbordtocht tegoed van rond de 200 kilometer naar Twee Rivieren. Misschien is het geluk ons morgen beter gezind. Vannacht nog even genieten van het lekkere bed.

Dag 26 (ma 20 april) Nossob – Twee Rivieren

image032

Als we weg zullen rijden, nadat we het permit opgehaald hebben en Hendrik Bezuidenhout de tank volgegooid heeft, hoort Maaike van iemand dat er 2 leeuwen met een ‘kill’ bij de hide-out zijn (bij toegangshek). Vlug de auto uit en kijken. Inderdaad een lijk met 2 leeuwen. Ze liggen echter wel op redelijk grote afstand. Maar we hebben gelukkig 2 leeuwen om bij te schrijven op de kaart waar we ze zagen. Van de pompbediende Hendrik krijgen we nog een aantal nummerplaten voor een verzamelaar op mijn werk. Dan op weg naar Twee Rivieren. Vlakbij ‘Marie se Draai’ horen we van iemand dat hij net 5 cheeta’s gezien heeft. Nu wordt het spannend. Helaas wij zien ze niet, want de weg is geblokkeerd door allemaal stilstaande auto’s die ze ook allemaal willen zien. Jammer. Verder niets te zien alleen het gebruikelijke spul. Dan een heel eind verder langs de weg, die hopeloos slecht is, komt het bericht van iemand die 3 leeuwen onder een stekelboom gezien heeft bij Kij Kij. We rijden verder en zien er eerst 2 onder een andere boom net 2 km bij de picknickplek verwijderd. Later vinden we inderdaad de 3 vlakbij een keet waar wegwerkers bezig zijn. Wij zien de wegwerkers niet en verbazen ons erover dat wel de deuren van een graafmachine open staan. Zou(den) de wergwerker(s) opgegeten zijn, zitten ze gewoon in de bouwkeet net hun siësta te houden of zijn ze gewoon vrij vandaag? Vermoedelijk zijn ze gewoon vandaag niet aanwezig. Later hoorden we van een man (die wij hadden verteld waar die drie leeuwen lagen) dat toen hij er kwam kijken, de wegwerkers wel aan het werk waren. Hij vroeg hen of ze wel wisten dat er 3 leeuwen op een paar meter afstand lagen? Nou dat wisten ze dus niet. Ze schrokken zich rot en zijn ze gelijk op 1 van hun machines of de schaftkeet gaan staan om te kijken waar die leeuwen lagen. Weer terug in het dal van de Auob zien we nog op grote afstand 2 leeuwen en gaan dan naar de camping in Twee Rivieren. We hebben een gereserveerde plek met elektriciteit, maar die is er echter niet meer. Iemand anders is daar gaan staan en ons rest niets anders dan een plek zonder elektriciteit. ’s Morgens blijkt het een hele slechte plek, want de afvoerpijp van het riool gaat precies over onze plaats. Wij ervaren geen goede service en een drukke camping met kleine, slechte plaatsen. Geen plek om te blijven. We eten in het restaurant wat je ook eerst moet reserveren. We eten hier overigens uitstekend. Wat wel prettig is, is dat het wel vroeg stil is op deze camping.

Dag 27 (di 21 april) Twee Rivieren – Augrabies
We zijn vroeg op net als iedereen. Bij de receptie melden we dat we nog even het park ingaan en bij de immigratie halen we alvast de juiste stempels om Zuid-Afrika in te gaan. Kgalagadi is een soort niemandsland dus moet je via de douane erin en eruit. Ook hier weer een politieagent die de auto, motor- en chassisnummer wil controleren, maar hij gelooft alles snel als hij ziet waaraan hij moet beginnen. We rijden het park in, maar zien maar 2 leeuwen die ver uit zicht weinig anders doen dan nageslacht verwekken. We rijden tot aan de parkeerplaats, vlak bij de duinweg die we op de heenweg richting Nossob namen. Hier lopen twee heel erg schreeuwerige raven of kraaien rond, verder niets. Dan weer terug en om ca. 12.45 uur gaan we op weg naar Upington via zo’n 250 km uiterst saaie weg. Wel asfalt tegenwoordig gelukkig. In Upington bellen we met iemand van de reserveringen van Augrabies park om te vragen tot hoe laat we naar binnen mogen, want het is nog wel een uurtje rijden. Dat is geen probleem en er is plek zat. SAN Park Augrabies ligt in een streek die bol staat van de druiventeelt voor de wijn. Het park ligt aan de Oranjerivier en biedt een mooi uitzicht op een vrij forse waterval. Deze is in de regentijd waarschijnlijk echt spectaculair, gezien de fantastische foto’s die overal hangen. De camping is uiterst rustig. Volop plek. Het heeft een moderne receptie en heel veel bungalows. Verder een groot restaurant en een flinke winkel. Elektra gaat via een blauwe Eurostekker en die hebben ze niet op de receptie, maar wel in de winkel. Maar ……. die is dicht op het moment dat je erachter komt dat je een dergelijke stekker moet hebben. Na een hoop stennis kan ik er eentje lenen tegen borg. Logisch, maar verstrek het dan als receptie zijnde zonder dat eerst de pleuris hoeft uit te breken. Maaike tovert weer voer en liggen we er dit keer niet idioot vroeg in. Als het bevalt dan blijven we een dagje hier.

Dag 28 (wo 22 april) Augrabies – Calvinia

image034

‘s Nachts gaat het heel erg gaan waaien. We denken eerst nog: “Lekker, een verfrissend windje”. Maar de wind wordt al snel stormkracht! Het wordt echt te gek. Alle horren moeten dicht. Als we opstaan na weinig slaap, is de wind wel iets minder, maar nog steeds behoorlijk fors. Ook is het heel erg bewolkt. Mooi shitweer dus. Koud is het helemaal niet, ook vannacht niet. Tijdens het ontbijt worden we helemaal gek van de duizenden kleine, rotvliegjes. Het lijken wel zwermen fruitvliegjes en ze dansen voor je ogen en gaan op je zitten. We kijken het een tijdje aan maar dit is niks. We vertrekken. We pakken de zooi in en gaan bij de waterval kijken en misschien werkt de zon een beetje mee zodat we wat behoorlijke foto’s kunnen maken. De waterval is bereikbaar via mooie plankieren met op meerdere plaatsen uitkijkpunten. Het is een flinke waterval en alleen Schaffhausen is groter wat wij gezien hebben tot nog toe. We hebben wel een beetje geluk met de zon, zodat we snel een paar foto’s kunnen maken en wat kunnen filmen. En dan melden we ons af op de receptie.
We rijden terug naar Keimoes en daar halen we bij een take-away een Hamburger en een mayonaise met friet. Beide moddervet. Dan gaan we op weg via Kenhardt naar Brandvlei. Het is rechttoe rechtaan en er lijkt never nooit een eind te komen aan 150 km. Onderweg horen we op de radio de stand van zaken rond de verkiezingen. In Brandplek is vrijwel alles gesloten en kun je een kanon afschieten zonder iets te raken. Er is geen camping en in het plaatselijke B&B wil je nog niet gratis sterven. We kunnen wel tanken en rijden dan weer 150 km door naar Calvinia waar we terechtkomen op camping Klipwerf aan de hoofdweg R27. De eigenaar is een 76 jarige man die op een rond stukje tuin 3 kleine washokjes heeft (laten) bouwen met toilet, douche en wastafel. Alles brandschoon. Het zijn kleine plekken en als er later op de avond nog een tandem-asser caravan bijkomt, is er eigenlijk geen plaats meer voor de derde kampeerder. Deze komt gelukkig niet. Het terrein is achter een afgesloten hek en dat geeft wel een vrij veilig gevoel.

Dag 29 (do 23 april) Calvinia
Vannacht is de herfst echt begonnen. Het is gaan stormen en gaan onweren. Af en toe wat regen, maar dat valt eigenlijk heel erg mee als je ziet wat er in de lucht hangt. De auto schudt aan alle kanten en wij shaken in onze slaapzak mee. Een enorm kabaal van de wind en het tentdoek van de Trax. Tot onze grote verbazing gaat er gelukkig niets stuk, want er gaat van alles stuk aan deze oude Trax. De auto is nog niet zo oud, maar de opbouw, het campergedeelte is duidelijk jaren ouder dan de auto. Als we uiteindelijk toch maar het bed uitkomen, besluiten we maar te blijven op deze camping, want overal in dit gebied is het weer omgeslagen en hoe dichter naar Kaapstad hoe kouder het wordt. De wasgelegenheid voldoet prima en we gaan het stadje/dorp in. Bij het museum stappen we naar binnen en dit blijkt een leuke verzameling en weergave te zijn van Calvinia net voor 1900 tot circa 1940. Een hele schone en overzichtelijke uitstalling. Als we opzoek gaan naar een restaurant voor koffie stuiten we op een uitstalling van allerhande schroot en de duvel en zijn ouwe moer. Het blijkt de verzameling te zijn van een bakker, die dit alles op redelijk kunstzinnige wijze heeft uitgestald op zijn erf en in/voor zijn woning en bakkerij. We raken aan de praat en moeten uiteindelijk zijn gastenboek invullen. Een erg leuke en verrassend open ontmoeting. Dan is er nog steeds de trek in koffie en we belanden in een restaurant waarvan je aan de buitenkant als Nederlander zou zeggen: “Nou het lijkt me niet echt wat, maar vooruit dan maar”. Het blijkt binnen heel erg nieuw en verrassend groot en modern. We drinken een voortreffelijke juice, eten een lekkere pizza en dan breekt er een enorme regenbui en storm los oftewel 3 gigantische wolkbreuken met tussendoor heel veel regen. Dit is niet normaal meer. Omdat het restaurant half open is, slaat de regen aan alle kanten naar binnen en moeten alle bezems en dweilen er aan te pas komen om de boel droog te houden. Het is plotseling flink koud en het onweert ook nog flink. Hoe zou het met onze Trax gaan. De stortvloed aan watermassa duurt zeker een dik uur en de lucht is inktzwart. Men is zelf erg verbaasd, want dit is een semi-dessert gebied. Dit is echt extreem zeggen ze hier en men kan zich niet herinneren dat het eerder is voorgekomen. En dat maken wij dus ook mee. Als het eindelijk droog is gaan we bij de Spar een paar boodschappen doen en dan voorzichtig kijken hoeveel schade we hebben. Dat valt alles mee. Een heel klein beetje regen is naar binnen gelekt, maar onze slaapzakken zijn nog droog en ook onze dure EOS camera is, behalve de draagband, vrijwel droog. Morgen is onze laatste hele dag hier en dan aan we weer een stukje verderop naar beneden richting Kaapstad. We moeten de camper dan nog opruimen en enigszins toonbaar gaan maken voor we hem zaterdagmiddag gaan inleveren.

Dag 30 (vrij 24 april) Calvinia – Clan William (camping Rondeberg)

image036

De wind is gisteravond gaan liggen. We weten niet waar, maar we hebben er in ieder geval geen last meer van. Het is een heldere nacht geweest en vanwege het vocht ook koud. De zon schijnt in ieder geval een half uurtje en het lijkt goed. We doen rustig aan en besluiten naar Rondeberg te rijden. Daar waren we ook aldoor op de eerste en laatste dag. Het is een rare kerel, maar de eigen toilethuisjes zijn prima om van start te gaan en om op te ruimen. Alles bij de hand en als het regent kan je ook nog onder het afdak droog zitten. We rijden via de Botterkloof en de Pakhuispas. Een geweldig mooie route. De lucht is vol met donkere wolken, maar een enkele keer zien we toch af en toe de zon. Overal wordt druk aan de weg gewerkt en zal de hele zaak binnenkort wel geasfalteerd worden. In Clan Wiiliam halen we bij Spar nog even water en wat lekkers en dan naar Rondeberg. Gelukkig heeft hij nog 1 vrij toilethuisje annex kampeerplek, want het is weekend en dan komen er veel mensen met hun speedbootje naar het meer voor een weekendje vakantie. We vragen aan de eigenaar of we onze overgebleven spullen aan de schoonmaakmevrouw mogen geven. Geen probleem zegt hij en zij is er erg blij mee. We ruimen onze meeste rotzooi op, vegen her en der wat aan de Trax en proberen zo slim mogelijk onze kleren en overige troep vast klaar te leggen zodat ze morgen bij het inleveren van de auto zo gepakt kunnen worden en overgeheveld kunnen worden in onze reistassen, die we bij de verhuurder hadden achtergelaten. Met een beetje geluk hebben we morgenochtend nog even gelegenheid om in de zon te zitten.

Dag 31 (za 25 april) Clan William – Kaapstad

image037

Helaas de zon schijnt niet, maar het is gelukkig wel droog. We doen het rustig aan en ruimen de laatste dingen op. Rond het middaguur gaan we rijden. We moeten nog ongeveer 300 kilometer naar Kaapstad. Onderweg gaan we nog even bij Wimpy eten. Zo’n 50 km voor Kaapstad begint het te regenen en niet zo’n klein beetje ook.
We hebben alleen de laatste dagen geen goed weer gehad en het is ook een stuk frisser geworden. Volgens de radio is het in Kaapstad 17 graden. Twee jaar geleden precies hetzelfde alleen toen waren we een maand later in het jaar. Dus dat belooft wat hier voor de komende winter voor de Zuid-Afrikaners.

Rond 16.00 uur staat de afspraak om de auto in te leveren. Hier wordt de auto nagekeken en leveren we ons briefje met mankementen in. De kilometerteller staat inmiddels ruim 7350 km verder. Dan is het zover: we worden naar het vliegveld gebracht.

Rond 23.00 uur stijgt het vliegtuig op. Met behulp van een slaappil missen we gelukkig een groot deel van de vlucht. We hebben heel erg veel gezien en dat blijkt ook wel uit dit ellenlange reisverslag. Wij vliegen naar de lente in Nederland en hebben wederom een geweldige reis achter de rug door Namibië en Zuid-Afrika..